Vrijdag 09/12/2022

De schaduw

Zijn leven omspant de periode van de uitvinding van de gloeilamp tot de landing op de maanPiet Thomas: 'Streuvels heeft nooit geloofd in de bevrijdende kracht die de arbeidersbeweging kon hebben'Hedwig Speliers: 'Zijn ideologische worsteling maakt hem fascinerend. Als schrijver is hij een spoortrekker geweest'Dina 'Prutske' Lateur: 'Bijna iedereen denkt dat vader een teruggetrokken man was. Maar met familie en vrienden was hij een gezellige praatvaar'Paul Thiers: 'Als je Streuvels in kleine doses leest en er goede uitleg bij geeft, dan kan hij jonge mensen nog altijd boeien'

van de eik

Marc Peirs / Foto's Dieter TelemansDertig jaar na de dood van Stijn Streuvels

In het landelijke Ingooigem leest de priester zondag om negen uur de jaarlijkse herdenkingsmis voor Frank Lateur, alias Stijn Streuvels. Die dag is de schrijver precies dertig jaar dood, terwijl zijn debuut Lenteleven een eeuw oud is. Stof tot stevige Streuvelsfeesten? Nee dus. Terwijl de Vlaamse literati al een half jaar dansen rond het graf van Guido Gezelle of van Louis Paul Boon, staat de 'oude Germaanse eik' er eenzaam als een treurwilg bij. Wat heeft de 'prins der Vlaamse letteren' nog te vertellen?

Guido Gezelle honderd jaar dood: Brugge maakt zich nog gezelliger dan het al is. Louis Paul Boon twintig jaar onder de zoden: Aalst graaft zich autobio en koketteert met de erfenis van 'fabrieksstad'. Stijn Streuvels dertig jaar gestorven: heu... tja. Literair feestgedruis is in geen velden of wegen te bespeuren. "Ik wou Streuvels uit de politieke mêlee houden", verklaart Piet Thomas de windstilte. Thomas is gewezen hoogleraar literatuur aan de Kortrijkse universiteit KULAK en voorzitter van het Stijn Streuvelsgenootschap. "Kijk naar het gekrakeel over de subsidieverdeling voor de 'katholieke' Gezelle en de 'socialistische' Boon. In Aalst waren ze eerst kwaad dat ze te weinig subsidie zouden krijgen, daarna hebben ze in allerijl subsidiedossiers klaargestoomd en uiteindelijk was het nog een probleem om het geld over hun verschillende projecten te verdelen. Dank u wel, in dát avontuur wou ik Streuvels niet storten." Dus blijft het bij deze sterfdag stil rond Streuvels. Misschien ontsnapt aan het graf van de auteur wel een zucht van verlichting. Vieringen, plechtigheden en openbare debatten vervulden de eenkennige man met afschuw. Binnenskamers nam Streuvels nochtans geen blad voor de mond. Zo gaf hij Piet Thomas na een redactievergadering van Dietsche Warande en Belfort de raad: "Met de zweep d'erop sloan! Als ze nietsen kunnen, moedde met de zweep d'erop sloan!"

Frank Lateur is op 3 oktober 1871 geboren in Heule bij Kortrijk. Vader Kamiel is kleermaker, moeder Louise de zus van priester-dichter Guido Gezelle. Van bakkersgast groeit Stijn Streuvels uit tot de meest gevierde auteur van zijn tijd. Zijn leven omspant de periode van de stichting van het Duitse Rijk tot de oorlog in Vietnam, van de uitvinding van de gloeilamp tot de landing op de maan. Wanneer Streuvels op de gezegende leeftijd van 98 jaar overlijdt, is hij de vader van vier kinderen en de geestelijke vader van dik 140 romans, novellen, verhalen en autobiografische geschriften. In het collectieve geheugen leeft Stijn Streuvels verder als de archetypische Vlaamse schrijver: katholiek, volks, streekgebonden.

