Zaterdag 23/01/2021

De routine van het onrecht

Aleksandr Solzjenitsyn. 'Eén dag van Ivan Denisovitsj'

Dit boek komt uit een ander tijdperk, een gevaarlijk tijdperk, waarin mensen werden opgesloten omdat ze hun leider hadden beledigd. In het voorjaar van 1945 werd kapitein Aleksandr Solzjenitsyn (°1918) gearresteerd als staatsgevaarlijk crimineel, omdat hij in zijn privé-correspondentie enkele neerbuigende opmerkingen had gemaakt over Stalin. Hij kwam pas vrij toen de dictator overleed in 1953. Solzjenitsyn begon te schrijven en in 1962 verscheen zijn novelle Eén dag van Ivan Denisovitsj in het tijdschrift Novy Mir ('Nieuwe Wereld'). Toen de Nobelprijswinnaar (1970) in 1974 zijn experimentele roman De Goelag Archipel uitbracht, werd hij door de sovjetautoriteiten verbannen. Hij week uit naar de Verenigde Staten, die tijdens de Koude Oorlog uitermate bekommerd waren om de schending van Solzjenitsyns mensenrechten. Pas eind jaren tachtig konden zijn werken in Rusland worden verspreid en in 1994 kon de schrijver uiteindelijk naar Rusland terugkeren.

Tot zover het obligate biografische verhaal. Maar wat blijft er nog over van Ivan Denisovitsj na de val van de Muur? Wel, het boek blijft op zijn minst een pakkende getuigenis van een mens die ondanks de meest mensonterende mishandelingen, ondanks honger, dorst en pijn zichzelf weet te handhaven. Hier primeert het verhaal, de opeenvolging van de belevenissen van een gevangene, van het verschrikkelijke ontwaken tot het tevreden inslapen (Ivan werd die dag niet naar de isolatiecellen gestuurd, is niet ziek geworden en heeft zelfs wat tabak kunnen kopen). De terreur is niet verzinnebeeld, maar spreekt onmiddellijk uit de handelingen van de personages, en het boek maakt niet zozeer aanspraak op schoonheid als wel op waarheid.

Want hoeveel nadruk men ook mag leggen op Solzjenitsyns latere expressieve kwaliteiten, zijn eerste literair wapenfeit blinkt niet uit door vormelijke grandeur. Natuurlijk is de sobere, verschraalde stijl een efficiënte manier om het leed over te brengen. Uiteraard is de ironie bijtend als Ivan na een dag labeur, vol beledigingen en ontberingen, mijmert dat het een dag zonder "zwarte wolken" was. De ironie is echter geen gevolg van de tegenstelling tussen wat Ivan zegt en wat hij bedoelt, maar van die tussen wat hij zegt en wat de lezer elke dag ervaart. Bovendien is de auteur zo spaarzaam met woorden dat de wel zeer nuchtere vertelling een exemplarisch karakter krijgt. Het boek is bondig, duidelijk en hard als een parabel. Minder is meer, vooral als elk woord een aanklacht is. Toch kan Ivan Denisovitsj moeilijk een vernieuwende roman genoemd worden, daarvoor is de vorm te klassiek.

Het is natuurlijk maar de vraag in hoeverre dat belangrijk is. In dit soort boeken worden de esthetische verwachtingen van de leeservaring makkelijk overschaduwd door een schuchtere piëteit voor het beschreven leed. Solzjenitsyn deelt mee hoe een gevangene slechts twintig minuten per dag voor zichzelf leeft (tien minuten bij het ontbijt en vijf minuten bij het middagmaal en bij het avondmaal), hoe men iemand voor een bagatel tien dagen eenzaam opsluit (met slechts drie maaltijden gedurende de hele periode), hoe een kom soep belangrijker wordt dan het leven van de gevangene zelf. Hoewel hij een aantal keer herhaalt dat iemand die het warm heeft nooit iemand kan begrijpen die aan het doodvriezen is, probeert hij met Ivan Denisovitsj het tegendeel te bewijzen. Het boek confronteert de lezer met de meest uiteenlopende, maar tegelijk altijd ongemakkelijke gevoelens. Het noopt tot een reoriëntering van elk medelijden, het zet de relatie fictie-realiteit onder spanning, het zet de lezer in zijn blootje. En buiten vriest het veertig graden.

