Donderdag 17/10/2019

De rechter schrijft

Britse negationist Irving verliest als 'leugenaar' buitengewoon smaadproces tegen Amerikaanse historica

geschiedenis

Dinsdag leverde de uitspraak in een Brits proces wegens laster en eerroof een opmerkelijk neveneffect. De rechter oordeelde dat de systematische jodenuitroeiing en het bestaan van gaskamers bewezen waren.

Bart Brinckman

Meer dan twee uur lang hoort David John Caldwell Irving in de overvolle maar muisstille rechtszaal onbewogen toe hoe rechter Charles Gray zijn reputatie als historiograaf verbrijzelt. "Voor eigen ideologische doeleinden heeft Irving aanhoudend en moedwillig historisch bewijs gemanipuleerd en foutief voorgesteld. (...) Hij is een holocaustontkenner, hij is antisemitisch en racistisch en hij associeert zich met rechtse extremisten die het neonazisme promoten", besluit Gray zijn 330 pagina's tellend vonnis.

De excentrieke historicus, breedgeschouderd in een blauw-wit gestreept hemd, vraagt bleekjes het woord. "Ik heb me blijkbaar niet goed verdedigd. Een aantal van uw opmerkingen baart me zorgen. Ik vraag om in beroep te kunnen gaan." De advocaten van de tegenpartij steigeren. Gray sust meteen. "Overruled. Beroep kan enkel bij een realistische kans op succes." Toch wil Irving volharden. Het hof van beroep zal nu moeten oordelen of er een nieuw proces komt omwille van het 'publieke belang'.

Bij de start van het proces, begin januari, lijken de grote woorden op hun plaats. Het zou het emotioneelste, grootste en belangrijkste proces worden na dat van Adolf Eichmann, de grote organisator van de Endlösung von die Judenfrage, nu toch haast veertig jaar geleden in Israël. Media, aangemoedigd door enkele historici, schrijven over de eindafrekening met de geschiedvervalsers. "Het is een unieke kans om de mythe als zou de holocaust nooit hebben bestaan voor eens en altijd te ontkrachten", vertelt de Israëlische historicus Yehuda Bauer van het Yad Vashem, het holocaustmuseum in Jeruzalem. Met het verdwijnen van de allerlaatste getuigen wordt het de ultieme kans op het grote gelijk: een Laatste Oordeel bij het ontwaken van de 21ste eeuw over een van de zwaarste misdaden tegen de mensheid uit de jaren 1900.

De opwinding doet haast vergeten dat het in de eerste plaats om een proces wegens laster en eerroof gaat. Reputaties staan op het spel, niet de historische waarheid. Het proces kost drie jaar voorbereiding, 32 zittingsdagen en tientallen miljoenen frank. Alleen al de medegedaagde uitgeverij Penguin besteedt 150 miljoen frank aan de zaak, geld dat ze bij Irving wil terugvorderen. Duizenden pagina's aan documenten, getuigenissen en rapporten worden ingediend bij rechter Gray, die als advocaat een schitterende reputatie opbouwde in smaadprocessen. Hij neemt vier weken de tijd om in alle rust zijn buitengewoon vonnis uit te schrijven. Omdat een ingewikkeld proces werd voorspeld, kwamen de strijdende partijen overeen om zonder jury te werken. Dat was slim bekeken. Op sommige ogenblikken krijgt het proces in zaal 37 van het Londense High Court of Justice inderdaad verbijsterende dimensies.

Zeven jaar geleden verschijnt Denying the Holocaust: The Growing Assault on Truth and Memory. Deborah Lipstadt, professor moderne joodse en holocaustgeschiedenis aan de Emory-universiteit van Atlanta, is al een tijdje geboeid door de activiteiten van de Amerikaanse negationisten. Het werkstuk, degelijk maar zeker geen meesterwerk, besteedt slechts zijdelings aandacht aan het werk van Irving. Lipstadt, die de Brit eigenlijk niet heeft bestudeerd, kapittelt hem desalniettemin als een "gevaarlijke en vooraanstaande negationist". De auteur gaf deze ironie afgelopen dinsdag ootmoedig toe. "Mocht ik allemaal geweten hebben wat ik nu weet, ik had een totaal ander boek geschreven. Ik zou hem veel zwaarder hebben aangepakt."

