Woensdag 29/01/2020

De schone kunst der sportverslaggeving

In de beschouwingen van Hugo Camps gaat het om de taal en de opinie, een trapezenummer waarbij ik elke week weer met de ogen knipper van bewonderingDe tak van sport is van ondergeschikt belang, de schrijver doet ertoe

Jan Mulder over Leo Beenhakker, Hugo Camps en Peter Winnen

@5 INFO Opinie:Jan Mulder speelde zeven jaar voor RSC Anderlecht. Hij schrijft al een jaar of dertig over sport.

Deze week verschijnt 'Sport', een bloemlezing van bijna 900 pagina's uit de Nederlandstalige sportjournalistiek na 1945. Jan Mulder las het boek en formuleert drie essentiële componenten van een goed sportverhaal.

@4 DROP 2 OPINIE:Een goed sportverhaal heeft een goed hoofdpersonage nodig.

En verder?

Een spannend plot.

Nog iets?

Het verhaal moet goed geschreven zijn.

In de jaren zeventig las ik in de Volkskrant graag Henk Wehberg vanwege zijn kijk op het spel, maar vooral omdat er soms een zin als deze in stond: "Scheidsrechter Dorpmans joeg de erwt weer feilloos door de fluit."

Van Telegraaf-verslaggevers kan ik zo'n formulering niet verdragen, maar bij Wehberg begon de hele winkel ervan te flonkeren en te zingen - teksten zijn mysterieuze dingen.

Een heel voetbalverhaal in die stijl kan ook, hoe ongelofelijk het ook klinkt. Leo Beenhakker tetterde ooit vanuit Mexico stukjes naar de redactie van Voetbal International, columns vergeven van de typische Engelse spitsen, lieverds zonder voortandjes, Klokkentorense Boys, de schijtrechter zijn verdiende Douwe Egbertspunten laten uitknippen, hebben we het gezellig of niet mannen, uitstekelbaars!, je kunt wel de geinponem uithangen en de paus een rk lulletje rozenwater noemen als die Poolse scheids voor buitenspel fluit, maar die humor snappen ze daar niet zoals bij tante Bep in Varkensoord, kan ik je vertellen, en dan loop ik lang genoeg in 't wereldje mee om te weten dat ik dan effe moet dimmen om daarná weer in de bus te blazen, mits ik met m'n toeter al niet door de hoogste parkiet van de zangclub ben ontslagen natuurlijk, want dan kunnen we 't verder schuddebuiken zakmazegge, dan mot ik op zoek naar een ander klusje, ik denk aan Dnjepr Dnjepropetrovsk, volgende vraag heren, opschieten een beetje, m'n nachtcrème moet erop.

Het vloeide met grote snelheid uit zijn pen, hetgeen de zeer aantrekkelijke vulgariteit was van die kronieken.

In zekere zin hanteert Leo's baas en opvolger-columnist Johan Derksen (hoofdredacteur van het Nederlandse weekblad Voetbal International, red.) die van enige stijl gespeende directe stijl ook. Feiten.

Zin na zin na zin. Feiten, weetjes, rechtvoorzijnraapjes, leugens, telefoontjes, uitspraken. De mooiste lectuur ontstaat wanneer Derksen op een dinsdagavond naar een wedstrijd van een Engelse derdeklasser is geweest en daarvan verslag doet. Alsof het een proces-verbaal betreft, beschrijft hij de oprichting van de vereniging, het vaandel, de fusie met Hill City, de gestaakte bekerwedstrijd omdat er opeens een schip door het strafschopgebied voer, de eerste zwarte speler in het derde elftal, de bekende bloedworst uit het kraampje voor het loket, de sfeer in de perskamer, de bullebak van een voorzitter die er al veertig jaar oude borreltjes drinkt. Dit alles zonder de aanstellerij van 'wat pen ik dit leuk op'. Nee, 't staat op het notitieblok van Johan en het moet in de Voetbal International, van het artistieke houdt deze auteur niet, en daardoor is het resultaat niet slecht.

Er staat zoveel in dat je er gevoeglijk van kunt uitgaan dat de auteur geen tijd heeft gehad om iets te verfraaien, bij te schaven, verdraaien, verdoezelen of verdonkeremanen.

