Donderdag 09/12/2021

De schande van Middelheim

Vorig jaar werd het stedelijk Openluchtmuseum van Middelheim in Antwerpen verrijkt met twee nieuwe tentoonstellingsparken. Op een daarvan bouwde Stefan Beel een nieuwe tentoonstellingsruimte annex depot, terwijl de bekende Franse landschapsarchitect Michel Desvigne het ontwerp van de twee parken tekende. De manier waarop naar aanleiding van een tentoonstelling van het 'Atelier van Lieshout' met dat nieuwe park wordt omgesprongen, is een regelrechte schande.

Naast het openluchtmuseum Middelheim liggen twee terreinen die tot voor enkele jaren in gebruik waren als heesterkwekerij en als serrecomplex van de stedelijke groendienst. Toen de stedelijke groendienst verhuisde, besliste het Antwerps stadsbestuur om beide terreinen toe te voegen aan het Middelheim park. Dat was niet evident, want bouwpromotoren lagen op de loer om de terreinen te verkavelen, wat flink wat geld in de stadskas zou hebben gebracht. Dat de Antwerpse stadsbestuurders niet zijn gezwicht voor die lokroep, strekt hen tot eer.

Voor de heraanleg van die terreinen werd een beperkte wedstrijd uitgeschreven waarvoor een aantal landschapsarchitecten werden uitgenodigd. Uiteindelijk besliste de jury unaniem de opdracht toe te kennen aan het bureau van Michel Desvigne, een internationaal vermaard tuinarchitect uit Parijs die reeds heel wat realisaties op zijn palmares heeft, onder meer in Frankrijk, Belgie (de nieuwe stationssite van Leuven), Ierland, Spanje, de Verenigde Staten,... Het ontwerp van Desvigne gaat ervan uit dat de uitbreiding van het park niet in onmiddellijke dialoog mag treden met het aanpalende negentiende-eeuwse park. Dat Engelse landschapspark bevat oude en soms merkwaardige bomen, naast grote rododendron- en azalea-massieven die het Middelheim een zekere intimiteit verlenen. Desvigne deed net het omgekeerde: om de kunstenaars maximale mogelijkheden te bieden, wenst hij geen vooraf bepaalde ruimte te creëren door middel van hagen of heestermasieven. Hij wil daarentegen een omgeving creëren waarin de beelden alle mogelijkheden krijgen, en de aandacht niet afgeleid wordt door de parkaanleg zelf.

Hij stelde daarom een open structuur voor met 1400 sierappels die in een streng raster, een grid, zijn geplaatst. Onder de bomen vinden we een afwisseling van gazon, verharding en halfverharding en lage siergrassen. De afstanden tussen de bomen variëren van 3x3 over 6x6 naar 12x12 m. Door de wisselende plantafstanden ontstaat een spel van licht en schaduw. Tegelijk is er een grote transparantie, aangezien nergens enige beplanting het doorzicht verhindert.

Minachting

Het ontwerp van de combinatie Beel-Devigne heeft zijn sterke kanten, waarbij de strakheid van het gebouw en de soberheid van de groenzone elkaar versterken. Het project - dat bijna 900.000 euro (of ruim 35 miljoen frank) heeft gekost, wat gezien de grootte van de twee terreinen niet eens zo erg veel is - is evenwel niet onomstreden. Zo kan je vragen stellen bij het gebruik van sierappels. Als ze in het voorjaar bloeien, is dat natuurlijk prachtig en ook de herfstverkleuring kan mooi zijn. Maar ze hebben eigenlijk een andere grond nodig dan het vaak door wateroverlast geplaagde Middelheim. Sierappels zijn ook niet de meest gezonde bomen. Wanneer men er 1400 bij elkaar zet, is de kans op problemen nog groter. Ook bij de keuze van de siergrassen kunnen vragen worden gesteld.Het feit dat Desvigne opteerde voor een kader waarbinnen de kunstenaar ongeremd zijn gangen kan gaan, zonder dat er enige belemmering is van hagen, massieven, borders, betekent anderzijds dat er geen contrasten zijn, geen afwisseling in de beplanting. Het oogt allemaal nogal schraal, armetierig zelfs. Al zal dat in de komende jaren misschien verbeteren als de boompjes wat groter zijn geworden. Beide parken liggen ook open en bloot in een weinig aantrekkelijke omgeving met allerlei gebouwen op de achtergrond. Maar dat was dus een bewuste keuze die blijkbaar op de unanieme goedkeuring van de jury kon rekenen.

