Zaterdag 23/01/2021

De schemerende God

Jan de Zutter / Foto dieter TelemansCVP-voorzitter Marc Van Peel over Godsbeeld en mensentaal

Marc Van Peel is negenenveertig, voorzitter van een christelijke partij, de grootste van het land. Ze benadert de politieke vraagstukken vanuit een christelijk perspectief. Maar welk christelijk perspectief? Elke politicus worstelt met zijn christendom. Zo ook de voorzitter. 'Op een bepaald ogenblik kon ik mij niet meer katholiek noemen.' Een gesprek met een man die is teruggekeerd naar het katholicisme. 'Met reserves.'

'Ik kom uit een erg traditioneel, katholiek, diep gelovig en praktizerend gezin," zegt Van Peel. "Ik dateer nog uit het preconciliaire tijdperk. Mijn jeugd heeft zich afgespeeld in de periode van de vastenacties. Veertig dagen lang gingen we om zeven uur 's ochtends naar de mis. We kregen het zogenaamde parcours van de veertig dagen en we deden één versterving per dag. Je moest bijhouden wat je die dag liet, geen toespijs op de boterham bijvoorbeeld. Regels waren belangrijk in die tijd. Ik herinner me dat ik eens per vergissing ter communie ging nadat ik pas had gegeten. Dat was een doodzonde. Gelukkig bestond de biecht. Het had allemaal iets beperkends, maar mét de grote rijkdom van de liturgie.

"Mijn puberteit viel samen met het concilie. Dat was een spannende tijd. Mijn vader zat in het bibliotheekwezen en er kwamen thuis allerlei blaadjes binnen die ik met rode oortjes las. De Bazuin, een Nederlands protestants blad, zette alle geloofszekerheden op de helling. Elke week werd minstens één zekerheid onderuitgehaald. Dat was ook de eerste keer in mijn leven dat ik intellectueel bij het religieuze betrokken was."

Was u als kind met God bezig?

"Ja. Dat was bepalend in het dagelijkse leven. God kwam voortdurend ter sprake, bijvoorbeeld als we moesten oefenen voor onze eerste communie. Dat woog bijzonder zwaar op mijn geweten. Het zondebesef zat erg diep. Er was die grote bestraffende God die ergens boven zweefde. In de middelbare school kwam ik in aanraking met de alternatieve misvieringen. Dat gaf een gevoel van bevrijding van alle mogelijke schuldcomplexen. Wij moesten potdorie gaan biechten over onze onkuisheid nog lang voor we de geslachtsrijpe leeftijd hadden bereikt. Ik dacht dat dat te maken had met die keer dat ik mijn handen niet had gewassen."

De alternatieve missen, meisjes in lange rokken met een gitaar, dat was de uiterlijke kant. Ging het bij u dieper?

"Ja. Ik ben veel beginnen te lezen. Ik kwam in de fase van de twijfel. Wat moet je nog geloven? Het was ook de periode dat ik meer inzicht kreeg in de kerk als machtsinstrument in de loop van de geschiedenis. Dan neem je natuurlijk met een snelheid van honderd per uur afstand van zo'n instituut. Toen ik aan de universiteit begon, had ik de deïstische fase bereikt, een soort algemeen geloof in een opperwezen. Als we lief en vriendelijk zijn voor elkaar, zal het allang goed zijn, dat soort ideeën. Ik herinner me de geschriften van een zekere Robinson, een anglicaans theoloog die op zijn manier God dood verklaarde. Dat was de periode waarin ik heb afgerekend met het katholieke zingevingskader."

Maar u bleef naar de mis gaan?

"Nee nee, zeker niet. Al op het einde van de middelbare school nam dat af. Er zijn perioden geweest waarin ik alleen nog naar de grote rituele bijeenkomsten ging. Maar ik ben nooit in het stadium van het agnosticisme of het atheïsme beland."

Waarom was dat een brug te ver?

"Vanwege de sociale druk, geloof ik. Ik was actief in verschillende christelijke organisaties, het katholiek onderwijs, de scouts. Ik leefde in een klimaat waar men met religie bezig was. Daarom ben ik nooit in een situatie terechtgekomen waarin de religie totaal verduisterd werd."

Hoe reageerden ze thuis toen u niet meer naar de kerk ging?

"Ze vonden dat niet goed, hé. En ze lieten het ook merken. Maar ik heb nooit scènes gehad. Het ging eerder om treurnis bij mijn ouders. Ja, treurnis, geen boosheid."

U was allicht een gezonde jongen. Had u geen conflict over seks en het geloof?

"O ja, dat hoorde er sterk bij. Het seksuele was in het traditionele katholicisme goed geregeld. Het was héél erg duidelijk wat mocht en wat niet mocht: geen seks voor het huwelijk, geen masturbatie. Dat had een grote invloed op je leven. Maar niets menselijks was mij vreemd en ik worstelde natuurlijk met schuldgevoelens."