Maar Streuvels is veel complexer dan dat. Zeker bij dat katholieke imago plaatst Hedwig Speliers in zijn biografie Dag Streuvels een groot vraagteken. Speliers trekt een lijn tussen de 'burgerlijke' Frank Lateur en de 'rebelse' Stijn Streuvels die tegen de kerk tekeergaat. Een voorbeeld is de zelfcensuur die Streuvels pleegde op De Teleurgang van de Waterhoek. In de editie van 1927 is het vrouwelijke hoofdpersonage Mira een seksbom avant la lettre. Haar flamboyante sensualiteit was de katholieken een doorn in het oog. Gevolg: De Waterhoek werd een commerciële flop. Knarsetandend kneedde Streuvels een bravere Mira voor de heruitgave van 1939. "Ach, ook vandaag zijn schrijvers tot artistieke compromissen bereid voor hun commerciële lijfsbehoud", relativeert Piet Thomas. "Akkoord, Streuvels was geen pilaarbijter en hij had een beetje de neiging om op de kerk te kankeren. Lees de reisverhalen over zijn cruise naar het Heilig Land en je zult zien dat hij zich behoorlijk druk maakt over meereizende geestelijken die zich volgens hem niet helemaal conform de katholieke zeden gedragen. Maar Speliers probeert Streuvels als een heiden af te schilderen. En dat is een brug te ver." Met zijn Dag Streuvels kreeg Hedwig Speliers de geuzennaam 'enfant terrible van de Streuvelsstudie' toebedeeld. Gegarandeerd dat zijn nieuweling Als een oude Germaanse eik dat etiket nog wat vaster zal kleven. Het boek komt deze herfst op de markt en het graaft in het oorlogsverleden van Streuvels. Speliers: "De titel is een echo van de inleiding die nazi-uitgever Adolf Speemann schreef voor de Duitse vertaling Das Streuvelsbuch naar aanleiding van Streuvels zeventigste verjaardag in 1941. 'Als een oude Germaanse eik blijft Streuvels overeind in zijn liefde voor Duitsland', dat was de teneur." Speliers' nieuwsgierigheid naar Streuvels' relatie met Duitsland werd gewekt door de wanverhouding in het aantal vertalingen. "In Engeland is zes keer een Streuvels vertaald. In Frankrijk een tiental keer. In Duitsland: honderd keer! In zijn autobiografische geschriften Ingooigem 1 en 2 heeft Streuvels die Duitse connectie, die financieel toch ontzettend belangrijk was, totaal maar dan ook totáál verzwegen. Maar ik heb de feiten opgespit: het gaat hem niet alleen om vertalingen; er zit een hele ideologie van flamingantisme en conservatisme achter dat gordijn."

Speliers schetst het traject: "Al in de Eerste Wereldoorlog was Streuvels' flamingantisme omgeslagen in sympathie voor de collaboratie van het activisme. Tijdens de Weimarrepubliek kwam Streuvels niet meer aan de bak in Duitsland. De Duitsers lustten liever de optimistische droomfabriek Felix Timmermans. Maar net voor de machtsgreep van Hitler vond Streuvels een nieuw Duits dak: de nationaal-socialistische uitgeverij Langen-Müller Verlag, de eerste grote Blut und Boden-uitgever. Voilà. Het tapijtje was opengerold voor verdere medewerking met nationaal-socialisten." Mogelijk werd Streuvels door commerciële overwegingen gedreven, maar Speliers wil de ideologische drijfveer niet onder het tapijt vegen. De zestiger Streuvels ging in de jaren 1934-'35 helemaal overhellen naar de Nieuwe Orde: "Een uiterst rechtse, uiterst conservatieve ideologie hield hij erop na. Anticommunistisch, bang voor het socialisme, tegen het stakingsrecht. Je leest dat in zijn artikels voor De Standaard, waarin hij pleitte voor het corporatisme, voor een vaste maatschappelijke orde waarin iedereen zijn plaats kent. Dat was de kern van het rechtse denken van het katholieke flamingantisme in het interbellum."

Stijn Streuvels een halve of hele nazi? Volgens Piet Thomas waagt Speliers zich aan "een nogal avontuurlijke verkenning van Streuvels' zogenaamde besmetting door het fascisme. Dat veel boeken van Streuvels in het Duits zijn vertaald, spreekt voor zich: Streuvels was een populair auteur in Duitsland. In de Hitler-periode zijn er inderdaad taalmanipulaties in de vertalingen binnengesmokkeld. Maar was Streuvels daar altijd van op de hoogte? En kon hij zich aan alle aanpassingen onttrekken? Die Duitse vertalingen zouden grondig moeten worden bestudeerd. Pas dan kun je zien of en welke ideologische manipulatie er is gebeurd. En mensen die bij Streuvels-vertalingen betrokken waren en nadien nazi werden, noemt Speliers 'de bekende nazi zus en zo'. Hij pint ze vast op wat ze nadien zijn geworden. (ironisch) Dat is het comfort van de historische achteruitkijkspiegel."

