Vrijdag 10/07/2020

De restauratie van een hitmachine

Hij schreef zonovergoten popliedjes over California girls en zorgeloos surfplezier, maar tegelijk worstelde hij met demonen als alcohol, drugs en een hardnekkig jeugdtrauma. Marc Didden borstelt een portret van Beach Boy Brian Wilson, die donderdag ten dans speelt in Brussel.

Brian Wilson werd in de maand juni van 1942 geboren in Inglewood, een slaapstadje in het zuidwesten van Los Angeles. Er wordt gezegd dat hij als tweejarige kleuter al emotioneel helemaal overhoop gehaald werd door een integrale live-uitvoering van George Gershwins klassieker Rhapsody in Blue, die hij op het gigantische radiotoestel in de huiskamer van zijn ouders mocht beleven.

Later zou hij verklaren dat hij toen en daar, bewust of onbewust, beslist heeft dat hij later 'iets in de muziek' zou doen, en aan dat 'iets' danken wij vandaag het legendarische oeuvre van de in sommige kringen nog altijd onderschatte Beach Boys, ook al zijn ze dan samen met The Beatles en Abba, die allebei door hen beïnvloed werden, misschien wel de enige perfecte hitmachine uit de geschiedenis van de populaire muziek van vorige eeuw.

Er zijn ook mensen die beweren dat Brian Wilsons liefde voor muziek, en die van zijn jongere broers Carl en Dennis, niets met Gershwin van doen had, maar er gewoon hardhandig in werd geramd door hun extreem dominante vader Murry Wilson. De oude Wilson was inderdaad en volgens diverse bronnen een zeer gewelddadige man, die zelf ooit torenhoge showbizzambities had gekoesterd maar zo tegen halfweg de jaren zestig tot zijn eigen ergernis begon in te zien dat het nooit écht wat zou worden met zijn carrière. Dat het net rond die tijd goed begon te gaan met het surfbandje dat zijn drie zoons en enkele van hun neven en buurjongens spelenderwijs opgericht hadden, zat hem volgens vriend en vijand dubbel en dik dwars.

Gewelddadige vader, verslaafde moeder

In de zeer lezenswaardige autobiografie Wouldn't It Be Nice: My Own Story, die Brian Wilson in 1991 liet verschijnen (en die tot stand kwam in nauwe samenwerking met celebrityjournalist Todd Gold en Wilsons toenmalige mentor en therapeut Eugene Landy) heeft hij het opvallend vaak over zijn op zijn best flamboyante vader Murry en over de verpletterende invloed die de man op hem en zijn jongere broers gehad heeft.

Over hoe het gedrag van die vader hun leven, en dat van hun altijd bange en op den duur zwaar aan alcohol verslaafde moeder, permanent en zwaar gehypothekeerd heeft. Soms vele pagina's lang haalt de haast geniale songschrijver en componist ongemeen hard uit naar zijn vader en aarzelt hij niet de man van mentaal, fysiek en seksueel geweld te beschuldigen. Hij zegt ook onomwonden dat de obesitas en de paranoia van zijn basgitaar spelende broer Carl en het overmatige drank- en drugsgebruik van zijn andere broer en drummer Dennis rechtstreekse gevolgen waren van hoe ze door hun vader destijds voortdurend vernederd en uiteindelijk vernietigd werden.

Carl en Dennis kunnen we er niet langer over ondervragen: ze zijn ondertussen allebei in droevige omstandigheden en op relatief jonge leeftijd gestorven. Of alles wat in Wouldn't It Be Nice staat waar is, weet overigens niemand. Kritische waarnemers zeggen dat Wilsons autobiografie helemaal georkestreerd was door de mediageile en controversiële therapeut Landy, en dat het boek eigenlijk meer over hem vertelt dan over de opper-Beach Boy. Toen een journalist dat even wilde checken en aan Brian Wilson vroeg of hij zijn autobiografie wel écht zelf geschreven had, antwoordde die, met zijn bekende grimas erbij: "Geschreven? Ik heb dat ding niet eens gelezen!"

