Zaterdag 31/07/2021

Analyse

De schaar in het artsenloon: zal minister Vandenbroucke slagen waar zijn voorgangers faalden?

null Beeld Levi Jacobs
Beeld Levi Jacobs

Onze ziekenhuizen zitten diep in de rode cijfers, niet alleen door corona maar ook door een scheefgegroeid financieringssysteem. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) wil aan de boom schudden en kijkt daarbij nadrukkelijk naar de artsenlonen. Zal hij slagen waar voorgangers faalden?

“Och ja. Het staat in het regeerakkoord”, was het lichtjes onderkoelde antwoord van dokter Marc Moens, voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS). Hij kreeg vorige week in het VRT-programma Terzake de vraag wat hij van de plannen van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) vindt. Die had net uit de doeken gedaan dat hij werk wil maken van de ziekenhuisfinanciering en daarbij ook de rol van de dokterslonen daarin wil herzien. De koele reactie van dokter Moens, nochtans al vele jaren zowat de felste tegenstander van dit soort hervormingen, was veelzeggend. Alsof hij wou zeggen: ‘Hier gaan we weer’.

Begrijpelijk. Want de intenties om de ziekenhuisfinanciering en de dokterslonen te hervormen mogen dan in het huidige regeerakkoord staan, daar stonden ze de voorbije twintig jaar ook al te pronken. Er kwam nooit echt iets van in huis. Er zijn nu eenmaal een aantal dossiers in dit land die too hot to handle lijken. Omdat ze te ingewikkeld zijn of te gevoelig of een combinatie van beide, zoals dit dossier dus.

De Morgen publiceerde eind 2018 zelf een onderzoeksproject over de verdiensten van ziekenhuisartsen. In Dossier Dokterslonen, dat bekroond werd met een Belfius Persprijs, werd het complexe kluwen blootgelegd en was voor het eerst zicht op wat een ziekenhuisarts echt verdient. Uit het dossier bleek ook dat er heel grote verschillen waren in verdiensten tussen dokters van verschillende specialismen, wat dan nog eens verschilde van ziekenhuis tot ziekenhuis.

Lees

Minstens één op de zes Vlaamse specialisten verdient meer dan de premier, concludeert De Morgen na maandenlang onderzoek. Lees hier de volledige onderzoeksreeks.

Prioritaire werf

En net deze complexe kwestie ziet minister Vandenbroucke nu als een ‘prioritaire werf’ voor de komende legislatuur. Want het huidige systeem is nu echt wel onhoudbaar, vindt hij. De coronacrisis heeft alle problemen nog eens extra op scherp gezet. Onze ziekenhuizen, waarvan een deel al jaren in de rode cijfers zit, maakten dit jaar al voor meer dan 2 miljard euro verlies. Dat bleek vorige week uit de jaarlijkse doorlichting van de ziekenhuisfinanciering door Belfius.

Corona zorgt namelijk voor een grote meerkost in de ziekenhuizen, maar nog belangrijker: heel wat onderzoeken en operaties moesten uitgesteld worden. En laat ziekenhuizen nu net daar een groot deel van hun centen uit halen.

Om dat te kunnen begrijpen, moeten we even door een nogal technische uitleg: ziekenhuizen krijgen van de overheid een budget dat per definitie te klein is om het ziekenhuis draaiende te houden. Dus vragen ziekenhuizen een bijdrage aan hun artsen. De hoogte van die ‘afdrachten’ is afhankelijk van wat de ziekenhuisarts verdient. En dat is dan weer afhankelijk van het soort prestaties dat hij verricht. Wat hij precies betaald krijgt voor welke medische handeling staat in de zogenaamde nomenclatuurlijst, een lijst met bedragen die afgesproken zijn tussen de artsen en de ziekenfondsen.

Die lijst is op zijn zachtst gezegd wat gedateerd. Het is nog altijd zo dat zogenaamde technische prestaties – denk aan scans of echo’s, een operatie of een patiënt aan een dialysetoestel leggen – een arts meer opbrengt dan een intellectuele prestatie, zoals een gesprek met de patiënt. Waardoor je in de praktijk een behoorlijke scheefgroei krijgt. Artsen die veel consultaties doen, zoals geriaters of psychiaters, verdienen nu vaak een heel pak minder dan artsen die veel technische prestaties doen.

En hoe meer technische prestaties die artsen doen, hoe meer ze ook verdienen en hoe meer afdrachten een ziekenhuis dat het financieel moeilijk heeft, kan vragen aan die artsen. In ruil begonnen artsen meer ereloonsupplementen aan te rekenen, vaak grote bedragen die een ziekenhuisdokter extra mag vragen bij een opname. Waardoor het uiteindelijk de patiënt en de belastingbetaler is die voor de hele grap opdraait.

