Maandag 22/07/2019

De 'schelp' geeft haar inhoud prijs

Zaterdag is het Open Monumentendag. Een ideale gelegenheid om de woning van schrijver en conservator Maurice Roelants in Sint-Martens-Lennik te bezoeken. De betonnen schelp is een hoogtepunt van de Belgische architectuur.

Voor veel dorpelingen moet het een soort ufo zijn geweest, dat betonnen gevaarte dat in de winter van 1962-1963 verrees op de nog onbebouwde Tomberg in Sint-Martens-Lennik. De bewoner keek er uit over de Brabantse velden en bossen. "Het perceel was op geen enkele manier omheind", schrijft architectuurcriticus Mil De Kooning in het boek Willy Van Der Meeren en Maurice Roelants, dat over een paar weken verschijnt. "Roelants wilde niet een lap grond, maar het hele landschap bewonen. Aanvankelijk werd de tuin zelfs voor een deel als landbouwgrond gebruikt, zodat de ploegvoren soms tot vlak bij de woning werden getrokken."

De bewoner van deze moderne bunker was geen jonge beeldenstormer, maar een gepensioneerde ambtenaar en geroemd schrijver. In 1927 had Maurice Roelants (1895-1966) naam gemaakt met zijn debuutroman Komen en gaan, die door critici een mijlpaal in onze literatuurgeschiedenis werd genoemd. De jonge schrijver introduceerde zogezegd de psychologische roman in Vlaanderen, al komt die eer veeleer Willem Elsschots Villa des Roses uit 1913 toe. Amper drie jaar na Komen en gaan, en na de novelle De jazzspeler, kreeg de auteur de driejaarlijkse Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza.

Toch was schrijven voor Roelants niet het begin en het einde. Hij gebruikte zijn reputatie van bekend schrijver, redacteur van literaire tijdschriften en journalist om deuren te openen. Hij wekte door zijn verstikkende alomtegenwoordigheid de weerzin op van jonge schrijvers-publicisten als Julien Weverbergh en Paul de Wispelaere, maar met Herman Teirlinck, Richard Minne, Menno ter Braak en E. du Perron onderhield hij lange tijd vriendschapsbanden en ook de schilders Jean Brusselmans, Edgard Tytgat en Hippolyte Daeye mocht hij tot zijn vrienden rekenen. Hij pakte ook graag uit met zijn contacten met vooruitstrevende architecten. Allereerst Henry van de Velde en bij de volgende generatie ook Léon Stynen, Hugo Van Kuyck en Victor Bourgeois. Maar voor het huis op de Tomberg koos hij uiteindelijk de jongere architect Willy Van Der Meeren (1923-2002).

Le Corbusier

Roelants heeft zich altijd een beetje een bouwmeester gevoeld. Eerder had hij al twee woningen laten optrekken in het Brusselse en ook in het kasteel van Gaasbeek zat hij niet stil. Maar het was pas op zijn 67ste dat hij samen met Van Der Meeren echt grenzen verlegde. Hij koos Van Der Meeren, die toen ook via radio en televisie bekendheid genoot, omdat hij in hem een volgeling van de Frans-Zwitserse grootmeester Le Corbusier zag. De 'Modulor' van Le Corbusier, een menselijke schaal voor architectonische verhoudingen, is inderdaad te bespeuren in veel van Van Der Meerens verwezenlijkingen.

Van Der Meeren was een socialistische architect, maar hij liet zich niet inperken door religieuze of ideologische grenzen. Enkele jaren voor hij Roelants' opdracht aanvaardde, begon hij zelfs te doceren aan Sint-Lukas "met De Standaard als gazet en een les die begint met een mis in de kapel."

Opvallend is dat Van Der Meeren de verdienste voor Roelants' woning voor een groot stuk bij de schrijver zelf legt. Volgens de architect wist Roelants zijn eisen 'in korte zinnetjes' te verwoorden, 'als een dicteermachine'. Als architect voelde hij zich 'het potlood in zijn hand'.

"Ik kwam tot een raar resultaat, een soort bunker met afgesneden segmenten en maakte hiervan een povere maquette in karton (...). Hij vond het precies zijn tweede vel, dat ik aan elkaar gebreid had."

Mil De Kooning, die een doctoraat over Van Der Meeren schreef en ook diens archieven beheert, noemt het huis op de Tomberg "architectuur die gemaakt is op maat van het verlangen". Samen met Ronny De Meyer, collega-professor aan de UGent, stelde hij een tentoonstelling samen over veertien realisaties van Van Der Meeren. Een ervan is het Verhoevencomplex: een appartementsgebouw met drie winkels en een ondergrondse galerie. Daar vindt straks de expositie plaats.

"De complexe opdracht-Verhoeven is een onbekend gebleven, maar waardevol voorbeeld van integratie-architectuur in een historisch centrum", zegt De Kooning. "Jammer genoeg is het voortbestaan van de galerieruimte bedreigd. Er zijn condensatieproblemen en het wapeningsijzer in de betonnen balken ligt hier en daar bloot. De expositie is tegelijk een oproep om het gebouw te bewaren en te beschermen."

De tentoonstelling in Galerij Verhoeven, Markt 2 in Lennik is voor iedereen toegankelijk tijdens de Open Monumentendag (14 september). Ook de woning van Maurice Roelants, Oude Brusselsestraat 15, Sint-Martens-Lennik is te bezichtigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden