Dinsdag 28/09/2021

ReportageDe reis van mijn leven

De reis van mijn leven: met de nachttrein door Het Avondland

De nachttrein naar Boedapest. Onze journaliste zal er geradbraakt aankomen. Beeld Sanne De Wilde
De nachttrein naar Boedapest. Onze journaliste zal er geradbraakt aankomen.Beeld Sanne De Wilde

In ‘DE REIS VAN MIJN LEVEN’ blikken De Morgen-pennen terug op een trip die onder hun vel kroop en misschien wel hun leven veranderde. Vandaag: journaliste en columniste Jana Antonissen spoorde in 2017 met fotografe Sanne De Wilde drie weken lang door Europa om verhalen te rapen. Een intensieve reportagereis waarbij ze overgeleverd waren aan het langzamere ritme van de trein, de gastvrijheid van onbekenden, en elkaar.

Een grote, donkerblauwe draagtas met daarop een gele sterrencirkel was mijn favoriete accessoire van het lente-zomerseizoen van 2017. Destijds pronkten veel modelabels met EU-iconografie – als reactie op de brexit-onderhandelingen en de internationale opmars van populistische partijen.

Maar mijn shopper was niet van een of ander hip merk. Nee, ik had hem voor nog geen 3 euro aangeschaft in een toeristenzaakje aan het Brusselse Schumanplein. Want ik was 24, modebewust met een beperkt budget, én trotse Europeaan. Op feestjes was ik die, voor sommigen ongetwijfeld vervelende, griet die luidkeels verkondigde zich meer Europeaan dan Belg te voelen. Het feit dat ik toen tussen Brussel en Berlijn pendelde, zat daar zeker voor iets tussen, evenals het gebrek aan een overtuigende Belgische identiteit.

Mijn generatie heeft nooit anders gekend dan een weekendje in Parijs of Londen hier, een uitwisseling in Berlijn of stage in Amsterdam daar. Dankzij Flixbus en consorten was Europa ons dorp geworden. Als er één ding is dat ik terug wil van het oude ‘normaal’, dan wel die zorgeloze spontaniteit waarmee we EU-grenzen overstaken.

Maar we schrijven voorjaar 2017, wanneer corona alleen nog een fris biertje is. Eveneens is het mijn eerste jaar als freelancer. Mijn vast contract opzeggen was een bewuste keuze voor meer vrijheid, maar dat jaar leerde ik dat elke medaille met een keerzijde komt.

Italiaanse jongeren weten wat gastvrijheid is. Wanneer Jana en Sanne op hun logeerplek in Milaan aankomen, vloeit de prosecco rijkelijk. Beeld Sanne De Wilde
Italiaanse jongeren weten wat gastvrijheid is. Wanneer Jana en Sanne op hun logeerplek in Milaan aankomen, vloeit de prosecco rijkelijk.Beeld Sanne De Wilde

Toen mijn toenmalige chef me voorstelde om met een Interrailpas het continent af te reizen om te onderzoeken hoe de Erasmusgeneratie over Europa’s identiteitscrisis denkt, hoefde ik niet lang na te denken. Met een beperkt budget en in korte tijd zo’n reis uitstippelen was geen sinecure. Maar kansen als deze krijg je niet elke dag. Samen met fotografe Sanne De Wilde zou ik in drie weken van Lyon naar Malmö sporen, onderweg halt houden in Milaan, Belgrado, Boedapest en Warschau. Ongeveer 5.000 km zouden we per trein afleggen.

Het werd een reis die me nu nog altijd nauw aan het hart ligt omdat ze me naar leeftijdsgenoten met diametraal tegenovergestelde meningen leerde luisteren. De gastvrijheid waarmee elk van hen ons in hun stad, maar evengoed ook in hun gevoelswereld verwelkomde, was onverwachts groot. Of het nu communisten, conservatieve patriotten, moslimbekeerlingen of lesbische feministen waren: allemaal bleken ze naarstig op zoek naar een meer zinvol bestaan.