Minister Frank Vandenbroucke wil tornen aan een heilig huisje in de medische wereld. Beeld BELGA
Minister Frank Vandenbroucke wil tornen aan een heilig huisje in de medische wereld.Beeld BELGA

“Het systeem voedt dus de druk om te presteren en geeft de verkeerde prikkels”, meent Vandenbroucke. En daar wil hij van af. Het is volgens Vandenbroucke vooral dankzij de hoogstaande ethiek van het gros van de artsen, dat niet toegeeft aan die verkeerde prikkels, dat het nog draait. Maar dat het hele systeem en de daarmee onlosmakelijk verbonden dokterslonen herbekeken moeten worden, is voor hem duidelijk. “Het is ook geen toeval dat we een tekort aan bijvoorbeeld kinderpsychiaters hebben hoewel die broodnodig zijn. Het verschil in verloning tussen artsen die met zware technologie werken en artsen die vooral hun tijd in mensen steken, is enorm. Waardoor er voor bepaalde disciplines minder interesse is”, zegt Vandenbroucke, die garandeert dat het debat over de herziening en verschuiving van de artsenlonen nu eindelijk gevoerd zal worden.

Stevige reputatie

De stellige uitspraken van de minister brachten de afgelopen dagen binnen het ziekenhuiswereldje heel wat teweeg. Vandenbroucke is zeker niet de eerste bevoegde minister die aan het begin van de legislatuur zware uitspraken doet over dit dossier. Zijn voorgangers, Rudy Demotte en Laurette Onkelinx (beiden PS) en Maggie De Block (Open Vld) konden aan het einde van hun mandaat alleen maar vaststellen dat het niet gelukt was. Nochtans deed zeker De Block wel een verdienstelijke poging om de hele ziekenhuisfinanciering de 21ste eeuw binnen te loodsen. Toch raakte ook zij finaal niet aan de dokterslonen.

Vandenbroucke heeft wel een reputatie in dit dossier. Hij bond, toen hij tussen 1999 en 2003 minister van Sociale Zaken was, al eens de strijd aan tegen de ‘overconsumptie’ in ziekenhuizen, waarbij artsen en ziekenhuizen zich lieten verleiden tot het uitvoeren van onnodige behandelingen en technische prestaties. Hij slaagde er destijds in enkele aanpassingen door te voeren, maar dat ging gepaard met grote scheldtirades van het artsenkorps. Niet het minst aangevoerd door ‘opperarts’ Marc Moens van het BVAS, dat nogal veel van de grootverdieners onder de specialisten binnen zijn rangen heeft.

Ook nu loopt de dokter niet bepaald warm voor hervormingen. “Goh, er zijn al zoveel onderzoeken gedaan naar hoe het dan wel moet”, zegt dokter Moens. “Telkens bleek het alternatief nog slechter. Neem nu salariëring, alle dokters een vast loon dus. Dat is berekend en zou een pak meer kosten dan nu. Om maar een voorbeeld te geven. Maar wij gaan, zoals altijd, het gesprek aan.”

Wat bezielt Vandenbroucke nu om nog eens diezelfde weg op te gaan? En maakt hij wel een kans? Ja, zegt Donald Claeys, secretaris-generaal van het Verbond der Belgische beroepsverenigingen van artsenspecialisten (VBS). “De minister heeft gelijk als hij zegt dat een groot deel van het artsenkorps mee is in dit verhaal. Er waait wel degelijk een andere wind nu.”

Koerswijziging

Zelf is hij daar zowat het levende bewijs van. Het VBS, dat 32 verenigingen van specialisten groepeert, werd 27 jaar lang geleid door Marc Moens zelve, die dat combineerde met zijn rol binnen het BVAS. Met de verkiezing van Claeys tot secretaris-generaal in 2019 kwam er bij het VBS een koerswijziging. In de persmededeling destijds luidde het dat het VBS geen syndicale organisatie is, maar eerder een denktank wil zijn voor de toekomst. ‘Tegen elke vorm van verandering zijn, betekent stagneren’, klonk het.

Claeys wil zich dan ook constructief opstellen, al is dat als grote baas van een verbond waar zowel groot- als kleinverdieners in zitten soms op eieren lopen. “Er is volgens mij een meerderheid van de artsen die meegaat in het verhaal en de erelonen van artsen zuiver wil maken”, zegt Claeys. “We zitten niet meer in het klimaat van twintig jaar geleden, toen Frank Vandenbroucke veel tegenkanting kreeg. Volksgezondheid is altijd maar duurder geworden, de kosten om een ziekenhuis te exploiteren stegen voortdurend. Je merkt dat vooral de jongere generaties artsen het niet logisch vinden dat een behoorlijk stuk van de technologie die nodig is in een ziekenhuis betaald wordt via de erelonen van artsen. Het is veel logischer om naar netto-erelonen voor artsen te gaan en dat de overheid de werkelijke kosten van een ziekenhuis betaalt.”

