Donderdag 01/10/2020

'De samenleving lijkt wel een spelprogramma. Te zwak? Eruit'

Hij was nog geen 20 toen hij uit de socialistische partij BSP werd gezet. Vanwege te links. Anders dan zoveel generatiegenoten is stadsonderzoeker Eric Corijn ook uitgesproken links gebleven. Getuige daarvan 'Kan de stad de wereld redden?', een bundeling teksten die verschijnt naar aanleiding van zijn emeritaat, maar die zeker niet als een eindpunt is bedoeld. Daarvoor is Corijn nog veel te bewogen.

Dinsdagavond in het Brusselse Kaaicafé, voor ons zit Eric Corijn content te wezen met Kan de stad de wereld redden?, een vuistdik boek dat een aantal van zijn studenten heeft samengesteld en dat een ruim overzicht biedt van wat de cultuurfilosoof en stadsonderzoeker in vier decennia heeft gedacht en geschreven. "Blijkbaar ben ik toch wel een beetje coherent geweest", zegt Corijn, glimlach op de lippen.

Coherent is hij inderdaad geweest, onder meer in zijn voortdurende afwijzing van wetenschap die pure objectiviteit pretendeert. Corijn gelooft - zoals blijkt uit haast elk stuk dat hij de afgelopen veertig jaar schreef - in ideologieën, manieren van kijken. Zijn eigen linkse ideologie ontstond begin jaren zestig, in volle Vietnamoorlog. "Voor jongere generaties is dat misschien niet makkelijk te begrijpen, maar die schok was geweldig", vertelt Corijn. "Voor het eerst kon je de gevolgen van een oorlog op televisie zien. Vandaag kijken we naar beelden van Syrië om vervolgens ons avondmaal verder op te eten. Aan het begin van de jaren zestig waren we daar nog niet zo getraind in. Ik, en met mij mijn vrienden van het atheneum in Mortsel, vonden die beelden onuitstaanbaar. We wilden iets doen. Acties ondernemen.

"In 1964 ben ik in Gent beginnen te studeren. Aanvankelijk was dat nog een doodse universiteit, maar je voelde wel dat de jeugd begon te radicaliseren. In 1966 is dan de revolte gekomen. Gelieve niet te vergeten dat Leuven Vlaams een antikapitalistische beweging was die, zoals toenmalig studentenleider Paul Goossens zei, 'overigens' ook nog van mening was dat Leuven Vlaams moest zijn." Vietnam en Leuven Vlaams hebben Corijns ideologie gesmeed. Een ideologie die we vandaag graag wegzetten als 'oud links', een aanduiding die in het geval van Corijn verhult dat het die 'oude' ideologie was die van hem een bijna visionaire denker over stad en stedelijkheid zou maken.

De stadsdenker in Corijn werd geboren in de jaren tachtig, toen hij zag hoe er in Antwerpen iets wezenlijk aan het veranderen was. De stad begon te verkleuren, werd diverser, veranderde van identiteit. "Uiteindelijk zou blijken dat het de migranten zijn die onze steden gered hebben", zegt Corijn. "Terwijl velen de stad verlieten voor de rand, bleven zij in de volksbuurten." Corijn vond het een erg boeiende evolutie, maar een groot deel van de Antwerpse bevolking zag dat anders. De zwarte zondagen werden per verkiezing zwarter. Corijn zocht en vond een verklaring in theorieën over stedelijkheid, zijn nieuwe onderzoeksterrein.

Corijn: "Mijn analyse was en is dat het Vlaams Blok een antistedelijke partij was, een partij die zich afzette tegen de effecten van de mondialisering die zich vooral in de steden lieten gevoelen. Die antistedelijke boodschap vond in Vlaanderen een vruchtbare bodem. Dit gewest heeft altijd een antistedelijke, wat etnocentristische mentaliteit gehad. Dat gaf geen grote problemen zolang er een economische boom was, en dus ook een volledige tewerkstelling. Maar eind jaren tachtig was die tewerkstelling er niet meer. De industriële tewerkstelling werd vervangen door een postindustriële, die een betere opleiding vergde. Daarom werd de crisis eerst in de volksbuurten voelbaar, en daarom sloeg het Vlaams Blok in eerste instantie vooral daar aan."

