Zondag 17/10/2021

Oorlog in Irak

De rivier brengt elke dag een lijk: Irak neemt deze zomer wraak op IS

Iraakse soldaten aan de oever van de Tigris.
Iraakse soldaten aan de oever van de Tigris. "Veel problemen hier", zegt een sergeant. Bijna elke dag spoelt in de rivier een lijk aan.Beeld AP

Nu de laatste dagen van IS geteld lijken, neemt het felgeplaagde Iraakse volk wraak. Niet alleen op de IS-strijders, ook op hun veelal onschuldige families. Ondertussen probeert een dappere gouverneur te voorkomen dat men het recht in eigen handen neemt.

In Irak is dit de zomer van wraak. Na de herovering van Mosoel is het stroomdal van de rivier de Tigris veranderd in een massagraf. Bijna dagelijks spoelen hier lichamen aan van veronderstelde IS-strijders. Hoe gaan ze in het rivierdal om met families die de kant van IS kozen? In het oeverstadje Hammam al-Alil probeert de gouverneur de moorden en ontvoeringen te stoppen. Stroomafwaarts in Qayyara krijgt een IS-familie gedwongen onderdak in een vluchtelingenkamp.

Hammam al-Alil 25 km onder Mosoel

"Haal het boek."

De gouverneur zegt het tegen zijn twee zoons die nog leven. Hij ziet de jongens het huis ingaan, aarzelend, omkijkend - alsof ze bang zijn om hem alleen te laten in de tuin. Zijn eigen blik dwaalt naar de tuinmuur. Hij weet wat daarachter schuilgaat. De overburen.

De gouverneur vreest de overburen.

Hij ontvangt buiten, op een schommelbankje. In de namiddagzon is het hooguit 40 graden, aangenaam voor de Iraakse zomer. Toch zou hij liever binnen zitten. Daar is het veiliger. Maar dat kan hij het bezoek niet aandoen: het interieur is zwartgeblakerd. De emir van IS die tijdens de jaren van zijn afwezigheid in de gouverneurswoning verbleef, stichtte brand voordat hij vluchtte.

Een familie rouwt bij het graf van een familielid in Qayarah, Irak. Beeld AP
Een familie rouwt bij het graf van een familielid in Qayarah, Irak.Beeld AP

"Iedereen is verbijsterd dat we al zijn teruggekeerd. Maar ik wil de bevolking laten zien dat je hier weer kunt wonen."

'Dottore', noemen ze hem in Hammam al-Alil, de doctor. Khalef Khadr Mohammed al Joubouri, 55 jaar. Telg uit een geslacht dat in Irak grootleverancier is van bestuurders sinds de Ottomaanse tijd. Oud-rechter. Generaal in het leger van Saddam Hoessein. Op een zijspoor gezet na de val van Saddam, daarna zijn carrière glansrijk weer opgepakt. Nu is hij Ra'is - president van de lokale raad, de belangrijkste man in dit district ten zuiden van Mosoel.

Al Joubouri heeft toegang tot de hoogste kringen in de hoofdstad Bagdad en laat zich daar graag op voorstaan. Laatst nog: een persoonlijk onderhoud met de Iraakse premier, Haider al-Abadi. Ook die maakt zich zorgen om de perikelen in Hammam al-Alil. "Al-Abadi zei tegen me: we leveren alles, als de problemen onder de bevolking maar stoppen."

Zijn zoons overhandigen het boek. Van buiten lijkt dat onschuldig genoeg: een ringband met een gebloemd kaft, bijna als een schoolschrift. Gezeten op zijn schommelbankje slaat Al Joubouri het boek open. Hij wijst op de kolommen die hij eigenhandig heeft volgeschreven, met informatie uit de lokale raad waarvan hij voorzitter is en van de veiligheidsdiensten.

De namen, in blauwe, zwarte en rode inkt. Vele honderden zijn het er. Bewoners uit Hammam al-Alil, de 78 dorpen in het omliggende district - de 'beschaafde dorpen' op de westoever van de rivier, de dorpen op de oostoever waar ze, nu ja, nog net zo leven als een eeuw geleden. Zelfs ook namen uit Qayyara, verder stroomafwaarts gelegen. Allemaal kozen ze de kant van de vijand. Wie in het boek staat, was fout.