Claeys maakt zich zelfs sterk dat ook de beter verdienende disciplines in die richting denken. “Ik zie bijvoorbeeld veel jonge radiologen die vooral aan radiologie willen doen. De discipline is, door nieuwe technologische mogelijkheden, veel complexer maar ook veel interessanter geworden dan twintig jaar geleden. Die dokters zijn in eerste instantie in de job geïnteresseerd en minder in het doen draaien van de boetiek. De mentaliteit is veranderd. We mogen niet in het verleden blijven leven.”

Er speelt volgens de secretaris-generaal ook nog een andere factor mee deze keer. De coronacrisis, hoe jammer die ook is, is een katalysator geworden van wederzijdse appreciatie. Artsen en overheid raadplegen elkaar, proberen hier samen uit te komen. Dat schept een band. En Frank Vandenbroucke lijkt nog meer dan zijn voorgangers de juiste toon te vinden. Dat hij voortdurend benadrukt dat hij respect heeft voor de ethiek van de meerderheid van de artsen heeft hem veel goodwill opgeleverd.

Systeem stokt

Ook Reinier Hueting, voorzitter van AGSB/Kartel, een artsenvakbond die zowel specialisten als huisartsen vertegenwoordigt, denkt dat een hervorming deze keer weleens kans zou kunnen maken. Zijn vakbond is misschien kleiner en vooral een pak minder luidruchtig dan het BVAS, maar daarom niet minder relevant. “We merken ook dat veel artsen anders zijn beginnen denken en beseffen dat de huidige manier van werken onhoudbaar is”, zegt Hueting. “Door corona heeft een aantal specialisten, die moesten stoppen met hun activiteiten, gemerkt dat het systeem helemaal stokte. Zij hadden geen inkomsten meer, terwijl ze via de afdrachten wel de vaste kosten voor het ziekenhuis dreigden te moeten betalen.”

De federale regering besliste al om 2 miljard euro in de ziekenhuizen te pompen, om net dat deel dat via de dokters moest komen te compenseren. “Maar het heeft een hoop mensen in de ziekenhuizen toch wel aan het denken gezet”, meent Hueting.

Er mogen dan wel meer neuzen dan ooit in dezelfde richting staan, iedereen beseft wel dat een hervorming geen sinecure wordt. Want hoe hervorm je iets wat decennialang scheefgegroeid is en wat, laat ons eerlijk zijn, ook een deel van het artsenkorps liever zo behoudt? Vandenbroucke wil een systeem waarbij de uitrusting, zoals werkingsmiddelen en aankoop van apparatuur en technologie, rechtstreeks gefinancierd wordt aan het ziekenhuis. Daarnaast wil hij de arts correct vergoeden voor diens intellectuele prestatie, de tijd en de verantwoordelijkheid die hij neemt.

‘Where no man has gone before’

En met dat laatste zitten we meteen bij de kern van het hele probleem: om die arts correct te vergoeden, is er een herijking van de nomenclatuurlijst nodig. Wat wil zeggen dat we alle medische handelingen moeten herbekijken om er een correcte ‘prijs’ op te plakken. Iets waar al twintig jaar over gesproken wordt, maar nog nooit iemand zich echt aan durven wagen heeft. Een heiliger huisje dan dat bestaat wellicht niet in de medische wereld. Frank Vandenbroucke zal dus, om het met Star Trek te zeggen, moeten gaan ‘where no man has gone before’.

En hij zou daar weleens de geknipte persoon voor kunnen zijn, meent Reinier Hueting. Want iemand met de ervaring, rijpheid en dossierkennis als Vandenbroucke weet dat daar heel veel bij komt kijken. “Je moet met veel factoren rekening houden”, zegt Hueting. “De lange studietijd voor een arts, het feit dat die daardoor pas laat aan pensioenopbouw kan doen, de extra belasting die hij heeft door wachtdiensten en de specifieke belasting van de discipline. Je moet ook rekening houden met wat wij de niet-factureerbare tijd noemen, tijd die besteed wordt aan overleg met familie of de patiënt zelf. Bij sommige disciplines, zoals bij oncologen, geriaters, pediaters en zeker psychiaters gaat dat over een aanzienlijk deel van de tijd. Maar we zullen dat debat moeten aangaan. En misschien zal deze minister dat ook echt durven. Laat ons hopen dat we nu een paar grote stappen vooruit kunnen zetten.”

Of het deze keer écht zal lukken, is een vraag die onmogelijk te beantwoorden valt. Dat zal de komende jaren nog moeten blijken. Maar het lijkt erop dat de tijdgeest rijper is dan ooit.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234