Deze roman is dan ook op meer dan één manier te vergelijken met tv-beelden van mishandelde Kosovaren. Het onrecht wordt pijnlijk zichtbaar en als lezer wil je wel, maar dan toch uiteindelijk ook niet, kijken. Je wordt er niet vrolijker van, en misschien ook niet eens menselijker, slimmer of, nou ja, rijker. En toch blijf je lezen, want je moet (van dat verhaal, van jezelf). Wanneer Solzjenitsyn uiteindelijk de eigenlijke werkdag laat beginnen (Ivan is metselaar), wordt het boek helemaal ontluisterend: dat gedeelte is namelijk een beetje saai. Na de uitwassen van de stalinistische waanzin kunnen de triviale metselproblemen niet echt meer boeien. En zo haalt Solzjenitsyn listig zijn slag thuis: hij dirigeert geen crescendo van onwaarschijnlijke wreedheden, maar vervormt het onrecht tot routine. Of toch bijna: zodra je aandacht verslapt, vermeldt hij, vaak terloops, nóg eens een ontmenst kampreglement dat elk verstand te boven gaat. 'Saai' wordt zo een onbehoorlijke kwalificatie, een onnadenkend oordeel dat bijna medeplichtig maakt: infotainment en empathie, het is een gecompliceerde combinatie.

Bovenal spreekt uit elke bladzijde echter de drang tot overleven, zij het eerder als betekenisgever dan als biologische noodzaak (al zijn dat misschien gewoon verschillende namen voor dezelfde drijfveren). Ivan Denisovitsj herhaalt meermaals dat hij liever zou sterven dan in de hel van het kamp verder te moeten leven. De dagen vliegen voorbij, maar de jaren (hij moet tien jaar uitzitten) blijven duren. Wanneer de tien jaar om zijn, weet elke gevangene dat hij wellicht om een of andere futiele, al dan niet gefingeerde reden makkelijk nog eens tien jaar bijkrijgt. Dat is snel geregeld: de gevangene mag kiezen tussen een executie of een bekentenis van hoogverraad. In een dergelijke situatie, zo blijkt, wordt het overleven een doel op zich: "Ze zullen mij niet kapot krijgen."

Tegelijk blijkt het ook een zaak de verwachtingen zo omlaag te halen dat men niet meer telkens opnieuw volkomen kapot moet gaan slapen. In die zin is dit boek ook een getuigenis van het menselijk aanpassingsvermogen, dat vreemde instinct dat uiteindelijk de dingen naar je hand zet, eerder dan dat de dingen jou kapot krijgen. Alles wat vroeger automatisch gebeurde en nu de grootste moeite kost, alles wat vroeger overvloedig aanwezig was en nu slechts in uitzonderlijke gevallen bereikbaar is, wordt een reden om gelukkig te zijn. Zo herinnert Ivan zich hoe hij in zijn jeugd de paarden haver voerde, terwijl hij nu zijn leven zou geven voor een extra portie waterige havermoutpap. De banaalste dingen krijgen in het kamp meer betekenis dan ooit, alsof er altijd maar een beperkte, onveranderlijke hoeveelheid betekenis uit te delen valt. Door die constante reoriëntaties, zo betoogt Solzjenitsyn, kan de mens in leven blijven in de barste omstandigheden. De gevangenen nemen genoegen met de ruimte die hen is toegemeten, tot ze sterven of vrijgelaten worden. De slotpassage van het boek is een soort van vermenigvuldiging: hier heb je de terreur van één dag in het leven van Ivan Denisovitsj, doe dat maal 3.653 (drie extra dagen voor de schrikkeljaren) en je hebt er een idee van hoe zwaar de straf weegt. Niet dus. Dat is onvoorstelbaar. Een man die het warm heeft kan nooit de man begrijpen die aan het doodvriezen is. Hij moet wel luisteren naar diens verhaal.

Eén dag van Ivan Denisovitsj van Aleksandr Solzjenitsyn verscheen bij Boekerij in Baarn. De rubriek 'De jaren' verschijnt in 1999 wekelijks. In 52 afleveringen publiceren wij een selectie van de opmerkelijkste boeken tussen 1945 en nu. 'De jaren' is afwisselend gewijd aan de Nederlandstalige en de anderstalige letteren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234