Maandag 21/09/2020

De schoffel van Aristoteles

Alvorens u potgrond en schepje ter hand neemt, kunt u maar beter Damon Young erop naslaan, want met je handen in de grond wroeten is veel meer dan hobbyisme, zo blijkt. Volgens nogal wat filosofen en schrijvers is het zelfs de essentie van ons bestaan.

Toon mij een man in een grijs pak die in een duistere kamer met een gefronst voorhoofd over een dik boek gebogen zit en ik zeg u dat het een filosoof is. Of niet? Want ons stereotiepe beeld van de muffe wijsgeer die in elkaar krimpt bij het zien van een waterige zonnestraal, blijkt in feite weinig met de realiteit te maken te hebben.

Neem nu Aristoteles, toch zowat de grondlegger van de westerse filosofie. Die deed niet liever dan schoffelen in zijn botanische tuin - en die verzengende Griekse zon vervloeken wellicht, maar dat is een ander verhaal. Naast zijn fysica en zijn ethica schreef hij immers ook het jammer genoeg verloren gegane Over planten. Net zoals Plato's Academie lag Aristoteles' Lyceum midden in de natuur en filosoferen deden zij allebei het liefst al wandelend, wat de toneelschrijver Alexis tot de schertsende uitspraak bracht: "Ik heb lang lopen twijfelen, heen en weer wandelend als Plato, maar het leverde alleen vermoeide benen op."

De Australische filosoof Damon Young besefte dat de natuur, en dan meer bepaald de getemde natuur - want wat is een tuin anders dan een stuk naar de hand van de mens gezette wildernis - een grote rol speelde in de geschiedenis van het westerse denken en dus zette hij zich aan het lezen. Filosoferen in de tuin is het resultaat. En een resultaat dat er best mag wezen, want Young weet de figuren die hij bespreekt als geen ander tot leven te wekken. Aristoteles beschrijft hij bijvoorbeeld als een werelds man, gevoelig voor hippe kledij en een flinke portie bling, en inderdaad, deze ambitieuze kerel die zich opwerkte tot de huisleraar van Alexander de Grote zal wel geen stofjas gedragen hebben.

Maar Young doet meer dan een aantal filosofen secuur neerzetten. Hij legt ook uit wat ze precies bedoelden en kiest daarbij soms resoluut voor een welbepaalde interpretatie. Neem bijvoorbeeld Voltaires uitspraak "Il faut cultiver notre jardin", wellicht de bekendste filosofenwoorden over de tuin. Zij zijn terug te vinden op het einde van Candide, als reactie op de leibnitziaanse uitspraak van het personage Pangloss dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven. Oké, geeft hij toe, er is wel veel kwaad en lijden, maar dat moeten we er maar bij nemen, als een soort collateral damage.

Nu zou de uitspraak dat we onze tuin moeten onderhouden gezien kunnen worden als een aanmaning om ons vooral niets van het wereldgebeuren aan te trekken en ons af te zonderen tussen onze tomaten, maar dat soort escapisme was Voltaire vreemd, aldus Young. Wat die Franse filosoof wel bedoelde, is dat we beter voor onze eigen deur beginnen als we iets aan de wereld willen verbeteren, in plaats van grote, abstracte filosofische systemen op te zetten die alleen het bestaande willen bevestigen.

Jazzkelder

Young stelt zich wel vaker kritisch op tegenover de systematische filosofie. Wereldvreemd noemt hij haar, en als typevoorbeeld schuift hij Sartre naar voren, de enige filosoof uit het boek die liever met een Gauloise in een Parijse jazzkelder gezien werd dan met een bosje rozen in de Jardin du Luxembourg. En daar had die existentialist trouwens ook een - op goedkope zelfanalyse berustende - verklaring voor. Als tiener had hij ooit in die Jardin zijn liefde verklaard aan een bloedmooi meisje. Ze had hem eens bekeken, met zijn bolle kop en zijn scheef oog, en was vervolgens in een deuk gaan liggen van het lachen.

O nee, voortaan geen daglicht meer voor mij, had Sartre daaruit besloten, en dus trok hij zich stevig smorend terug achter een rookgordijn. En zo versierde hij vrouwelijk Parijs, wat Simone de Beauvoir de schamperende opmerking ontlokte dat die meisjes toch wel even schrokken de ochtend nadien, wanneer ze dat pafferige levende lijk naast zich in hun bed aantroffen.

Young is vooral een fantastische verteller, die enerzijds beschrijft hoe Emily Dickinson tijdens haar leven bekender was voor haar bloemen dan voor haar poëzie, maar je anderzijds wel heel veel zin laat krijgen om die gedichten te gaan lezen. Dat Proust, liggend op zijn smerige bed in zijn kamer die volgens een getuige naar jam- en kamerpotten rook, door middel van drie schriele bonsais teruggevoerd werd naar zijn gelukkige jeugd op het platteland, vergeet je geheid nooit meer. Orwells gevecht met de elementen om van zijn tuin op het Schotse eiland Jura een succes te maken is zo aandoenlijk dat je medelijden krijgt met deze man, die door literatuurwetenschapper V.S. Pritchett niet minder dan "een soort heilige" werd genoemd.

Nee, een tuin speelde in het leven en denken van de grote intellectuelen uit het verleden een veel grotere rol dan we zouden vermoeden. En ook in hun dood trouwens, want net voor Virginia Woolf op 24 maart 1941 zelfmoord pleegde, keek ze naar haar man Leonard en maakte ze haar laatste dagboeknotitie, alsof ze wist dat ze de wereld in goede handen naliet: "L. doet de rododendrons."

Op vrijdag 18 april vindt in de Beurs van Berlage in Amsterdam de 'G8 van de Filosofie' plaats. Peter Sloterdijk, John Gray, Chantal Mouffe, Zygmunt Bauman, Benjamin Barber, Markus Gabriel, Damon Young en Achille Mbembe buigen zich over de grote vragen van deze tijd. www.g8vandefilosofie.nl g8@filosofiemagazine.nl

Damon Young, Filosoferen in de tuin, Ten Have, 224 p., 16,99 euro. Vertaling: Joost Zwart.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234