Vrijdag 09/12/2022

De Rolls-Royce Phantom, een Griekse tempel op wielen

De nieuwe Rolls-Royce Phantom is goed een jaar oud maar nu pas toont hij zijn klassieke tronie op de Belgische wegen. Ondanks het feit dat er Duits bloed door haar aderen pompt, is de Flying Lady nog steeds every inch a Rolls-Royce. Een impressie.

Brussel

Van onze medewerker

Bart Lenaerts

Het is een flinke auto, de Rolls-Royce Phantom, een hele flinke auto. Bijna zes meter lang en 2.500 kilogram droog aan de haak. Dik het dubbel van een leuke middenklasser. Maar omdat alles in verhouding is, valt het nauwelijks op dat het zo'n slagschip is. Zo zijn de klinken de grootste ooit voor een personenwagen en de speciaal ontwikkelde wielen reiken letterlijk tot aan de nuffige neus van de Ferrari-rijder die langs de Iron Lady zou durven gaan staan.

Het verhaal is ondertussen genoegzaam bekend. Enkele jaren terug nam het expansieve BMW zowel Mini als Rolls-Royce over, maar dat laatste liep niet bepaald van een leien dakje. Bentley en Rolls hoorden sinds mensenheugenis immers samen als Nicole en Hugo, en ook VW had zijn oog laten vallen op beide chique namen. Een genadeloos juridisch gehakketak volgde. Uiteindelijk resulteerde dat in een compromis waarbij VW samen met Bentley ook de meubels en de infrastructuur in de wacht sleepte terwijl BMW weinig meer dan de mooie naam Rolls-Royce op zijn bil mocht slaan.

Maar de billenkletsers uit Beieren herpakten zich snel en spaarden kosten noch moeite om de Flying Lady van Rolls-Royce als een feniks uit haar as te laten herrijzen. In het grootste geheim huurden ze een leegstaand bankgebouw nabij het hippe Hyde Park waar de designteams zich konden onderdompelen in de Britse sfeer van de wijken Mayfair en Belgravia. Ondertussen gingen Duitse ingenieurs op een kantoortje in München aan de slag om de techniek op poten te zetten, want het was duidelijk dat de nieuwe Rolls om budgettaire redenen met BMW-techniek door het leven moest. Het idee lijkt te belachelijk voor woorden, alsof men een custard trifle wil opvullen met frankfurter worst, maar het lukte.

Ondertussen kwam eeuwige concurrent Mercedes met zijn vlaggenschip Maybach aanzetten, maar ondanks de kwaliteiten van die indrukwekkende en stinkdure auto knapte de gefortuneerde doelgroep af op de onderliggende Mercedes-techniek en het gevoel dat hij niet veel meer om het lijf heeft dan een opgepompte Mercedes. Omdat BMW zeker niet in diezelfde val wilde trappen, is er op de Rolls dan ook geen enkele link te vinden naar de 'minderwaardige' karretjes uit München en houdt men fabricage en distributie strikt gescheiden.

Omdat VW in al zijn hebberigheid ook aan de haal was gegaan met de fabriek in Crewe, moest BMW op zoek naar een nieuw onderkomen voor zijn knapste dochter. Dat werd gevonden in het Zuid-Engelse Goodwood, dat doorheen de jaren hét aristocratisch en automobiel-Mekka van het Verenigd Koninkrijk geworden is. De fijne lieden daar waren weliswaar gecharmeerd van het idee dat een van de grootste namen uit de geschiedenis hun kant op kwam, maar zaten niet echt te wachten op een industriële inplanting tussen de Greens. Daarop schudde BMW 65 miljoen pond uit zijn zak voor een bijna onzichtbare fabriek waarbij het 'levende' dak één grote botanische tuin is die het landschap niet verstoort.

Duitsers durven de zaken wel eens groots te zien en dat is in dit geval heel letterlijk te nemen. De nieuwe Phantom is 20 procent groter dan de oude en dat was ook al geen misselijk karretje. In die optiek kon men evenmin overdrijven met de afmetingen van de typische grille, een grote chromen Griekse tempel. Hij sluit niet mooi aan op de motorkap, maar dat is een bewuste keuze. "Ook achter het stuur moet je kunnen genieten van dat prachtige symbool met de onverstoorbare Flying Lady erbovenop", aldus Fred Fruth, general manager public affairs van Rolls-Royce. Fruth is al in dienst bij het huis van vertrouwen van toen de dieren nog spraken en het koningshuis nog onbesproken was.