Ging uw conflict met de kerk over uiterlijkheden of over de essentie van het geloof?

"Het ging over de essentie. Ik stelde me de bekende vragen: wat is God, wie is Jezus, wat is zonde? Ik las daarover. Het liefst de progressieve visie. Ik was daar intellectueel mee bezig. En hoe meer ik ermee bezig was, hoe verwarder het werd."

Kwam u op het punt dat u zich liever christelijk noemde dan katholiek?

"Heel zeker. In de scouts was dat al de ontsnappingsroute. Het katholicisme, daar kon je toch niet meer in geloven. Ik viel terug op het humanisme van de christelijke boodschap."

Had u ook religieuze ervaringen?

"Nee. Of toch één keer. Ik heb eens een roeping gehad, maar die duurde maar twee dagen. Dat was na zo'n roepingsseminarie. Daar spraken heel intelligente typen met een groot ethisch appèl. Dat sprak me wel even aan. Maar zoals ik zei: slechts twee dagen."

Bidt u soms?

"Het gebed is voor mij een collectief gebeuren. Het persoonlijk gebed is een stadium waar ik nog niet aan toe ben. Voor mij is de religieuze ervaring een gezamenlijke ervaring, in groep. Het heeft te maken met de vraag of er een liturgie is die bemiddelt tussen God en de mens. Die liturgie is zeldzaam geworden. We zijn van een traditionele, eeuwenoude liturgie afgezakt naar verschrikkelijke dingen: flauwe liedjes zingen, de laat-ons-goed-zijn-voor-elkaar-teksten, dat zoetige gedoe. Oké, ik weet wel dat het een eerlijke poging is geweest om de mensen bij de eredienst te betrekken. Maar het is mislukt. Mijn ervaring is nu dat er ongelooflijk meer authenticiteit zit in de gestolde liturgie van vroeger. Gestold betekent dat die liturgie de neerslag is van tweeduizend jaar relatie van God tot de mens in een christelijk perspectief. Dat vervang je niet zomaar door zogenaamde moderne teksten."

Uw religieuze beleving lijkt vooral een sociale dimensie te hebben. Het samenkomen in groep is belangrijk?

"Misschien wel. Maar er zijn in mijn leven toch dingen gebeurd die de sociale dimensie overstegen. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de 'zingevingsmarkt'. Ik ben tot de conclusie gekomen dat een mens niet kan functioneren zonder een coherent zingevingssysteem. Ik was daarvan weggegroeid. Ik las over het boeddhisme en over Sartre. Maar op de zingevingsmarkt vond ik niets beter dan het christendom.

"Daarin heeft de theoloog Hans Küng een grote rol gespeeld, met zijn boek Christen zijn. Die worstelde met de vragen waar ik als dertigjarige ook mee zat. En hij gaf coherente en zinvolle antwoorden. Kun je als moderne geseculariseerde mens nog wel geloven? De rationele vragen over Christus als historische figuur vertaalde hij op een geloofwaardige manier voor de moderne mens. Hij was een keerpunt in mijn intellectuele zoektocht.

"Op latere leeftijd ontdekte ik ook de nederigheid van de overgave. Dat was de emotionele reflex. Ten overstaan van het mysterie van leven en dood, schuld en zonde geeft het christendom een bevrijdende boodschap. Dat haalde ik niet uit de boeken, niet uit gebed, maar uit de gemeenschappelijke religieuze beleving en viering.

"Ik geef toe dat ik veel heb aan de liturgie. De laatste jaren ga ik met plezier naar onze parochiekerk, als de liturgie er tenminste goed verzorgd is. Het is iets wat je overstijgt. Liturgie moet je op je emotie pakken, op die diepste menselijke vragen. Daar moet een religie een antwoord op bieden.

"Kardinaal Danneels zei zopas terecht dat de opkomst van de sekten te maken heeft met de onbetaalde facturen van de kerk. De grootste factuur is dat ze er niet in slaagt te investeren in de liturgie, die een bemiddelende rol speelt tussen God en de mens. Ik baal van alle pogingen die ondernomen worden om de liturgie te herstellen door ze actueel te maken. In het genre van: 'Laat ons bidden dat we goed zijn voor het milieu.' Verdorie, het milieu is een politieke zaak.

"Het heeft mij twintig jaar gekost om te begrijpen dat je in de mis geen mensentaal moet spreken. Ik kan nu opnieuw 'Credo in unum Deo' zingen. Ook aan de bevrijdingstheologie ben ik voorbijgegaan. Daarin wordt religie herleid tot een politieke boodschap, wat per definitie niet kan. Het christendom laat zich niet reduceren tot bevrijdingstheologie, niet tot de CVP en niet tot het ultramontanisme.

