Zaterdag 26/11/2022

De schilder van het rauwe leven

Gepassioneerd of geobsedeerd? Erwin Joos, conservator van het Eugeen Van Mieghem Museum in Antwerpen, is beide. Toen hij zeventien jaar geleden op een veiling een schilderij van Van Mieghem zag, sloot hij een lening af om het te kunnen kopen. Sindsdien ziet hij het als zijn levenstaak deze 'schilder van het volk' de erkenning te bezorgen die hem toekomt. 'De mensen lachen wel eens om me,' zegt Joos verontschuldigend, 'maar ik kan het niet helpen. Ik moet het doen.'

Annick Schreuder

Erkenning is Eugeen Van Mieghem tijdens zijn leven (1875-1930) zelden te beurt gevallen. Het heeft iets tragisch: telkens als het hem goed ging of als hij op het punt stond door te breken, sloeg het noodlot toe. In 1904, toen hij op een salon van La Libre Esthétique in Brussel had zullen exposeren, zat hij aan het sterfbed van zijn 24-jarige vrouw. Toen tien jaar later internationale erkenning hem eindelijk toelachte, brak de Eerste Wereldoorlog uit. En toen in 1926 zijn tweede vrouw hem verliet, raakte hij op de dool. De man die in 1903 zichzelf nog zelfverzekerd naast zijn charmante echtgenote had geschetst, die geprezen werd om zijn tintelende humor terwijl hij tegelijk toch hartverscheurende portretten maakte, stierf op zijn 54ste, ziek en somber.

Concessies inzake zijn antimilitarisme of zijn sociaal engagement had hij nooit willen doen. Als hij daardoor weinig verkocht, dan moest dat maar. Vlak voor zijn dood schreef hij aan een vriend: "Enfin de meeste artiesten zijn sukkelaars, ik inbegrepen, en blijven het."

'Schilder van het volk' mag inmiddels een eervolle benaming zijn, destijds was het zeker geen aanbeveling. Het was ook niet opportuun: het volk had geen geld om schilderijen te kopen en mensen die het wel hadden, waren niet geïnteresseerd in de rauwe manier waarop Van Mieghem zijn onderwerpen schilderde. Zij zagen liever zichzelf afgebeeld.

De jonge Van Mieghem groeide op aan de oever van de Schelde. Zijn vader werkte als scheepsbevrachter in de Antwerpse haven en zijn moeder hield er herberg, eerst aan de Van Meterenkaai en later in de Montevideostraat, op het Eilandje. Net in deze periode maakte de haven een spectaculaire groei door: in 1863 waren de tolrechten op de Westerschelde afgeschaft. Antwerpen profileerde zich als derde wereldhaven en trok steeds nieuwe ondernemers en arbeidskrachten aan. Ook vrouwen - of liever, meisjes, die waren nog goedkoper. De werkomstandigheden waren deplorabel en Van Mieghem, die zich op zijn zestiende aan de Antwerpse academie had ingeschreven, toonde dat ook in de tekeningen die hij in de jaren negentig maakte.

Op de academie maakte hij kennis met het werk van Van Gogh en Toulouse-Lautrec en hij voelde zich aangesproken door het sociaal engagement van de Franse kunstenaars Théophile Steinlen en Jean-Louis Forain. Ook door Millet en Meunier liet hij zich, op zijn manier, beïnvloeden. "Van Mieghem portretteerde de havenvrouwen zoals Millet zijn plattelandsvrouwen verbeeldde," zegt Joos. "Onopgesmukt en met dezelfde waardigheid."

De Antwerpse dokken en kaden zouden Van Mieghem blijvend inspireren; ze waren het decor van zijn jeugd. "Daarin onderscheidt hij zich van een kunstenaar als Meunier," zegt Joos. "Meunier kwam niet uit het arbeidersmilieu, hoe treffend hij het ook weergaf. Zowel zijn schilderijen als zijn beelden hebben daardoor iets gepolijsts, zijn mijnwerkers en arbeiders zijn mooier dan ze eigenlijk waren. Van Mieghem daarentegen schilderde de bevolking vanuit zijn natuurlijke omgeving." De matrozen, schippers, havenarbeiders, jeneverventers, prostituées, veembazen en emigranten tekende hij zoals ze waren: armoedig, wanhopig, dronken en rauw.

Het snel veranderende economische klimaat had zijn weerslag op het sociale en culturele leven. Er ontstond een koopkrachtige en in cultuur geïnteresseerde middenklasse, die tentoonstellingen en salons organiseerde. Baanbrekend voor de Belgische kunst was de omwenteling die Maus, Picard en Verhaeren in Brussel met Les Vingt, en na 1893 met La Libre Esthétique, teweegbrachten. Ook in Antwerpen ontstonden diverse vernieuwende initiatieven, zoals de door Henry Van de Velde en Max Elskamp opgerichte Association pour l'Art Indépendant.