Het werd ook een reis vol inspirerende ontmoetingen die me zelfvertrouwen zouden schenken. Zo zou ik kort erna eindelijk de sprong wagen om voltijds in Berlijn te gaan wonen. Na tussendoor ook nog even in Parijs en Amsterdam te hebben verbleven, leef ik nu, vier jaar later, weer in Brussel. De cirkel is rond, en dat is goed zo. Op voorwaarde van vrij grensverkeer vind ik Europa’s hoofdstad een prima uitvalsbasis.

Beloofde land

Wanneer ik op de ochtend van vertrek naar het station van Brussel-Zuid wandel met mijn geleende backpack – ik ben eigenlijk meer een trolleytype – voel ik behalve de al hoog aan de hemel staande zon ook de belofte van avontuur branden.

Het was niet eenvoudig om Sanne, mijn zes jaar oudere collega-vriendin, te strikken. Met al haar fotoprojecten op andere continenten is ze dezer dagen zo weinig thuis dat ik vermoed dat ze aan het omgekeerde van heimwee lijdt.

“Ik ben op mijn best wanneer ik onderweg ben”, meent ze ook wanneer we naast elkaar neerploffen in het treinstel dat ons naar Lyon zal voeren. Minder dan vier uur zal dat duren: de kortste rit van het hele traject.

Sanne en ik leerden elkaar twee jaar daarvoor kennen tijdens een residentie in Parijs. We werken goed samen, maar brachten nooit eerder meer dan 24 uur aan één stuk samen door. Nu zullen we drie weken een bed delen. In die zin is deze reis dus ook een spannend experiment.

De Rhône rolt aan ons treinraampje voorbij. Lyon is een stad in de buik van Frankrijk waaraan ik eigenlijk nooit eerder had gedacht. Met haar historisch centrum vol smalle steegjes, kerken op elke straathoek, en de reusachtige Basilique Notre-Dame de Fourvière die vanaf een heuvel over de stedelingen waakt, is de stad zeker pittoresk, maar tegelijk ook wat belegen.

Ahmed met een vuurtje voor Jana in Milaan: ‘Ik heb me hier altijd welkom gevoeld.’  Beeld Sanne De Wilde
Ahmed met een vuurtje voor Jana in Milaan: ‘Ik heb me hier altijd welkom gevoeld.’Beeld Sanne De Wilde

Niet toevallig zijn we hier voor een verhaal over de behoudsgezinde bourgeoisiejeugd, die niet erg blij is met haar nieuwe president, Emmanuel Macron. We ontmoeten jonge vrouwen die geen hoge pet ophebben van “die hele gendertheorie” en Le Mariage Pour Tous. Ze nemen ons mee naar een van Lyons vele kerken. Tot onze verbazing zit die afgeladen vol. Er wordt zowaar geswingd op psalmen over het Beloofde Land.

De trein wordt ons kantoor op wielen. Sanne laadt foto’s op, maakt voorlopige selecties, én werkt tussendoor een fotoboek af. Ik lees me in, zet afspraken op, probeer in sommige gevallen zelfs nog een protagonist of slaapplek te fixen.

Als ik begin te stressen – wat al eens durft te gebeuren – kalmeert mijn reiscompagnon me met haar klaterlach. Al soja-chocomelk drinkend delen we onze verwachtingen: niet alleen die van de komende dagen, maar ook van ons verdere leven. We leren elkaar beter kennen, ontdekken dat we in onze relaties tegen gelijkaardige problemen aanlopen. Even voelt het alsof Sanne de oudere zus is die ik nooit had; de coupé onze knusse meisjeskamer.

Via een adembenemende tocht langs het Meer van Genève bereiken we uiteindelijk Milaan. In Italiës creatieve hart leven veel jongeren die vanuit zwaar door de financiële crisis getroffen regio’s hierheen kwamen om werk te vinden. Ze betalen mee de schulden van hun ouders af. Hoewel ze zelf over allesbehalve stabiele inkomens beschikken, ontvangen ze ons zo gastvrij dat het haast gênant is.