Twee jaar later brengt de uitgeverij Penguin voor de Britse markt een pocketeditie uit. Voor Irving wordt het tijd voor een klacht wegens laster en eerroof. In tegenstelling tot de Verenigde Staten legt de Britse wetgeving de bewijslast bij de verdediging, niet bij de klager. Door het boek raakt Irving zijn manuscript Goebbels: Mastermind of the Third Reich, over Hitlers propagandaminister, aan de straatstenen niet meer kwijt, beweert hij. Uitgevers mijden hem als de pest. De man voelt zich in de val gelokt. Zijn inkomsten, toch snel 6 miljoen frank per jaar aan auteursrechten, drogen op.

De publieke belangstelling voor het proces is groot. Dikwijls staan toeschouwers al om zeven uur 's ochtends in de rij om toch maar zeker te zijn van een zitje. De bonte mengeling van militanten - voor de twee partijen - studenten geschiedenis, journalisten en andere geïnteresseerden hoort de 52-jarige Lipstadt zwijgen. Op vraag van mijn advocaten, zegt ze zelf. Maar ze maakt er ook een erezaak van om niet met negationisten in debat te treden. "Iedereen mag geloven dat Elvis Presley levend en wel in Moskou woont. En hoe oprecht die mening is, het betekent niet dat ze gelegitimeerd is of de keerzijde van de discussie vormt", argumenteert ze haar weigering. Haar peperdure advocaten, aangevoerd door Richard Rampton Q.C. en Anthony Julius (de man die de echtscheiding van wijlen prinses Diana regelde), kwijten zich evenwel schitterend van hun taak. Zij kennen slechts een tegenstander: de 62-jarige Irving. Hij staat erop om zichzelf te verdedigen. "Het is beter om op deze zaak een goede historicus te zetten, zelfs al is hij een slechte advocaat." En de eiser maakt al de eerste week duidelijk dat er met hem niet te sollen viel. Als Rampton suggereert dat Hitler het bevel gaf om de Europese joden uit te roeien, wijst Irving hem onmiddellijk terecht. "Mag ik opwerpen dat er nooit een gesigneerd bevel is gevonden." Rampton: "Dat is een negatief bewijs." Irving: "Ik wil u eraan herinneren dat de Engelse rechtsstaat als basisprincipe hanteert dat een man onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Am I right?"

Het ontbreken van een schriftelijk bevel bewijst niks. Het commandosysteem in de bezette oostelijke gebieden en de complexe ontwikkeling van de antisemitische maatregelen sloten zo op elkaar aan dat een mondeling bevel perfect mogelijk was. Hitler gaf wel meer mondelinge bevelen, zeker wanneer het om gevoelige operaties ging. Maar de provocerende opmerking brengt ons bij de kern van Irvings persoonlijkheid. Hij bewondert Adolf Hitler. Die fascinatie mondt in 1977 uit in het spraakmakende boek Hitler's War. Irving, toen al een even gevierd als omstreden auteur van bestsellers over de Tweede Wereldoorlog, schrijft het verhaal vanuit het standpunt van de Führer. Het wordt een sympathiek portret van een man die zich te midden van al het gekonkel, de oorlog en de corruptie principieel en moedig probeert staande te houden. Kers op de taart is de stelling dat de dictator zeker tot 1943 niks afwist van de jodenuitroeiing. Meer nog, als hij het had geweten dan had hij de grote boosdoeners, SS-Reichsführer Heinrich Himmler en het hoofd van de veiligheidspolitie Reinhard Heydrich, zeker tot de orde geroepen. "Hitler was een vriend van de joden", roept Irving eens uit voor een extreem-rechts publiek.

