Maandag 16/05/2022

ReizenZuid-Afrika

De reis die Barbara Debusscheres leven veranderde: ‘Jij moet wat meer buitenkomen, had mijn grootvader gezegd’

Sinds de beklimming van de Tafelberg is Barbara Debusschere een ex-roker. Beeld Barbara Debusschere
Sinds de beklimming van de Tafelberg is Barbara Debusschere een ex-roker.Beeld Barbara Debusschere

Het was haar opa die De Morgen- journalist Barbara Debusschere overtuigde om tijdens haar laatste jaar aan de unief een maand naar Zuid-Afrika te trekken. De trip bracht haar wijsheden die ze nog altijd met zich meedraagt.

Barbara Debusschere

“Jij moenie worry nie”, zegt de parkwachter. ­Gelukkig kreeg ik al een cursus taalgebruik in ‘The Rainbow Nation’ of ik was alweer in de lach geschoten. Terwijl deze situatie concentratie vereist. Behendig deponeert de ­stoere man enkele kilo’s wilde natuur in mijn in dikke doeken gewikkelde armen. Het leeuwenwelpje van twaalf weken oud laat zich half doen. Kreeg hij een verdovend middeltje? Is dit een toeristenval?

Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik het geweldig vind. Ik sta in de Afrikaanse savanne en in mijn armen ligt een wezen dat de perfecte kruising is tussen schattig en gevaarlijk. Zijn lange, stevige poten die verraden hoe enorm hij zal worden, laat hij loom hangen terwijl hij gretig zijn tanden zet in de lappen beschermende stof die ik draag. Zijn diepe grom onthult hoezeer ik hem binnenkort moet vrezen. De tijd staat stil. We staan onder zo’n savannneboom die bovenaan heel breed is. In de verte rijden jeeps af en aan. De graankleur van de welpenvacht en van deze enorme vlakte versmelten. Nog drie andere welpen vervoegen ons, wat onstuimig gestoei oplevert. Iemand neemt hun gegrom op met een taperecordertje. Dit is exact wat ik nodig had. Wilde dieren.

Een twaalf weken oud leeuwtje in de armen nemen blijkt het perfecte medicijn tegen gepieker over literaire concepten aan de universiteit.  Beeld Barbara Debusschere
Een twaalf weken oud leeuwtje in de armen nemen blijkt het perfecte medicijn tegen gepieker over literaire concepten aan de universiteit.Beeld Barbara Debusschere

Misschien is het met ‘de reis van je leven’ zoals met eerste liefdes: ze bepalen wat volgt. Er zijn in mijn leven al veel fonkelende reizen geweest. Ik had kunnen vertellen over de magie van Bali, de opwindende Amerikaanse Westkust, avonturen in Kenia, Marokko, Kashmir, Sevilla, Peru en Japan. De verpletterende schoonheid van Vietnam. Het echte Parijs.

Maar die intense maand als laatstejaarsstudent in Zuid-Afrika is de reis die mij heeft veranderd. Daar, tussen de vele barbecues of ‘braais’, de wijnproeverijen en bezoeken aan sloppenwijken, heb ik ontdekt hoe verkwikkend het is om mentaal uit je kot te moeten komen.

Paf in een telefoonkot

Niet dat ik dat zelf op voorhand bedacht had. Zo matuur was ik toen niet. Mijn Zuid-Afrikaanse expeditie met Belgische en Nederlandse studenten viel me zomaar te beurt. “Jij moet wat meer buitenkomen. Wat denk je van een maand Zuid-­Afrika?” had mijn grootvader gezegd. Dat hij een man van de wereld was, wist ik. Toch moest ik me in de arm knijpen toen hij me uitlegde wat de beste therapie is bij een vage vorm van studentikoze writer’s block. Het was 1998 en ik stond paf in een telefoonkot in Gent, waar ik dat jaar zou afstuderen.

Maar terwijl andere laatstejaars in geen tijd eindwerken over ‘West-Vlaamse bakkerstermen’ of ‘lidwoorden bij Shakespeare’ indienden, zat ik in de knoop met mijn werkstuk over een Amerikaanse auteur. Mijn gevechten met voetnoten en literaire concepten hadden mijn opa bereikt. En als ­grote studax wist hij blijkbaar perfect wat werkt bij academische miserie: verre reizen.

