Zaterdag 15/05/2021

De samoerai van het vlooiencircus

Bij de Pixar Animation Studios zijn behalve de geavanceerdste computers, momenteel ook zo'n 400 werknemers aan de slag. Daar is uiteraard een aantal mensen bij met een hekel aan of zelfs een fobie voor insecten. 'Dat waren inderdaad onze proefkonijnen,' lacht John Lasseter, regisseur van de nieuwe digitale tekenfilm A Bug's Life. 'Bij het ontwerpen van de figuurtjes gingen we steeds bij hen te rade om te zien of die hen niet te veel afschrikten. Dat was onze manier om de bah-factor helemaal uit te schakelen.' Opdracht geslaagd.

Jan Temmerman

Wat A Bug's Life tot zo'n grappig en aangenaam schouwspel maakt, is - behalve de kleurenpracht, de verbluffende animatie, de vloeiende camerabewegingen, de nog maar eens uitstekende stemmenregie, de (net voor een Oscar genomineerde) muziek van Randy Newman en nog zo'n aantal hoogstaande technische kwaliteiten - de verbazingwekkende vindingrijkheid waarmee de insectenwereld tot leven wordt gebracht. Dat kan gaan van een slak die protesteert omdat er zout in haar eten zit, over glimwormen die als schijnwerpers gebruikt worden en sprinkhanen die darts spelen met angels (waar de eigenaars evenwel nog aan vast zitten), tot circuswagens voortgetrokken door duizendpoten, een demonstratie windsurfen op vallende bladeren en ten slotte een vuurwerk van exploderende graszaden. Kortom, big fun!

Wat het gebruikte kleurenpalet betreft was volgens regisseur John Lasseter vooral het zogenaamde translucency-aspect belangrijk. Daarmee bedoelt hij de manier waarop bijvoorbeeld grassprietjes doorschijnend worden als je ze maar van dichtbij genoeg bekijkt, met andere woorden door de ogen van de insecten die ertussen rondkruipen. Omdat de hele film vanuit het gezichtspunt van die minuscule personages verteld en dus getekend zou worden, werd bij Pixar zelfs een zogenaamde bugcam ontwikkeld, een erg kleine videocamera die op het uiteinde van een stok gemonteerd werd en die, bij wijze van spreken in de achtertuin van de studio, door de lokale vegetatie werd bewogen om na te gaan hoe insecten hun eigen, specifieke leefwereld zien. Op die manier krijgen grassprietjes het uitzicht van een bos, kan een vallend blad voor een tijdelijke zonsverduistering zorgen, lijkt een droge rivierbedding even indrukwekkend als de Grand Canyon en bevat één enkele regendruppel een toch wel imposante hoeveelheid water.

Het verhaal van A Bug's Life werd bij elkaar verzonnen door het trio Andrew Stanton, Joe Ranft en John Lasseter. Hun uitgangspunt was het klassieke verhaal van de Griekse fabelschrijver Aesopus over de hardwerkende mier en de flierefluitende sprinkhaan. Daarin heeft een nijvere mierenfamilie gedurende de zomer een voedselvoorraadje aangelegd om de barre winter door te komen, terwijl de krekel alleen maar heeft gedacht aan pleziermaken, en meer bepaald aan musiceren. Uiteindelijk moet de sprinkhaan, met zijn vedel in de hand, voedsel komen bedelen, maar de mieren sturen hem weg met de boodschap dat hij na al zijn gemusiceer tijdens de zomermaanden nu maar de winter al dansend moet zien door te komen. De boodschap van Aesopus was duidelijk: er is een tijd om te werken en een tijd om te spelen.

Voor het verhaal van A Bug's Life werd de fabel evenwel aangepast. Vrij drastisch trouwens. De mierenkolonie blijkt nog steeds even hard te werken, maar dit keer komen de sprinkhanen niet meer bedelen. Neen, onder leiding van de imponerende Hopper (met de dreigende stem van Kevin Spacey) komen ze elk jaar hun deel van de oogst gewoon opeisen. En ze gaan daarbij zeer brutaal en agressief te werk. Kortom, 'life is no picnic for the ants on Ant Island!'

