Vrijdag 25/06/2021

Rijexamen

De ridders van het rijexamen

Luc Stippelmans: 'Die examinators zijn niet per definitie onmensen, het zijn gewoon mensen. En je hebt er toffe en minder toffe.'  Beeld Jef Boes
Luc Stippelmans: 'Die examinators zijn niet per definitie onmensen, het zijn gewoon mensen. En je hebt er toffe en minder toffe.'Beeld Jef Boes

Autogordel vastgeklikt, spiegels op hun plaats en zweethandjes op tien voor twee. Rij-instructeurs halen hun sappigste examenverhalen boven, en jawel: je bent gebuisd als je onderweg té uitgebreid je neus snuit.

"Laatst kwam een vader met veel poeha zijn dochter afzetten aan het examencentrum, met de duidelijke mededeling dat ze er helemaal klaar voor was. Zijzelf stond er maar wat te staan. Toen ik vroeg of hij haar dan de sleutels zou geven om haar naar de zee te laten rijden, was hij nog duidelijker: de zee? Zot. Dat kan ze niet. Begin er dan maar aan, he.”

Een mens zou voor minder met witte knokkels in de schoot een examenritje uitzitten, zo ook Chantal De Keuster die meteen een vinger op de zere plek legt. De druk die kandidaten doorgaans ervaren, wordt dan ook even vaak door hun omgeving opgelegd als door zichzelf. De nieuwe auto staat al klaar in de garage nog voor ze weten hoe ze moeten starten, en met de mededeling dat ze in geen geval mogen buizen, worden ze met een laatste schop onder de kont de weg op gezet. Niet onlogisch dus, dat de instructeur meer dan eens de supporters vriendelijk ­verzoekt vooral niet mee te gaan naar het examencentrum.

De weg naar die gevreesde plek is dus het moment voor de instructeur om de kandidaat te kalmeren. “Ik heb er eentje gehad die een heel pak chocolade naar binnen speelde, dat zou haar rustig maken. En er zijn er die tien sigaretten roken op tien minuten. Als dat kan helpen, doen ze maar. Al probeer ik hen vooral van zichzelf te overtuigen en nog enkele tips mee te geven”, zegt Luc Stippelmans. “Memoriseren”, vult Abdelmajid Ahanssas aan. “Als ze niet meer weten wat te doen, moeten ze terugdenken aan de lessen en aan alles wat we hen gezegd hebben. Al zijn er ook die zweren bij kalmeringspillen die ze ’s ochtends nog snel bij de apotheek zijn gaan halen. Wat voor pillen dat dan mogen zijn, weet ik niet. Ik weet alleen dat ik ze niet zou nemen, mentale sterkte is het beste medicijn.”

Anderen houden het bij een schiet­gebedje, slaan snel een kruisje of mompelen wat tegen zichzelf. Dat er bij het inrijden van het examencentrum soms nog luidop de vraag gesteld wordt of ze bij een oranje licht mogen doorrijden, of dat er ook voorrang van links gegeven moet worden, doet het ­vertrouwen echter slinken. Bij iedereen.

Uitzonderlijke kennis

Stippelmans maakt een treffende vergelijking. “Het is soms alsof De Hulk plots naast mij zit tijdens die examenrit. Iemand die in gewone omstandigheden goed rijdt, kan ­tijdens zo’n examen totaal veranderen.” En dan is het hopen dat de kandidaat niet alleen slaagt, maar dat er verder ook geen accidenten gebeuren.

Fouten zijn te wijten aan veel factoren, al spelen zenuwen dus de grootste rol. Een mens verliest 20 procent van zijn capaciteiten door zenuwachtigheid, dus tel maar uit. Op een gewone dag weet iedereen zijn ­richtingaanwijzers en voorlichten staan, maar op het examen lijkt het soms alsof die kennis een uitzondering is. Hetzelfde met begrippen als vooruit en achteruit, gas geven en remmen of links en rechts. Er zijn trucjes, maar die passen de instructeurs niet graag toe. “Een sticker plakken op de ruit zodat de kandidaat weet wanneer hij moet indraaien tijdens het parkeren. Mooi, maar hoe ga je dat in reële situaties doen? Als het echt niet te doen is, laten we kandidaten subtiel een ‘l’ op hun linkerhand en een ‘r’ op hun rechterhand schrijven”, geven ze toe. Dan is het enkel nog meekijken, zodat die letters niet op de verkeerde hand terechtkomen. “Vrouwen geef ik soms de tip om aan hun rechterhand een ring te dragen. Ring - Rechts. In de hoop dat ze het dan wel onthouden. De sympathiekere examinator houdt echter ook rekening met die handicap, zolang hij daar op voorhand van op de hoogte is”, zegt Stippelmans. “Want die examinators zijn niet per definitie onmensen, het zijn gewoon mensen. En je hebt er toffe en minder toffe.”