Een paar maanden later zit ik met een troepje uitgelaten twintigers aan de superieure wijn bij een enorm kampvuur in de regenboognatie. Met onze prutscameraatjes schieten we de eerste plaatjes van de razendsnelle zonsondergang. Wanneer ik na uren leuteren en drinken probeer recht te staan, blijken de rubberen zolen van mijn schoenen gesmolten, waardoor ik eerst wiebelend en uiteindelijk blootvoets de Afrikaanse nacht in moet.

Eén student heeft gelukkig wel een kwalitatief toestel, waardoor ik nu nog naar de olifanten, de boerenmarkten en de kinderen van Soweto kan kijken. Wat opvalt is hoe de ‘marketingfactor’ ontbreekt. De narcismemachines Facebook en Instagram bestaan nog niet. Digitaal bestaat nog niet. Honderd selfies nemen tot je die ene hebt waar je jukbeenderen het best op uitkomen dus evenmin. Tussen de plaatjes van stadsjungles en safari’s is het zoeken naar een foto waar ik zelf op sta. Kijken is onze hoofdbezigheid. Foto’s nemen doen we soms, maar vergeten we duidelijk even vaak. Bekeken worden is onbelangrijk. En we hebben godzijdank geen digitale muur die we moeten updaten.

Hoewel we zelf nog piep zijn, valt ons op hoe jong, energiek en hoopvol heel veel mensen hier zijn. Dikwijls stormt een wolk joelende en zingende kinderen de weg op om ons te begroeten.
 Beeld Barbara Debusschere
Hoewel we zelf nog piep zijn, valt ons op hoe jong, energiek en hoopvol heel veel mensen hier zijn. Dikwijls stormt een wolk joelende en zingende kinderen de weg op om ons te begroeten.Beeld Barbara Debusschere

Officieel zijn wij hier om ‘cultu­rele en taalkundige uitwisseling’ te verwezenlijken. Want mijn opa is dan weer niet van het slag dat de jeugd op vrijblijvende zuiptocht naar Ibiza stuurt. De bedoeling is dat ik met dit handjevol medestudenten ‘als een ambassadeur’ door Zuid-Afrika trek en de banden aanhaal met het Afrikaans, dat geestige nichtje van het Nederlands.

In werkelijkheid zijn we hier voor escapisme. We willen ons compleet overgeven aan Pretoria, Stellenbosch, Kaapstad, Paarl, Durban, de Tafelberg, Kruger National Park. Aan elkaar. En aan de vele Zuid-Afrikanen die we ontmoeten. Want we logeren bij locals. Een concept dat soms spanningen geeft. Maar wel een winnend concept.

“Het is goed dat je gedwongen bent uit je eigen nest te kruipen en in andere nesten te vertoeven”, staat in mijn reisdagboek. “Als je slaapt en eet bij mensen die anders denken, kun je niet anders dan alles opzuigen als een spons. Ik leer hoe noodzakelijk dat is.”

Zo kom ik in de stadjes Bloemfontein en Potchefstroom met een Gentse terecht bij gastheren en -vrouwen die de hartelijkheid zelf zijn, maar die zuur kijken wanneer wij het meertalige Afrikaanse bevrijdingslied ‘Nkosi Sikelel’ iAfrika’ zingen. Wij vinden het een aanstekelijke prachtsong. Maar wanneer ik die neurie aan de ontbijttafel in een van de mooie villa’s met zwembad, ontwaar ik een tic nerveux op het gezicht van de lieve gastvrouw die wafels bakt. Nerveus stelt ze vragen over de Vlaamse geschiedenis. En of ik slagroom wil. Haar man zet steevast luid klassiek op wanneer de twee Belgen ‘dat kafferlied’ aanheffen. Dat is de term die een reisgenoot van een winkelier hoorde.

Hoe kan het dat fijne mensen die ons in hun opulente tuinen de heerlijkste ‘braai’ serveren niet onverdeeld blij zijn met het postapartheidstijdperk? Dat de zachtaardige dame die ons met engelengeduld de nationale schotel bobotie leert maken verstijft wanneer iemand terloops vraag wat ze van Nelson Mandela vindt?