Een Facebook-introductie van een vage kennis volstond om een logeerplek aangeboden te krijgen, maar we hadden geen idee dat die met een welkomstfeestje in de vorm van scamorza en prosecco op een Milanees dakterras kwam.

Geen betere stad om te flaneren dan Milaan. Met zijn brede boulevards vol luxueuze pasticceria’s, piekfijn uitgedoste opa’s en imposante marmeren inkomhallen waan je je, zelfs met zo’n verdomde backpack op de rug, in een film van Luca Guadagnino.

Maar Milaan heeft ook minder mooie gezichten, zoals de zogezegde probleemwijk Cimiano. We drinken er mierzoete thee met een voormalige vluchteling uit Egypte. Ondanks Italiës belabberde economische situatie denkt hij er niet aan het land te verruilen voor pakweg Duitsland. Want dit is het mooiste land ter wereld, wisten wij dat nog niet?

Machinale snelheid

Van Milaan gaat het oostwaarts, naar Belgrado. Servië is dan al enkele jaren tevergeefs kandidaat-lid voor de EU. Een groot deel van deze maar liefst vijftien uur durende rit slijten we op een afgeleefde nachttrein. Je behoefte doe je hier gehurkt boven een gat in de vloer, en om te slapen is ongeveer anderhalve vierkante meter per persoon voorzien.

Terwijl de schokkende cadans me wakker houdt, bedenk ik dat je de machinale snelheid waarmee we door het landschap razen als metafoor kunt zien voor de oncontroleerbare willekeur van het leven. Wie weet waar we uitkomen.

Aan de oevers van de Donau vertelt een Syrische masterstudent in Boedapest over de schuldgevoelens waarmee hij kampt. Beeld Sanne De Wilde
Aan de oevers van de Donau vertelt een Syrische masterstudent in Boedapest over de schuldgevoelens waarmee hij kampt.Beeld Sanne De Wilde

Maar dit is geen moment voor existentiële overpeinzingen: ik moet uitgerust zijn voor de drukke dag die me te wachten staat. Ik giet een half flesje Melatonine-druppels naar binnen, en slaap eindelijk in. Sanne moet ’s ochtends vijf volle minuten aan me sjorren voor ik een teken van leven geef. De besnorde conducteur viert mijn herrijzenis met een spontane ochtendserenade.

We ontdekken dat dataroaming hier zo’n 20 euro per minuut kost, en zijn dus op mijn onbestaande oriëntatievermogen en een vrije interpretatie van het cyrillisch alfabet aangewezen.

In de bosjes bij een van de vele brutalistische woontorens zoeken we naar een paar sleutels. Een onbekende Serviër, die we ook nu niet ­zullen ontmoeten, leent ons graag zijn flat uit.

Eenzelfde verlangen om ons een positief beeld van de bewoners van dit “ultracorrupte” land met zijn onverwerkte oorlogsverleden te bezorgen, treffen we ook bij onze interviewees aan.

Ze nodigen ons thuis uit, spelen chauffeur, tonen Tito’s graf, leggen uit waarom zij meer heil zien in een nieuw socialistisch statenverbond dan in de EU, en laten ons in een zweterige kelder op turbofolk dansen.

De betere middenklasse houdt niet van turbofolk, een elektronisch muziekgenre dat het best als opgefokte folklore omschreven kan worden. Het is té Balkan, en past dus niet bij de verwestering die zij sinds de val van Joegoslavië nastreven. Het zal onze nieuwe vrienden worst wezen.

Valsspelen

Opnieuw een nachttrein, maar ditmaal trap ik niet in de val van die druppeltjes. Aldus bereik ik geradbraakt Boedapest. Het propere centrum van de Hongaarse hoofdstad heeft met zijn pastelkleurige poppenhuizen iets onwerkelijks, alsof het uitsluitend als decor voor toeristen dient.

Minder dan twee jaar geleden was dit treinstation wereldnieuws omwille van de duizenden vluchtelingen die er kampeerden. Premier Orbán reageerde door de grenzen te sluiten, hekken en vervolgens ook vluchtelingenkampen te bouwen.