Wetenschappers laten van het boek geen spaander heel. Maar in Duitsland loopt de verkoop als een trein. Want als Hitler van het hele zaakje niks afwist, tja dan was het niet meer dan logisch dat de bevolking ook in het ongewisse bleef. Het wordt de legitimatie van het Wir haben es nicht gewusst. Dat uitgerekend Duitse historici zoals Martin Broszat onmiddellijk na verschijning opmerken dat Irving zijn bronnen (vooral egodocumenten van Hitlers naaste medewerkers die subjectieve beelden opleverden) op zijn minst apologetisch, om niet te zeggen eenzijdig, benadert en misbruikt, wordt gemakshalve niet gehoord. Op vraag van de verdediging vlooien experts tijdens het proces het volledige voetnotenapparaat uit. Het bewijs dat Irving Hitler in fundamentele kwesties ten minste twintig keer uit de wind zet door bronnenmanipulatie wordt geleverd.

Dat allemaal maakt van Irving, de zoon van een marineofficier die de Duitsers in de twee oorlogen heeft bevochten, nog geen negationist. Hij ontkent in 1977 vooralsnog het bestaan van de georganiseerde uitroeiing van de joden niet. Irving is het prototype van een oorlogsrevisionist, een historicus die met nieuwe interpretaties, veelal gevoed door het verliezende kamp, de geschiedschrijving van de overwinnaars een hak probeert te zetten. Die taak had hij vijftien jaar eerder met zijn debuut The destruction of Dresden (1963) glansrijk aangevat. Begin jaren zestig werkt Irving, die als schooljongen ooit gefascineerd raakt door de resten van een neergehaalde Heinkel-bommenwerper, gedurende een jaar bij de Thyssen Stahlwerke in het Ruhrgebied, zogenaamd om zijn Duits bij te spijkeren. Via collega's-overlevenden raakt hij geboeid door het legendarische Britse bombardement waarbij tienduizenden inwoners van de stad het leven lieten. Het boek krijgt heel wat aandacht omdat het komaf maakt met het morele gelijk van de overwinnaars. Welk recht hadden de geallieerden om na de oorlog de Duitsers te berechten wanneer ze zelf schuldig waren geweest aan misdaden tegen de mensheid?, redeneert Irving. Pas later bleek dat hij kwansuis het aantal slachtoffers van het bombardement vermenigvuldigd had met tien.

En zo kan de reputatie van Irving bij eenieder die zich aan de extreme rechterzijde bevond, waar ook ter wereld, niet meer stuk. De autodidact, om financiële redenen raakte hij nooit een universiteit binnen, laat zich vanaf de jaren tachtig in deze kleine wereld, waar iedereen iedereen kent, helemaal gaan. In 1988 verzeilt hij zo op het proces tegen Ernst Zundel in Canada, om in zijn voordeel te getuigen. Die tot Canadees genaturaliseerde Duitser kreeg het aan de stok met justitie na de verspreiding van de negationistische brochure Did six million really die? Via de Franse negationist Robert Faurisson botst hij op Fred Leuchter, een Amerikaan die gespecialiseerd is in de bouw van doodstrafinrichtingen, de gaskamerhardware incluis. Faurisson trachtte al sinds 1979 te bewijzen dat het technisch gewoon onmogelijk was om mensen op zo'n grote schaal te vergassen. Om deze these te onderbouwen trekt Leuchter naar Auschwitz om de ruïnes chemisch te analyseren op cyanideresten. Meteen zal Irving helemaal de pedalen verliezen.