Toch heeft Wilson in Wouldn't It Be Nice en in latere interviews meer dan eens enige milde en postume lof over voor de eerste en enige langspeelplaat van zijn vader, The Many Moods of Murry Wilson, die hij bij Capitol (het label van Frank Sinatra, Nat King Cole en ook zijn zoons) kon doordrukken op het hoogtepunt van hun commercieel succes. Iets minder enthousiast was hij over de methoden die Murry hanteerde om duidelijk te maken wanneer een van zijn kinderen iets uitgericht had wat hem niet beviel. Brian werd dan, omdat hij de oudste was en dus een voorbeeldfunctie had, altijd het meest en het hardst gestraft. Soms ging dat om lijfstraffen, zoals het toen nog algemeen aanvaarde pak voor de broek of de draai om de oren, maar uitzonderlijk werden er ook perfide spelletjes gespeeld die zelfs mij, die de jezuïeten overleefd heeft, als weird overkomen. Zo moest Brian als adolescent ooit dringend in zijn vaders bureau verschijnen, enkel gewapend met een wit blad papier. Brian Wilson tilde er niet bijzonder zwaar aan en vermoedde dat hij bijvoorbeeld honderd keer iets in de trant van 'Ik zal nooit meer stout zijn' zou moeten schrijven. Maar tot Brians diepe gruwel beval Murry dat zijn oudste zoon onmiddellijk zijn broek én zijn caleçon zou laten zakken om daar ter plekke dat witte A4'tje in extenso vol te schijten. "Om te lachen", beweerde de oude Wilson later, maar Brian houdt vol dat dát eigenste moment van ultieme vernedering er alles mee te maken heeft dat veel mensen ook vandaag de dag nog denken dat hij knettergek is.

Waar is mijn zwembroek?

Toch zal het niet om dat pijnlijke kakincident zijn dat Brian Wilson en zijn Beach Boys de geschiedenisboeken zullen halen - en trouwens al gehaald hebben - maar wel vanwege de vrijwel eindeloze reeks kwalitatief zeer hoogstaande pop- en rockhits die ze in de jaren zestig en zeventig aan de wereld schonken. En dan heb ik het zowel over hun vroege, frisse, schijnbare niemendalletjes - die steevast handelden over surfen, auto's en jonge meisjes - maar ook over voldragen sinfonietta's als het werkelijk weergaloze 'Good Vibrations', het nog steeds bloedstollende 'God Only Knows' of het bij elke beluistering meer en meer verbluffende 'Heroes and Villains'.

Of The Beach Boys de Amerikaanse Beatles waren, zoals sommige critici graag beweren, weet ik niet en vind ik ook niet belangrijk. The Beach Boys waren er in elk geval eerst, en zowel Paul McCartney als John Lennon gaven graag toe dat ze de Amerikanen bewonderden en zich graag door hen lieten beïnvloeden. Terwijl Brian Wilson ook nooit zijn gigantische respect voor het songschrijverstalent van Lennon & McCartney onder stoelen of banken gestoken heeft.

Wel is het zo dat McCartney ooit een beleefdheidsbezoek bracht aan de studio waar Wilson aan het werk was en dat die laatste hem in alle exclusiviteit een demo van het toekomstige legendarische album Pet Sounds liet horen. McCartney was daar zo flabbergasted van dat hij meteen John Lennon belde om hem op het hart te drukken dat hun volgende langspeelplaat niet "zomaar een plaatje" mocht worden, maar dat het iets meer mocht zijn.

De volgende van The Beatles heette Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band.

Overigens was geen enkele van de talrijke Beach Boys-singles uit de gouden jaren zestig en zeventig ooit zomaar een plaatje. 'Surfin' Safari', 'Surfin' USA', 'Help Me Rhonda', 'Fun Fun Fun', 'I Get Around', 'Little Honda', 'Little Deuce Coupe', 'Dance, Dance, Dance', 'Barbra Ann' of andere 'California Girls': ze klinken vandaag nog altijd even glashelder en parelend als wilde bergbeken, zelfs wanneer je ze, zoals ik onlangs deed, allemaal na mekaar beluistert op een versleten autoradio tijdens een vervelende rit, die plotseling niet meer vervelend was.

Ik word er al vrolijk van al die songtitels hierboven op te schrijven, en telkens wanneer ik ze in het echt of in mijn hoofd hoor, begin ik me spontaan af te vragen waar mijn zwembroek ook alweer ligt.