En de zon stak geweldig, maar de pikkers vielen niet slap. Zij voelden het nijpen door hun lichte, losse kleren en bijten op hun hoofd, en toch hielden zij stand: ze bogen de kop en de pikke bliksemglimde bij 't op- en neergaan, slag om slinger!

De oogst

Best wel een sociaal geëngageerd schrijver, die Streuvels, vindt zijn hedendaagse collega Walter van den Broeck. In de Streuvelsbundel uit de reeks Klassieken uit Vlaanderen (Manteau, 1998) typeert Van den Broeck 'De oogst' als een "gezond en genadeloos geëngageerd verhaal". De novelle vertelt de tragische liefdesgeschiedenis van Rik en Lida. Rik wil trouwen met Lida maar heeft geen geld. Daarom trekt de eenvoudige dorpsjongen als seizoenarbeider naar Frankrijk. De zon en het beulswerk betekenen zijn dood. "Het verhaal neemt het op voor de armen, maar het idealiseert hen niet", interpreteert Walter van den Broeck. "Het schudt hen door elkaar. 'Word wakker! Ontwaak!', hoor je Streuvels bijna roepen."

Piet Thomas is maar half overtuigd: "Streuvels besefte wel dat de levensomstandigheden van de werkmens niet goed waren. Maar tegelijkertijd flirtte hij met het fatalisme, geloofde hij niet in vooruitgang, zag hij altijd en overal dat harde leven zonder uitkomst, dat meedogenloze ritme van de landarbeid, dat blinde zwoegen, desnoods tot de dood. Streuvels heeft nooit geloofd in de bevrijdende kracht die de arbeidersbeweging kon hebben."

Ook Hedwig Speliers heeft vragen bij een 'sociale' lezing van Streuvels: "De jonge Streuvels kwam in contact met de groep rond Van Nu en Straks. Vermeylen, het socialisme, Emmanuel De Bom, het anarchisme. Streuvels genoot de sympathie van die mensen en ik denk dat hij een beetje komedie heeft gespeeld om hen ter wille te zijn. Streuvels wou weg uit de bakkersstiel, hij wou schrijver zijn, vrij zijn, en hij zag in Van Nu en Straks een prachtige katapult om hem in de schrijverswereld te lanceren. Zijn eerste stuk noemde hij 'een proletarische bijdrage' (lacht). Ja, hij had goed in de smiezen dat het tijdschrift sociaal, bijna anarchistisch getint was." Tijdens het interbellum kwam het opportunistische slogannetje als een boemerang terug, vertelt Speliers: "Toen links en extreem links in Frankrijk en Engeland de 'sociale' Streuvels als banier ontdekten. In Engeland waren het de progressieven van de Fabian Society die Streuvels omarmden. En via de Franse communisten is Streuvels zelfs in Moskou gepubliceerd. Als antisocialist was Streuvels helemaal niet opgetogen met die sympathie vanuit linkse hoek. Want in Vlaanderen was hij net aan het uitgeven bij vijf Vlaams-nationalistische uitgevers, die allemaal in de collaboratie zijn gestapt."

De dagen groeien in klaarte, met tederroze ochtendschemer beginnen zij en eindigen in trage trilling van goud en oranje deemstering, schoner dan in volle zomer. De wind is naar 't zuidergat verlegd en brengt de luwte in de lucht. Buiten is 't best van nu voort.

Horieneke

Ehemalige jonge Turk Marnix Gijsen verweet Streuvels 'weerberichten' te schrijven. Maar Paul Thiers vindt zijn natuurbeschrijvingen "ronduit spectaculair. Lees eens 'De boom'. Hoe Streuvels bomen beschrijft, pet af." Het Streuvels-virus heeft Thiers al twintig jaar lang in zijn greep. De oogst van nijver speurwerk tijdens beurzen, in antiquariaten en bij particulieren is in een speciaal ingerichte 'Streuvelskamer' opgeslagen. De kamer puilt uit van memorabilia zoals artikels, knipsels, affiches en platen met ingelezen werk, maar het oog zuigt zich spontaan vast aan een indrukwekkende boekenkast - tjokvol, tot aan het plafond toe, en op alle ruggen staat diezelfde naam: Stijn Streuvels. "Mijn verschillende versies van De Vlaschaard alleen al vullen een compleet boekenrek", toont Thiers. Opdrachtboeken voor vrienden, brieven in Streuvels' half sierlijke, half kinderlijke handschrift, Thiers surft van het ene kleinood naar het andere. Het absolute pronkstuk van de collectie? Een stevig exemplaar, in handgeschept papier, van Streuvels' debuutbundel Lenteleven uit 1899, delicaat versierd en gesigneerd door uitgever-drukker Julius De Praetere.

