Zondag 26/09/2021

De schilder die een verfje kon gebruiken

De expositie Jheronimus Bosch - visioenen van een genie is zo succesvol, dat het Noordbrabants Museum open is tot 's nachts. Het was vechten om de laatste tickets. En dat voor een schilder die tien jaar geleden nog duf werd bevonden. Watskeburt?

Uniek! Bijzonder! De belangrijkste tentoonstelling van de eeuw! Nog twee weken is het Noordbrabants Museum - waar u, geef toe, nog nooit van had gehoord - het epicentrum van de culturele wereld. Misschien slaat u zichzelf nu voor de kop, want u bent er nog steeds niet geraakt, bij die niet-te-missen-zo-speciale expositie rond Jheronimus Bosch. Maar doe geen moeite. Alle kaartjes zijn al lang de deur uit, u komt er echt niet meer in.

Het museum in 's-Hertogenbosch heeft zijn openingsuren nochtans al een paar keer aangepast; tegenwoordig staat het personeel paraat van acht uur 's ochtends tot één uur 's nachts, of 119 uur per week. In totaal zullen, zo schat het museum, tussen 13 februari en 8 mei, 400.000 mensen de tentoonstelling hebben bezocht. Nog voor de opening, half februari, waren de 100.000 voorverkooptickets de deur uit, de website lag herhaaldelijk plat.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat een schilder uit de vijftiende eeuw, die slechts een handvol meesterwerken achterliet, zo veel volk trekt? Bovendien is een groot deel van die bezoekers doorgaans niet zo geïnteresseerd in cultuur. Dat zie je zo, zei museumdirecteur Charles de Mooij onlangs in het NRC. Jas inleveren, tas in kluis; ze zijn dat niet gewend. Wat doen die mensen daar?

Vooreerst: met klassiekers valt altijd te scoren. Het Rubensjaar, inmiddels al twaalf jaar geleden, lokte 600.000 bezoekers naar Antwerpen. De organisatoren wreven zich nadien in de handen. De restauratie van Het Lam Gods van Van Eyck trekt horden kijklustigen. De oude meesters appelleren aan ons cultureel geweten en goede smaak, weten cultuursociologen.

Ze garanderen vakmanschap, staan met beide voeten stevig in de traditionele, figuratieve schilderkunst en bieden ons herkenbare thema's. Noem ze gerust mainstreamartiesten of consensusschilders die geen enkele discussie opwekken. Integendeel, ze bevredigen onze nostalgische verlangens en hang naar helderheid: we kunnen over veel van mening verschillen, maar dit is duidelijk Kunst met hoofdletter K. De meest complete Bosch-tentoonstelling ooit, zoiets trekt dus geheid een hoop volk.

Aandoenlijk naïef

Alleen, en dat is het opmerkelijke aan dit verhaal: zo populair als Rubens of Rembrandt is Bosch nooit geweest. Ook niet in 's-Hertogenbosch. Lian Duif, die de marketingcampagne voor het themajaar 'Bosch500' organiseerde, heeft dat een tiental jaar geleden zelf vastgesteld in een nationale enquête. De Nederlanders vonden hem duf, middeleeuws, oubollig. Duif: "We moesten zijn imago verfrissen." Vandaag is Duif weer vragenlijsten aan het afnemen. Onze noorderburen noemen Bosch nu bijzonder, absurd en gelaagd. "Mystiek is ook een woord dat vaak terugkomt."

Het idee om naar aanleiding van de vijfhonderdste verjaardag van het overlijden van Bosch een grote tentoonstelling op poten te zetten, dateert van een tiental jaar geleden. Het plan leek destijds aandoenlijk naïef. Het Noordbrabants Museum had werkelijk geen enkele Bosch in zijn patrimonium.

Het moest die daarom gaan losweken bij topmusea zoals het Prado in Madrid, het Kunsthistorisches Museum in Wenen en de National Gallery of Art in Washington. Ga maar eens onderhandelen met die kleppers als je zelf geen topwerk in ruil hebt.

Die patstelling heeft museumdirecteur De Mooij slim opgelost door een wetenschappelijk onderzoek naar Bosch te organiseren, een doorlichting van zijn werken met de allernieuwste scantechnieken, en de resultaten daarvan kosteloos te delen met de grote musea. Met een gratis restauratie erbij, als dat nodig was om de deal te forceren. Zo kon een betrekkelijk klein museum 17 van de 24 gekende schilderijen van Bosch lospeuteren. "Het was een ongelooflijke opdracht, David tegen Goliath", zegt Duif. Die ook moet toegeven dat daarin een pracht van een verhaal schuilt, waar een beetje marketeer wel weg mee kan.

Onder het motto 'Bosch komt thuis' werd de voorbije jaren een hele (marketing)campagne ontrold om die saaie Bosch van een "magische aantrekkingskracht" te voorzien. Dat de schilder makkelijk te verbinden is met thema's als hemel, hel en verdoemenis, is dan wel zo handig. Achter zijn vreemde figuren vallen allerlei gecodeerde boodschappen te ontdekken. "De Da Vinci Code in 's-Hertogenbosch", zegt Duif. En het voordeel van een lange aanloop is dat er voldoende tijd is om al die grootse ideeën - de Bosch Experience - ook effectief uit te voeren.