"Ach, mijn zoektocht, zowel intellectueel als religieus, is lang niet beëindigd. Maar ik leg steeds meer de nadruk op het tweede. Veel onzin op de zingevingsmarkt kan ik niet meer aanhoren. Ik kreeg godbetert De Celestijnse belofte cadeau. Na dertig bladzijden hield ik het voor bekeken. Dan realiseer je je wel hoe groot de religieuze nood is en wat voor onzin de mensen op hun bord krijgen."

Wat betekent het voor u om religieus te zijn?

"Het begint voor mij met het nederigheidsbesef, het niet vergoddelijken van de mens en je daar goed bij voelen. En dan bedoel ik niet het zogenaamde 'Heer, ik ben nietig', maar het besef dat je een onderdeel bent van een immens geheel. Jarenlang heb ik, met enorm veel tegenzin, de woorden uitgesproken: 'Heer ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden.' Ik revolteerde daartegen. Hoezo, niet waardig? Ik was woest! Terwijl ik er nog niet zo lang aan toe ben te begrijpen waarover het gaat. Namelijk over de overgave aan iets dat groter is dan jezelf, aan iemand die alle mensen in de palm van zijn hand heeft.

"Dat gevoel helpt mij in mijn dagelijkse leven. Het geeft mij de rust om te weten dat je gewoon moet doen wat je moet doen. Je mag jezelf niet overschatten, je bent maar een graankorrel. Ik ben niet iemand die grote spirituele ervaringen heeft. Als ik bijvoorbeeld over de charismatische beweging lees, vind ik dat een wat vreemde wereld. Ik denk dat het weinigen gegeven is om diepe spirituele ervaringen te hebben. Veel mystiek is vandaag gewoon zelfverheerlijking."

Zegt u inmiddels opnieuw: ik ben katholiek?

"Ja, maar met reserves. De controverse tussen de verschillende christelijke kerken begrijp ik bijvoorbeeld niet. Ook met de reserve dat er in het katholicisme zaken zijn waar ik absoluut niet in geloof. Ik behoud me het recht voor om te zeggen: hier vergissen ze zich grondig. Ik vind bijvoorbeeld dat de vrouw in het ambt een ongelooflijke verrijking voor de kerk zou zijn. Ik zou zeker naar de mis gaan in een kerk waar de priester een vrouw is. Ik ken overigens heel wat vrouwen die wellicht betere priesters zouden zijn dan sommige pastoors. Maar het is niet omdat ik die overtuiging heb, dat ik het kind met het badwater weggooi. Ik kan kritiek hebben op een groep zonder de groep te verwerpen."

Wat gebeurt er als u doodgaat?

"Ah, dat is een interessante vraag. Ik vond het begrafenisritueel van de katholieke kerk onzin, vooral als de pastoor ons trachtte te troosten met het leven in het hiernamaals. Voor mij gold: dood is dood. Het hiernamaals geeft de mensen een valse troost. Maar ook dat is veranderd. Het geloof in het hiernamaals is een fundament van de religie en zeker van de christelijke religie. Het heiligt het leven. De manier waarop men er soms over spreekt is misschien kinderachtig, maar het geloof in het hiernamaals is voor mij essentieel geworden. Ik zit in het stadium dat ik begin te geloven dat het leven na de dood een reëel gegeven is. Maar ik kan er verder niets zinnigs meer over zeggen."

Vindt u het beangstigend dat het christendom een minderheidsreligie aan het worden is?

"Nee. Ik geloof dat het christendom, als oprechte religieuze beleving, altijd een minderheidsgodsdienst is geweest. Het meerderheidschristendom was eerder een sociaal gegeven. Eigenlijk is de normale toestand nu hersteld. Dat vind ik niet slecht.

"Wat mij eerder stoort, is dat zo weinig mensen met zingevingsvragen bezig zijn, hoewel de nood erg groot is. Dat beangstigt me, want het leidt tot aberraties, bijvoorbeeld de sekten, alhoewel dat om een kleine minderheid gaat. Als mensen niet meer tot zingeving komen, leidt dat vooral tot een maatschappelijk probleem, omdat ze dan terugvallen op het primaire. Het Vlaams Blok biedt mensen bijvoorbeeld een primaire zingeving: ik ben iemand, omdat ik beter ben dan iemand anders.

"Ook de stijging van het aantal zelfmoorden en depressies bij existentiële problemen vind ik beangstigend. Pas op, ik wil niet terug naar de tijd dat iedereen naar de kerk ging. Het christendom is voor mij een bevrijdende, zelfs 'verlossende' - ook weer een oud woord - boodschap. Ik geloof erin, samen met vele anderen, maar veel erger dan daar niet in te geloven is voor mij in niets geloven."

Maandag: Monique Van Gelder over de droom van de soefimeester en de islam

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234