Dubbelexemplaren kan Thiers ruilen met een van de 'ongeveer twintig' collega-Streuvels-verzamelaars. Streuvels' kleindochter Griet Baert is een van hen. De jongste jaren ziet Paul Thiers "een echte boom in de interesse voor Streuvels-antiquariaat. De prijzen swingen de pan uit. Streuvels heeft altijd veel zorg en aandacht besteed aan fraaie druk, mooie letters, kwaliteitsvol kaft. Zijn boeken moesten niet alleen goed zijn, ze moesten er ook goed uitzien."

Veel reizigers die uit het noorden van Vlaanderen, uit Frankrijk of uit het Henegouwse, voor 't eerst de streek van Zuid-Vlaanderen bezoeken en gewend zijn aan 't vlakke land, kijken benieuwd hoe bij 't naderen, de streek hier stilaan begint te golven, maar wanneer ze te Avelgem aankomen, lijkt het een verrassing als ze ten oosten tegen de lucht, 't geen zij meenden een wolkenbank te zijn, ineens de zware donkerblauwe massa zien van de Kluisberg. Zij bevinden zich ineens als ware 't in een vreemd land, in een land waarvan ze 't bestaan niet vermoedden.

Tiegem

Bestaat Streuvelsland nog? De grenzen zijn vaag, maar toch: Streuvelsland is de lap West-Vlaanderen die in het noorden door Kortrijk-stad wordt begrensd en in het zuiden door de Schelde, op de andere oever waarvan Oost-Vlaanderen begint. De oostelijke grens is Wortegem-Petegem bij Oudenaarde, in het westen is er de schreve, de echte grens, met Frankrijk. Jakker de E17 af, neem de uitrit Deerlijk en via het gehucht Belgiek beland je in de nog altijd verstilde wereld van Streuvelsiaanse dorpen.

Van Kortrijk tot Avelgem gaat het via kronkelende weggetjes tussen akkers en weiden. De relatieve densiteit van Mariakapelletjes is vermoedelijk de hoogste ter wereld. In koele kerkjes dringt alleen het gekoer van duiven door de Romaanse muren. De kerkhoven liggen vol Irma's en Zulma's en Leopolds en Gustaafs. Rond de dorpspleintjes suffen cafés met namen als De Harmonie, 't Voske of De Commerce. Waar nu maaidorsers en draakachtige rupsvoertuigen hotsen, kun je je zonder moeite de landarbeiders van Streuvels inbeelden, die zich zwetend over de hooivork bogen of in driehoeksvorm geplooid het vlas plukten. In Avelgem gaat het spoorzoeken makkelijker. Het ijverige middenstandsnest weet de erfenis van Streuvels op mercantiele wijs uit te buiten. Enkele loften worden verkocht onder de naam 'Mira'. Brasserie De Vlaschaard serveert exotische hapjes. In de hoofdstraat torst de gevel van bakkerij Seynaeve - 'Pralines IJs Sandwiches Brood en Banket' - trots een zwarte gedenkplaat voor bakkersgast Stijn Streuvels, die hier van 1887 tot 1905 'leefde, bakte en schreef', in die volgorde. Voorbij de kerk staat het Sint-Jan-Berchmanscollege waarvan leerling Streuvels indertijd verzuchtte: "Over mijn zogenaamde studiejaren - ik heb het al meer gezegd - ben ik niet goed te spreken." Het heeft de schooldirectie niet belet om in de hal een gedenkplaat te posteren: 'Aan Stijn Streuvels, meester van het Vlaams proza, oud-leerling 1883-1886'. Op weg naar Waarmaarde passeer je het geboortehuis van Streuvels' vrouw Alida Staelens, een groot en net boerenerf waar aan het raam de mededeling prijkt: 'Hier verse eieren'.