Ook de liberale Centrale Europese Universiteit (CEU) die we bezoeken, de enige in het land die een richting als Genderstudies aanbiedt, is een doorn in het oog van Orbán, die met een sluiting dreigt.

In 2019 zou de omstreden ‘Lex CEU’ er uiteindelijk doorkomen, waardoor de universiteit gedwongen naar Wenen verhuisde. Het Europees Gerechtshof oordeelde in oktober 2020 weliswaar dat Orbáns wet geen juridische basis had, maar voor de universiteit kwam dat vonnis te laat.

Het is maar te hopen dat de EU nu sneller actie onderneemt tegen Orbáns nieuwe anti-homowet, en niet wacht tot alle lhbtq’ers noodgedwongen het land hebben verlaten.

Onderweg van Boedapest naar Warschau wordt ons strakke reisschema grondig verstoord. Door een onduidelijke overstap stranden we in een Slovaaks gehucht, accuraat Kúty getiteld. Acht uur lang wordt de stationskroeg ons crisiskantoor, zeer tegen de zin van de norse uitbaatster die me vijf kilometer naar de eerstvolgende bankautomaat laat afleggen.

Het is Pride-weekend in Warschau. Deze jonge vrouw draagt een duidelijke boodschap. Beeld Sanne De Wilde
Het is Pride-weekend in Warschau. Deze jonge vrouw draagt een duidelijke boodschap.Beeld Sanne De Wilde

In Warschau aangekomen valt geen tijd te verliezen voor ons verhaal over het nieuwe Poolse feminisme. Het is Pride-weekend, en de parade start zo. Het startschot wordt gegeven aan het kolossale, door Stalin opgetrokken Paleis voor Cultuur en Wetenschap.

How dare you assume I am straight’, leest het zelfgeschilderde plakkaat dat een van onze protagonistes, lgbqt-activiste en dj, bij zich draagt. We volgen de wagen waarop kleurrijke dragqueens dansen. Het is een bonte, maar desalniettemin zwaarbeveiligde bedoening. Want overal waar we passeren staat wel een groepje grimmige tegenbetogers, het ene al luidruchtiger dan het andere. Op hun plakkaten prijken rode kruizen over koppels van het gelijke geslacht.

Nadien pik ik, op aandringen van onze gastvrouw, nog een afterparty mee. Ik doe er mijn uiterste best zo weinig mogelijk wodka te drinken. Want over enkele uren al vertrekt onze vlucht naar Malmö. We spelen even vals per vliegtuig: door onze eerder opgelopen vertraging kunnen we ons nu geen rit van vijftien uur permitteren.

Na tweeënhalf week reizen op het ritme van de trein is zo’n vlugge verplaatsing een shock. Mijn brein kan amper vatten dat we ons pardoes in regenachtig Zweden bevinden. Misschien zitten het gebrek aan slaap en de opkomende kater daar wel voor iets tussen.

Dobberen in de Oresund tussen Denemarken en Zweden. Beeld Sanne De Wilde
Dobberen in de Oresund tussen Denemarken en Zweden.Beeld Sanne De Wilde

We ontmoeten residenten van de zogezegde no-gozone Rosengård, waar naast Zlatan Ibrahimovic ook een van de Brusselse jihadi’s opgroeide. In vergelijking met het chaotische Molenbeek is dit echter een opmerkelijk propere, rustige wijk. Ook hier maken we kennis met strenggelovige leeftijdsgenoten: blonde bekeerlingen die het niet eens zijn met het progressieve beleid van hun overheid. In de islam hebben ze eindelijk een zinvolle invulling voor hun bestaan gevonden.

Die zoektocht naar zin verenigt ons, de Erasmusgeneratie van Europa, uiteindelijk nog het meest – hoe verschillend onze onderlinge idealen ook mogen zijn, bedenk ik wanneer ik kort daarna in de Oresund, de zeestraat tussen Zweden en Denemarken, dobber. Voor mij ligt die zin in open grenzen. Europa als een zee van mogelijkheden, zover het oog reikt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234