Het Leuchter-rapport geniet tot op de dag van vandaag een onaantastbare status in negationistische middens. Het verschijnt in diverse talen, waaronder een krakkemikkige Nederlandse versie, verzorgd door de Vlaamse negationist Siegfried Verbeke van het Vrij Historisch Onderzoek (VHO). Het ultieme bewijs dat er in Auschwitz geen gaskamers bestonden, en bijgevolg dat er geen honderdduizenden joden werden vermoord, leek geleverd. Irving schrijft het voorwoord. Zijn bocht is gemaakt, na de herziening volgt de ontkenning. Hij spreekt van "verpletterende resultaten" die op hem een "overdonderende uitwerking" hadden. "In tegenstelling tot geschiedkunde is de scheikunde een exacte wetenschap", gaat de man bijna juichend voort. De historische analyse is gauw gemaakt. "Deze mythe is niet makkelijk te sterven (sic)", aldus Verbeke. "Te veel honderden miljoenen eerbare en verstandige mensen werden bij de neus genomen door een goed gefinancierde en succesvolle naoorlogse publiciteitscampagne." Het proces laat van dat rapport geen spaander heel, Irving moest het uiteindelijk zelf toegeven. Gray, berispend: "Een objectief historicus baseert zijn conclusies niet op een rapport."

Zonder dat Zundel-proces was Irving nooit in het vizier van de eigenlijk enkel in Amerika geïnteresseerde Lipstadt terechtgekomen. Voor hem groeit deze mondige dame uit tot de telg van een nieuwe generatie van joods-Amerikaans intellectuelen die zijn levenstaak, de rehabilitatie van Hitler, in gevaar brengen. Als een kleine David maakt hij zich op voor een strijd tegen de Goliath van het georganiseerde jodendom. In een interview met de zondagskrant The Observer schreeuwt hij zijn ergernis uit: "Sinds jaren is er een gecoördineerde en internationale inspanning aan de gang om mijn legitimiteit als historicus te ondergraven. Joodse internationale netwerken spannen samen. Pakken geld hebben ze ertegenaan gegooid. Joden moeten zich eindelijk eens afvragen waarom de trekker werd overgehaald, in de plaats van door wie. Verschillende volkeren waren maar al te happig om joden aan de Duitsers uit te leveren. Wat is er toch met dat volk waar niemand van moet weten?"

Negationisten bekommeren zich niet om gebeurtenissen, feiten of bronnen. Ze willen een verhaal ontkrachten door het binnenstebuiten te keren. Het is tegen-geschiedenis. Niet de nazi's maar de joden treft schuld. Zij hadden de oorlog zelf gezocht. Hun verhaal over de holocaust is bovendien broodnodig om de Duitse staat de nodige centen af te troggelen en de nazi's te bekladden. In zekere zin zijn het papieren 'Eichmannen' die de 'judeocide' in gedachten voortzetten. De evolutie van de plaats van de holocaust in de beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog steekt hen een handje toe. Sedert het Eichmann-proces in 1961 krijgen de gaskamers (verzinnebeeld in de Auschwitz-site) een centrale, haast essentiële rol in het beeld van de jodenuitroeiing en als afschrikwekkend eindpunt van de nazi-ideologie. Het zet negationisten aan tot een logistiek spelletje. Ze willen het cliché dat er tijdens de oorlog "zes miljoen joden werden vergast" eens gauw onderuithalen.

Gaskamers zijn ongetwijfeld de spectaculairste maar zeker niet de enige manier waarmee joden over de kling werden gejaagd. Het doet bijvoorbeeld vergeten dat er in Auschwitz meer mensen een 'natuurlijke' dood zijn gestorven. Ook besteden negationisten nooit aandacht aan de activiteiten van de Einsatzgruppen. Die trokken samen met de reguliere soldaten Rusland binnen en zijn verantwoordelijk voor een tot twee miljoen gefusilleerde joden. Last but not least wordt over het hoofd gezien dat Hitler van bij zijn aantreden in 1933 de joden vervolgde, met de pogroms tijdens de Reichskristallnacht in 1938 als droevig vooroorlogs hoogtepunt. Die vervolging werd door de oorlogsomstandigheden steeds waanzinniger. Kortom, negationisten moeten eigenlijk de hele haatmachine van de nazi's ontkennen willen ze een punt scoren.

