Zondag 16/05/2021

De roep van het paradijs in Aragon

'Jullie zullen de kathedraal en het fort van Jaca prachtig vinden,' probeert Carlos, de gids nog. Maar ons besluit staat vast. Een voormiddag in de bergen bij Jaca is niet genoeg. Wij willen meer, veel meer. De groep zag negentien gieren, wij willen er honderd afgetekend zien tegen de blauwe hemel. Het bergenparadijs wenkt en wij stappen er enthousiast op af.

De gids Carlos Marcos die ons zal vergezellen door Aragon in het noordoosten van Spanje blijkt al bij de eerste kennismaking een alleraardigste gewoondoener. Hij legt ons uit dat Aragon uit drie provincies bestaat, Teruel, Huesca en Zaragoza, en dat wij in Huesca voornamelijk de natuur gaan verkennen. De Spaanse Pyreneeën zijn van een overweldigende schoonheid, hebben wij ons laten vertellen. En zodoende zoeken wij hier naar bewijzen.

Wij laten in België een temperatuur van ruim 30°C en vinden in Spanje als uitschieter 'slechts' 25°C... Maar naarmate de reis vordert, zullen wij die niet te hoge temperatuur nog een voordeel vinden. De trip omvat de eerste dagen enkele klimtochten om de gids de gelegenheid te geven ons te testen. De arme man moet voor de komende dagen weten tot wat wij (maar) in staat zijn.

Ons eerste doel is Ainsa. Een op het eerste gezicht banaal dorp. Hogerop echter ligt helemaal verborgen het historische stadje met een enkele charmante bistro's en artisanaal getinte souvenirswinkels. Vanuit het Romaanse kerkje heb je een prachtig uitzicht op de Monte Perdido, een van de hoogste bergen van de Pyreneeën. Dikke buiken moeten hier ingetrokken worden, anders raken ze nooit door de uiterst smalle trappengangen. Maar het panorama maakt veel goed. Naast de Monte Perdido ontwaar je de toppen van de 'Drie Zusters' en een blik naar beneden laat de Ara en Cinca zien, twee kronkelende rivieren die door het dorp stromen. Als je het kerkje binnenstapt krijg je een folder met alle historische informatie in de handen gestopt.

Voor je dit pittoreske oude stadje bereikt moet je wel eerst een ontelbaar aantal stenen trappen op. 'Een forse klim', zie je sommigen denken, maar zij zijn nog zo onwetend. Het 'nieuwe' Ainsa is vooral de uitvalsbasis voor avontuurlijke tochten: paardrijden, mountainbiken, bergklimmen, grotten verkennen, ULM-vliegen, zweefparachutespringen, 4x4-tochten en canyonlopen. Het is bovendien voor vele bergbewoners de dichtstbijzijnde 'grote' stad waar ze hun wekelijkse inkopen en een terrasje doen.

Op weg naar de vallei van Pineta vertelt de gids met kleine pretoogjes over een van de plaatselijke dorpen, Plan. "Hier", beweert hij, "wonen alleen specimen van de mannelijke soort. Vrouwen zijn er hoogstwaarschijnlijk graag geziene gasten, maar de bewoners blijven consequent vrijgezel. Als ze zich in de huwelijkse staat willen storten moeten ze maar ergens anders heen."

Carlos Marcos is een goed verteller. Hij maakt zijn ogen opnieuw groot als hij aanwijst waar sneeuwlawines talrijke groepjes in dominostijl geknakte bomen achterlieten als bewijs van hun vernietigende kracht. Het zijn niet alleen lawines die elk jaar toeristen en een enkele keer ook ervaren bergbewoners het leven kosten. Een bizar gevormde waterval die er zeer uitnodigend uitziet om aan canyonlopen te doen, eist ook ieder seizoen zijn dodelijke tol. Het lijkt voor een weldenkend mens nochtans onmogelijk om het gevaar niet te zien en ook nog naast de opzichtige borden te kijken die waarschuwen tegen een afdaling op deze onheilsplek. Vele kleine kapelletjes versieren de vallei van Pineta. Brandende kaarsen doen vermoeden dat de dorpen toch niet allemaal uitgestorven zijn. Maar veel dorpen zijn dat wel. Jaren geleden al door iedereen verlaten wegens de harde leefomstandigheden. Paradoxaal genoeg trekt de eenzaamheid sommige mensen, en dan vooral hippies, aan om te pogen daar te overleven. Zij worden dan op hun beurt weggejaagd door de plaatselijke autoriteiten als de rechtmatige eigenaren verbijsterd constateren dat hun vervallen huizen toch bewoond worden.

