Maandag 30/01/2023

De rustige adem van de dingen

Henri Matisse (1869-1954) tekende de wereld zoals die zich aan hem voordeed. Misschien wel tienduizend keer heeft hij het geprobeerd. In Bonn zijn honderd dertig krolse krabbels en kronkels te zien: naakten, bloemen en arabesken - terloopse meesterwerkjes van een van de belangrijkste schilders van deze eeuw.

Eric Min

Matisses lijnen waren zo spontaan en dynamisch, zo bruisend van leven dat het altijd leek alsof ze op het punt stonden met elkaar te botsen. In plaats daarvan eindigden de meesterlijke halen abrupt voor er een fatale ontmoeting kon plaatsvinden, zodat het licht werd doorgelaten en er voldoende ruimte overbleef om te ademen. Zijn hand wist blijkbaar precies waar ze omhoog moest komen van het papier; de lijnen waren op volle snelheid naar elkaar toe getrokken, zodat ze elkaar bijna ontmoetten, maar zonder elkaar te raken." Picasso's levensgezellin Françoise Gilot kon zich de stapel tekeningen goed herinneren die ze in 1946 te zien kreeg in Matisses villa Le Rêve bij Vence. In elke schets had de schilder zijn model opnieuw ontdekt. Matisses lijnen zijn gretig, zinnelijk, vloeiend, aards en aarzelend, vol, suggestief, voorlopig en voor altijd. Spontaan? Niet echt. De meester zelf geeft toe dat hij voor zijn schilderij L'Enlèvement de l'Europe (1929) ongeveer drieduizend voorstudies heeft gemaakt. Aan één ets gaan soms tientallen tekeningen vooraf.

In de winter van 1941, na een zware operatie, leest Matisse 's nachts de liefdesgedichten van Ronsard; hij schrijft aan een vriend dat hij "maar eens een Matisse gaat maken". Zo ontstaan meer dan honderd litho's van vrouwen, twijgen en planten. Twijgen en vrouwen, twijgvrouwen. De schrijver Louis Aragon vertelt dat de schilder bewonderend omkeek naar een rijzige passante en iets mompelde over "een halfgodin, een plataan". Het model Yvonne Landsberg neemt in haar portret ongemerkt de gedaante aan van een magnolia en een lelie. Matisse wil een welsprekende lijn, een lijn die een tweede natuur moet zijn - even 'onmiddellijk' als de eerste.

Het is een fraaie paradox: niemand heeft harder gezwoegd dan de man uit Nice, en nooit oogde het resultaat even argeloos. Hij sluit al eens de ogen om te tekenen, om erachter te komen of hij wel doordrongen is van wat hij gezien heeft. "J'ai fait ce dessin les yeux bandés. Après avoir travaillé avec un modèle toute la matinée, je voulais savoir si je le possédais vraiment." Hij moet het motief in de vingers hebben, anders lukt het niet. Naast een van zijn ontelbare krabbels van bloemen noteert hij in 1945: "Sans lunettes le 21 octobre à deux heures de l'après-minuit." Kan ik het nog, ik kan het nog.

Matisse was bijziend, en dat verklaart misschien de ongewone, haast fotografische vertekening van zijn schilderijen en schetsen. Françoise Gilot stelde het zelf vast in zijn appartementen. "In de regel is de omgeving van een korte afstand vastgelegd: de ruimte is beperkt en in perspectief getekend en er wordt slechts een deel van de kamer weergegeven, dat hooguit drieëneenhalve meter breed en diep is. De vloeren, muren en voorwerpen zien er aantrekkelijk uit. Ze bieden een rijkdom aan met elkaar contrasterende grafische motieven die wel lijken te zinderen."