De verdediging is zich hiervan goed bewust en trekt daarom het proces zeer tegen de zin van Irving soms weg van Auschwitz en de gaskamers. Maar Rampton en co botsen redelijk hard met de koppigheid van de eiser om de holocaust van "zijn glamour en romantiek" te ontdoen. Zij hanteren een dubbele tactiek: eerst proberen aan te tonen dat Irving bepaalde bronnen manipuleerde, vervolgens moet zijn extreem-rechtse signatuur het motief aanleveren. Het wordt voor de queen's council een lijdensweg. Na een dag van doorlopende ontkenningen, eindeloos geëmmer of zoveelste 'interpretatieve orgie' van Irving laat Rampton zowaar zijn Britse afstandelijkheid wijken: "The most frightfull waste of time."

Natuurlijk zijn er massa's documenten en getuigenissen over de conceptie, de implementatie en het verloop van de holocaust. En de klager onderscheidt zich alvast van andere negationisten door op zijn minst toe te geven dat tussen de 1 en 4 miljoen joden tijdens de oorlog het leven lieten. Maar Irving ontkent iedere systematiek, de schaal, de omstandigheden en het auteurschap die achter deze massamoord schuilgingen. Laat staan dat er gaskamers bestonden. Zijn standaard voor een aanvaardbare bewijsvoering ligt zo hoog dat geen enkele sterveling dit kan honoreren.

Want hoe gaat dat met negationisten? Verklaringen van getuigen wekken dermate veel achterdocht omdat ze ofwel totaal onbetrouwbaar zijn, ofwel afgedwongen zijn. De verdediging vreest voor een "brutale aanpak" van overlevenden door Irving en roept daarom geen ooggetuigen op. Blijven er nog documenten en fysische overblijfselen. Maar de Duitsers hebben heel wat bewijsstukken vernietigd. Uitroeiingskampen zoals Chelmnö, Treblinka en Sobibor werden met de grond gelijkgemaakt. Ook Auschwitz werd gedynamiteerd toen de Duitsers voor de aanstormende Russische troepen op de vlucht sloegen.

En als het om documenten gaat, speelt Irving thuis. Hij verwijt de 'gewone' historici dat ze veel te gemakkelijk afgaan op de gegevens van de processen van Nürnberg, waar de nazi-kopstukken voor hun oorlogsmisdaden terechtstonden, en te weinig aandacht besteden aan de echte bronnen uit de eerste hand. Geholpen door zwarte connecties speurt hij gedurende zijn leven in verafgelegen alpijnse dorpen of op Argentijnse ranches naar alte Kameraden in de hoop allerlei egodocumenten te kunnen inslaan. Het levert hem in Duitsland de bijnaam 'truffelzwijn' op, nadat hij in 1969 enkele bossen in Oost-Duitsland uitkamde op zoek naar de laatste dagboeken van Goebbels, die er volgens de overlevering, verstopt in glazen bokalen, waren begraven.

Uiteindelijk komen de dagboeken na de val van de Muur in een Moskous archief boven water. Irving kan ze als eerste inzien en mocht ze in 1992 voor veel geld voor The Sunday Times vertalen en bewerken. Ook Eichmanns dagboeken, toch degene die in Argentinië waren geschreven, verzeilen bij de Brit. Die wetenschap en het verloop van het proces overhalen de Israëlische autoriteiten om begin maart het verzoek van Eichmanns zoon Dieter versneld in te willigen en de gevangenisdagboeken aan de openbaarheid prijs te geven. Uiteindelijk maakt Lipstadt van dit gebaar geen gebruik tijdens het proces.