Om de sfeer niet te verpesten, studeren we een onschuldig lied in: ‘Summertime’ van Nina Simone. Tot een student in Potchefstroom daarover een aangebrande opmerking serveert. Stilaan dringt door wat het betekent om anno 1998 ‘Voortrekkersgebied’ te bezoeken. Mandela is net geen vier jaar president na 46 jaar apartheid. Dit residentiële stadje aan de Mooirivier is gesticht door Andries Potgieter, chef van de Voortrekkers. Dat waren Nederlandstalige afstammelingen van kolonisten die midden negentiende eeuw naar het binnenland emigreerden uit de door de Britten geannexeerde Kaapkolonie om er hun onafhankelijke ‘Boerenstaten’ te stichten. Engelse liedjes vallen hier niet altijd goed.

Amechtige platitude

Wanneer ik in een ‘hijsbak’ met enkele macho’s tot op anderhalve kilometer diep in een indrukwekkende goudmijn afdaal, krijg ik naast uitleg over hoe één ton steen ongeveer 28 gram goud oplevert ook expliciet een politieke analyse mee. “De Afrikaanse renaissance, het nieuwe Zuid-Afrika na de apartheid, zal nooit gerealiseerd worden. Want de zwarte cultuur is totaal niet gericht op hard werken en progress”, klinkt het.

Een professor in het bruisende Kaapstad zit ermee verveeld. “Wij praten de apartheid niet goed”, zegt hij. “Wij zijn geen racisten. Ik ben al in townships geweest.” Omdat de wijn zo lekker is en het uitzicht op de Tafelberg vanuit de oude haven zo magnifiek, besluit ik die amechtige platitude te laten passeren. “Het gaat te snel. Ik was jarenlang professor taalkunde. Door de ‘regstellende aksie’ (het beleid waarmee de democratisch gekozen regering vanaf 1994 de door de apartheid ontstane achterstelling van de grote meerderheid van de bevolking wil rechtzetten, red.) ben ik ineens mijn job kwijt”, zegt hij bitter. “Ik ben vervangen door een zwarte die mijn vak amper beheerst. En jij wil dat ik vrolijk ‘Nkosi sikelele’ zing?” Hij bijt op zijn lip en stort zich op een pak biltong, gedroogde reepjes vlees, als teken dat hij het hier vooral bij wil laten en zich nu volledig aan de lokale chips moet wijden.

Als je in het befaamde en enorme Kruger ­National Park plots twee olifanten tegen het lijf loopt, wil je erna nooit nog naar de zoo. De kuierende mastodonten gunnen ons amper een blik waardig. Beeld Barbara Debusschere
Als je in het befaamde en enorme Kruger ­National Park plots twee olifanten tegen het lijf loopt, wil je erna nooit nog naar de zoo. De kuierende mastodonten gunnen ons amper een blik waardig.Beeld Barbara Debusschere
Ronddwarrelende pinguïns op Boulders Beach, vlak bij Kaap de Goede Hoop, doen ons wegsmelten. Beeld Barbara Debusschere
Ronddwarrelende pinguïns op Boulders Beach, vlak bij Kaap de Goede Hoop, doen ons wegsmelten.Beeld Barbara Debusschere

Ook bij kosmopolitische witte mensen die op het ANC van Mandela stemden, horen we hoe de nieuwe realiteit wringt. Een kernfysicus is op de universiteit gedegradeerd tot secretaris. De beste jobs gaan naar wie de juiste kleur heeft, niet naar wie de juiste capaciteiten bezit. Het zet kwaad bloed, leidt tot een braindrain, bevestigt het racistische cliché dat ‘zwarten hun job niet kunnen’ en schept een nieuw soort racisme bij wie tot nu gematigd was. Tegelijkertijd zien wij overal hoe zwarte mensen in de armste buurten wonen en de slechtst betaalde baantjes doen. “Het wordt complex”, schrijf ik in mijn dagboek. “Iedereen heeft zijn eigen versie van de geschiedenis.”

