Dinsdag 27/10/2020

De samenleving is maakbaar, zelfs aan de zuidergrens

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen. Zijn bijdrage verschijnt op zaterdag.

Net aangekomen in Malaga. Een paar dagen vakantie, dat is de bedoeling, maar in Spanje zit het verleden je altijd op de hielen. In boeken verpakt weegt het ook nu zwaar door in mijn rugzak.

Malaga maakte deel uit van het moorse koninkrijk van Granada, laatste bolwerk van de moslims in Spanje. In 1492 werd het door de christelijke koningen heroverd. Daarmee kwam een einde aan nagenoeg 800 jaar Arabisch-Berberse kolonisatie. Die begon in 711 toen de Berber Tariq met een leger van 10.000 à 12.000 man, vanuit Ceuta de zee-engte overstak bij de zuilen van Hercules. Zo heetten toen die tegenover elkaar gelegen bergen. Hij doopte de rots op de Europese oever Jabal (berg) Tariq. Gibraltar zeggen we vandaag.

Later staken Noord-Afrikaanse legers geregeld de straat van Gibraltar over. Ze ontscheepten doorgaans in de baai van Algeciras of rond Tarifa. Elke zomer stromen nu ettelijke tienduizenden 'hedendaagse Moren' naar het inmiddels flink geïndustrialiseerde Algeciras. Zij komen vandaag uit het noorden, in zwaar beladen, propvolle auto's, voor de oversteek naar Ceuta en Tanger.

Slechts een vijftiental kilometer grillige zee scheidt Tarifa van Tanger. Op het strand van Tarifa liggen de door de harde golven stukgeslagen vissersbootjes waarmee West-Afrikanen Europa proberen te bereiken. Pittoresk, die kleurige bootjes op de ongerepte, eindeloze stranden. De pijn waarvan zij getuigen, het besef dat vanaf deze stranden menig leger noordwaarts trok, dringen moeilijk tot je door. Zo overweldigend is de schoonheid en de rust van deze Atlantische kust.

In de zomer van 1936, toen Franco vanuit Marokko zijn coup tegen de Spaanse republiek voorbereidde, concentreerde de Spaanse regering hier haar vloot, hopend een invasie te kunnen tegenhouden. Met Hitlers complimenten vormden Duitse Junkers-vliegtuigen een luchtbrug om de troepen van Franco over de straat van Gibraltar te lichten. Daarmee begon de bloedige burgeroorlog. Het kanonnenvlees in de eerste linies van het aangevoerde leger bestond uit moslims. Hen werd verzekerd dat de Spaanse Republiek de islam wou uitroeien.

Na het einde van de burgeroorlog bleef het kalm op deze stranden. De kazernes, gebouwd om de zee-engte te bewaken, werden mettertijd verlaten. Zelfs het toerisme bleef weg; het concentreerde zich westwaarts, aan de stranden van de middellandse zee. De ruwe Atlantische kust werd het paradijs van surfers en hippies.

Trek naar het noorden

Rond de eeuwwisseling werd die rust verstoord. Tussen 2000 en 2004 staken per jaar naar schatting 15.000 à 20.000 illegale immigranten, overwegend West-Afrikanen, de zee-engte over. Vele honderden verdronken daarbij. De wereld werd opgeschrikt door foto's van beduusde badgasten, slechts tientallen meters verwijderd van de lijken onder plastic zeil. De Spanjaarden waren daar niet op voorbereid. De dictatuur van Franco had van Spanje een emigratieland gemaakt. Nu werd het razendsnel een immigratieland. Het in het buitenland geboren deel van de bevolking steeg tussen 1999 en 2009 van minder dan 2 tot 12 procent.

De illegale immigratiestroom volgde voornamelijk drie routes. Via de Spaanse steden Ceuta en Melilla op het Afrikaanse continent, over de straat van Gibraltar en via de Canarische eilanden. Het bewaken van de grens tusen Afrika en Spanje zit in het DNA van het Spaanse beleidsdenken. Met de steun van de Europese Commissie begon de Spaanse regering al snel met het afsnijden van die routes. Door het bouwen van hoge hekken rond Ceuta en Melilla, het ombouwen van de verlaten kazernes tot radarstations en bewakingsposten, het inzetten van helikopters en patrouilleboten en het sluiten van akkoorden met Afrikaanse landen. Op korte tijd werd een van de meest poreuze van alle Europese buitengrenzen de best gecontroleerde.