De als getuige opgeroepen Nederlandse architectuurprofessor Robert Jan Van Pelt, die onderzoek verrichtte op de Auschwitz-site, maakt redelijk hard kennis met deze archievenvreter. Een typerend voorbeeld maakt de Irving-tactiek duidelijk. Een document wordt getoond waarin een kamparbeider een berekening maakt van de benodigde cokes voor de crematoria. Eerst probeert Irving het als een vervalsing van de hand te doen. Hij decontextualiseerde het stuk en gebruikt brokstukjes zoals het serienummer, de onjuiste rang van de tekenende officier en de initialen van de typiste als toortsen om de geloofwaardigheid af te branden. Hij vangt bot. Prompt wordt het geweer van schouder veranderd. Irving tracht nu te bewijzen dat de Duitsers onvoldoende kolen konden aanleveren om maandelijks 120.000 lijken in Auschwitz te verbranden en dat er dus minder doden moesten zijn, doden die het slachtoffer van een tyfusepidemie waren.

Irving: "120.000 lijken, dat is vier keer het Wembley-stadion. Dat is 12.000 ton aan mensen."

Van Pelt: "Ik ga niet speculeren over het aantal keren Wembley."

Irving: "En wat weegt een menselijk lichaam. Honderd kilo?"

Van Pelt: "Ik denk niet dat je na een verblijf in Auschwitz nog honderd kilo weegt."

Irving: "Goed neem dan twaalf man per ton, als je wil vitten. Dan moet je nog altijd 10.000 ton lichamen kwijtspelen. Als u nu van mij wil aannemen dat 30 kilo cokes nodig zijn om een lichaam te verbranden. Kan u zich voorstellen hoeveel ton nodig is om 120.000 lichamen te verbranden? We spreken over verschillende treinladingen. (...) En die zijn op de luchtfoto's niet te zien."

Van Pelt: "Volgens documenten gaat het niet om 30 kilo cokes per lichaam. (...) De bottom-line is dat het om 3,5 kilo gaat."

Irving: "Gelooft u dat nu werkelijk?"

Vervolgens overtuigt Van Pelt Gray met zijn uitleg dat de crematoria in Auschwitz met geperste lucht werkten, waardoor minder brandstof nodig was. Bovendien werkten de ovens twaalf uur per dag, met gunstig gevolg voor het verbruik. De rechter, in zijn vonnis, op basis van de hem voorgelegde bewijzen: "Geen enkele objectieve, eerlijk ingestelde historicus heeft een ernstige reden om te twijfelen aan het bestaan van gaskamers in Auschwitz en dat ze op grote schaal werden gebruikt om honderdduizenden joden te doden." Lipstadt voegt er een morele terechtwijzing aan toe: "Het blijft droevig als mensen hierover grapjes maken, dat ze als het ware dansen op het graf van de vermoorde joden. Some moments were really disgusting."

I am a Baby Aryan / Not a Jewisch or sectarian / I have no plans to marry / An Ape or Rastafarian. Dit versje plukt de verdediging uit Irvings in beslag genomen dagboeken. Hij componeerde het slaapliedje voor zijn jongste dochter. Het moet het ultieme bewijs worden van zijn racistische inborst. Irving, die grapte dat hij misschien beter vegetarian in plaats van rastafarian had geschreven, ontkent opnieuw het licht van de zon. Van jongs af aan flirtte hij met extreem-rechts in Groot Brittannië. Zijn voorkeur voor een terugkeerbeleid is bekend. Natuurlijk sprak hij voor extreem-rechtse groeperingen. Iedereen die hem betaalt, kan op zijn aanwezigheid rekenen. Maar dat is nog geen reden om te beweren dat ideologische motieven een drijfveer zijn voor de kleur van zijn "wetenschappelijk werk". Dat de Duitse professor Hajo Funke tijdens het proces een haast exhaustief overzicht geeft van zijn activiteiten bij Duitse extreem-rechtse partijen, waarbij neo-nazi's ijverig Sieg Heil scandeerden, maakt evenmin indruk. "Die organisaties waren toegelaten door de wet en die skinheads waren omgekocht om nazistische slogans te roepen." In elk geval mag Irving sinds 1993 Duitsland niet meer binnen.Ook in Oostenrijk (!), Italië, Australië Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika is hij persona non grata. Gray kan daar best inkomen. "Irving heeft een politieke agenda die erop gericht is de geschiedenis te manipuleren om ze te laten stroken met zijn eigen politieke overtuiging."