Bakkie langs de Kaap

Gelukkig staat er natuurpracht op het programma. In een ‘bakkie’ langs de Kaap sjeezen doet wonderen. Een perfect Bounty-strand aan Cape Point, het zuidelijkste punt waar de Atlantische en Indische oceaan samenvloeien en waar pinguïns rondwaggelen, blaast het tumult in onze hoofden weg. Kleurt de ene oceaan nu echt turkooiser dan de andere? Moeten we niet ook het blazende gekwaak van deze unieke pinguïnkolonie op tape zetten? Zijn we fit genoeg om de Tafelberg, die inderdaad de vorm van een tafel heeft, te beklimmen? Omdat ik uiteindelijk puffend, blazend en strompelend de top op één kilometer hoogte bereik, zweer ik ter plekke de sigaret af. 24 jaar later ben ik nog altijd een ex-roker.

De beklimming van de Tafelberg gaat met vallen, opstaan, veel strompelen en vloeken. Beeld Barbara Debusschere
De beklimming van de Tafelberg gaat met vallen, opstaan, veel strompelen en vloeken.Beeld Barbara Debusschere

In Johannesburg zweer ik nog een dure eed: ik kom terug. Want het is in ‘Jo’burg’ dat ik het meest verslingerd raak aan dit land. Dat heeft veel te maken met de verhalen van Eileen, onze gastvrouw bij wie we in een woonwagenpark logeren. “O, er is ingebroken”, zegt de hippe hippie laconiek wanneer we in haar aftandse kever arriveren. Iemand stal de grasmaaier. Het glijdt van haar af.

Ook wanneer we door de gevaarlijkste buurten stappen op weg naar die ene leuke jazzbar, lijkt de criminaliteit haar te ontgaan. Zij is de idealist. Ze werkte mee aan de ANC-campagne, geeft Engelse les in Soweto, dat trilt van hoop en blijdschap. Ze beweert geen last te hebben van misdaad in een van de gevaarlijkste metropolen ter wereld, waar we van nabij carjackings zien. Tijdens een ‘braai’ in iemands stads­tuin passeert een verdwaalde kogel die mij de stuipen op het lijf jaagt. De locals geven geen krimp. Zien ze het niet of willen ze het niet zien, de woede van sommigen, de misdaad, de groeipijnen?

Dat tweede, besluit ik na uren gesprekken. Eileen en haar excentrieke buren en vrienden in de kunstenaarswijk Melville zijn in feeststemming en willen hard dat het goed komt nu apartheid afgeschaft is. Ze wonen in paars geschilderde huizen, roken joints en zeggen: “Het zijn verwarrende tijden. Natuurlijk is er paranoia bij mensen die onder de apartheid zijn opgevoed en die nu in een nieuw tijdperk gebombardeerd zijn. Kom over tien jaar nog eens terug.”

Mooi en monsterlijk

Meer nog dan de giraffen en buffels die me ’s ochtends groeten wanneer ik mijn hoofd uit mijn hut steek in het Kruger National Park, en meer nog dan de massa’s spectaculaire plekken die ik nog niet zag – de Karoo! De Tuinroute! De Drakensbergen! – zijn het de mensen en hoe zij worstelen met de complexe, pijnlijke chaos hier die me doen beloven dat te zullen doen.

Maar het komt er niet van. Ik maak andere reizen, volg nauwelijks hoe het dat mooie land vergaat. Wanneer ik jaren later voor een reportage in de Cambodjaanse jungle een voormalige bewaker uit het Kruger als gids heb, komt alles weer terug. Tegenwoordig werken er militairen in Kruger, vertelt hij in dat grappige Engels. Want de stropers hanteren nu raketlanceerders en ander oorlogsmateriaal.

Misschien ga ik terug, misschien niet. Hoe dan ook is Zuid-Afrika altijd aanwezig. Het is daar dat ik echt ben beginnen te kijken en vooral te luisteren. Het is daar pas dat ik gevoeld heb hoe de wereld enorm en enorm ingewikkeld, verscheurd, mooi en monsterlijk tegelijkertijd is. Hoe je de straat op moet en op zoek moet naar de persoonlijke verhalen van de mensen achter politieke slogans en etiketten. En hoe het niet erg is als je er eerst niets van begrijpt.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234