Donderdag 24/10/2019

De schaduw van het sas

aar vintje toch. Ge zoekt de sasmeester? Awel, recht voor u, in de betong van de brug. Stop maar met zoeken. Dáár zit-ie.” Voor de KAV (Kristelijke Arbeidersvrouwen) van Roeselare is het duidelijk. Althans voor sommigen: Marcel Coopman, de voormalige sasmeester van Kachtem, is ingemetseld in de brug die de E403 overspant. Daar en nergens anders. “En wil je ook weten wie hem daar heeft gestoken? Polleke Maes, de timmerman uit Menen. Dat is de moordenaar. Er was miserie tussen die twee, voor een vrouw, een liefdesaffaire, of zoiets. Altijd hetzelfde. Allez, van horen zeggen hé.”

Kachtem, een gat in West-Vlaanderen, kan nog altijd niet goed slapen. De kleine buur van Izegem wordt ’s nachts wakker. Met de ogen wijd opengesperd, turend naar het plafond. Waar in godsnaam is Marcel Coopman?

‘Is Marcel nog niet thuis?’

De feiten: Op 5 maart 1974 maakt sasmeester Coopman zich ’s morgens op voor een dagje klussen in het atelier van Leopold Maes, een oude buur met een schrijnwerkerij in Menen. Uit noodzaak, om wat bij te verdienen, maar evengoed uit plezier. Coopman en Maes kunnen het best met elkaar vinden. Die laatste pikt de eerste ’s morgens vroeg op, met de auto, rond 8u30. ’s Avonds, rond 19u30, klopt Maes aan bij Maria Popova, de vrouw van Coopman, een in de Tweede Wereldoorlog uit Stalingrad gevluchte Russin. “Is Marcel nog niet thuis?”

Popova heeft pap klaargemaakt voor haar man, maar het is Pol Maes die er zijn lippen aan zet: “Hij is om 14u30 uit het atelier vertrokken, om wat boodschappen te doen. ‘Als ik tegen 18u niet terug ben in het atelier, moet je niet op mij wachten’, zei hij.”

Daags nadien, in de vroege ochtend, rent Popova de sasbrug over richting Het Schippershof, een volkscafé aan de andere kant van het water. “Maria was compleet over haar toeren”, vertelt Roger, toenmalig cafébaas en vriend van het gezin Coopman. “‘Marcel is nog altijd niet thuis! Wat moet ik nu doen?’ Ze was verward, Maria, wist niet wat te doen.” Op aanraden van Roger trekt de vrouw naar de politie van Rumbeke om de verdwijning van haar man aan te geven.

Tot zover de waarheid; wat volgt is speculatie en fantasie. Na die bewuste 5de maart is Kachtem Kachtem niet meer. Het dorp staat stil, de tongen komen los. Ook nu nog houdt de plotse verdwijning ex-buur Roger in de ban. Marcel was een buur, maar ook een vriend. Beiden bewakers van het sas. De één aan het stuur, de ander aan de tapkraan.

Vuil, zwart en verward

Marcel Coopman is voor het laatst gezien in het gezelschap van één man: vriend/ex-buur/schrijnwerker Leopold Maes. Een man met een fysieke handicap. Zijn ene been is veel langer dan het andere. Hij mankt, hij wankelt. Hij is verdacht. Hij, niemand anders.

Er volgt een onderzoek, maar geen doorbraak. Kachtem zucht, zonder sasmeester. Tot Maria Popova de aandacht vestigt op een kist. Haar man, Marcel, was een paar dagen voordien met een vreemde houten constructie thuisgekomen. In opdracht van Maes bouwde Coopman aan een waterdichte kist. Zijn eigen doodskist?

Roger Van Geenberghe was net als Coopman één van de klusjesmannen bij Maes in Menen. “Om de zoveel tijd ging ik er langs, om hout te stapelen. In het atelier zag ik de constructie staan. Vreemd ja, maar soit, daar sta je niet bij stil.”

De politie van Rumbeke twijfelt niet en arresteert Leopold - Polleke - Maes op verdenking van moord: “Die kist is voor een klant in Antwerpen. Het is een afvalkoker”, is zijn eerste reactie. Onderzoek leert dat naam en adres van de begunstigde fictief zijn. Maes zit in vieze papieren, maar ontkent iedere betrokkenheid. Kachtem raakt nerveus.