Natuurlijk moest ook hij flink slikken toen zijn looncheque plots uit Duitsland bleek te komen, maar hij heeft al zijn vooroordelen aan de kant moeten zetten. "Het is een echte Rolls, die voelt als een Rolls, rijdt als een Rolls en vooral oogt als een Rolls." Hij benadrukt ook dat de synergie met een groot en technisch vooruitstrevend merk als BMW broodnodig was om de standaard op alle vlakken hoog te kunnen houden.

Fruth heeft één ijzersterk argument om te laten zien hoe goed de hoge heren bij BMW de geest van het traditionele merk hebben kunnen vangen. "Al de modernste techniek is aanwezig, maar je merkt er niets van. Net zoals sir Henry Royce het in de jaren twintig ook al in praktijk bracht."

Als ultiem bewijs toont hij de achterdeuren, die tegendraads openen. "Die zogenaamde suicide-doors werden halfweg de jaren zestig verboden wegens te gevaarlijk", zegt Fred Fruth, "maar wij wilden ze absoluut omdat je enkel daarmee waardig kan in- en uitstappen." Rolls-Royce investeerde een aardig kapitaal en heel veel knowhow om de deuren volkomen veilig te maken, en nu moet het aimabele clientèle inderdaad nooit onhandig met de kont eerst in de auto schuiven. Om elegante redenen zit er achterin eveneens een knopje waarmee de deur elektrisch dichtklapt, zodat vrouwelijke klanten niet noodgedwongen hun decolleté aan de wereld moeten tonen als ze de deur achter zich dicht willen trekken.

Wat de achterbank betreft, heeft de klant de keuze tussen afzonderlijke ergonomische stoelen die duizendvoudig verstelbaar zijn, of een bank uit één stuk. "Die laatste is veruit het populairst", volgens Fruth. "Omdat dan twee koppels met chauffeur aan de boemel kunnen." Het zit misschien iets minder comfortabel, maar onderzoek heeft uitgewezen dat de gemiddelde rit in een Rolls toch maar twintig minuten duurt.

Vroeger speelde het fijne leven in een Rolls zich volledig af op de achterbank, maar tegenwoordig valt er achter het stuur ook heel wat pret te beleven. De Rolls is niet ontaard snel, maar hij is toch in staat om een lichtvoetige Porsche Boxster het leven zuur te maken. Bij 240 kilometer per uur vindt de elektronica het echter genoeg. De geweldenaar zou harder kunnen, maar bij hogere snelheden zouden de lekvrije banden van de kook kunnen geraken. Prestaties zijn echter het allerlaatste waar de gemiddelde Rolls-freak van wakker ligt.

De kwaliteiten van de auto liggen elders. Hij munt vooral uit in de zijdezachte manier waarop hij zijn taak volbrengt. Onzichtbaar en onvoelbaar doet de hardware haar werk, als een butler van de oude school, zodat de eigenaar even kan ontsnappen aan het razende tempo van deze maatschappij. De Phantom toont geen enkele emotie en als een ouwe getrouwe en misschien wat stoffige metgezel doet hij feilloos wat van hem gevraagd wordt. Je moet hem niet bevelen of strak aan de teugel houden. Hij heeft aan een half woord of een subtiel teken genoeg om te weten wat van hem verlangd wordt.

Ook in het interieur komt dat thema terug. Het dashboard ademt nog precies dezelfde sfeer als honderd jaar geleden. Enkel simpele klokken in donker gepolijste wortelnoot, geen duizend knopjes, geen flikkerende beeldschermen, geen digitale aanduidingen, niks. Het is er wel, maar het zit netjes verborgen. Want techniek is er niet om de mens van slag te krijgen, maar om hem te dienen, op die schaarse momenten dat het nodig is.

Wereldwijd gokt men op een jaarproductie van duizend stuks, en in België hoopt importeur Stanislas Leszczynski jaarlijks een tiental Phantoms te slijten aan 387.200 euro per stuk. "We verkopen veel in Engeland, Duitsland en Amerika", zegt Fred Fruth, "maar stel je vooral niet te veel voor van de Arabische markt, want dat is slechts een heel klein kliekje excentriekelingen die nauwelijks omzet draaien." Afbieden lijkt niet de moeite, want men is niet geneigd om geschenken uit te delen.

"Queen Elisabeth heeft al vijf oude Rolls-Royces, maar ze heeft nog geen nieuwe besteld. Waarschijnlijk heeft ze er voorlopig genoeg. We gaan er haar in ieder geval geen cadeau doen, dat is niet de politiek van het huis", maait Fred Fruth bij voorbaat het gras voor de voeten weg van allen die hopen op een zaakje.

Een Phantom wisselt van eigenaar voor 387.200 euro. Afbieden is geen optie

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234