Het kadert bovendien in wat men een nieuwe opvatting over een beeldenpark zou kunnen noemen waarbij de parkomgeving niet langer het idyllisch decor vormt voor de kunst. In de catalogus van 'Zoersel 2002', de triennale van hedendaagse kunst in het gemeentelijk park van Zoersel, schrijft kunsthistoricus Johan Pas in dat verband dat de "kunstenaar niet langer gebonden is aan de voorziene paden en perken. De laatste jaren mag/moet hij zelfs, weliswaar tijdelijk en onder toezicht, naar hartelust afwijken, ronddwalen en ingrijpen. Het opgelegde parcours van de paden en zichten mag tijdelijk veranderen in een verzameling alternatieve promenades van presentaties, interventies en integraties. Geijkte ideeën, platgetreden paden, geprogrammeerde kijkrichtingen omtrent openbaarheid en natuurlijkheid worden tijdelijk genegeerd, in vraag gesteld of zelfs gedeconstrueerd. Zo wordt de kunstenaar in staat gesteld leestekens toe te voegen aan een door anderen gedicteerde tekst."

Het werk van Atelier van Lieshout dat vandaag in Middelheim wordt getoond heeft echter niets meer te maken met alternatieve promenades of integraties, maar getuigt van een totale minachting voor wat er nauwelijks een jaar geleden werd aangelegd. Hier zijn geen leestekens toegevoegd, maar wordt de tekst zelf zonder de minste gène genegeerd en zelfs uitgegomd.

'Alles mogelijk'

De Nederlander Joep van Lieshout maakte furore met zijn AVL-ville in de haven van Rotterdam toen die stad in 2001 Europese culturele hoofdstad was. Volgens de folder die in Middelheim wordt verspreid kan dit "grootschalige project worden gezien als één groot kunstwerk. Het doel van deze vrijstraat was een autonome plek te creëren waar alles mogelijk is". De Franchise Unit in Middelheim (dat intussen door het museum werd aangekocht en er dus een permanente plaats zal krijgen) is een gelijkaardig werk als dat in Rotterdam. De unit bestaat uit "een multifunctioneel gebouw met tal van voorzieningen zoals een grootkeuken, sanitair, energievoorziening en een afvalwaterzuiveringsinstallatie. Tevens dient het gebouw als gemeenschappelijke ruimte voor een nieuw te bouwen vrijstaat. In een later stadium zou het mogelijk zijn om er op een eenvoudige manier individuele huizen aan te koppelen die van de gemeenschappelijke voorzieningen van deze Franchise Unit gebruik kunnen maken." Het lijkt zo overgeschreven uit de folder van een bouwpromotor, maar dat is slechts schijn. Want dit is kunst. Waarom zou het anders in Middelheim staan?

"Esthetisch gesproken lijkt de constructie nergens op, behalve dan misschien op een groot uitgevallen plaggenhut", schrijft de kunstrecensent van Knack. "Maar het onwaarschijnlijke aplomb waarmee AVL het kamperen bejubelt, wekt verstomming. De Franchise Unit is de ultieme nachtmerrie van elke gezelligheidsfreak." Het is maar hoe je het bekijkt. Ook de zogenaamde Pioniersset is niet zo maar een "mobiele boerderij". Neen, ook dit werk maakte deel uit van de intussen opgedoekte AVL-Ville. Het bestaat uit een boerderij, een stal, een hooischuur, een kippenhok en een aantal varkenshokken en konijnenhokken. "Het materiaal en de vormgeving zijn eenvoudig maar oerdegelijk, gemaakt om een mensenleven mee te gaan", aldus de copywriter van dienst. "De Pioniersset gaat terug op een verlangen om onafhankelijk te zijn, om geen deel te moeten uitmaken van deze wereld. Het zou een mix moeten zijn van de goede dingen uit de 'oude wereld' en de goede dingen uit de 'nieuwe wereld'. De Pioniersset is, alhoewel gelijkaardig aan vroeger werk van AVL, ook verschillend. Het individuele is belangrijker geworden, het is een nieuwe, op zichzelf staande sculptuur; een mobiel huis waarin je kan overleven; waarmee je zelfs de wereld kan koloniseren." Ook hier ontwaart de al geciteerde Knack-recensent een krachtig artistiek en zelfs politiek statement. "Dit geheel van in elkaar gepriegelde woonwagens annex hokken voor kippen en varkens wijkt mijlenver af van de gangbare buitenprojectnorm, maar desondanks wordt een krachtige denkpiste geconstrueerd, over de Nieuwe Romanticus, die de consumptiemaatschappij ontvlucht en zich bekeert tot een pastorale idylle aan de rand van de snelweg. Op dit ietwat schril klinkende fenomeen boomt AVL zo fris en onbevangen door, dat zelfs de ergste campinghater een traan van ontroering wegpinkt." Campingkunst, dus. Nu de illegale campings worden gesloten, zoeken liefhebbers van die 'anarchistische' bouwkunst blijkbaar soelaas in het museum. Moet kunnen. Van Lieshout zelf laat in het midden of zijn werk kunst is. "Ik ben niet zo bezig met de vraag of het wel of geen kunst is." Maar hij voegt er in één adem wel aan toe: "Als het geen kunst zou zijn, dan zouden we nooit zoveel aandacht hebben gekregen."