Even verderop ligt de Waterhoek, het decor voor Streuvels' roman over de kortstondige relatie van de vrijgevochten Mira met de bedeesde ingenieur Maurice Rondeau. Streuvels typeerde Mira als één brok sensualiteit: "In haar verende gang, smijdige draai der leden, in heel haar houding en gebaren, lag iets dat men op de Waterhoek nooit gezien had. Met een blik van haar donkere ogen ontstak zij de gloed der begeerte; een nauw merkbare glimlach van haar samengeknepen lippen trok alles mede in een sfeer van zinnelijke wellust." Marie Vermeeren, die model stond voor Mira, zal later bij haar nichten Anna, Isa en Bertha Van Wambeke uit Kluisbergen luid protest laten horen tegen deze "schandelijk gelogen" beschrijving. Tegen de achtergrond van het liefdesverhaal vertelt Streuvels hoe de anarchistische, bohémienachtige gemeenschap van de Waterhoek vergeefs strijdt tegen de geplande brug over de Schelde.

Aan het begin van de wijk vind je het lichtelijk haveloze sfeertje ook vandaag nog terug. Verderop blijkt het gehucht een reservaat voor rustzoekende rijkelui in de schaduw van de schoorstenen van de elektriciteitscentrale in Ruien. De herinnering aan vroeger wordt levendig gehouden in café De Meerschblomme. De mensen van de streek komen er bijeen om tussen pot en pint het leven te bespreken in een snel, hard dialect dat zweeft tussen Oost- en West-Vlaams. Met wat geluk ontmoet je er nog een opoe die de kinderharten laat verstijven met verhalen over peetie loetie, de kwaadaardige vanger in het koren.

De navel van Streuvels' wereld is Ingooigem, het dorp waar de auteur leefde en werkte tot zijn dood. Aan de kerk rust Streuvels naast zijn echtgenote in een praalgraf van massieve steen. 'Uit die ingetogen stilte is het licht ontstaan - het glorierijke licht', luidt de bombastische boodschap. Lichtvoetiger is de herinnering aan de overzijde van de weg, in de vorm van Café 't Streuvelke. Even buiten het dorp, op een 'onnuttige klijtkop', liet Streuvels in 1904 zijn Lijsternest bouwen. In zijn testament stipuleerde de auteur dat de woning na zijn dood onaangeroerd moest blijven, inboedel en boekencollectie incluis. Zo geschiedde. Sinds 1980 lokt 'Provinciaal Museum Stijn Streuvels Het Lijsternest' jaarlijks elf- tot twaalfduizend bezoekers. In de voormalige keuken geeft een bescheiden maar fijne fototentoonstelling een inkijkje in het familieleven. Ook de kiekjes van Streuvels' talrijke buitenlandse reizen ontbreken niet. In 1935 zit hij sportief schrijlings op de reling van het cruiseschip dat hem naar Palestina brengt, in juni 1954 staat hij onwennig naast een als beer verklede manskerel in het Zwarte Woud.

Het hoogtepunt van de visite is de schrijfkamer annex bibliotheek. Zesduizend boeken staan in slagorde op de houten planken die aan de muren van de U-vormige ruimte vast zijn gemaakt. De benen van de U eindigen in een venster waarachter het panorama zich in volle breedte openvouwt. Het beeld lonkt en wenkt als een blozende boerendochter. Je stapt naar buiten en je staat meteen midden in het glooiende landbouwland. Zomerwind ruist in de bladeren van een populier. Links ligt vlas te drogen, rechts foerageren duiven tussen de droge stoppels van het gemaaide koren. Zwaluwen zitten op telefoondraden. Een boer in blauwe kiel fietst langs gouden gewas. Streuvelsland. Hier is het.

Gelijk een prinsesje wandelt Prutske de dag door in een ingebeeld toverland, van de ene openbaring naar de andere. 's Morgens ontwaakt zij met de lach in de ogen, als een zonnestraal komt zij te voorschijn en begroet welgezind en opgewekt de nieuwe dag alsof het de eerste ware die zij te beleven krijgt.

Prutske

"Ernest Claes heeft me het koosnaampje Prutske bezorgd", herinnert zich Dina Lateur. "Nonkel Nest en tante Stee kwamen vaak op bezoek in Het Lijsternest. Ik had eens kattenkwaad uitgehaald en nonkel Nest zei plagerig: 'Gij zijt toch een prutske!'" Vader Stijn Streuvels heeft Dina verliteratuurd in Prutske en Prutskes Vertelselboek. Sommige anekdotes uit Prutske staan Dina Lateur nog scherp voor de geest: "Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er een Engelse soldaat bij ons ingekwartierd. Op een dag regende het bommen op en rond Het Lijsternest. Ik herinner me dat ik in de armen van de Brit lag, die me sussend toesprak terwijl we door de velden wegrenden."

