Vrijdag 25/09/2020

De rentree van de imitatie-BV

‘Oewaarde landgenoten.’Kurt Van Eeghem als koning Boudewijn in Hitring: het moet in de jaren tachtig een van de eerste imitaties van een bekende mens op de Vlaamse tv geweest zijn.

“In Hitring had ik de toon gezet met het typetje Raphaël Goossens, mijn manier om de draak te steken met de stijfdeftige presentatoren uit die tijd”, vertelt Van Eeghem. “Dat was compleet nieuw op de Vlaamse tv en sloeg in als een bom. Ik kreeg er zelfs de Ha! van Humo voor. Het idee groeide om ook bestaande figuren te gaan parodiëren. Koning Boudewijn was er daar één van, een instanthit. In De driewijzen ging ik met dat imiteren verder. Zo deed ik onder meer Herman Van Veen na.”

In Van Eeghems kielzog volgt Ben Crabbé met zijn imitatie van Mike Verdrengh en ook Bart Peeters zet in die dagen een geloofwaardige Cas Goossens neer, maar het is de publieksopwarmer en tv-interviewer van De drie wijzen die het genre in Vlaanderen naar een hoger niveau zal tillen: Chris Van den Durpel. Zijn griezelig levensechte persiflage van dokter Le Compte is het prille begin van een hele carrière in het teken van de imitatie.

Van den Durpel: “De persiflage op dokter Le Compte is tussen pot en pint ontstaan, na een opname van De drie wijzen. Dokter Le Compte was die ochtend op de radio geweest en Kurt Van Eeghem, Ben Crabbé en ik hadden het over zijn bijzondere manier van praten en uitdrukken. Uit het niks ben ik hem toen beginnen na te doen en alle drie voelden we dat we daar iets mee moesten doen in het programma. Zo is de rubriek met dokter Le Compte en de vreemde voorwerpen ontstaan.”

Het is de start van wat Van den Durpel zelf “zijn ambacht” noemt: het creëren van eigen typetjes en het imiteren van BV’s, van Kamiel Spiessens en Jimmy B tot Pol Schampers en Herman Brusselmans. Hij heeft goud in handen en maakt er een eigen programma van: Typisch Chris. In 1998 maakt hij de overstap naar VT4, waar hij met Chris & co doorgaat op de ingeslagen weg. In 2007 zet Van den Durpel zijn werk voor televisie on hold. Een tijdperk is voorbij en de BV-parodie verdwijnt van het Vlaamse scherm.

Net wanneer iedereen denkt dat het afscheid definitief is, komt Walter Baele in 2009 met Wij van België, een komische miniserie op vtm waarin hij in de huid kruipt van prins Filip en Nathalie Meskens in die van prinses Mathilde. Vlaanderen reageert enthousiast en het genre lijkt helemaal klaar voor een échte reanimatie. Die komt er met Tegen de sterren op, waarin Baele en Meskens, maar ook volslagen onbekende imitatoren als Jonas Van Geel en Guga Baul, hun opwachting maken. De imitaties van Erik Van Looy, Axelle Red, Bart De Wever en co slaan meteen aan en het programma wordt bekroond met een Vlaamse Televisiester voor beste humorprogramma.

Paradox van het imiteren

“Vier jaar na Chris Van den Durpel was er een zwart gat ontstaan dat, met alle nieuwe BV’s die sindsdien zijn opgestaan, erom smeekte gevuld te worden”, zegt David Ottenburgh van DED’s It, het productiehuis achter Chris & co, Wij van België en Tegen de sterren op. “Imiteren is iets van alle tijden. Zoals de nar in de middeleeuwen de spot dreef met de landheren en koningen, zo relativeren wij de status van BV’s.” “Mensen vergelijken graag”, denkt Van den Durpel. “Ze zien graag kopieën van de mensen die ze dagelijks op tv zien. Daarom was De soundmixshow destijds zo populair en daarom vonden ook mijn imitaties zoveel weerklank.”

Volgens Walter Baele is er meer aan de hand: “Iedereen ziet graag een standbeeld wankelen op zijn sokkel. Al richt je met zo’n imitatie ook mee dat standbeeld op: dat is de paradox van het imiteren.” “Als imitator bewandel je een slap koord”, geeft Van den Durpel toe. “Onvermijdelijk sluipt in een imitatie een vorm van kritiek, al was het maar in algemene zin op alle aandacht die BV’s in dit land krijgen. Dat mag echter nooit het uitgangspunt zijn. Waarom het publiek lastigvallen met een belerend vingertje? Het heeft ook geen zin de groffe toer op te gaan. In Vlaanderen krijg je dan al snel tegenwind. Bovendien is het al te makkelijk mensen onderuit te halen.” “Een imitatie is vooral een ode aan de BV in kwestie”, besluit Baele. “Vergeet ook niet: om geïmiteerd te worden, moet je een A-status hebben bereikt. Zo kan ik goed Maurice Engelen nadoen - met de juiste make-up is het zelfs schrikwekkend hoe zeer ik op hem lijk - maar omdat de aandacht rond zijn persoon wat is weggedeemsterd, doen we er niks mee in Tegen de sterren op.”

Het is duidelijk: net als elke discipline heeft het imiteren zijn do’s-and-don’ts. “Een imitatie moet meer zijn dan zomaar iemand nadoen”, zegt Baele. “Het wordt pas functioneel als je het binnen de context van een goed uitgebouwde sketch doet. Ik zou doodgraag eens Greet De Keyser imiteren, maar zolang we geen grappig gegeven vinden om die imitatie aan op te hangen, wachten we ermee.”

Tot slot nog een goede tip van Kurt Van Eeghem: “Kies die mensen bij wie je haast van nature de manier van spreken en bewegen overneemt. Ik had dat met koning Boudewijn. Ik moest maar denken dat ik de hele maatschappij op mijn schouders torste en hup, ik was hem. Ik kon hem zelfs zo goed nadoen dat een paar beeldhouwers me ooit gevraagd hebben te poseren voor een standbeeld van Boudewijn. En dat heb ik met plezier gedaan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234