De bewaking omvat vier elementen: het weghouden van migranten van de omheiningen rond Ceuta en Melilla, het zo snel mogelijk detecteren van migranten, het liefst nog voor ze op de schepen van de mensensmokkelaars stappen, het zoveel mogelijk vernielen van die schepen in de havens en het terugsturen van de onderschepte migranten.

Daarom zijn er in Spanje geen toestanden zoals die in het om hulp roepende en politiek krakende Italië, waar na het recordjaar 2016 dit jaar weer bij de 200.000 immigranten worden verwacht. Meer dan een half miljoen van die mensen zitten klem op het schiereiland. Slechts een klein deel van hen komt in aanmerking voor asiel. Inmiddels bewaakt het Oostenrijkse leger de Alpen-passen en de tunnels. Het succes van Spanje is bovenal te danken aan de intense samenwerking met Marokko, gestoeld op wederzijds respect.

Onze grenzen in Afrika

De Spaans-Marokkaanse grensbewaking is gericht op het in Afrika houden van irreguliere migranten. In Over de grens een recent verschenen bundel over de vluchtelingencrisis, omschrijft Cyrille Fijnaut die aanpak als "voorwaartse grensbewaking". Eigenlijk een toepassing van de Kissinger-doctrine volgens dewelke het verdedigen van de Amerikaanse buitengrenzen ver buiten die grenzen dient te geschieden.

De Spaanse aanpak werd inmiddels Europese doctrine. Het Europese beleidsplan voor de aanpak van illegale immigratie en mensensmokkel verwijst ernaar als het te volgen voorbeeld. Nog weinig mensen verdrinken in de straat van Gibraltar. Het aantal illegale immigranten op de Canarische eilanden daalde van 39.000 in 2006 naar 3.600 in 2010. In Ceuta werden in 2014 2.682 West-Afrikaanse en 3.500 Syrische en Algerijnse vluchtelingen, met kans op asiel, toegelaten. Het beeld is dat van een gecontroleerde toegang en een bedwongen crisis.

Tegen welke prijs? Er is, ten eerste, de onvermijdelijke brutaliteit waarmee de Afrikaanse migranten worden verwijderd van de hekken van Ceuta en Melilla. Verder verplaatst de migratiestroom zich gedeeltelijk naar Libië en Italië. Ten slotte is er het heel reële risico dat mensen die wel in aanmerking komen voor asiel op die manier de toegang tot Europa wordt afgesneden.

De Spaans-Marokkaanse samenwerking toont dat irreguliere immigratie niet onafwendbaar is; dat de samenleving maakbaar is. Geen asiel verlenen aan mensen die daarvoor in aanmerking komen, is echter een al te hoge prijs voor die herwonnen controle. Het is vooralsnog niet duidelijk hoe het asielrecht kan worden gered. Voorwaartse grensbewaking zou moeten inhouden dat Afrikaanse landen een eerste selectie tussen irreguliere migranten en vluchtelingen doorvoeren.

De Spaans-Marokkaanse grensbewaking maakt in elk geval duidelijk dat het debat rond migratie niet langer kan worden versmacht met de bewering dat massamigratie onafwendbaar is. Het is tijd voor echte keuzes en echte verantwoordelijkheid. Hoe helpen we Afrika het best? Door massamigratie toe te laten of kordaat te ontmoedigen? Door mensen te blijven vertellen dat zij hun leven kunnen veranderen door van land te veranderen of door hen doeltreffend te helpen hun land te veranderen?

De enige duurzame oplossing is het verdelen van de vluchtelingen over de Europese landen en het ontwikkelen van een migratiebeleid dat Afrika daadwerkelijk helpt. Zo'n beleid veronderstelt het terugbrengen van de irreguliere migranten naar Afrika, opdat zij daar duidelijk maken dat de grote hoeveelheden geld en tijd die nu naar irreguliere massamigratie gaan, beter worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van hun continent. Van wanhoop naar hoop, van versmachtende liefdadigheid naar bevrijdend beleid, van mensensmokkel naar waardigheid. Het kan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234