De meest gevaarlijke ritten zijn uiteindelijk die waar de verkeersregels, al is het er maar eentje, genegeerd worden. 'Dat iemand door het rood rijdt, kan ook gebeuren', zegt Abdelmajid Ahanssas.  Beeld Jef Boes
De meest gevaarlijke ritten zijn uiteindelijk die waar de verkeersregels, al is het er maar eentje, genegeerd worden. 'Dat iemand door het rood rijdt, kan ook gebeuren', zegt Abdelmajid Ahanssas.Beeld Jef Boes

Een kandidaat met hoestbuien of een ­verkoudheid kan dat dus beter op voorhand zeggen, in plaats van de voorruit vol te ­niezen en de controle over het stuur te verliezen. Als het dan echt nodig is, mag hij even aan de kant gaan staan om te bekomen of zijn ding te doen. Ahanssas kreeg zo ooit te maken met een student die een belangrijk telefoontje verwachtte. “Het interimkantoor zou hem bellen voor een job. We hebben de examinator daarvan op de hoogte gebracht en toen de gsm herhaaldelijk rinkelde, mocht hij even aan de kant gaan staan om zijn ding te doen. Beter zo, dan al die anderen die hun gsm plots horen afgaan en als een zot in hun broekzak beginnen voelen om dat ding te doen zwijgen. De handen moeten nog altijd aan het stuur blijven tijdens het rijden.”

Tijd om te stoppen

Dat weet ook De Keuster, die ooit iemand gebuisd heeft geweten omdat hij zijn neus snoot. “Zo vertelde hij het verhaal althans. Hij snoot zijn neus en was gebuisd. Niet dus. Hij haalde beide handen langdurig van het stuur om met zijn knie verder te sturen en ondertussen rustig zijn neus te snuiten. Dat is natuurlijk een heel ander verhaal.”

Het kortste rijexamen moet er eentje geweest zijn waarbij de kandidaat in kwestie bij het uitrijden van het examencentrum bijna een fatale botsing veroorzaakte. Het grappigste was toen de kandidaat instructies kreeg om de wagen te verlaten en te doen alsof hij naar de winkel ging, en vervolgens werkelijk boodschappen ging doen. De meest omslachtige rit was die waarbij een kandidaat tegen een geparkeerde auto reed. Het makkelijkste examen was er een waarbij ze dertig van de veertig minuten in de file stonden en het meest ongemakkelijke was er eentje waarbij de kandidaat geen Nederlands sprak en de instructies naar believen interpreteerde. En dan was er nog dat examen waarbij de kandidaat zo nerveus was dat er om de vijf seconden een zweetdruppel in zijn schoot viel.

‘Als het echt niet te doen is, laten we kandidaten subtiel een l op hun linkerhand en een r op hun rechterhand schrijven.’ Beeld Jef Boes
‘Als het echt niet te doen is, laten we kandidaten subtiel een l op hun linkerhand en een r op hun rechterhand schrijven.’Beeld Jef Boes

De meest gevaarlijke ritten zijn uiteindelijk die waar de verkeersregels, al is het er maar eentje, genegeerd worden. “Iemand die een straat inrijdt waar hij niet in mag rijden, dat gebeurt vaak. Dat iemand door het rood rijdt, komt gelukkig minder voor, maar ook dat kan gebeuren”, zegt Ahanssas. En dan grijpt de instructeur in en eindigt het ­examen. Net zoals in de les­wagens heeft de instructeur namelijk een systeem om het over te nemen, al mag dat niet stiekem want dan gaat er een alarm af.

Toch is er niet altijd een oplossing voorhanden, zegt Stippelmans. “Als een kandidaat te traag vooruitgaat en ons daardoor in een onveilige situatie brengt, kunnen wij eventueel gas bijgeven. Als hij plots remt, kunnen we echter geen gas bijgeven. Zo heb ik mijn leven eens zien voorbijflitsen toen een kandidaat alles dichtgooide voor een oranje licht. Achter ons zag ik een zware truck op ons afkomen die op het laatste nippertje nog kon uitwijken. Het scheelde een haar. Toen zei zelfs de examinator dat het misschien tijd was om te stoppen met zijn job.”