U hebt de opkomst van extreem rechts te vuur en te zwaard bestreden. Zo was u een van de architecten van het cordon sanitaire en stond u mee aan de wieg van de burgerbeweging Charta 91. Hebben die engagementen iets kunnen veranderen aan de Vlaamse mentaliteit?

"Het cordon sanitaire heeft gewerkt, in die zin dat het Vlaams Belang nergens een uitvoerend mandaat heeft gehad en dat kan ik, vanuit ethisch standpunt, alleen maar toejuichen. Charta 91 kon de verdere groei van het Vlaams Blok niet verhinderen, maar je kunt een burgerbeweging natuurlijk moeilijk verantwoordelijk stellen voor de resultaten van verkiezingen. Wat ik vandaag wel als een mislukking zie, is het feit dat we nieuwkomers nog altijd geen plaats hebben kunnen geven in onze samenleving."

Jozef De Witte van het Centrum voor Gelijke Kansen heeft gelijk als hij zegt dat de integratie mislukt is?

"Ja, al moet je er ook bij vertellen dat hij de integratie mislukt noemt omdat onze arbeidsmarkt nog altijd discrimineert, en dat ook het onderwijs tekort heeft geschoten. De Witte stelt de instellingen voor deze mislukking verantwoordelijk, en daarin heeft hij gelijk. De enige maatregelen die er in dat verband genomen zijn, zijn maatregelen die de voorwaarden voor nieuwkomers strenger maken. Zij moeten hun kledij, hun taal en hun geloof aan ons aanpassen. Ondertussen wordt er geen enkele maatregel genomen die hen de toegang tot de arbeidsmarkt vergemakkelijkt. Waarom voeren we geen anonieme sollicitaties in? Waarom doen we dat niet zoals The Voice, met blind auditions, zodat er objectief wordt gekozen, en niet op basis van etniciteit?"

Goede vraag.

"We doen dat niet omdat racisme en uitsluiting nog altijd een realiteit zijn in onze samenleving. Eigenlijk is het vrij eenvoudig. Als er schaarste is, moet je verdelen en dat kun je op twee manieren doen. Ofwel ben je solidair en probeer je iedereen een deel van de koek te geven, ofwel sluit je een bepaalde groep uit en probeer je een argument te vinden waarom die ene groep geen recht heeft op een deel van de koek. Een sterk identiteitsdiscours is goed geschikt om die argumenten aan te reiken, en is ook altijd een uitsluitingsdiscours. Kijk naar de N-VA en haar verhaal over de Vlaamse eigenheid. Die eigenheid wordt in belangrijke mate gedefinieerd door een negatief discours over Walen en Franstaligen, die ook nog eens gelijkgesteld worden met de PS. De N-VA wil de gevolgen van de industriële crisis in Wallonië niet dragen en hoopt zo de Vlaamse concurrentiecapaciteit te verhogen.

"Vaak wordt mij gevraagd of Brussel wel een identiteit heeft. Mijn antwoord is: ja, er is een Brusselse identiteit, maar die is wel zwak. Het is geen nationale identiteit, het gaat om een mengvorm. Mij bevalt dat zeer. Ik hou niet van sterke identiteiten. Die zijn exclusief en beschrijven de ander als niet of moeilijk te integreren. Steden daarentegen leven door de ruil, door de wisselwerking. Ik denk trouwens dat het geen toeval is dat de N-VA nog altijd geen raad weet met een stad die een zo complexe identiteit heeft als Brussel. Ik wacht nog altijd op hun Brussel-standpunt."

Het Vlaams Belang was onfatsoenlijk rechts en mocht niet deelnemen aan het beleid. Vandaag hebben we een rechtse partij die fatsoenlijk is en die wel deelneemt. Vanuit links standpunt kun je je afvragen: wat is het ergste?

"(geërgerd) N-VA is fatsoenlijker, ja. Maar het is wel heel duidelijk een rechtse partij. De gevolgen daarvan kun je goed zien in Antwerpen, waar men vreemde aidspatiënten de toegang tot de gezondsheidszorg koudweg wil ontzeggen. De vraag of de pest erger is dan de cholera, vind ik daarbij volstrekt onbelangrijk. Wat mij bezighoudt is: wie zet daar een verhaal tegenover?"

In uw boek werd een lofzang op Gent opgenomen, een stad die zich uitgesproken links profileert.