"IS-families."

Vermaard kuuroord

Wat te doen met de IS-families in je eigen stad? Deze vraag houdt alle bestuurders in het rivierdal bezig. Het gaat vooral om sympathisanten, nuanceert Al Joubouri. "De strijders zijn dood of verdwenen. Het gaat om hun vaders, hun ooms."

Slechts 130 families in Hammam al-Alil zijn IS gevolgd naar Syrië of verhuisd naar een vluchtelingenkamp. De rest woont nog steeds tussen de bevolking.

Hammam al-Alil - 'Fris Bad' - was in betere tijden een vermaard kuuroord. De provinciestad wordt aan de oostkant omzoomd door de Tigris. Het stroomdal van de mythische rivier oogt vredig. Zelfs in de Iraakse zomerhitte zijn de uiterwaarden groen gebleven. Op de oever staat een pompstation van hulporganisatie Oxfam, om de bevolking van schoon drinkwater te voorzien. Het water is blauw en doorschijnend helder, als van een rivier zonder geheimen.

's Middags na de lunch plonzen agenten van de federale politie in het water. Hun uniformen laten ze in bundeltjes achter op de oever, bovenop hun laarzen. De agenten beamen dat de rivier niet zo schoon is als die lijkt. Ja, ze weten wat hier in het water drijft, lacht een 28-jarige sergeant. Maar wat moeten ze anders? De Iraakse zomer is verzengend, het water heerlijk koel.

Iraakse vluchtelingen in Qayarah. Beeld AP
Iraakse vluchtelingen in Qayarah.Beeld AP

Zwemmen is het enige vertier tijdens hun dienst. In Hammam al-Alil is de bevrijding alweer negen maanden geleden, maar in de praktijk leveren de agenten nog altijd strijd met IS. Onlangs nog: mortier afgevuurd op een humvee, drie gewonden. Sleeper cell. Negen maanden na de bevrijding zit Hammam al-Alil daar vol mee.

Veel problemen hier, zegt de sergeant. Hij neemt een duik.

Bijna elke dag spoelt in de rivier een lijk aan. "Élke dag", grijnst Rabi Mes Aan, 15 jaar, de blik van een straatschoffie, de mouwen van zijn Qatar Airways-voetbalshirt (Lionel Messi) opgestroopt rond een broodmager lijf. De tiener werkt in de bouw. In Hammam al-Alil wordt volgens hem maar weinig gebouwd, driekwart jaar na de bevrijding. Dus heeft hij tijd om te jutten naar lijken.

Deze morgen nog was het raak, op zijn favoriete vindplaats: een grassige uiterwaard, niet ver van het met westers geld gebouwde pompstation voor drinkwater. De lichamen zijn van IS-strijders die zijn gedood tijdens de laatste bloedige dagen van de herovering van Mosoel in juli, vertolkt Rabi de meest gangbare theorie."Vanmorgen vonden we een buitenlandse strijder. Dat weten we omdat we documenten op hem vonden in een andere taal dan het Arabisch."

De documenten geven Rabi en zijn maten aan de politie. Geld en telefoons verdelen ze onderling. Niemand in het stroomdal van de Tigris voelt zich geroepen om dode IS-strijders te begraven. Forensisch onderzoek is niet aan de orde. Na het plunderen duwen Rabi en zijn makkers het lijk daarom weer weg. Van de oever af, terug de rivier in. Stroomafwaarts, in het water dat zo helder lijkt.

Komen de lichamen echt uit Mosoel? In de tuin, op zijn schommelbankje, aarzelt gouverneur Al Joubouri. "We weten het niet. We weten ook niet of ze van IS-strijders zijn of gewone burgers."