Dina Lateur is vandaag een kranige dame van 83. Haar gelaatstrekken herinneren aan vader Stijn: een breed maar verfijnd gezicht, onderzoekende ogen. Maar terwijl vader getekend was door een belofte van plotselinge, droeve eenzelvigheid, plooit Dina's gezicht zich herhaaldelijk open in een verraste, stralende lach: "Wat hebben we veel gezelligheid gekend in Het Lijsternest! Vrienden die op bezoek kwamen en bleven logeren: Ernest Claes die 's ochtends zingend van de trap kwam, Herman De Man die vanuit Antwerpen op zijn zware motor aan kwam ronken en zich lachend uit zijn 'berenkostuum' hijste. Zomerse etentjes met vrienden, familiediners waarop vader nog eens zijn kunst van taartenbakker demonstreerde. Of een gewone zondag, als we met zijn allen naar een klassiek concert op de radio luisterden en vader zijn wekelijkse havanna rookte.

"Weet u, bijna iedereen gelooft dat vader een norse, teruggetrokken man was. Daar is niets van aan. Met familie en vrienden was hij een gezellige praatvaar. Waar hij de pest aan had, was aan al die reporters en fans die onaangekondigd op bezoek kwamen. 'Als ik mij daarmee moet bezighouden, krijg ik geen pen meer op papier', zei hij. Op een keer was er een Hollandse reporter aan wie moeder had gezegd dat vader niet thuis was. 'Nou, dan blijf ik wachten tot hij terugkomt!', zei die journalist. Maar vader had zich in de schuur verstopt. Hij durfde er niet meer uit! Ze kwamen hem bekijken als een wild beest in de dierentuin."

De ongenode gasten stoorden Streuvels bij het schrijven en voor een stipte man als hij was dat een horreur van de eerste orde. Stipt? Dina: "O, zéér stipt. Om twaalf uur moest de tafel gedekt zijn en iedereen moest aanzitten. Vader kwam uit zijn kamer en luidde de klok op het dak van het huis. Hij deed dat als een soort service aan de boeren die op het veld werkten, want die hadden geen uurwerk hé. Elke dag had hij hetzelfde werkschema. Hij werkte laat 's avonds. Zeker tot middernacht." Nooit liet Streuvels tegenover zijn gezin iets los over zijn werk. Wel kon hij razend enthousiast zijn over zijn hobby's: "Fietsen! Hij fietste de hele streek rond. Ging tijdens de oorlog kijken naar de gevechten rond Doornik. Hij moest zich verbergen in de gracht. Er schuilt een mislukte oorlogsreporter in vader, zo nieuwsgierig als hij was. Of fotografie! Hij was een van de eersten die een fototoestel bezaten. Kwam er een nieuw model op de markt, dan kocht hij dat meteen. Hij liep langs de velden om foto's te maken, van een landarbeider, een boerenerf, een koe."

Andere vormen van moderne techniek verachtte Streuvels harstgrondig. "Een auto wou hij niet: 'Zo'n ding mag mij thuis brengen en dan doorrijden', zei vader altijd. Televisie, ook zoiets. Joos Florquin wou dolgraag een Ten huize van draaien, maar vader moest niets hebben van 'al die darmen' in zijn huis. Florquin heeft dan maar de hele omgeving gefilmd (lacht). 'Zolang ik leef, komt er geen televisie in huis', zei vader." Het credo sneuvelde met de man: "Het eerste wat moeder op televisie zag, was de begrafenis van vader."

Dat was op 21 augustus 1969. Maar al tien jaar eerder, in de editie van 9 juli 1959, had De Standaard de dood van Streuvels gemeld. Het radionieuws bauwde de primeur na: "Volgens een Vlaams dagblad overleed gisteravond Stijn Streuvels aan de gevolgen van een hartcrisis. Bijzonderheden over de dood van deze grote Vlaamse schrijver ontbreken tot nog toe", zo vernamen de luisteraars bij het ontbijt. Even later galmden de verontschuldigingen: "Zopas ontvingen wij van de heer Paul Lateur de logenstraffing van de dood van zijn vader." Dina: "Ik was met mijn gezin op reis. Mijn broer belde ons in het vakantieoord en vroeg of ik De Standaard daar kon lezen en zo ja, dat ik niet moest schrikken, dat het bericht onwaar was. Vader reageerde flegmatiek. Iedereen die een rouwkaartje had gestuurd, kreeg van hem een persoonlijk antwoord. (lacht) Een van de eersten om een telegram te sturen was Marnix Gijsen vanuit Amerika."

