Woensdag 20/01/2021

Verkiezingen Congo

“De schaarste in Congo is een recept voor onrust”

Aanhangers van oppositiekandidaat Martin Fayulu demonstreren in Kinshasa.Beeld AFP

De Democratische Republiek Congo wacht in spanning op de uitgestelde presidentsverkiezingen nu zondag. Joseph Kabila is geen kandidaat meer, maar schuift een stroman naar voor. De weinige Belgen die er nog met de Congolese bevolking samenwerken, blikken ongerust vooruit. “De Europese partners zijn vervangen door Chinezen, die zich niets aantrekken van mensenrechten.”

Erik Kennes, academisch consultant, Lubumbashi: ‘Het regime trok alle macht naar zich toe’

“Mijn collega’s wilden de verkiezingen observeren maar kregen geen toelating”, zegt Erik Kennes (58) vanuit Lubumbashi, de hoofdstad van de provincie Katanga. 

Werkzaam voor de vredes-ngo Carter Center, gesticht door oud-VS-president Jimmy Carter (1977-1981), brengt Kennes daar vandaag de moeilijke verhouding tussen de mijnsector en de lokale bevolking in kaart. Omdat het grootste deel van mijnwinsten afgeroomd wordt door de elite rond uittredend president Joseph Kabila worden de onderzoeken van het centrum tegengewerkt. “We brachten een kritisch rapport uit over staatsmijnbedrijf Gécamines. Daar waren ze niet opgezet mee. De overheid voert nu een offensief tegen ons. Men dreigde al dat ze ons gaan buitengooien”, zegt Kennes, die al sinds 2009 in Congo woont en werkt, eerst voor de VN-vredesmissie Monusco.

Vooral lokale medewerkers wordt het leven zuur gemaakt. “Twee Congolezen die op weg waren naar een van onze vergaderingen werden gearresteerd. Men wilde duidelijk een signaal geven. Eenzelfde probleem hebben Congolese mensenrechtenorganisaties, zoals La Lucha.”

Velen verwachten dat Joseph Kabila, die zichzelf niet mag opvolgen, zijn kandidaat Emmanuel Shadary de verkiezingen zal laten winnen. “Kabila heeft overal vertrouwelingen benoemd”, zegt Kennes. “Hij is bereid tot alles.” Geweld tegen de, verdeelde, oppositie werd in de campagne niet geschuwd.

Militairen en agenten zijn in Congo nog steeds geen garantie op veiligheid, wel integendeel. “Een tijdje geleden werden mensen hier ’s nachts dikwijls thuis overvallen door mannen in uniform. Ik ken zelf iemand die vanaf de nek verlamd is sinds hij in elkaar werd geslagen. Speciale eenheden kalmeerden de situatie recent maar de controle op de bevolking is tegelijk vergroot. Het regime heeft eigenlijk sinds drie jaar alle macht naar zich toe getrokken.”

Kennes is bezorgd over de onzekere toekomst. “De VN-vredesmissie trekt zich in principe in 2020 terug uit Congo. Hier in Lubumbashi is hun aanwezigheid al fel ingeperkt. Onze ervaring leert dat hoe minder buitenlandse waarnemers er zijn, hoe sterker de greep van de elite wordt. Zij monopoliseren alle contracten en zijn de enige die goed leven. Er zijn weinig kansen voor zelfstandige Congolezen om zich te ontwikkelen. Behalve de mijnensector ligt de rest van de economie plat. Er wordt ook niet meer geïnvesteerd in onderwijs, waardoor de kwaliteit ervan dramatisch is gezakt. De gewone Congolees moet overleven. We hebben er hier ook net alweer vier dagen op zitten zonder elektriciteit.”

Walter Couttenier, landbouwondernemer in Fungurume: ‘Sommige mensen eten hier slechts één dag op twee’

“Mijn grootste bezorgdheid is de huidige schaarste van gewassen, die de voedselprijs de hoogte instuwt – een potentieel recept voor onrust”, zegt  Walter Couttenier (54) bezorgd.

De landbouwondernemer uit Fungurume, in het hart van Katanga, is meer Congolees dan Belg. Zijn familie woont er sinds 1947. Ondernemen is voor hem een dagelijkse dans op het slappe koord, ervaart hij al sinds de opeenvolgende regime’s van Mobutu Sese Seko, Laurent-Désiré Kabila, zijn zoon Joseph en binnenkort diens opvolger. Zelf vond hij een evenwicht door zich met zijn 108 werknemers te concentreren op de lokale markt. 

“Het grootste probleem in Katanga is dat alle aandacht gaat naar de mijnen, maar er structureel te weinig landbouwgewassen worden geteeld. Lange tijd werd zelfs gekozen om maïsmeel – basisvoedel – te importeren uit buurland Zambia. Nu die subsidies onder druk van het IMF gestopt zijn, en de grenshandel ophield, is de prijs voor een ton maïsmeel door de schaarste hier in een maand tijd gestegen van 270 naar 1.000 dollar”.

Om alle monden te voeden heeft Katanga jaarlijks nood aan 2 miljoen ton maïsmeel, “maar met alle Katangese landbouwbedrijven en kleine boeren samen zitten we nu maar aan zo’n 200.000 ton”, zegt Couttenier bezorgd.