Zo zijn er boottochten door de stad waarbij je je eerst in het hellevuur en daarna in de hemel van Bosch waant. Je kunt het dak van de Sint-Janskathedraal opklimmen en de fantasiebeeldjes op het dak van naderbij bekijken, want die lijken sterk op de figuren uit de werken van Bosch. In een 3D-expositie herbeleef je 's-Hertogenbosch in de vijftiende eeuw en er is ook een app.

Meerwaardezoeker

Toen het Prado weigerde het absolute pronkstuk Tuin der lusten naar Nederland te sturen, besloten de organisatoren om het werk dan maar zelf tot leven te brengen, middels een licht- en klankshow die weldra in première gaat. Duif: "De Efteling, waarmee we nauw samenwerken omdat ze veel weten over belevingsattracties, zei dat we dat werk echt niet links mochten laten liggen."

In de afdeling merchandising - "Jheronimus Bosch Superstar: een zinnenstrelende collectie lifestyleproducten" - varieert het aanbod van Jheronimus-puzzels over Jheronimus-zitzakken tot Jheronimus-wijn. Correctie: jHEROnimus-wijn, want een snuggere brandingsexpert kon zijn geluk niet op toen hij vaststelde dat in de naam Jheronimus het Engelse woord 'hero' vervat zit.

Het is van totaalcommunicatie hier en 360 gradenvisie daar; wie dit jaar een voet zet in

's-Hertogenbosch ontsnapt onmogelijk aan 500 jaar Bosch, of ze nu naar het museum willen of niet. "De stad kon zich opwerpen als hoeder van de erfenis van Bosch", zegt Duif. "Alles en iedereen is er mee aan de slag gegaan." In die 'totaalbeleving' lijkt de expositie bijna een voetnoot.

Maar ook de meerwaardezoeker wordt niet vergeten: de documentaire Jheronimus Bosch, geraakt door de Duivel, vertelt het verhaal van het Bosch Research and Conservation Project (BRCP), het enthousiaste wetenschappelijke team dat de schilderijen heeft onderzocht, en er is een bijpassende interactieve website. Die brede aanpak zorgt ervoor dat in 's-Hertogenbosch iedereen aan z'n trekken komt, van de kenner tot de leek die een leuke uitstap zoekt voor het gezin.

Aan media-aandacht evenmin gebrek, want naast de festiviteiten zelf was er genoeg om over te berichten. Jubelberichten toen bekendraakte dat De hooiwagen "terugkwam" naar Nederland. Of de twijfel van het wetenschappelijk team over de echtheid van een aantal schilderijen die aan Bosch worden toegeschreven. Dat leidde dan weer tot relletjes (nieuws!) met het Museum voor Schone Kunsten in Gent en het Prado, waar die werken hangen.

Vervolgens vertikte het Prado om mee te werken aan de tentoonstelling. Pittig detail: het Noordbrabants Museum wist al maanden van die weigering maar maakte het nieuws net voor de opening bekend. De jarenlange onderhandelingen met de grote musea werden in kranten uitvoerig gereconstrueerd, het politiek gelobby achter de schermen blootgelegd.

En, al kaartjes?

Al die aandacht in de aanloop naar de tentoonstelling culmineerde in een spetterend openingsfeest, live op televisie te volgen en in aanwezigheid van koning Willem-Alexander. Tel daarbij ronkende recensies ("beste tentoonstelling van het jaar!") en er wordt een evenement gecreëerd waarvan iedereen het gevoel heeft dat het onder geen beding te missen valt.

Het feit dat de expositie maar een paar maanden duurt en de tickets schaars zijn, versterkte nog eens het gevoel dat mensen er snel bij moesten zijn. Wacht vooral niet te lang met het kopen van kaartjes, dat was overal de teneur. Ongetwijfeld is er op menige receptie, in het café of aan het koffieautomaat de vraag gesteld: en, al kaartjes voor Bosch?

Sociologen noemen zoiets een neotribaal evenement, een oeroud sociaal fenomeen waarbij mensen die elkaar niet kennen ergens samenkomen om iets te beleven, om daarna weer hun eigen weg te gaan. Typisch daaraan is dat die ervaringen heel zintuiglijk zijn. Het is in Nederland ook van moeten: de overheid eist steeds hogere bezoekerscijfers, waardoor musea niet anders kunnen dan mikken op een breed publiek. Shoppende cultuurconsumenten die schipperen tussen hoge en lage cultuur worden gelokt met culturele activiteiten met een hoge spektakelwaarde.

Dat mensen staan te drummen om de schilderijen van Bosch in het echt te zien, dat is uiteraard prima. Maar Pascal Gielen, cultuursocioloog aan de Universiteit Antwerpen waarschuwt ook voor de keerzijde van de medaille. "De strijd om het publiek leidt tot een enorme concurrentieslag tussen de musea, die heel schreeuwerig uit de hoek komen."

Het spectaculaire evenement, de sterrencultus, de neiging om te werken naar één momentum: het dreigt een format te worden, commercieel rendabel entertainment dat kleine, diepgaandere projecten ondersneeuwt. "Het is ook helemaal geen duurzame formule. De mensen die nu gelokt worden naar Bosch, zie je later niet per se terug in het museum."

Maar zo heeft een expositie met zeventien werken van Jheronimus Bosch, die vreemde schilder uit de middeleeuwen, het toch maar geschopt tot het Tomorrowland van de culturele wereld: de tickets zijn beperkt, maar als je erbij was, kun je thuis vertellen dat je het toch maar mooi hebt meegemaakt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234