Wekenlang hult Maes zich in stilzwijgen. Ook de politie raakt nu nerveus en schakelt een versnelling hoger. Buren worden ondervraagd, de straten uitgekamd. Getuigen hebben het over “hevige rookontwikkeling midden de nacht”, of “een haast ondraaglijke stank in en rond het atelier”. Een buurvrouw wil er nu aan de telefoon nog eens over praten. Anoniem, “of ik doe u een proces aan.” Ook zij blijft met vraagtekens zitten, al lijkt in haar koker een deel van de waarheid te schuilen. Lijkt. “Ik zag in die bewuste namiddag drie mensen binnengaan in het atelier: Maes, de moeder van Maes en Coopman. Een paar uur later zag ik alleen de moeder buitenkomen, wat later gevolgd door haar zoon. Vuil, zwart, verward. Dát heb ik gezien. Met mijn eigen ogen. Ik weet niet of hij in de brug zit, Coopman, ik weet alleen dat hij niet meer buitenkwam uit het atelier. En laat mij nu gerust.”

Er is iets gebeurd tussen de zagen en spijkers van Maes, maar wat? En die brug?

Zeven bekentenissen

Op 23 juli verklaart hoofdverdachte Leopold Maes aan de politie: “Ge dwingt me om iets te zeggen en ik kan of mag het niet zeggen. Hoe dan ook zal ik toch 20 jaar in de gevangenis moeten zitten. Maar aan de andere kant. Als ze me vrijlaten slaan ze me binnen de drie maanden dood. Diegene die me zal doodslaan zal dezelfde zijn als hij die Coopman heeft doodgeslagen. Dan zult ge tenminste weten wie de dader is van de moord op Coopman.”

Consternatie. Afgaande op de plotse woorden van Maes is Coopman dood. Waarna Maes opnieuw het slot op de lippen zet. Vier maanden lang. Wanneer hij in november dan plots verklaart dat de kist niet bedoeld was als afvaltrechter, maar wel voor drugssmokkel, wordt de zaak uit handen van de Gerechtelijke Politie gehaald en komt de BOB op het voorplan. De interne machtsstrijd tussen de ordediensten is haast tastbaar. De zaak-Maes komt in een stroomversnelling. Tussen 14 december en 11 januari legt Maes zeven (7!) verschillende bekentenissen af.

1. Marcel is door de zolder gezakt. Omdat hij niet verzekerd was en Maes schrik had om in de problemen te komen, heeft hij Coopman verbrand in een ton op de binnenkoer. Probleem: het lijk brandde niet goed. Waarna een jutezak, twee zware stenen en het kanaal Kortrijk-Bossuit het probleem oplosten. Het kanaal wordt meteen gedregd. Zonder resultaat. Maanden voordien was er een ton in het kanaal gevonden met dierlijke of menselijke vetten in. Het is niet mogelijk om de vetten te linken aan de zaak-Maes.

2. Een balk Cambodjahout is van de zolder naar beneden getuimeld. Recht op Marcel. Zelfde verhaal: verbrand en gedumpt in het kanaal.

3. Maria Popova wilde een levensverzekering innen door haar man uit de weg te ruimen. Vandaar de kist. Die was gemaakt op haar vraag. Coopman werd met een list de kist in gelokt. Popova wordt meteen gearresteerd. Speurders vermoeden een liefdesaffaire tussen Popova en Maes. En duikt ook een brief op, opgesteld in het Russisch: “Maria, mijn duifje”. Bij gebrek aan bewijs mag Popova snel beschikken.

4. De vorige versie wordt behouden, al zegt Maes nu bijstand gekregen te hebben van een man uit Antwerpen die Popova kende.

5. Maes wilde het gezin Coopman bevrijden van tiran Marcel. Hij slaat de man hard op het hoofd met een tafelpoot en gooit hem in de kist: “Ik kon Maria niet meer zien lijden. Ik wou ze gelukkig zien.”

6. Coopman had de kist nodig voor een drugssmokkel. Hij is vertrokken met een Citroën, een camionette. Voor het eerst leeft Coopman nog in de bekentenissen van Maes.

7. Marcel is vermoord door zijn halfbroer, voor een erfeniskwestie.

Geen woord over een brug.

Zeven onwaarschijnlijke bekentenissen die niet alleen de credibiliteit van Maes aantasten, maar tegelijk ook het publieke debat ophitsen. Maes wordt een bekende Vlaming, Kachtem een bekend dorp. Iedereen wil weten waar de sasmeester is. Het gezin Coopman kraakt. De drukpersen doen overuren. En Maes zelf? Die heeft de regie van zijn eigen docusoap stevig in handen. Hij slikt álle zeven bekentenissen in.

