Donderdag 23/01/2020

De Rode Ridder

Claus Scholz: 'Iemand merkte op dat ook meisjes de strips lezen, en dat zij misschien ook wel nood hebben aan een pin-up, daarom is Johan de Rode Ridder sexier dan ooit'

heeft een nieuwe pleegvader

Sinds kort ligt De grot van de beer in de winkels, het eerste Rode Ridder-album van het nieuwe team sinds het overlijden van Karel Biddeloo, de vorige tekenaar. De volumineuze boezems zijn gebleven, maar nu is ook het sex-appeal van ridder Johan uitgespeeld. Fotokopieën, een favoriet stijlmiddel van Biddeloo, zijn uit den boze, 'maar met een spons ben ik wel beginnen te werken', aldus tekenaar Claus Scholz.

Borgerhout

Van onze medewerker

Geert De Weyer

Toen een Belgische vrouw hem 33 jaar geleden wees op het bestaan van Studio Vandersteen in Kalmthout, werkte Scholz nog als etalagedecorateur in Karlsruhe. Niet veel later ging de 23-jarige Claus gretig in op het aanbod van de dame om het Belgische stripatelier te bezoeken. Van zijn eerste ontmoeting met Vandersteen, en later met Jeff Broeckx, herinnert hij zich nog weinig, "behalve dan dat ze geen assistent nodig hadden". Na omzwervingen langs Antwerpse reclamebureaus kwam hij in contact met Frank Sels, die op dat moment De Rode Ridder ininkte. Het werd het begin van een nieuwe carrière.

Met Sels maakte hij de succesvolle reeks Zilverpijl voor de Duitse markt. Het was hard labeur, herinnert Scholz zich. "Om de twee weken werkte ik een verhaal af. Het tempo was, naast Sels' wat paranoïde persoonlijkheid, een van de redenen waarom ik ermee gestopt ben. Ook financieel raakte ik in de problemen." Na Zilverpijl volgde Bessy, ook al ontzettend populair in vooral Duitsland. "Maar in 1984 beslisten de uitgevers Bessy in de moderne tijd te situeren. Niet veel later is de reeks gestopt."

Scholz grijnst als hij over de volgende periode praat. "Ik boog me voor Studio Vandersteen over Karl May. Dat betekende vooral bestaande Bessy-scenario's zo omturnen tot Karl May-avonturen. Enkel de personages veranderden." Sindsdien is hij onder de naam Claus enkel bekend als medewerker van Hec Leemans' Bakelandt, dat Scholz na het commerciële succes van diens F.C. De Kampioenen volledig tekende.

En nu is er dus De Rode Ridder. Leemans bracht hem ervan op de hoogte dat Standaard Uitgeverij een opvolger zocht voor Biddeloo. Uit een zestal kandidaten werd hij uiteindelijk gekozen. Of hij twee proefpagina's kon maken aan de hand van Biddeloos laatste verhaal, Gog en Magog? "Biddeloos tekeningen kregen we niet te zien. Ze wilden kijken of we eenzelfde sfeer konden scheppen. (grijnst) Blijkbaar waren ze tevreden."

Eind vorige week verscheen de eerste Rode Ridder van het nieuwe team, voor de gelegenheid ook in een nieuw jasje. Scholz lacht wat bedeesd als ik hem vraag waar hij het meeste moeite mee had. "Euhm, niets eigenlijk. Het was niet zo moeilijk. Ik heb me enkele boeken over de Middeleeuwen aangeschaft, maar dat was het dan."

Wie Scholz wil afrekenen op zijn werk voor Bakelandt, moet misschien wel zijn mening herzien. Voor Bakelandt kopieerde hij Hec Leemans' tekenstijl, nu laat hij zijn eigen stijl domineren. "Tja, wat moet ik daar op zeggen? Als ik Bakelandt teken, doe ik dat in de stijl van de Bakelandt-albums. Voor De Rode Ridder bekijk ik Biddeloo en probeer ik min of meer hetzelfde te doen. Nee, met gefotokopieerde tekeningen van gebouwen werk ik niet. Ik heb geen fotokopieerapparaat. En als ik dat zou hebben, zou het me dat meer tijd en moeite kosten dan het gewoon te tekenen. En ook: je moet over veel foto's beschikken om kopieën te kunnen maken. Karel had ongelooflijk veel naslagwerken. Ik niet. Wel heb ik zijn schaduwtechniekovergenomen. (wijst naar de rotsgewelven op de cover) Kijk, dat is typisch Karel. Als hij schaduwen wilde maken, ging hij met een spons over de tekening. Ik denk dat zijn tekeningen ook iets eenvoudiger waren."

Scholz zegt dat hij zich voor zijn pagina's vooral baseert op de schetsen van Lodewijk, die hem per fax toekomen. "Zo weet ik wat hij denkt. Ik heb respect voor zijn werk, dus probeer ik zo dicht mogelijk de opbouw van zijn schetswerk te benaderen. Zelden breng ik er veranderingen in aan."

Het nieuwe album is alvast wreder dan ooit. Al op de eerste pagina's, waarin Johan wordt aangevallen, vloeit het bloed. Even later kraken botten scheurt vlees wanneer een beer iemand aan stukken rijt. Bij gevechten druipt het bloed van de zwaarden. En edele Johan schroomt er zelfs niet voor om op spectaculaire wijze met zijn zwaard een belaagster te doorboren. Scholz knikt. "Daar zit Lodewijk achter. Hij heeft zo zijn ideeën over deze reeks en moedigt me daarin flink aan."

Dat Johan sexier is dan ooit, zelfs volledig naakt wordt getekend, komt dan weer door een voormalige uitgeefdirectrice, "die opmerkte dat ook meisjes deze strips lezen, en dat zij misschien ook wel nood hadden aan een hunk, een pin-up." Overigens werd er niet geraakt aan de volumineuze boezems van de deernen die Johan flankeren. "Niet te groot, niet te klein", grijnst Scholz. "Men heeft me gevraagd de vrouwen toch sexy te maken. Dat probeer ik wel, maar het is moeilijk om als je borsten uit verschillende hoeken tekent, te controleren of ze overal even groot zijn."

Zelf ideeën of scenario's aanbrengen doet hij vooralsnog niet. "Ik heb Martin eens twee synopsissen toegestuurd, maar hij heeft er niets mee gedaan." Lodewijk zal overigens niet bij de vaste verhaalelementen blijven. Dat moet alvast duidelijk worden in De blauwe heks, dat begin december verschijnt. Daarin wordt een nieuw personage aan de vaste cast toegevoegd. Scholz: "Martin wilde een nieuw vrouwelijk personage in het verhaal. Hij vond dat Galaxa te weinig te doen had. Ze dook steeds aan het einde op om Johan te redden en verdween even snel weer. Hij wilde een nieuw love interest. Die hebben we gevonden in een alchemistendochter die Johan van de brandstapel redt."

Of het nieuwe team drie of vier albums per jaar zal afleveren, is nog niet zeker. "Daarover onderhandelen we nog. Martin schrijft ook nogal traag. Ik moet lang wachten, onder meer door zijn opzoekingswerk. Gelukkig kan ik me dan buigen over Bakelandt, maar toch. Als het even kan, zullen er jaarlijks wellicht vier albums verschijnen."

Dat zijn naam ondertussen op de Bakelandt- noch op De Rode Ridder-cover mag verschijnen, daar zit Scholtz niet mee. "Ik denk dat dat traditie is", zegt hij schouderophalend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234