Het ratelde er allemaal eerlijk in één adem uit en dan leest de sport lekker weg.

De zaterdagse beschouwingen van Hugo Camps in NRC Handelsblad bezitten een andere schoonheid.

In die columns gaat het, fraai gecombineerd, om de taal en de opinie, een trapezenummer waarbij ik elke week weer met de ogen knipper van bewondering.

Camps is in Sport, het deze week verschenen 'standaardwerk' met 141 Nederlandstalige sportverhalen, niet met een bijdrage vertegenwoordigd.

Peter Winnen doet de sportcolumn, in dezelfde krant, zachter dan Hugo Camps, bijna teder.

Zijn onderwerpen zijn juwelen.

Winnen schreef onlangs over een veroordeling in Engeland van een man die seks met een fiets had gehad.

Schoonmaaksters waren onaangekondigd zijn hotelkamer binnengekomen en hadden meneer onprettige handelingen met een fiets zien doen.

Ik juichte met de krant in de lucht en begon onmiddellijk te fantaseren over veroordelingen van Noord-Brabanders die seks met een bed ten laste werd gelegd.

Peter Winnen is een begenadigd sportverhalenschrijver omdat hij in het juiste ritme gebruik maakt van de juiste humor in de juiste dosis op het juiste moment, en als het beter is om geen humor in de juiste dosis op het juiste moment te doen, doet hij het niet. En eigenlijk is het niet eens humor, maar een tragische toestand van iemand die toevallig het blikveld van Peter Winnen binnengleed en daar liefdevol werd opgevangen, verwerkt en netjes gekamd in een column werd gezet.

Leent de ene sport zich beter voor het sportverhaal dan de ander?

In Amerika, de bakermat van de short sportstory, komen verdacht veel verhalen uit de bokswereld.

De tak van sport is van ondergeschikt belang, de schrijver doet ertoe.

Stuur Peter Winnen en de journalist Guus van Holland beiden naar de begrafenis van de te jong gestorven wielerkampioen van Moeskroen en Peter schrijft een schitterend verdrietig stuk, en Guus komt terug met een nét te weemoedig net niet mooi verdrietig stuk, terwijl hij er toch duidelijk heel erg op uit was.

Het is een kunst, ook in de sport. Het is taal. Een zin. Soms, op een dinsdagmiddag of opeens laat op de avond, vrijdags, midden in een druk café, begin ik te staren en zie Björn Borg een balletje of driehonderd achter elkaar opslaan. Kees Fens beschreef dat aangename ritme en bijbehorend bewonderende gevoel eens subliem en onvergetelijk, vandaar. Eeuwig ballen serveren. Daar zit een kort verhaal in met een slot waarin Hawkeye op verrassende wijze uit de hoek komt.

U en mij vallen weer andere dingen op. Vorige donderdag zag ik de geboorte van een groots sportverhaal in een klein bericht in de krant.

'Redknapp vast.'

Vijf weergaloze hoofdpersonages.

Een plot om van te watertanden.

Taal zo gewoon en vanzelfsprekend als je haar zelden aantreft: "Om vragen te kunnen stellen, moet de politie je nu eenmaal meenemen. Dat is alles. Ik word nergens van verdacht."

Harry Redknapp, trainer van Portsmouth, is gearresteerd en ontkent alles. Harry is om zijn weergaloos mooie voorkomen van voetbaltrainer zo geschikt voor mijn sportverhaal. Harry heeft daarbij een tic: een beweging van de schouders - een rilling -, gevolgd door een plotseling fier omhoogsteken van het hoofd.

Harry koopt voetballers als pakjes kauwgom.

Harry voelt waar ze zitten. Afrika en Frankrijk, afdankertjes en talenten, definitief geblesseerden die onder zijn leiding opeens weer opknappen, vreemde vogels en heel oude keepers: Harry weet waar ze te koop staan. Spreken had hij voor vorige donderdag nooit gedaan. Hij bromde onverstaanbaarheden tegen zaakwaarnemers, agenten, gokburelen, voetballers, voorzitters, en hield stand in de jungle. Harry kreeg het zelfs voor elkaar om als trainer van Portsmouth naar Southampton én terug te gaan zonder dat er een stedenoorlog uitbrak.