Dit is misschien het geschikte moment om aan regisseur John Lasseter te vragen of hij het niet vervelend vindt dat A Bug's Life aangekondigd wordt als de nieuwe Disney-film, terwijl het hier in feite een productie betreft van de Pixar Animation Studios. Wie de titelrol een beetje aandachtig bekijkt, zal trouwens opmerken dat die begint met de mededeling 'Walt Disney Pictures presents'. De film werd door Disney besteld, gefinancierd en nu wereldwijd in roulatie gebracht, maar het echte werk werd wel degelijk verricht door Pixar. Die studio werd in 1979 opgericht door de visionaire filmmaker George Lucas als de computerafdeling van zijn eigen Lucasfilm-bedrijf. Bedoeling was de filmindustrie te voorzien van de meest geavanceerde computertechnologie. Op die manier leverde Pixar bijvoorbeeld bijdragen aan films zoals Star Trek II: The Wrath of Khan en ook aan Return of the Jedi. In 1986 werd Pixar overgenomen door computertycoon Steve Jobs en uitgebouwd tot een onafhankelijk bedrijf.

De samenwerking met Walt Disney Pictures resulteerde in 1995 in het fenomenale succes van Toy Story, de allereerste integrale CGI-film. Dat staat voor computer generated imagery en betekent dus dat alles werd gerealiseerd met computeranimatie. Die film werd ook gerealiseerd door John Lasseter en die hield er zelfs een Special Achievement Academy Award, een soort technische Oscar, aan over. Toy Story was trouwens ook de eerste tekenfilm waarvan het scenario genomineerd werd in de Best Screenplay-categorie. Momenteel wordt bij Pixar aan Toy Story II gewerkt, die eind dit jaar in de Amerikaanse bioscopen verwacht wordt.

"We zijn erg tevreden over onze samenwerking met Disney," zegt John Lasseter. "Maar na Toy Story hebben we een nieuwe overeenkomst gemaakt, die onder meer impliceert dat de namen van Disney en Pixar op de posters en op het andere artwork op een evenwaardige manier aanwezig zijn. Ik denk dus wel dat het grote publiek stilaan ook de naam van Pixar begint te kennen."

Terug naar A Bug's Life, waar de mieren dus nog maar eens naarstig bezig zijn de oogst binnen te halen. Dit keer loopt er echter iets mis. Net voor de sprinkhanen hun portie komen ophalen, zorgt een accidenteel optreden van de ietwat excentrieke uitvinder-mier Flik, in het scenario omschreven als 'an original thinker', ervoor dat alles door het water wordt weggespoeld. Hopper is woedend en stelt een ultimatum. De mieren slaan in paniek, want ze vrezen de vooropgestelde deadline onmogelijk te kunnen halen. Flik beseft dat hij iets goed te maken heeft en trekt daarom de wijde wereld in, op zoek naar hulp.

Hier begint A Bug's Life, dat inmiddels al mijlenver verwijderd is van zijn Aesopus-origine, toch wel heel sterk te lijken op De zeven samoerai, het magistrale epos van de Japanse grootmeester Akira Kurosawa uit 1954. Daarin werd verteld hoe de zeven samoerai uit de titel een boerendorp helpen zich te verdedigen tegen de stelselmatige plunderingen van een zwervende bandietenbende.

John Lasseter heeft geen enkele moeite om toe te geven dat voor A Bug's Life hier en daar leentjebuur werd gespeeld: "Bij Pixar zit het vol filmfanaten en dus ligt het voor de hand dat we door zoiets ook geïnspireerd worden. De scènes waarin die grote vogel in elkaar geknutseld wordt, verwijzen bijvoorbeeld naar de prachtige building of the barn-sequentie uit Witness van Peter Weir. Omdat we van A Bug's Life een epic of miniature proportions wilden maken, hebben we gekozen voor het brede cinemascope-formaat. En dus lag het voor de hand dat we enkele epische films van David Lean, zoals Lawrence of Arabia, nog eens opnieuw bekeken hebben. En voor onze insectenresearch hebben we ook uitgebreid een serie National Geographic-documentaires bekeken en uiteraard ook de Franse film Microcosmos."

Even tussen haakjes: het indrukwekkende cinemascope-formaat werd door Disney voor het eerst gebruikt bij de klassieke tekenfilm The Lady and the Tramp uit 1955 en nadien ook in Sleeping Beauty uit 1959. Nadien werd het breedbeeld-formaat van Super Technirama 70 nog eens gehanteerd voor de tekenfilm The Black Cauldron uit 1985. A Bug's Life is nu de eerste digitale langspeelfilm die het opnieuw in de breedte zoekt.