Het recept voor een goede Beach Boys-song is altijd geweest: neem verschillende lagen frisse jongensstemmen, voeg daarbij een kwak spitsvondige teksten die vooral met jeugdcultuur, snelle wagens en leudeuveudeu te maken hebben, gooi er een doodeenvoudig instrumentarium tegenaan, en soms ook een wolkje accordeon of theremin, en leg dat allemaal vast met de meest primaire maar dodelijk efficiënte opnametechnieken van die tijd, en het resultaat is negen keer op de tien een wonder.

De strandjongen als kunstenaar

Maar ook toen het in Brian Wilsons grote hoofd begon te sneeuwen en op een bepaald moment alles bij The Beach Boys wat ambitieuzer mocht worden, bleven er boeiende dingen gebeuren. De surf was op en zowel op compositorisch als tekstueel gebied werden veel ingewikkelder vormen gezocht en maakte de pure fun vaker plaats voor loodzware ernst. Brian Wilson wist ondertussen dat hij een drie minuten lange popsong kon schrijven. Maar omdat er ondertussen veel plaats was in zijn lijf, zat daar ook nog een soort van George Gershwin te wroeten om eruit te komen.

Dat leidde uiteindelijk tot het magnum opus Smile, dat er eerst nooit leek te zullen komen maar in 2004 toch met veel succes het levenslicht zag als een soloproject van Brian Wilson, met de hulp van zijn kompaan Van Dyke Parks, en dat volgende maand alsnog uitgebracht zal worden als een werk van The Beach Boys.

De late jaren van The Beach Boys leidden - mede dankzij Brians hang naar vernieuwing - ook tot fijne langspeelplaten als Sunflower, Holland of het geweldige Surf's Up. Die laatste donkere en van een prachtige hoesillustratie voorziene elpee was ik eigenlijk een beetje vergeten, tot ik hem bij het begin van deze zomer nog eens te horen kreeg ten huize van mijn vriend Ever Meulen, die ook op muzikaal vlak een onfeilbare estheet is. Sindsdien draai ik de cd-versie van Surf's Up bijna dagelijks en raak ik meer en meer onder de indruk van tracks als 'Don't Go Near the Water', 'Disney Girls', 'Take a Load Off Your Feet' of het lillende 'Student Demonstration Time', dat de revolte behandelt aan de Amerikaanse universiteiten die uitbrak in het zog van Mei '68. Kwaliteitssongs allemaal, ook al is geen van boven genoemde nummers van de hand van Brian Wilson.

The Beach Boys bestaan vandaag nog, al zou ik het passender vinden dat ze zich herdoopten in The Beach Persons. Maar omdat liefde dan misschien blind is maar niet doof, hebben de echte muziekliefhebbers natuurlijk allang afgehaakt. De groep die nu rondtoert onder de naam Beach Boys is niets anders dan een schaduw van een schim van wat hij ooit geweest is en zou, bij ontstentenis van ook maar één broeder-Wilson, eigenlijk wettelijk verplicht moeten worden te zwijgen. Maar dat doen ze helaas niet, vooral omdat hun nieuwe leider en zanger, de oppereikel Mike Love (wel een neef van de Wilsons en als dusdanig technisch gesproken ook een stichtend lid van de groep), wellicht beseft dat hij zonder enige band met The Beach Boys helemaal vermalen zou worden door de geschiedenis.

De jaren tachtig en negentig waren niet mild voor The Beach Boys en al evenmin voor het lichaam en vooral de geest van hun stichtend leider Brian Wilson. Die was door een mix van al die jeugdtrauma's, extreem alcoholisme en totaal buitensporig drugsgebruik zo goed als helemaal onhandelbaar geworden. Hij leefde de laatste twintig jaren van de vorige eeuw bijna voortdurend in zijn pyjama en kwam soms weken lang niet uit zijn bed. Wilson legt in zijn autobiografie in detail uit hoe hij in die tijd een speciale techniek ontwikkeld had om vanuit zijn bed in een fles te plassen zonder ooit te moeten opstaan. In het geval u dat zou willen weten.

Op een bepaald moment werd Brian tijdens een bijzonder pijnlijke vergadering zelfs uit zijn bloedeigen Beach Boys gezet, terwijl die nog jaren vrolijk de wereld bleef rondtoeren met een repertoire dat voor 90 procent bestond uit 'zijn' hits. Maar eenmaal bevrijd van The Beach Boys had hij wel alle tijd om, tussen alle ziektes en aanvallen van razernij en waanzin door, aan een solocarrière te werken.