Een geschilderd raam of een balkondeur laat de voorgrond en de horizon in elkaar overvloeien. Het atelier van Hotel Régina in Nice en de werkkamer in Vence zijn Matisses oriëntaalse paradijzen. Gilot kon het weten. "Veel rekwisieten had hij niet nodig: een kleine nis waarin het model kon liggen, meestal gekleed in een wijde harembroek in de een of de andere kleur, gecombineerd met een koperen komfoor of een kan, een Marokkaanse draperie, een vaas, enkele bloemen en misschien wat vruchten. Het organiseren van de omgeving die hij wilde uitbeelden was voor hem als het schrijven van het scenario voor een toneelstuk. Vanwege zijn slechte ogen werkte hij altijd dicht bij zijn model, zodat hij haar nabijheid als een levend bestanddeel van de ruimte ervoer. Het was alsof zijn ogen de vormen aanraakten in plaats van er alleen maar naar te kijken."

Af en toe is er ook een spiegel, zodat het model en de ruimte in één oogopslag vanuit verschillende standpunten verkend worden. Nu couché dans l'atelier, een onvergetelijke tekening uit 1935 die zich helaas in een Amerikaanse privé-verzameling bevindt, is een mooi voorbeeld van de mise en abîme, een onvertaalbare uitdrukking voor het principe van de Russische poppetjes (en van het camembertdoosje met het patertje dat een doosje vasthoudt met een patertje, enzovoort). We zien de rug en de billen van het model in de spiegel, de 'echte' vrouw die poseert en rechtsonder het tekenpapier en de hand met de pen van Matisse die zijn schets maakt.

De schilder zat zo dicht op de huid van de dingen dat hij zichzelf weleens in de compositie naar binnen smokkelde, als een vroege Alfred Hitchcock op het matglas van een kantoordeur. In een Landschap bij Saint-Tropez uit 1904 voert hij zijn hand op die het schetsboek vasthoudt en zijn linkervoet op een muurtje. Veertig jaar later tekent hij de tak en de anemoon die hij met zijn vrije hand voor zich uit houdt, of zijn vingers met de pen die een palmboom schetst terwijl een model bij het raam haar beurt afwacht.

Als een tovenaar duikt de schilder op in de mise-en-scène van zijn geliefde voorwerpen. Kunst is: een momentopname uit de vloed der dingen, geïsoleerd en 'naar de natuur' afgebeeld. De takken van een eenzame pijnboom lopen verder voorbij de rand van het blad, over de lijst heen - als op een foto van Cartier-Bresson. De werkelijkheid is groter dan wat de kunstenaar kan opslaan. Een liggend naakt uit 1906 heeft aan één rechthoekig blad niet genoeg: Matisse heeft de woekerende vormen over vier vellen laten uitdijen. Precies omdat het onbegrensd lijkt en achter het vlak doorloopt, is wat hij in beeld brengt echter dan echt.

Zijn Matisses tekeningen dan 'realistisch'? Vergeet het maar. Lichamen verliezen hun plasticiteit, hun anatomie. De persoonlijkheid van het model doet vaak niets ter zake: voor één Dina Vierny, de jonge muze die door beeldhouwer Maillol aan Matisse werd uitgeleend, zijn er twintig anonieme naakten van wie het hoofd door de rand van het papier wordt afgesneden.

Vrouwen en planten worden tot hun archetype herleid, tot een spel van lijnen in het vlak. Een academische studie uit 1892 heeft nog de volumes van een mens van vlees en bloed; in een inkttekening van omstreeks 1905 is de lijn er al - onbehouwen en ongeduldig. De werkelijkheid is de inspiratiebron, kunst "de uitdrukking van indrukken". Je kunt niet alles zien. Elke keuze is een mislukking. En je ziet niet alleen wat je ogen zien. Matisse wil de emotie afbeelden die de dingen in hem oproepen, "depuis l'horizon jusqu'à moi-même, y compris moi-même. Car très souvent je me mets dans le tableau et j'ai conscience de ce qui existe derrière moi."