Als je bovenop een desolate berg woont, zet je de deur van je huisje open, de stereo een tikje harder en laat je een lichtje branden en klaar is Bar chez Kees, moeten ze hier in Fanlo gedacht hebben. Een uiterst primitief maar o zo gezellig onderkomen waar je ensaladas, bocadillos en platos combinados kunt krijgen: Bar las Eras in Fanlo. Zomaar een cafeetje, in een van de vele dorpen in het noordoosten van Spanje, die de geschiedenisboeken wel nooit zullen halen. De gezouten hammen liggen uitnodigend op de toog en buiten op de natuurlijke ligweide kan je ze nuttigen en doorspoelen met een biertje of een wijntje. Leven als een god in Spanje. We kunnen een vloek niet onderdrukken als we - veel te vroeg - weer moeten vertrekken. Laat er iemand die klok stilzetten alstublieft!

Na een kort bezoek aan het kuuroord Balneario de Panticosa, waarvan de glorie allang vergaan is maar dat probeert de schijn hoog te houden dat ze er nog is, hebben we nog de tijd om onze dorst te lessen aan vijf natuurlijke fonteinen . Klimmen zullen we, want de laatste fontein is er een van de schoonheid, dus daar moeten we heen. Het schoonheidswater uit een doffe kraan stinkt naar rotte eieren. Na uitleg over de gezonde, natuurlijke, zij het onwelriekende gassen, overwinnen we onze weerzin en gutsen handenvol fonteinwater in ons gezicht. En nu het resultaat afwachten.

Vrijdagmorgen zitten we in de bergen en schijnt de zon ongenadig op onze hoofden. Hoog boven ons cirkelen enkele gieren. Ze kennen de truc om zich te vermenigvuldigen want kort daarna tellen we er negentien.

In de namiddag staan een kathedraal en een fort op het programma. Op papier zagen ze er mooi en didactisch verantwoord uit, dat wel, maar na de overweldigende natuur 's ochtends volstaat hun uitzicht in het echt niet om onze aandacht vast te houden.

Hier komen we in opstand. We kunnen het primaire gevoel van verbondenheid met het landschap niet meer kunnen onderdrukken, we geven ons over aan de roep der bergen. We ondertekenen het korte notaatje wat Carlos ons voorschuift en waarop staat dat we alle verantwoordelijkheid voor de tocht op ons nemen. En daar gaan we. Met een taxi tot het cafeetje Parador en van daaruit te voet naar de top. Het is een gelukzalig gevoel om heel stilletjes maar vastberaden omhoog te klimmen en je volledig over te geven aan de bergen. Dus zetten we hier zelf de klok stil.

Wij zijn maar net op tijd beneden in Jaca om onze avondlijke afspraak met de anderen na te komen. Maar dit onwereldse gevoel neemt niemand ons nog af. Onze benen zijn geschramd en onze huid verbrand ondanks de voorzorgen die wij namen, maar wij zijn voldaan. Hier komen we terug. Dit is nu zo'n magische plek waar je een heel leven lang nostalgisch op terugblikt.

De nacht brengen we door in Huesca-stad. Het is er op zaterdagavond extreem levendig, men flirt er en men vertelt grappen en maakt plezier. 's Nachts is niet alleen de jeugd alom op straat in Huesca. Neen, de hele stad leeft en zingt mee. Een groep van bijna honderd mensen staat vlak naast het parkje voor het hotel. In het halfduister is een glimp op te vangen van een huwelijksfeest. Kleurrijke ballonnen, een uitgelaten menigte. Een huwelijk is hier nog een groots gebeuren en met veel toeters en bellen gaan bruid en bruidegom hun eerste uren samen en de koelte van de nacht in.

De laatste dag vinden we in het merkwaardige klooster Monastère de San Juan de la Pena in Huesca nog een bezienswaardigheid. Dit klooster is half in de rotsen gebouwd en omvat ook twee kerken waarvan de eerste uit de tiende en de tweede uit de dertiende eeuw dateert. Binnen wordt uitgebreid uitgelegd hoe de bouw in de rotsen tot stand kwam.

Van een klooster in de rotsen gaat de tocht naar een natuurlijke klimmuur. Mallos de Riglos is iets wat de gids ons nog per se wil laten zien. Het is een pracht van een rotsformatie om aan alpinisme te doen. Tegen onvoorstelbaar mooie oranjebruine pieken overwinnen alpinisten de ongeveer driehonder meter hoogte. Ook Carlos laat zich niet onbetuigd. Hij draagt wel niet het juiste schoeisel, maar showt ons toch graag zijn klimvaardigheid als een kind zijn speeltjes. Heel even proberen we een makkelijke vrije klim van enkele meter, maar, dit is niets voor ongetrainde bange amateurs.

Neen, geef ons maar overwoekerde bergpaden, waar berenoren als levende fossielen in de rotswanden groeien net als duizend jaren geleden. Waar het opspattende water van de watervallen twintig meter hoger nog je gezicht verkoelt en waar de plaatselijke bevolking de berg optrekt om stenen te halen als het dak lekt en je met haar hola echt een goede dag toewenst. Meer moet dat niet zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234