Brian Wilson zou misschien nog een grotere toondichter geworden zijn als hij niet zijn hele leven halfdoof was geweest vanwege de vicieuze meppen om de oren die hij in zijn jeugd dagelijks had mogen incasseren van de vaderlijke hand. Dat neemt niet weg dat behalve de buitengewone catalogus die het volledige werk van The Beach Boys zonder twijfel is, Brian Wilson ook de auteur is van een reeks interessante soloplaten. Het begon allemaal in 1988 met Wilson, lang onvindbaar maar ondertussen netjes heruitgebracht op een overvolle cd, die een aanschaf alleen al waard is vanwege de uitgebreide linernotes van David Leaf en vanwege de klassieker 'Love and Mercy'.

De geest van Gershwin

Twee jaar geleden ontving Brian Wilson van de erfgenamen van George Gershwin het verzoek of hij zich eens uitvoerig wilde bezighouden met het updaten van de wonderlijke songbook die deze laatste tijdens zijn ultrakorte leven bijeen schreef, vaak samen met zijn oudere broer Ira. We hebben het hier inderdaad over dezelfde Gershwin die de Rhapsody in Blue geschreven had, een door en door Amerikaanse klassieker, waar de tweejarige Brian Wilson bijna 70 jaar geleden dus door omvergeblazen werd in zijn ouderlijke huis in het zuidwesten van Los Angeles. Dezelfde Gershwin die het basismateriaal leverde voor de ondertussen alweer voorlaatste soloplaat van Brian Wilson, die Brian Wilson Reimagines Gershwin heet. Het simpele maar fraaie hoesje van die cd ligt nu op mijn werktafel, terwijl ik vol van vreugde en verdriet luister naar een vreemde versie van 'Someone to Watch Over Me', die met evenveel passie als moeite gebracht wordt door alweer een gek die mij erg nauw aan het hart ligt.

Nee, Brian Wilsons herverbeelding van de wereld van George Gershwin is niet helemaal een meesterwerk geworden, maar er staan toch genoeg parels op om van deze zwarte zilveren schijf een precieus kleinood te maken. En het is ook een plaat die groeit als je ze daar de tijd voor geeft. Het genie Wilson heeft aanvankelijk wat moeite om zijn klauwen helemaal rond het oeuvre van Gershwin te klemmen. Maar nu ik hier 'It Ain't Necessarily So' zit mee te zingen en al uitkijk naar de song die volgt, 'It's Wonderful', kan ik toch niets anders dan beaat in bewondering staan voor de man die ons al zo veel good vibrations gegeven heeft dat ik ze niet meer kan tellen.

Get around: de wereld van Brian Wilson

Brussel

Als u zich echt wilt onderdompelen in de wereld van Brian Wilson, lees dan vooral Wouldn't It Be Nice: My Own Story van Brian Wilson en Todd Gold, The Rise, Fall & Redemption of the Beach Boys' Brian Wilson door Peter Ames Carlin, of het grondige Inside the Music of Brian Wilson door Philip Lambert. Luister ook naar een goede compilatie van The Beach Boys (op The Very Best of the Beach Boys staat bijna geen bagger) en naar Pet Sounds (in mono!), of ga op zoek naar al hun originele platen, die je vaak op goedkope 2-voor-1-cd's vindt.

Van Brian Wilson solo is Wilson onmisbaar, Smile essentieel en Reimagines Gershwin aanbevolen.

Als u benieuwd bent naar Gershwin zelf, begin dan met Rhapsody in Blue door Leonard Bernstein en het Los Angeles Philharmonic Orchestra (Deutsche Grammophon), en The Very Best of Gershwin, een compilatie waarop zijn songs vertolkt worden door o.a. Louis Armstrong, Ella Fitzgerald en Billie Holiday.

Van het Franse tijdschrift Les Inrocks is op dit moment een speciaal nummer beschikbaar dat 'California Vibrations' heet en een goed gedocumenteerd tijdsbeeld oproept van de muziekscene van de jaren zestig en zeventig aan de Amerikaanse westkust. Er zit ook een cd bij, Caroline, No, met zeldzame covers van Brian Wilson-songs.(md)

The Beach Boys, met Brian Wilson als eerste van links. De aankoop van een surfplank is aanbevolen maar niet essentieel voor intense appreciatie van hun muziek.


INFO:
Op donderdag 22 september staat Brian Wilson op het podium van de AB in Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234