De spullen uit Matisses appartementen in Nice, Parijs en Vence zijn tot het vertrouwde universum van de schilder gaan behoren. Honderdvoudig komen ze voor in zijn werk en op de foto's die Hélène Adant, Brassaï en Henri Cartier-Bresson van de meester en zijn omgeving maakten. Viskommen, kannen en kroezen, fruitschalen, karaffen, een tabakspot, theekopjes, de bladeren van de Oost-Indische kers, draperieën, een rotanstoel - allerlei simpele voorwerpen werden gevat in wat Gilot een sarabande, een carrousel noemt. "Ze behoorden tot het vocabulaire van de schilder, als woorden in een zin, en ze konden net zoals sleutelwoorden in een gedicht of essay worden herhaald om ritme en continuïteit te creëren." Tekens zijn het. Ze worden in nooit eerder geziene arrangementen samengebracht, tot stillevens en miniatuurlandschappen geschikt. Matisses interieurs zijn readymades vol beeldrijm. De gigantische bladeren van de monstera deliciosa, de filodendron, lijken wel vingers. In een stilleven met een beeldje van Henri Laurens is een arm een blad, en omgekeerd.

Sinds 1938 woont de oude man vooral in Nice, in een overzichtelijke wereld vol modellen en tropische planten. Vrouwen volgen elkaar op: Vilma, Doucia, beroepsmodellen als Laurette of Henriette, Dina, de verpleegster Monique of Matisses secretaresse Lydia Delectorskaya - slanke lichamen die stromen als een rivier. De ranke gratie van een acacia op de oever van de Vésubie herinnert hem aan een danseres. Zonder morren ruilt Matisse een lichaam in voor een elegante tak in een vaas - Aragon gelooft er niks van. Lydia vraagt hem of hij dezelfde opwinding voelt wanneer hij een vijgeblad tekent als bij een naakte vrouw. De schilder knikt instemmend.

Toen Matisse in 1930 naar Tahiti reisde, kwam hij papier tekort om de pracht van het eiland vast te houden. Later zorgen de bloemenmarkt van Nice en de tuin in Vence voor inspiratie. In de zomer van 1944 ontwerpt de schilder zijn beroemde arabesken voor een uitgave van Baudelaires bundel Les fleurs du mal: tot een zuivere vorm herleide, geconcentreerde natuur. De tekeningen zijn geen vrijblijvende ornamenten; ze maken deel uit van het tekensysteem waarmee Matisse de wereld wil vatten. Voor hem zullen het wel restjes van het aards paradijs geweest zijn, uit de tijd toen alles nog één en ondeelbaar was: voorgrond en decor, schilder en doek, vrouw en bloem, het stralende wit van het blad en de tekening. Wanneer Matisse een schets tot een goed einde heeft gebracht, gromt hij iets als "la page est écrite". Leesbare kunst maken, daar was het hem om te doen.

De tentoonstelling in het Kunstmuseum van Bonn vertelt het verhaal van de kunstenaar in honderd dertig tekeningen. Driekwart dateert van na 1935, uit zijn vruchtbaarste periode dus. Het is een mooi ensemble geworden, al ontbreken er enkele essentiële exemplaren: het naakt met de spiegel uit 1935 bijvoorbeeld, of de sublieme tekeningen waarvoor Lydia en Dina poseerden en die vandaag in het Parijse Musée Maillol bewaard worden. Toch hebben de samenstellers een intelligente greep gedaan uit het aanbod van de musea in Le Cateau-Cambrésis, Nice, Albi en Bordeaux en uit enkele privé-verzamelingen. De werken werden sober en stijlvol opgehangen, met veel aandacht voor Matisses beroemde analogieën. Zo vormt een gestileerde bloem uit 1938 samen met een vrouwentorso uit 1947 een fraai tweeluik dat de late Matisse laat zien, samengevat op één muur in een museum. Je moet het maar doen.

De tentoonstelling loopt tot 22 maart in het Kunstmuseum Bonn, Friedrich-Ebert-Allee 2, Bonn (tel. 0049/228/77.62.60). Geopend van dinsdag tot zondag, van 10 tot 18 uur. Toegangsprijs 5 mark. De catalogus kost 46 mark.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234