Iraakse soldaten bij een verwoeste brug over de Tigris, Irak. Beeld AP
Iraakse soldaten bij een verwoeste brug over de Tigris, Irak.Beeld AP

Massagraf

Voor de gouverneur zijn de lichamen in de rivier de zoveelste aanwijzing dat de bevolking wraak wil. Hammam al-Alil heeft zwaar geleden onder de bezetting door IS. Bij de bevrijding in november werd in de stad een massagraf met naar verluidt honderden lichamen aangetroffen: militairen en politieagenten uit de buurt, geëxecuteerd door de extremistische beweging op het eind van de oorlog.

Sinds dit voorjaar tekent een spoor van vergelding zich af onder de bevolking. Meerdere IS-verdachten zijn doodgeschoten in een veld. Elf, volgens sommige berichten. "Hooguit twee", zegt de gouverneur. In de broeierige hoofdstraat, waar het voor Iraakse begrippen ongewoon stil is, fluisteren winkeliers over ontvoeringen "voor geld". Een Facebookgroep met 650 leden die zich 'Revolutie Hammam al-Alil' noemt, riep in juni op tot bijltjesdag. De IS-families moeten verhuizen. Weg uit de stad.

"Ik ken de initiatiefnemers van de groep persoonlijk", zegt Al Joubouri. "Ze zijn ook betrokken bij de ontvoeringen. Dit is een probleem: sommige leden werken bij de politie. Ze doen alsof ze mensen arresteren, maar ze eisen losgeld."

Kijk, Al Joubouri begrijpt hen. Heel goed zelfs. Hij is zelf slachtoffer van IS. "De mensen van mijn stam die door hen gedood zijn, ik kan ze niet eens tellen. Het zijn er te veel om op te noemen."

Wat men in het Westen weleens vergeet: in zijn stad bestaat het probleem dat nu IS heet al sinds 2004, toen de extremisten zich nog Al Qaida noemden. Zijn zoons die hier als schildwachten bij de tuinpoort staan, doen dat met reden: een derde zoon is onthoofd door Al Qaida.

Al Joubouri, een man van het overheidsgezag en daarom de vijand, ontsnapte zelf ternauwernood aan een liquidatie. Drie van zijn bewakers zijn in 2005 vermoord. Zijn broer is ook gedood door de extremisten, evenals een oom.

Een Irakees duikt in de Tigris.
Een Irakees duikt in de Tigris. "Ja, we weten wat hier in het water drijft."Beeld REUTERS

Maar de gouverneur wil het goede voorbeeld stellen. De bibliotheek die hij bezat voordat IS die in brand stak - 3.500 boeken - stond vol literatuur over recht. In Irak is het rechtssysteem vastgelopen: een politieonderzoek dat drie dagen mag duren, duurt nu maanden.

Toch is het voor de oud-rechter duidelijk: ook wie verdacht wordt van betrokkenheid bij IS, verdient een proces. Eigenrichting kan nooit: "Anders ben je niet beter dan IS. Het is moeilijk, zeker als je weet dat ze jouw familieleden hebben vermoord en je huis in brand hebben gestoken, maar geweld leidt tot meer geweld."

Hij is in gesprek gegaan met de organisatoren van de Facebookgroep. "Sommigen ken ik persoonlijk. Ik heb met ze gepraat. Ik heb uitgelegd: ook ik ben geraakt door IS. Toch houd ik me aan de wet. Ze weten dat het niet kan. Ze zijn er nu mee gestopt." Met een lachje: "Ik heb hier ervaring mee, al uit de tijd van Al Qaida. Je moet het recht in Irak aan mensen opdringen."

Al Joubouri wijst naar de tuinmuur. Hij hoeft maar de poort uit te lopen om eraan herinnerd te worden hoe moeilijk het is wat hij predikt. "De overbuurman heeft vier zoons. Allemaal bij IS."

Hij heeft geen idee wat er met die zoons is gebeurd. In Hammam al-Alil is alles mogelijk. De mannen van de Federale Politie die elke middag verkoeling zoeken in de rivier vol lijken, vonden onlangs nog een IS-strijder in de kelder van een woning. Die werd daar verborgen gehouden door zijn vader. Al Joubouri praat niet meer met de overbuurman, laat staan dat hij daar aanklopt.