De tijden zijn veranderd; nu is het publiek niet meer tevreden met de voortbrengsels, alleen, van de kunstenaar; het wil de kunstenaar zelf. Omdat er aan 't inwendige, aan 't eigenlijke geesteswerk niets te zien is en men er weinig over vertellen kan - daarom heeft het publiek zijn belang gaan stellen in de nevenzaken, in 't geen er rond het ambacht gebeurt, in de manieren, gewoonten, gebruiken, daden en doening van de kunstenaar.

Hoe men schrijver wordt

Draagt de oude Germaanse eik nog bloesem? Of is hij door houtworm aangetast? Ga naar de videotheek en ontleen de verfilmde meesterwerken De Teleurgang van de Waterhoek of De Vlaschaard: bonkige, koppige figuren ploeteren letterlijk en figuurlijk in zware Vlaamse klei; ruwheid regeert het ondermaanse, volksdevotie het bovenaardse. Sla een stadsgids open en turf de namen die naar Streuvels of zijn werken verwijzen: in Brussel alleen al zijn acht straten en lanen naar hem vernoemd. De stadsbibliotheek van Gent heeft de voorbije vijf jaar 1.036 keer een werk van Streuvels uitgeleend. In de boekhandels gingen De Vlaschaard en Het leven en de dood in de ast van uitgeverij Manteau de jongste drie jaar ongeveer duizend keer over de toonbank. Dertig jaar na zijn dood en honderd jaar na zijn debuut is Stijn Streuvels permanent latent aanwezig. Dit najaar verschijnt Speliers' nieuwe boek, ongeveer gelijktijdig komt een teksteditie met cd-rom van De Teleurgang van de Waterhoek op de markt en plant het Stijn Streuvelsgenootschap een nieuw symposium. Voldoende ingrediënten voor een opstoot van Streuvels-mania?

Hedwig Speliers: "Als mens blijft Streuvels ongemeen boeiend. Zijn ideologische worsteling, zijn contramine, zijn Jekyll-en-Hyde-persoonlijkheid maken hem fascinerend. Als schrijver is hij vooral een spoortrekker geweest. Er is altijd iets van zijn regionalisme in de Vlaamse letteren blijven hangen. Kijk naar Claus, kijk naar Lanoye."

Piet Thomas: "Streuvels beheerst meesterlijk het spel van 'tonen en verbergen'. 'Tonen en verbergen' heeft in zijn werk een narratieve betekenis. Zijn natuurbeschrijvingen bijvoorbeeld staan altijd ten dienste van de plot en de sfeer van het verhaal. De afwisseling van beschrijving en suggestie, dat is zijn sterkte. En dat maakt hem een moderne schrijver, die ook vandaag nog leesbaar is. Ik besef wel dat zo'n wat ingewikkelde theorie er minder vlot in gaat dan smeuïge verhalen over zogenaamde collaboratie (lacht). Op die manier doet Speliers waarschijnlijk méér om Streuvels actueel te maken dan ik."

Paul Thiers: "Als je Streuvels in kleine doses leest en goede uitleg geeft, dan kan hij jonge mensen nog altijd boeien. Daar ben ik van overtuigd. Literatuur vandaag is zo expliciet. Streuvels weet de fantasie te prikkelen, hij daagt het inbeeldingsvermogen uit."

Dina 'Prutske' Lateur: "Ik wil niemand beïnvloeden (lacht). Ik denk dat je een zekere rijpheid moet hebben om vaders boeken te waarderen. Als je ziet uit welk aanbod jonge mensen vandaag kunnen plukken, dan ligt het niet voor de hand dat ze zich op boeken over boeren en het weer gaan storten, hé."

Stijn Streuvels, in Ingooigem: "De periode van romans en novellen voortbrengen is voorbij - anderen doen het nu beter; men voelt zich van die soort uitgepraat en het loont de moeite niet er zich nog voor in te spannen up-to-date te zijn. Elk zijn beurt."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234