Woensdag 02/12/2020

De rechtopstaanden

Schrijver Lize Spit (°1988) vertelt over grote en kleine dingen in het leven. Haar debuut- roman Het smelt verscheen in januari 2016 bij Das Mag.

Op de eerste vrije avond na een rijtje van zeven werkdagen word ik verkouden. De 'valling', zoals we dat thuis noemen, overvalt me niet, maar bouwt zich traag op. De eerste nies is het startschot voor de bacteriën om zich geleidelijk aan te verspreiden. Ze beschikken over een plattegrondje van mijn hoofd en stippelen de meest interessante speleologische route uit. Langzaam bezet het slijm de holte in mijn voorhoofd, vervolgens mijn rechter- en linkerneusgat.

In bed, voor het slapengaan, lees ik een paar hoofdstukken in De rustelozen van Linn Ullmann - dochter van de Zweedse cineast Ingmar Bergman en de Noorse actrice Liv Ullmann - waarin ze onder andere de haatverhouding met haar eigen sprietige, knokige kinderlichaam beschrijft, en waarin ze ook Virginia Woolf parafraseert: "We lezen anders als we ziek zijn, want dan zijn we niet zo verantwoordelijk en verstandig als iedereen in het leger van de rechtopstaanden."

's Anderendaags moet ik optreden in een kasteel ergens in het uiterste noorden van Vlaanderen. Het kasteel is prachtig, beschikt over een trappenhal met aan de ingang twee indrukwekkende slagtanden die naar elkaar gebogen staan. Ik heb nog nooit zulke grote stukken ivoor gezien. Ze impliceren een groot, log dier, een stevige strooptocht, een groot lijden.

Het optreden vindt plaats in een zaaltje waar ook de bar werd ingericht. Gezeten op een hoge kruk beantwoord ik de vragen van de interviewer. Het publiek zit op gewone stoelen, aan lage tafeltjes. Ik vermoed dat ze inkijk hebben in mijn rode, korstige neusgaten.

Op elk tafeltje in de zaal staat een plastieken bloemstukje, met daaronder een lap geribbelde stof die moet doorgaan voor een tafelkleed, al bedekt het nauwelijks een derde van het blad. De tafeltjes staan er op die manier nogal beroerd bij, naakter dan wanneer ze gewoon ongedekt waren gebleven.

In de trein, op weg naar huis, duik ik weer in De rustelozen. De coupé is leeg. Mijn neus zit verstopt, mijn oren lijken naar mijn binnenste gericht te staan. Ik hoor scharniertjes in mijn hoofd draaien wanneer ik nadenk.

"De zieken, zij die in bed liggen", lees ik, "zijn brutaler, onbedachtzamer tijdens het lezen, koortsachtig, overgevoelig als het over woorden gaat, beelden of klanken. Barrières verdwijnen, knopen ontwarren, het brein zingt. En zo is het ook in het holst van de nacht en vroeg in de ochtend, wanneer het hart bonkt en niets gesorteerd is, ik ben bang, moe en niet helemaal van mezelf."

Die nacht zit er inderdaad geen volgorde in mijn gedachten. Ik lijk gevangen te zitten in het boek, in Ullmanns taal, in haar gêne en vijandigheid. Stel me voor dat mijn verkoudheid nooit meer zal overgaan en dat ik eeuwig het knarsen van m'n eigen scharniertjes zal moeten aanhoren. Terugdenkend aan de kneuterige tafelkleedjes in het kasteel, aan hoe ik me ooit na het douchen, bij gebrek aan een schone badhanddoek, afdroogde met een kleine keukendoek, voel ik me een groot, log dier.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234