Woensdag 27/05/2020

De regisseur die geen namen noemde

Polonsky weigerde collega's te verklikken die van linkse sympathieën werden verdacht

Niet alle regisseurs kunnen na een film even snel opnieuw aan de slag. Soms moeten ze lang wachten. Bijvoorbeeld omdat hun vorige film flopte. Soms moeten ze héél lang wachten. Bijvoorbeeld omdat hun nieuwe film erg duur dreigt te worden. Maar dat Abraham Polonsky na zijn debuutfilm Force of Evil uit 1948 twintig jaar moest wachten vooraleer hij opnieuw als regisseur aan het werk kon, had alles te maken met een principiële weigering. Zijn eigen weigering om namen te noemen, toen senator Joseph McCarthy op het einde van de jaren '40 en in de vroege jaren '50 in Hollywood zijn hysterische communistenjacht lanceerde. Door het House Un-American Activities Committee (HUAC) werden in die tijd hoorzittingen georganiseerd waarop mensen uit het filmbedrijf gedagvaard werden en onder druk werden gezet om collega's te verklikken die van linkse sympathieën werden verdacht, wat dan meteen hun zogenoemde blacklisting door de filmindustrie tot gevolg had. Dit betekende dat ze ander werk moesten zoeken of alleen maar onder een pseudoniem aan de slag konden blijven (zoals dat onder meer in de film The Front van Martin Ritt verteld werd). Anderen emigreerden (zoals Joseph Losey) en sommigen pleegden zelfmoord.

Iemand als Elia Kazan speelde het HUAC niet alleen de namen door van acht vrienden, die in de jaren dertig net als hijzelf communist waren geweest, maar liet naar verluidt in de vakpers ook advertenties publiceren met de oproep aan anderen om zelf óók namen te noemen. Dat deed Abraham Polonsky, die eerder deze week op 88-jarige leeftijd in Beverly Hills overleed, dus níet en hij kwam meteen zélf op de zwarte lijst terecht. Het zou uiteindelijk tot 1968 duren vooraleer zijn (echte) naam nog eens op een filmgeneriek te lezen zou zijn, namelijk als scenarist van de uitstekende politiefilm Madigan van regisseur Don Siegel.

Hetzelfde jaar stond Abraham Polonsky eindelijk zelf nog eens achter de camera voor de film Tell them Willie Boy is here. Het verhaal, gesitueerd in 1909, is dat van een massale klopjacht in de Californische woestijn op een jonge indiaan, die in staat van wettige zelfverdediging een man gedood heeft. Robert Redford speelde de rol van de sheriff die de opgejaagde Willie Boy, vertolkt door Robert Blake, te pakken wou krijgen eer hij in handen zou vallen van de wraakzuchtige massa. Velen zagen indertijd in deze neo-western een duidelijke parallel met de eigen heksenjacht-ervaringen van scenarist-regisseur Polonsky (en sommigen namen hem dat ook kwalijk), maar het blijft hoe dan ook een van de eerste Amerikaanse films waarin het fenomeen van de white man's guilt in verband met de behandeling van de indianen zo uitdrukkelijk aan bod kwam. En dan was er natuurlijk ook nog de grimmige ironie van het feit dat Willie Boy in feite een 'veramerikaniseerde' indiaan was, die door de omstandigheden van de hardnekkige klopjacht als het ware gedwongen werd opnieuw een 'wilde' te worden.

Het engagement van Abraham Polonsky was hoe dan ook reeds merkbaar in zijn eerste scenario's, onder meer voor Body and Soul, het inmiddels tot klassieker gepromoveerde boksdrama, annex film noir, van regisseur Robert Rossen uit 1947. Het centrale thema was geldhonger, winstbejag, zoals onder meer bleek uit de manier waarop de cynisch manipulerende bokspromotor het leven omschreef: als alleen maar "addition and subtraction; everything else is conversation".

Body and Soul leverde Polonsky een Oscar-nominatie op voor het beste scenario, plus hij kreeg de kans om een jaar later te debuteren als regisseur van Force of Evil, opnieuw een met cultstatus omgeven film noir, waarin een ambitieuze advocaat (onder meer) zijn idealen verloren ziet gaan door zijn eigen hebzucht. Het zou daarna dus ruim twintig jaar duren voordat Polonsky weer de kans zou krijgen om zelf nog eens een film te regisseren. Over die lange, gewongen afwezigheid merkte Time-journalist Richard Corliss ooit laconiek op: "Film noir, and film, would have been richer in the 50s with his services."

Begin dit jaar liet Abraham Polonsky nog een uitdrukkelijke proteststem horen tegen het feit dat de 'Academy of Motion Picture Arts and Sciences' van plan was om tijdens de Oscarceremonie een 'Lifetime Achievement Award' uit te reiken aan Elia Kazan. Hij verweet de 'Academy' dat zi'de kunstenaar als verklikker' tot voorbeeld wilde stellen. Toen hem in een interview gevraagd werd of Elia Kazan volgens hem een belangrijke rol had gespeeld in het legitimeren van de heksenjacht, antwoordde Polonsky: "Het enige wat hij gedaan heeft, was een belangrijke rol spelen in het vooruit helpen van zichzelf. En in het verraad van zijn persoonlijke vrienden, wat in feite iets liefs had. Het bewijst tenminste dat hij niet tegen de Verenigde Staten is, hij is alleen maar tegen vriendschap."

Jan Temmerman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234