Ik wil me niet in die discussie mengen. Uiteindelijk is dat vergelijkbaar met een discussie over het geslacht der engelen en overigens doet dat ook niet ter zake. Waar het om gaat is dat de manier waarop het werk van AVL in Middelheim is neergepoot niet alleen getuigt van een ongelooflijke pretentie maar vooral van een totale minachting voor het werk van Desvigne. Het ontwerp van Desvigne mag dan zo geconcipiëerd zijn dat de kunst alle mogelijkheden moet krijgen, en de aandacht niet wordt afgeleid door de parkaanleg zelf, het kan toch niet de bedoeling geweest zijn dat men ermee omgaat als was het een braakliggend terrein. Want dat is nu net wat er gebeurt. De constructies van AVL staan plompverloren tussen de jonge boompjes, zonder dat ook maar gepoogd werd om enige relatie te leggen met de omgeving, met het gebouw van Beel of met de gridstructuur van Desvigne. Een aantal boompjes zou trouwens zijn verwijderd om plaats te maken voor die constructies. Er worden vuurtjes gestookt tussen de bomen en overal slingert (wellicht artistiek verantwoord) afval rond, alsof er net een feestje heeft plaatsgehad. Varkens woelen de grond om en schurken tegen de jonge boompjes. Bij de opbouw zijn er diepe sporen in het gazon getrokken als was het een bouwwerf, wat blijkbaar ook deel uitmaakt van het kunstwerk. Enkele maanden geleden bewezen de beheerders van Middelheim trouwens ook al dat ze het niet zo nauw nemen met het werk van Desvigne. Toen een circus er zijn tenten opsloeg en bleek dat de boompjes een beetje in de weg stonden, werden er zonder aarzelen een paar uitgegraven (en later weliswaar terug geplant).

Misschien moet Desvigne zijn tuin ook publiekelijk uitroepen tot kunstwerk. Een artistiek bewogen copywriter moet zeker een paar frasen kunnen verzinnen waarmee zijn appelaars en vooral de grid waarin ze zijn geplant, tot een belangrijk artistiek gebeuren kunnen worden gepromoveerd. Alleen dan zullen de Middelheim-beheerders wellicht het nodige respect opbrengen voor zijn werk.

verwaarlozing

De manier waarop in Middelheim met het werk van Desvigne wordt omgesprongen, is trouwens geen alleenstaand feit. De manier waarop de rest van het 'oude', negentiende-eeuwse Middelheimpark wordt onderhouden (of niet onderhouden), is al even wraakroepend. De oude rozenpergola is doorgeroest en staat op instorten, terwijl de rozen verkommeren. De vele rododen-dronmassieven worden overwoekerd door bramen en de vlierstruiken die zich tussen de rododendrons hebben genesteld, mogen ongestoord hun gang gaan. Bomen worden niet vervangen, op veel plaatsen is de struiklaag onder de bomen grotendeels verdwenen, terwijl op andere plaatsen de struiken bij gebrek aan onderhoud helemaal uit vorm zijn gegroeid of veel te grote massieven vormen. Wat niet alleen de structuur van het park verstoort, maar waardoor zelfs sommige beelden dreigen overgroeid te worden. Ik kan enigszins begrijpen dat een museumdirectie wel andere zorgen heeft dan het onderhouden van een historisch park en dat haar deskundigheid op een ander vlak ligt. Of misschien past het gebrekkige onderhoud wel in een (verkeerd begrepen) ecologisch concept van parkbeheer. Ook als de Middelheim-directie zelf niet rechtstreeks verantwoordelijk is voor dat onderhoud (dat ressorteert onder een andere stedelijke dienst), ik vind het ontoelaatbaar dat mensen die beweren met cultuur bezig te zijn, er blijkbaar geen enkel probleem mee hebben dat een historisch park, dat ook tot ons cultureel erfgoed behoort, op zo'n manier wordt verwaarloosd. Het kan best zijn dat zo'n idyllisch parkdecor niet meer beantwoordt aan wat hedendaagse tentoonstellingsmakers en kunstenaars verwachten als decor voor hun kunstwerken. Of dat zij niet langer een boodschap hebben aan de 'klassieke' beelden van Henry Moore of Rik Wouters, of vinden dat het park niet meer geschikt is om die beelden op een eigentijdse manier te exposeren. Maar is dat een voldoende reden om die omgeving dan maar te laten verkommeren?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234