De Engelse justitie was al jaren bezig met het onderzoek naar de illegale transferpraktijken van voetbalvoorzitters, -trainers, -makelaars en - zaakwaarnemers.

Goed idee, het is er niet pluis, net als in de gewone wereld, een beetje detective heeft binnen de kortste keren beet.

Maanden geleden hoorden we al eens hoe de zaak ervoor stond. Bijna alle clubs in de hoogste afdeling werden verdacht, wat neerkomt op honderden potentiële gedetineerden, maar door gebrek aan gevangenissen en volledig bewijsmateriaal zouden er zo'n zestig waarachtige verdachten zijn overgebleven.

Zestig.

Ik was de onderzoeken bijna vergeten, toen vorige donderdag dus het bericht kwam dat er vijf mensen waren gearresteerd.

Vijf.

Namen werden niet bekendgemaakt, de politie gaf alleen de leeftijden. 30, 48, 55, 60 en 69. Wat bedoelde die commissaris ermee? De volgende dag werden de namen vrijgegeven.

Amdy Faye, Harry Redknapp, Peter Storrie, Milan Mandaric en Willy McKay.

De sportverhalenschrijver in mij stond onmiddellijk in lichterlaaie.

Mooiere verdachten van illegale transferpraktijken zijn niet zelf te bedenken. Vooral Willy McKay is ideaal voor een roman over witwassen en corruptie, makelaarsmethoden en zaakwaarnemermores in het topvoetbal, dat leeft van Amerikaans witwassen, Russisch bloedgeld, corruptie en omkoping, managers en zoontjes (de Fergusons van Manchester) die elkaar bedienen. In de lagere regionen van de top - Portsmouth - gebeuren alle dingetjes die het daglicht niet kunnen verdragen nog weer net iets makkelijker en smakelijker natuurlijk.

Willy is de agent van Amdy Faye, een middenvelder die in 2003 van Auxerre naar Portsmouth werd getransfereerd en in 2005 naar Newcastle.

Iedereen zou er geld aan hebben verdiend, luiden de geruchten, en wie Harry (trainer-manager van Portsmouth), Peter (directeur van Portsmouth), Milan (de steenrijke ex-voorzitter van Portsmouth) en Willy door de jaren een beetje heeft gevolgd, kan zich niet voorstellen dat er niet fijn is gegoocheld, ontdoken, witgewassen en geld onder de tafel gestoken.

Wij hebben hier te maken met té gave exemplaren van 'voetbaldieren' die je het niet kwalijk neemt, ja, van wie je zelfs verwacht en eist dat ze bezwijken onder de verlokkingen van de bal die rolt en de speler die mee rolt en aan wie het geld kleeft en die naar een andere club rolt en via een illegale makelaar nog eens geld kan opleveren en dankzij een technisch onzinverhaal van een trainer die 'm dolgraag wil hebben voor een modern tactisch concept op het middenveld nóg eens een half miljoen zwart genereert.

Harry Redknapp belichaamt op volmaakte wijze het ambt van de voetbaltrainer in deze sfeervolle regionen. Ik móét hem schrijven. Harry komt in mijn sportverhaal uiteindelijk voor de rechter om te worden vrijgesproken wegens een overdaad aan bewijsmateriaal tegen hem, tijdens de zittingen aangeleverd door zijn 'vrienden' Amdy, Milan, Peter en Willy McKay. De rechter prees Harry voor zijn kleine fraudes en valsheid in geschrifte waarvan de gekwelde coach de betekenissen zelfs nooit had begrepen - hij is slechts manager en voetbaldier.

"Tegen wie moet Portsmouth zaterdag, Harry?", vraagt de rechter wanneer Harry Redknapp als vrij man naar buiten loopt.

"Sunderland, Dick."

Op de publieke tribune beginnen twee bloedstollend mooie Senegalese wijven Willy McKay af te lebberen.

Arthur van den Boogaard, Sport - De 141 beste Nederlandse en Vlaamse sportverhalen van 1945 tot nu, Carrera, 896 pagina's, 34,95 euro.

Dit stuk verscheen gisteren in de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234