"Een lofzang zou ik het niet willen noemen. Het artikel is een analyse van de ombouw van Gent. Het verschil met Antwerpen is opmerkelijk, niet het minst omdat die steden een erg gelijklopend verleden hebben. Het waren allebei travaillistische steden, met een sterke arbeidersbeweging. De vraag is: waarom heeft Gent ervoor gekozen een centrumlinks verhaal te blijven vertellen en koos Antwerpen al onder Patrick Janssens voor een managersaanpak? Ik vermoed dat het te maken heeft met de administratie, die in Gent al 24 jaar geleden, onder paars, werd vernieuwd. In Antwerpen heeft de oude cliëntelistische bureaucratie langer geleefd. Janssens heeft heel duidelijk willen breken met dat verleden. Tegelijk heeft hij de sociale basis losgelaten en zich bewust niet als socialist geprofileerd. Hij steunde alleen op de stedelijke middenklasse. In Gent zijn de burgemeesters Beke en Termont altijd in contact gebleven met de volkse achterban van de sociaaldemocratie."

De polarisering tussen Antwerpen en Gent sluit heel mooi aan bij uw theorie over de steden, en hoe die steeds meer hun eigen verhaal gaan schrijven.

"Zeker. Grosso modo kun je zeggen dat de mondialisering voor twee tegengestelde bewegingen zorgt: aan de ene kant is er een steeds sterker Europa, dat vandaag al vijftig procent van ons dagelijkse leven reguleert. Aan de andere kant zie je een toenemende autonomie van stedelijke gebieden, die gerepresenteerd worden door burgemeesters. Ik ben een nog te verschijnen boek aan het reviewen van Benjamin Barber (Amerikaans politicoloog, schreef eerder de bestseller 'Jihad versus McWorld', JdP). Het heet If Mayors Ruled the World, en gaat precies over die ontwikkeling. Lokale stadsbesturen, burgemeesters, winnen overal aan belang. Het is ook geen toeval dat steeds meer toppolitici er de voorkeur aan geven om burgemeester van een stad te worden. Bewust of onbewust begrijpen ze dat de natiestaat aan twee kanten zijn greep op de werkelijkheid aan het verliezen is."

Opmerkelijke paradox: steden winnen aan belang, maar tegelijk is een partij die zich tegen die stedelijkheid wil verzetten aan de winnende hand.

"Juist. Ga maar na: in alle randgemeenten is de N-VA opgekomen tegen de verstedelijking. Denk aan Brasschaat, waar ze tegen de tram zijn, en denk aan de Brusselse rand, waar N-VA-schepenen tegen de invloed van Brussel strijden. Uiteindelijk zal blijken dat die strijd een achterhoedegevecht is. Lange tijd werden de steden door meer progressieve partijen bestuurd, terwijl de randstad eerder van CD&V was. Vandaag wordt die tweeleding meer en meer doorbroken. De stad zal nog verder uitdijen en de rand zal meer en meer verstedelijken. In Antwerpen zullen er de komende decennia 100.000 mensen bij komen. Die zullen niet in Deurne blijven hangen. Die gaan ook uitzwermen naar pakweg Wijnegem. In Brussel zullen er 200.000 mensen bij komen. Die gaan niet in de 19 gemeenten blijven, maar voor een verstedelijking van Wemmel en Dilbeek zorgen. Je kunt dat proberen tegen te houden, maar op lange termijn zal dat niet lukken. Heel Vlaanderen zal een stedelijk beleid moeten uitwerken."

U gelooft dat de antistedelijke mentaliteit vanzelf zal verdwijnen?

"Moeilijke vraag. Een aantal ontwikkelingen is natuurlijk irreversibel. Mondialisering is irreversibel. Multiculturalisering is irreversibel. Van Brussel kun je geen klassieke Belgische stad meer maken, of je moet een holocaust organiseren. Dat is de werkelijkheid. Een werkelijkheid die betekent dat we onze samenleving daaraan moeten aanpassen. Hoe we dat gaan doen is een politieke vraag. Met de vraag 'Kan de stad de wereld redden?' schuif ik de stedelijke oplossingen naar voren. Maar als ik naar de verkiezingsuitslagen kijk, lijkt een meerderheid van de Vlamingen nog altijd eerder aan randstedelijke oplossingen te denken."

Aan de linkerzijde viel de goede score van de PVDA in Antwerpen op. Hoe verklaart u dat plotse succes?