Aan de andere kant leidde de industrialisering tot grote groepen arbeidsslaven die gedoemd waren tot een armoedig bestaan. Van Mieghem tekende al deze povere figuren in en rond de haven. Zijn portretten zijn aangrijpend en sober, maar het is duidelijk dat ze moeilijk verkoopbaar waren. In de belle époque stond de haven, als gevolg van stakingen, onlusten en brandstichtingen, in een slecht daglicht en ze behoorde dus niet direct tot de favoriete onderwerpen van de bourgeoisie.

In 1902 trouwde Van Mieghem met de Brusselse Augustine Pautre. Later dat jaar werd Eugeen jr. geboren. Ondanks de armoede waren deze jaren de gelukkigste van zijn leven. Augustine was een dankbaar model en zij is te zien op nagenoeg al zijn schilderijen uit die periode. Van Mieghem exposeerde geregeld in de salons van de Eenigen, waarmee hij in contact was gekomen via zijn vriend Lode Baekelmans. Maar aan zijn voorspoed kwam een einde toen Augustine begin 1904 tb kreeg en langzaam wegkwijnde. Hard, maar met buitengewoon veel liefde en mededogen bleef Van Mieghem haar tot het laatst toe portretteren.

Kort na haar dood exposeerde hij op de in 1905 voor het eerst gehouden Antwerpse salon Kunst van Heden. De reacties waren verdeeld en het zou tot 1910 duren voor hij er weer zou tentoonstellen. Maar van toen af leek de waardering voor Van Mieghem algemeen. Behalve in Antwerpen exposeerde hij in Brussel, Den Haag en Keulen.

De erkenning zou echter andermaal van korte duur zijn. Het uitbreken van de oorlog, met de wilde beschietingen van Antwerpen door de Duitsers, veranderde alles. In tegenstelling tot andere kunstenaars - Permeke vluchtte naar Engeland, Frits Van den Berghe naar Nederland - bleef Van Mieghem na de val van Antwerpen in de stad. Hij zwierf, met zijn schetsboek onder de arm - toen het papier schaars werd, ver-sneed hij oude uitnodigingen van de Eenigen - door de zo goed als lamgelegde haven. Uit die tijd stamt een aantal prachtige, aangrijpende pastels en krijttekeningen, waaronder verschillende van kleumende kinderen, in de rij voor de soepbedeling.

Na de oorlog exposeerde Van Mieghem zijn omvangrijke oorlogsoeuvre, maar weer verkocht hij weinig. Zijn gezondheid ging bovendien achteruit, in april 1919 werd hij opgenomen in een sanatorium bij Brussel. Daar leerde hij zijn tweede vrouw kennen, de twintig jaar jongere verpleegster Marguerite Struyvelt. Het paar keerde naar Antwerpen terug, waar Van Mieghem zich in nieuwe technieken als monotypie bekwaamde en weer regelmatig exposeerde bij Kunst van Heden, in 1924 zelfs met 36 werken. Op voorspraak van zijn vriend Isidoor Opsomer werd hij in 1920 aangesteld als professor aan de Antwerpse academie, waardoor er eindelijk een einde kwam aan zijn financiële zorgen.

Toch was Van Mieghem niet gelukkig. Zijn zwakke gezondheid noopte hem tot een sober bestaan terwijl zijn vrouw van een druk sociaal leven hield. Ze verliet hem in 1926; een jaar later werd de echtscheiding uitgesproken. In die periode maakte hij een serie tekeningen in Antwerpse bordelen. Zijn laatste jaren sleet Van Mieghem in een sanatorium. Hij tekende nog wel, exposeerde nog enkele keren en correspondeerde met Baekelmans. Maar hij was uitgeblust, ziek, verbitterd. In maart 1930 stierf hij aan een hartaderbreuk.

Na de dood van de schilder werden retrospectieven en verkoopstentoonstellingen aan zijn werk gewijd, de eerste al tijdens de Wereldtentoonstelling in Antwerpen in 1930. Maar net als tijdens zijn leven waren deze exposities, ondanks lovende besprekingen, niet het startsein tot succes.

Vervolg op de volgende pagina

Vervolg van de vorige pagina Sinds begin jaren tachtig wordt Van Mieghems werk weer meer gewaardeerd. De oprichting in 1982 van de stichting Eugeen Van Mieghem, onder voorzitterschap van Erwin Joos, was een belangrijke stap. Maar ook musea als het Antwerps Stedelijk Prentenkabinet, dat een unieke Van Mieghem-verzameling bezit, hebben met tentoonstellingen bijgedragen tot de hernieuwde aandacht voor de schilder. Toch wordt er nog steeds getwist over Van Mieghems plaats in de Belgische kunst. In verschillende musea staat zijn werk te verstoffen in de kelders en Michael Palmer verzuimt zelfs hem te noemen in zijn overzichtswerk van de Belgische schilderkunst tussen 1880 en 1940.