Steeds meer mensen leven al in voedselonveiligheid, waarschuwt hij. “Men begint maaltijden over te slaan. Sommige mensen eten hier slechts één dag op twee want een zak maïsmeel kost nu 18 dollar, en dat terwijl de meeste mensen overleven met minder dan 2 dollar per dag.”

Nog een dwingend probleem: het chaotische belastingstelsel. “Met mijn bedrijf werk ik in alle transparantie, ik geef netjes onze inkomsten aan bij de Congolese staat en betaal belastingen. Tegelijk zijn er hier anderen die drie miljoen euro omzet draaien en maar een tiende aangeven. Nogal wat actoren sjoemelen. Soms is dit een roofeconomie. Dan moeten we concurreren met schurken, onder meer uit India, die geen cent belasting betalen. De atmosfeer voor zaken is dus slecht, al is onder president Joseph Kabila de wegeninfrastructuur verbeterd.”

Veiligheid is voor Katangese ondernemers relatief. “Meerdere jaren kenden we hier onveiligheid door conflicten met een lokale chef, met wie er recentelijk een vergelijk werd getroffen. Toch ben ik elke dag ongerust, want je blijft afhankelijk van het humeur van enkelingen.”

Couttenier vindt dat de Europese Unie te veel de andere kant is gaan opkijken. “De EU heeft Afrika eigenlijk verlaten, ook al waren we altijd partners. Vandaag hebben we het gevoel dat Europeanen vervangen zijn door Chinezen, die zich niets aantrekken van mensenrechten.”

Of de verkiezingen zondag veel zullen veranderen, betwijfelt hij. “Het is niet omdat het hoofd van het land verandert dat het systeem wijzigt. De mensen liggen hier wakker van de zoektocht naar voedsel. Dat moet een prioriteit worden voor Kinshasa, of het zal hier slecht gaan.”

Emmanuel Lampaert, landcoördinator bij Artsen zonder Grenzen, Kinshasa en Goma: ‘De meeste Congolezen sterven aan te voorkomen ziektes’

“Er is in Congo een groot probleem met ebola, wat er door alle quarantainemaatregelen heel spectaculair uitziet,” zegt Emmanuel Lampaert (39), “maar terwijl iedereen in Europa enkel daar naar kijkt, sterven vele duizenden Congolezen, onder wie ook kinderen, aan te voorkomen ziektes zoals malaria, mazelen en cholera.”

Als we Lampaert bellen is de operationeel coördinator van AzG in Kinshasa op weg naar Goma, in het oosten. De verkiezingen daar worden niet alleen bedreigd door geweld maar ook door de zeer besmettelijke ebola-epidemie. In de provincies Noord-Kivu en Ituri vielen al meer dan 300 doden door de ziekte die inwendige bloedingen veroorzaakt. Al is dat lang niet de enige sluipmoordenaar, waarschuwt Lampaert vanuit de ervaring die hij opdeed door er van 2005 tot 2014 permanent te wonen (nu pendelt hij voortdurend van en naar Brussel).

“De grootste ‘killer’ is eigenlijk malaria, vooral bij de jeugd, door gebrek aan preventie, geneesmiddelen en door de bevolkingsexplosie”, vertelt hij. Van de 83 miljoen, hoofdzakelijk arme, inwoners is een meerderheid jonger dan 15. Kinderen bezwijken makkelijker omdat hun weerstand zwakker is.

“Het basisprobleem in Congo is natuurlijk dat er te weinig hospitalen en medische diensten zijn, zoals vaccinatie, om te kunnen spreken van een volksgezondheidssysteem”, zucht hij. “In veel afgelegen gebieden zijn er zelfs geen essentiële geneesmiddelen meer. Veertig procent van de zorg wordt ook betaald door Congolezen die eerst cash op tafel moeten leggen voor ze behandeld worden.”

Nog altijd te veel Congolese vrouwen en baby’s sterven intussen aan gyneacologische complicaties bij de geboorte, die in gelijk welk normaal uitgerust ziekenhuis behandeld zouden kunnen worden. 

Een prioritaire uitdaging is om het geld uit het, reeds beperkte, zorgbudget van de overheid ook juist te laten terechtkomen. Lampaert: “Van wat uit de schatkist vertrekt, komt minder dan de helft bij de patiënt terecht.”

Het geweld in Congo zorgt op zijn beurt voor specifieke problemen, zoals de medische en psychologische behandeling van slachtoffers van seksueel geweld. “Alleen al in de Kasaï-provincie behandelen we nu 200 tot 250 slachtoffers per maand.”

Behandelingen worden bemoeilijkt omdat ook de zorgverleners zelf doelwitten zijn. Bij AzG zijn dat vooral lokale Congolezen, die acht op de tien van hun personeelsleden uitmaken. “Alleen al vorige week werden onze collega’s in Zuid-Kivu vier keer het slachtoffer van incidenten. Er zijn overvallen op onze basissen, of op konvooien van wagens – zelfs als ze patiënten vervoeren. We proberen zoveel mogelijk de risico’s te beperken maar herleiden naar nul kan hier niet.”

Lampaert zegt te hopen dat alle Congolese politici zich een waardevraag stellen. “Hoe schat men de waarde in van de gemeenschap? Door de jonge bevolking heeft dit land een enorm potentieel. Congo is een slapende olifant die zich moet rechten, al moet men dan wel kunnen leven in plaats van nu te overleven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234