Maar als hij hem op straat ziet, groet hij wel. Eén woord. "Salaam." Vrede.

Qayyara 65 km onder Mosoel

De man onder het plastic tentzeil stelt zich voor als Abu Hassan, vader van Hassan. Vraag hem waar Hassan is gebleven, en het wordt stil. Zijn oudste zoon leeft niet meer. Met Hassan zijn de problemen begonnen.

De tent ziet beige van het woestijnstof. Onder de luifel, verscholen tegen de hitte, bivakkeren zijn acht overlevende kinderen en twee vrouwen. De Korantekst waarin staat dat een man twee, drie of zelfs vier vrouwen mag trouwen, heeft Abu Hassan letterlijk opgevat, zoals veel mannen in het rivierdal van de Tigris. "Mijn twee echtgenotes", zegt hij met een restant van trots.

Tot vorig jaar had Abu Hassan een goede baan als wiskundeleraar op een middelbare school. Zijn droom: verder studeren aan de universiteit van Mosoel, met een speciale beurs voor docenten. Die universiteit - voor de komst van IS een van de meest vooraanstaande onderwijsinstellingen van Irak - ligt nu in puin.

Een gebroken toekomstdroom en twee echtgenotes: in het vluchtelingenkamp bij Qayyara wemelt het van mannen als Abu Hassan. Het kamp, een van de grootste in de regio, bestaat uit duizenden tenten, opgezet in lange rijen verdeeld over zeven immense velden - een stad van verloren hoop.

Tribale kwestie

De meeste vluchtelingen kwamen hier in het heetst van de strijd, in het najaar van 2016. Nu de oorlog met IS hier voorbij is, maken ze zich op om terug te gaan naar huis. Maar Abu Hassan arriveerde hier met zijn gezin pas in maart. Dat is meer dan een half jaar na de bevrijding van deze streek.

Waarom hij toen plotseling naar het kamp vluchtte? "Een tribaal probleem."

Abu Hassan komt uit Aswaya, een dorp vlak bij Qayyara. Het kampbestuur spreekt van een buitenwijk. Meer dan een weg met verstofte huizen langs de rivieroever blijkt het niet te zijn. Wel is het gehucht strategisch van belang: hier ligt een pontonbrug over de Tigris. Een keer of twee, drie per week drijft een lijk tegen de brug aan. Nu ook weer: een man met een baard, verschoten van kleur, grotesk opgezwollen.

"Geen foto's!" schreeuwt de legerkapitein op de brugpost. Hij is beducht voor een verhaal over 'mensenrechtenschendingen'. In de Britse pers zijn berichten verschenen dat IS-strijders in het rivierdal geëxecuteerd worden. Dit is een IS-lijk, zegt hij. "Maar misschien ook een burger. We weten het niet."

Iraakse families in Qayarah, Irak. Beeld AFP
Iraakse families in Qayarah, Irak.Beeld AFP

Straks, als niemand kijkt, zullen de militairen proberen het lijk weer de stroming in te duwen. Dan drijft het verder, onder de pontons door, naar Sharqat, nog in handen van IS.

Of misschien - gelach op de brug - helemaal naar de Iraakse hoofdstad Bagdad. Alleen als een lijk echt niet verder wil, vormt deze brug een eindhalte. Het lichaam wordt dan uit het water gehaald en naar het mortuarium in Mosoel gebracht. Daarna wacht een anoniem graf.

Op de weg naar de brug is het verkeerd gegaan, zegt Abu Hassan. "Ons huis lag aan de doorgaande weg."

Vanuit zijn woning zag hij de bezetters langsrijden. Eerst de Amerikanen in hun humvees, na de val van Saddam Hoessein in 2003. Met hun gewelddadige contraterreuracties dreef het Amerikaanse leger veel inwoners van het rivierdal in de armen van Al Qaida. "In veel andere plaatsen zijn de Amerikanen nooit geweest. Ze kwamen niet in steegjes. Maar wij zagen alles langskomen." Na de Amerikanen was het de beurt aan IS. "IS reed bij ons door de straat."