Zestiende keer goede keer

Er zou verondersteld kunnen worden dat de beste ritten diegene zijn waar de kandidaat op het einde slaagt en iedereen fluitend uitstapt. Maar toch is dat niet altijd zo, legt Stippelmans uit. “Het is dubbel. Het gebeurt soms dat de kandidaat geslaagd is dankzij een portie geluk. Geen overstekende voetgangers, geen wagens die hun voorrang ­opeisen, geen onvoorziene omstandigheden. Terwijl de kandidaat daar doorgaans wel problemen mee heeft. En dan is dat rijbewijs niet helemaal verdiend.” Voor De Keuster is een rit geslaagd wanneer de kandidaat na afloop begrijpt waarom hij of zij al dan niet geslaagd is. Al is dat begrip soms ver te ­zoeken, dat bewijst de dame die maar liefst zestien keer opnieuw dat rijexamen moest afleggen. “Ze kon de hele rit lang maar een ding tegelijk”, zegt Stippelmans. “Of voorrang van rechts geven. Of zich aan de snelheid houden. Of in haar zijspiegels kijken. Of op de verkeersborden letten.” En laat autorijden nu net de combinatie van al die dingen zijn.

Chantal De Keuster: 'Een meisje dat achtereenvolgens haar moeder, vader en vriendje aan de lijn kreeg, werd met de keer wanhopiger. Geen van hen troostte haar, ze konden haar enkel uitfoeteren.' Beeld Jef Boes
Chantal De Keuster: 'Een meisje dat achtereenvolgens haar moeder, vader en vriendje aan de lijn kreeg, werd met de keer wanhopiger. Geen van hen troostte haar, ze konden haar enkel uitfoeteren.'Beeld Jef Boes

Het zal de kandidaat echter allemaal worst wezen. Eenmaal dat rijbewijs er is, ligt de wereld aan zijn voeten. In het andere geval is het eens zo pijnlijk en stort de wereld heel eventjes in. “Op de terugweg na het examen probeer ik in te praten op zo’n gebuisde ­kandidaat. Maar eigenlijk is het aan de ­omgeving om zo iemand op te vangen”, vindt De Keuster. Wat niet altijd gebeurt. “Een meisje dat achtereenvolgens haar moeder, vader en vriendje aan de lijn kreeg, werd met de keer wanhopiger. Geen van hen troostte haar, ze konden haar enkel uitfoeteren.”

Toch wordt het geweer soms ook van schouder verwisseld, met een moeder die het munt op de instructeur omdat haar dochter al twee keer buisde, terwijl die dochter ­volgens de moeder beter zou rijden dan zij. “Ik heb aan die moeder gevraagd of ze goed hoorde wat ze zei”, zegt Stippelmans. “En of ze zelf met een gerust hart de baan op ging.”

En als de omgeving zijn zegje niet doet, kunnen het ook de kandidaten zelf zijn die de instructeur of examinator uitfoeteren. Al worden die wel op hun plaats gezet, of ze mogen te voet het examencentrum verlaten. Wat een enkeling ook al deed. In zijn colère stak hij door het rood de straat over.

Zo wals je door het rijexamen

Kijk ver genoeg vooruit, want er is meer op de baan dan enkel de auto voor je. Door vooruit te kijken kun je de verkeerssituatie beter inschatten en je rijgedrag aanpassen.

• Kijk ook achteruit. Maar doe dat best niet te lang.

Doe ook niet alsof je kijkt. Door gewoon je hoofd naar links en rechts te bewegen, heb je nog niet alles gezien.

• Pas je snelheid aan de situatie aan. Als het kan, mag je de maximale snelheid rijden, maar als dat niet kan, is het onnozel en gevaarlijk.

Rem wanneer het nodig is. En dat is dus niet enkel voor een rood licht of overstekende persoon. Rem ook voor een bocht en wanneer je een kruispunt nadert. En wanneer de auto voor je remt, dan ook.

Maak de juiste inschattingen. Zorg dat je voldoende aanvoelt hoe groot je auto is en hoe je ermee kunt manoeuvreren tussen en naast andere auto’s. Laat sowieso voldoende ruimte bij die manoeuvres.

Twijfel niet. En als je toch twijfelt, doe dan geen zotte dingen maar laat het zo. Twijfel en voorrang van rechts leiden tot de meeste ongelukken.

• Pas je snelheid aan op de autosnelweg. En begin daar al mee op de invoegstrook.

Verwacht geen wonderen en laat je niet afleiden door een foutje.

Met dank aan Rijschool Goossens, Rijschool Merelbeke en Rijschool Cum Laude.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234