"Er zijn twee verklaringen voor. Aan de ene kant heeft het te maken met het verdwijnen van hun sektarische discours. Wat de PVDA vandaag vertelt, is ongeveer hetzelfde als wat de BSP vijftig jaar geleden vertelde. De partij oefent ook een aantrekkingskracht uit op mensen uit de arbeidersbewegingen. Velen onder hen zien zich niet meer vertegenwoordigd door CD&V of sp.a."

Zou een linksere sp.a meer stemmen halen?

"Waarom haalt het project van Termont bijna 50 procent, en dat van Janssens maar 28 procent?"

Zou het niet kunnen dat de figuur Termont meer aanslaat dan de figuur Janssens?

"Dit gaat toch niet over psychologie? Termont heeft voor een links project gekozen. Hij is de man die de openingsspeech komt geven voor 700 man bij een congres van de Ronde Tafel van Socialisten. Janssens noemt zich zelfs geen socialist meer."

Noemt u zichzelf nog een trotskist?

"Dat is vandaag geen referentie meer. Ik ben al 35 jaar partijloos. En ik heb in mijn leven veel bijgeleerd. Maaar ik zweer mijn oude uitgangspunten niet af. De analyses van Marx over het kapitalisme blijven inspirerend. En men kan niet blijven beweren dat ons economische model maatschappelijk zeer performant is."

Veel van uw collega's en generatiegenoten zijn in de loop der jaren naar het centrum of de rechterzijde verhuisd.

"Ik denk dat het juister is om van een algemene depolitisering te spreken. Ideologische discussies werden tot voor kort nog nauwelijks gevoerd, het kapitalisme is twee decennia lang amper in vraag gesteld. Vandaag zie jedat wel weer gebeuren. Zelfs rechtse politici als Angela Merkel zeggen dat het casinokapitalisme bijsturing nodig heeft. Je hoort geen enkele politicus nog zeggen dat de vrije markt heilig is. We krijgen dus opnieuw discussie. Wat kunnen we aan de markt overlaten en waar moeten we reguleren? Wat is privé-initiatief en wat een openbare dienst? Zo'n debat is onvermijdelijk een ideologisch debat. We zullen weer moeten gaan praten over maatschappijmodellen."

U moest onlangs met pensioen gaan. Met volle goesting?

"Ik denk dat het geen goed idee is om perfect gezonde professoren te verplichten zich alleen met hun kleinkinderen bezig te houden of om geitenkaas te gaan maken in Frankrijk. Nu, persoonlijk heb ik er niet veel last van. Samen met een aantal collega's van mijn generatie ga ik in het najaar een Brusselse stadsuniversiteit oprichten. Eerst hadden we de Verenigde Emiritaten als werktitel, maar het zal de Brussels Academy worden. Bedoeling is onze kennis over Brussel en stedelijke ontwikkeling te delen met mensen die actief zijn in verenigingen en buurtcomités. Noem het een engagement tegenover de maatschappij, iets wat de universiteiten vandaag trouwens veel te weinig hebben. Het engagement is er tegenwoordig in de eerste plaats tegenover de wetenschappelijke wereld en het bedrijfsleven."

Mist u het maatschappelijke engagement ook bij deze generatie studenten?

"Ik zie nog duidelijk een maatschappelijke bekommernis, maar de ruimte om die te ontwikkelen tot een echt engagement is veel kleiner geworden. De werkdruk is loodzwaar. Je moet onmiddellijk in de ratrace stappen. Produceren of je wordt eruit gegooid. Het is als in de formats van de spelprogramma's van vandaag. Te zwak? Eruit! In al die programma's zitten vandaag jury's of eilandraden die de zwakken eruit zetten, en doorgaan tot alleen de sterksten overblijven. Dat uitsluitingsverhaal zit echt heel diep. Het is het format van de samenleving. De samenleving als een soort opgejaagde voetbalploeg, waarbij je weet dat er altijd iemand op de bank zit die je positie bedreigt. Jongeren die vandaag geëngageerd zijn, worden heel snel met de neus op die feiten gedrukt. Je moet verdomd koppig en vastberaden zijn om in zo'n klimaat nog mee te werken aan een solidaire samenleving."

Eric Corijn, Kan de stad de wereld redden?, VUBpress, 464 p., 29,95 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234