In A Bug's Life worden de samoerai van Kurosawa vervangen door de niet bijster succesrijke artiesten van een of ander vlooiencircus, dat Flik op zijn zoektocht naar hulp ontmoet heeft. Die circusartiesten denken trouwens in eerste instantie dat ze naar de mierenkolonie worden uitgenodigd voor een optreden en als ze daar aankomen, zijn ze dan ook bijzonder blij dat ze eindelijk nog eens applaus krijgen. Maar dan moet het echte werk dus nog beginnen.

Een van die circusinsecten is Heimlich, een goedlachse rups-clown van Duitse origine die dol is op eten. Joe Ranft, een van de storymen, omschrijft hem als iemand "who wants to live in Oktoberfest all the time". Ook de stem van Heimlich werd geleverd door Joe Ranft. Had regisseur John Lasseter zelf geen zin om... "O, maar ik zit ook in de film," lacht Lasseter voor ik de vraag kan afmaken. "Net zoals Andrew Stanton (de coregisseur en derde 'storyman', JT). Maar we leverden slechts kleinere bijdragen en dus staan onze namen bij de additional voices. Andrew is de mot die mij tevergeefs waarschuwt dat ik uit de buurt van dat licht moet blijven, maar ik gil dat ik het toch 'sóóó beautiful' vind en dus vlieg ik uiteraard tegen de lamp. We zijn ook te horen als de sprinkhanen die zich even te buiten gaan aan het zingen van 'La cucaracha'."

Op het animatiefilmfront wordt momenteel een commerciële en creatieve oorlog uitgevochten tussen Disney/Pixar en DreamWorks, de nieuwe studio waar onder meer Jeffrey Katzenberg, ex-werknemer van de zogenaamde Mouse Factory, de leiding heeft. Behalve uit de concurrentie tussen Mulan en The Prince of Egypt blijkt die strijd dus ook uit de computeranimatie. Bij Pixar was men al lang aan A Bug's Life bezig toen DreamWorks plots aankondigde ook met een mierenfilm uit te willen pakken. Dat werd dus Antz. In eerste instantie was die film gepland voor begin dit jaar, maar Katzenberg dreef het productieritme zodanig op dat de film al vorige herfst (en dus vóór A Bug's Life) in de Amerikaanse zalen in roulatie kwam. Het was met andere woorden de 'battle of the ant-imitators', zoals het vakblad Variety toen kopte.

Bij Disney/Pixar maakte men zich volgens John Lasseter niet al te veel zorgen over het feit dat hun mierenfilm als tweede in de bioscopen zou komen. "We vonden het natuurlijk niet leuk toen we hoorden wat DreamWorks van plan was, maar we hebben meteen beslist ons niet te laten opjagen en gewoon de film te maken die we altijd al wilden maken." Als uitgesproken gezinsfilm zou A Bug's Life hoe dan ook meer kid-oriented zijn dan Antz, dat met zijn more verbally adult-dialogen en de stemmen van onder meer Woody Allen en Sharon Stone eerder op een ouder publiek mikte. Blijkbaar hoefde men zich bij Disney/Pixar inderdaad niet ongerust te maken, want terwijl Antz in elf weken tijd zo'n 86 miljoen dollar binnenhaalde, had A Bug's Life voor datzelfde bedrag slechts vier weken nodig. Daar hoorde uiteraard het openingsweekend van Thanksgiving bij, toen een nieuw kassarecord van zomaar eventjes 46 miljoen dollar werd gehaald.

Wat beide digitale tekenfilms in ieder geval gemeen hebben, is de onderliggende verhaallijn, van een kleine mier die enerzijds erg sterk aan haar individualiteit gehecht is, maar anderzijds alles in het werk stelt om het geluk van de hele mierenkolonie te verzekeren. In The New York Times wordt in dat verband zelfs het werk The Ants van het duo Edward O. Wilson en Bert Hölldobler uit 1990 geciteerd, waarin beide wetenschappers niet zonder enige ironie opmerken: "It would appear that socialism really works under some circumstances. Karl Marx just had the wrong species."

PS: Zoals al eerder gemeld, mag u na het bekijken van A Bug's Life niet te snel de zaal verlaten. De aftiteling bevat namelijk een aantal zogenaamde outtakes. Dergelijke 'mislukte' opnamen worden na een (meestal komische) film wel vaker gebruikt om er de credits overheen te laten rollen, maar hier zijn ze extra grappig omdat die bloopers speciaal bedacht en getekend werden. Want insecten zijn natuurlijk professioneel genoeg om niet midden in een opname in lachen uit te barsten of tegen de camera aan te lopen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234