In het buitenland daarentegen is Van Mieghems ster rijzende. Op dit moment hangt De meisjes aan de dokken, een aquarel uit 1922, in het Belgisch paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Lissabon. Vorig jaar hield de Zwitserse Stichting Neumann een erg positief onthaalde Van Mieghem-tentoonstelling (La passion du quotidien) en stelde er een prachtige catalogus voor samen. Begin 1999 is een overzichtsexpositie gepland in het Rotterdamse Schielandhuis en tegen de herfst van 2000 organiseert het Belgium Flanders Exchange Center een grote tentoonstelling in Japan. Een 35-tal werken zal te zien zijn in Osaka, Tokio en waarschijnlijk ook Nagoya, de zusterstad van Antwerpen.

Volgend voorjaar staat Van Mieghems werk centraal in het Immigration Museum op Ellis Island, New York, dat per jaar zo'n vier miljoen bezoekers trekt. Op het moment dat ik Joos bezoek, is Diana Perdue, conservatrice van het museum, bij hem te gast om samen met hem een selectie te maken van de tekeningen en schetsen die Van Mieghem maakte van (joodse) emigranten. De herberg van zijn ouders stond tegenover de kade waar die naar Amerika vertrokken op de stoomschepen van de Red Star Line. Van Mieghem is een van de weinige kunstenaars die de landverhuizers aan het begin van deze eeuw hebben vastgelegd. De honderden krijttekeningen die hij van hen maakte zijn echter her en der verspreid geraakt, want ook zij waren nauwelijks verkoopbaar. Joos reist als een missionaris de wereld af om Van Mieghem te promoten. Onvermoeibaar. "Dat lijkt maar zo," zegt hij met iets van spijt in zijn stem. "Ik moet het in mijn vrije tijd doen, naast mijn baan als treasurer bij een groot scheepvaartbedrijf. Ik doe het met liefde, maar af en toe is het wel moeilijk om de twee te combineren. Anderzijds is dat eigenlijk net een goed teken. Het betekent immers dat Van Mieghem steeds meer in de belangstelling staat. Toen ik zeventien jaar geleden op een veiling bij toeval op een schilderij van hem stuitte, had ik niet kunnen bevroeden dat ik voor de rest van mijn leven aan Van Mieghem vast zou zitten." Joos studeerde toen toegepaste economische wetenschappen in Leuven. Hij sloot een lening af om het schilderij te kunnen kopen. Hij raakte gefascineerd door de hem onbekende schilder en begon een niet aflatende speurtocht naar diens leven en werk. Hoewel Joos nog lang niet alle vragen heeft beantwoord - wat is er bijvoorbeeld gebeurd met het door Oscar Jespers vervaardigde graf van Van Mieghem? -, heeft hij al heel wat resultaten geboekt. In 1993 verscheen in vier talen een ietwat houterig geschreven maar prachtig uitgegeven monografie (Eugeen Van Mieghem. An Artist of the People) met 689 afbeeldingen en werd in de Korte Ridderstraat een klein museum geopend.

In maart jongstleden werd de nieuwe behuizing van het museum op de Linkeroever feestelijk geopend. "Deze lokatie lag misschien niet direct voor de hand," verklaart Joos, "maar Van Mieghem maakte op deze plek wel talloze schilderijen van de Schelde en de stad." Het museum bezit een kleine maar mooie verzameling werken in verschillende technieken. Ongeveer de helft van de bijna 150 kunstwerken is langdurig in bruikleen gegeven uit particulier bezit. De ruim 500 leden en sponsors van de stichting Eugeen Van Mieghem maken het mogelijk de verzameling stukje bij beetje uit te breiden. Onlangs werd met steun van de Koning Boudewijnstichting Aan de dokken aangekocht. "Dat olieverfschilderij is een echte aanwinst," glundert Joos. "Het is gedateerd 1912 en Van Mieghem exposeerde het in november van dat jaar in de Koninklijke Kunstkring. Dat was zijn eerste individuele expositie en ze kreeg erg positieve kritieken. In de pers werd hij geroemd om zijn scherp opmerkingsvermogen, zijn superieure kijk op de mensen en de dingen om zich heen."

Een hype is Van Mieghem nog niet, maar dat gevaar is niet denkbeeldig. Diana Perdue is op haar hoede. "Dat is altijd het dilemma," zegt ze. "Aan de ene kant span je je in om zoveel mogelijk mensen te laten genieten van het werk van een kunstenaar, zoals een museum hoort te doen. Maar daarnaast zijn er natuurlijk de verzamelaars, die andere motieven hebben om kunst te kopen. Ook al doen ze het soms uit liefde voor het werk van een schilder, toch spelen vaak speculatieve overwegingen een rol. Kijk naar de recordbedragen die in Japan voor Van Gogh zijn betaald."

Joos schiet in de lach. "In 1886 werd Van Gogh door professor Siberdt van de Antwerpse academie verwijderd. Tien jaar later sommeerde diezelfde professor Van Mieghem de school te verlaten. Er is nog hoop."

Annick Schreuder

Het Eugeen Van Mieghem Museum, Schelde Building, Beatrijslaan 8, Antwerpen (Linkeroever), tel 03/211.03.30. is gesloten in juli en augustus. Speciaal voor de lezers van De Morgen opent het op zondag 12 juli toch zijn deuren. Conservator Joos verzorgt een rondleiding om 15 uur.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234