Zijn zoon Hassan, geboren in 1996, leerling in de vijfde klas van de middelbare school, een jongen die nooit veel met godsdienst had, was gelijk verkocht. "Die mannen, hun wapens, hun kledingstijl, de zelfverzekerde manier waarop ze preekten... Drie maanden heb ik geprobeerd om hem te beïnvloeden, om hem tegen te houden."

Maar in het najaar van 2014 zei Hassan: "Vader, ik heb mijn keuze gemaakt". Hij verliet het ouderlijk huis, om mee te vechten met IS.

Vonnis voor de sjeik

Wat doe je met een zoon bij IS? Af en toe kwam Hassan thuis van het front. Je moet hem tegenhouden, waarschuwden familieleden. Abu Hassan wist niet hoe. Naast hem, op een bed in een hoop lappen, ligt de oudste van zijn echtgenotes te herstellen van een auto-ongeluk. Zij is Umm Hassan, moeder van Hassan. Als haar kind een paar dagen uit de oorlog kwam, verwende ze hem juist. "Ik ben zijn moeder. Ik was zo bang dat hem iets zou overkomen."

Op een dag werd er op de deur geklopt. IS-strijders. Het lichaam van Hassan lieten ze achter op de stoep. Gesneuveld in de strijd, nog geen 20 jaar oud.

De buren toonden medeleven. Tot IS werd verslagen en iedereen het gezin de rug toekeerde. Abu Hassan bleek op een lijst te staan van mensen die met de extremisten samenwerkten. "Ze beschuldigden mij ervan dat ik ook IS-lid was." De wiskundeleraar werd opgepakt, opgesloten, ondervraagd. Na een half jaar kwam hij vrij. Het Iraakse justitieapparaat zag geen bewijs voor zijn schuld.

Maar dat heeft hem weinig geholpen.

De buren, de familie, de stam - ze hadden geen rechter nodig om Abu Hassan toch te straffen. Een vader die toestaat dat zijn zoon bij IS gaat, is in het tribale Irak aansprakelijk. De plaatselijke sjeik sprak zijn vonnis uit: de familiewoning moest vernietigd. In brand gestoken. Volksmilities, de hashd, zetten het huis in lichterlaaie. Abu Hassan, zijn echtgenotes en acht kinderen zijn verbannen naar het vluchtelingenkamp.

Hun tent staat in een speciaal vak. "Voor IS-families", zegt de kampleiding zonder omhaal. Het zijn er tientallen. Ze zijn anders dan andere vluchtelingen. Sommigen hebben met dekens een speciaal vrouwenvertrek gemaakt in de tent. Onder IS kon je goed zaken doen, zegt een van de buren. "In Mosoel is het moment van de wraak aangebroken", zegt een jongeman. Zijn oom vecht met IS in Syrië.

Aan het begin van de tentenrij wappert een vlag van de hashd. De kampmanager, Saad Ferman, een geoloog die door de oorlog in het vluchtelingenwerk belandde, vindt het prettig dat deze militiestrijders toezicht houden binnen de hekken. Het kamp ligt slechts drie kilometer verwijderd van een dorp dat onlangs kortstondig door IS werd terugveroverd op het Iraakse leger. "We zitten vlakbij de frontlijn."

Ferman woont zelf in Qayyara. Hij kent Abu Hassan. Wat hem is overkomen, geldt voor veel IS-families, verzucht hij: vrijgesproken door justitie, verstoten door hun eigen stam. Dit kamp is de enige plek waar ze kunnen overleven. "De eerste drie, vier dagen, misschien een week, zijn de IS-families bang dat hen in het kamp iets overkomt. Ze mijden andere families, die zijn gevlucht voor IS. Daarna zien ze dat ze hier in elk geval veilig zijn."

Voelt Abu Hassan zich veilig, bewaakt door de milities die zijn huis op de rivieroever in brand staken? "Deze tent is alles wat we hebben", zegt hij met tranen in zijn ogen. "Voor mij en mijn echtgenotes is het afgelopen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234