Het proces

Bernard Verhamme, raadsman van Maria Popova, blikt terug. Hij, een toen nog jonge advocaat, in één van ’s lands meest beklijvende assisenprocessen: “Ongezien. Werkelijk ongezien. Als beginnend advocaat keek ik mijn ogen uit. Spektakel alom. Niet alleen door de spelletjes van Maes, ook de rivaliteit tussen de Gerechtelijke Politie en de BOB. Du jamais vu. Sommigen zijn het voorbeeld van Maes gevolgd, later dan: bekennen, en gewoon ontkennen. Met de voeten spelen. Daarbij gesteund door de pers nota bene. Een journalist had voordien een uitgebreide artikelenreeks geschreven over het proces. Allemaal pro Maes. Het proces was al gemaakt nog voor het moest beginnen.”

Op 25 oktober 1976 staan de cameralenzen scherp en zijn de pennen geslepen voor hét assisenproces van het jaar. Plaats: Brugge. Verdachte: Leopold Maes. Bewijs: geen.

Achttien dagen lang behoudt Maes in Brugge zijn laserscherpe focus. Hij kraakt noch breekt. Lacht noch huilt. Tot het vonnis valt, in een tot de nok gevulde zaal: Leopold Maes wordt volledig vrijgesproken voor de moord op Marcel Coopman.

Advocaat Verhamme: “Er weerklonk applaus in de zaal. Maes werd op handen naar buiten gedragen, letterlijk. Opvallend: na de bekendmaking keek hij niet naar zijn advocaat. Neen, hij richtte zich tot de journalist. Die euforie, die triomf. Maria Popova stortte ineen. Ik leidde haar weg. Buiten het zicht van de camera’s huilde ze onophoudelijk. De hoofdverdachte was door de jury vrijgesproken. Haar man was weg. Haar leven bestond voortaan uit onzekerheid. En Maes? Die was op de radio te horen. Hij werd geïnterviewd. Hij genoot ervan. Pas op, ik schik mij naar de mening van de jury. Er was geen lijk. Maes is vrijgesproken. Punt. Ongewoon was die vrijspraak ook niet hé. Stel u maar eens voor als jurylid dat je iemand veroordeelt en die komt plots de zaal binnengewandeld. Ja maar, dat kon hé. De zaak-Maes was pas de tweede keer in de geschiedenis dat er een proces was wegens doodslag, zonder dat er een lijk was gevonden. Straf, hoe er in zo’n zware zaak gewoon géén sporen werden gevonden. De dader heeft zijn werk goed gedaan.”

‘Ingemetseld? Nonsens.’

Na de vrijspraak deint de achterklap verder uit. De driehoek Maes-Coopman-Popova is onderwerp van discussie. Zéker na de dood van Polleke Maes in ’90, kanker op zijn 69ste. Dán pas komt het brugverhaal pas echt op het voorplan. “Coopman zit in de sasbrug”, wordt aanvankelijk gefluisterd. “In de brug over het water.” Later richt de volksmond het vizier op die andere brug, die over de E403, een brug waar zelfs een dochter van Coopman als secretaresse aan meewerkte. Kachtem raakt maar niet bevrijd. Jong en oud, bekend en onbekend, iedereen wil het mysterie onthullen. Komaf maken met die kwelgeest. Akkoord, het bekt zo lekker, het verhaal van de brug, maar het is tegelijk ook ernst. Een urban legend gebaseerd op een verdwijning. Coopman is nog altijd niet gevonden. De brug overschaduwt het ganse gemeente.

Cafébaas Roger, de vroegere buur van het gezin Coopman: “Dat klopt gewoon niet, dat brugverhaal. Dat ding, de sasbrug, stond er al, voor de verdwijning van Coopman. In die andere brug, die over de E403, daar kan hij in zitten ja. Maar dat geloof je toch zelf niet? Ingemetseld, nonsens. Ik ben het 100 procent zeker. Neen, Coopman zit niet in de brug. Je denkt toch niet dat zijn eigen dochter zou meegewerkt hebben aan het graf van haar vader? Ik heb mijn vermoedens waar hij wél is, maar ik zwijg. We zien hem nooit meer terug. Nooit. Alle protagonisten van toen zijn dood, allemaal. Niemand zal het u nog vertellen. Ook ik niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234