Tijdens het proces gingen stemmen op om negationistische stellingen in Groot-Brittannië maar meteen strafbaar te maken. Lipstadt vindt dit niet verstandig. "Het maakt van negationisten martelaars. Ik zou er nooit aan denken om Irving een proces aan te doen. Hij heeft mij een proces aangedaan." België heeft net als Duitsland en Frankrijk zo'n wet, al is niet iedereen onverdeeld gelukkig met de onhandige manier waarop de wetgever zich met geschiedschrijving probeert te moeien. Bovendien vormt het internet een niet te kloppen tegenstander in de verspreiding van negationistische stellingen.

Irving benadrukt in zijn slotpleidooi dat hij een veroordeling van Lipstadt niet zou beschouwen als een overwinning van zijn historiografische visie. "Het zou enkel aangeven dat er in Engeland nog vrij kan worden nagedacht." Een onzinnige gedachte gezien de voorgeschiedenis van het proces. Lipstadt: "Hij heeft geprobeerd om mij het zwijgen op te leggen, niet omgekeerd." Zelf geeft ze in haar boek toe dat negationisme niet in opmars is. Wat haar meer zorgen baart, is de steeds grotere onwetendheid over wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Meteen zijn toekomstige generaties gemakkelijker vatbaar voor negationistische stellingen. Dit proces versterkt in ieder geval even de aandacht voor de holocaust. Maar ook het negationisme krijgt onwaarschijnlijk veel publiciteit. Het vernietigende vonnis doet daar niets van af. Irving zal altijd een excentrieke 'historicus' blijven, vereerd door een trouwe aanhang. Zij zullen zijn veroordeling ongetwijfeld uitleggen als het zoveelste bewijs van politiek correct denken dat aan de holocaust niet mag worden getwijfeld. Lipstadt: "Ik heb mijn boek niet geschreven om negationisten te overtuigen maar om mensen te waarschuwen. Mijn nachtmerrie heb ik overwonnen, dé nachtmerrie blijft bestaan."

Blijft de vraag of een juridische bewijsvoering strookt met een historische bewijsvoering. Hoort de geschiedschrijving thuis in een rechtbank? Hoe gevaarlijk de kletspraatjes van vlot gebekte Irving ook mogen zijn (de rechter beschouwde hem zelfs als "bekwaam en intelligent"), een gelegaliseerde historiografie zwengelt de sacralisering en de taboeïsering aan. Ook dat is koren op de molen van negationisten. Want je moet echt niet ver zoeken naar mensen die snel allerlei conclusies over doofpotten trekken. Oprecht wetenschappelijk ingestelde historici kunnen zich dan weer geremd voelen in wat ze willen schrijven. Lipstadt knikte. "De rechtbank is inderdaad geen geschikte plaats, al is het hier goed afgelopen. Titels zoals Holocaust on trial vond ik dan ook misleidend.We wilden enkel aantonen dat Irving zijn bronnen manipuleerde, al geef ik toe dat de rechter in zijn vonnis verder is gegaan. Daarom zie ik niet in hoe dit proces andere historici tot voorzichtigheid kan aanmanen."

De rechtszaak bracht Irving verscheidene keren in het nauw. Hij deed zelfs een aantal concessies, bekende af en toe een foute interpretatie. Missen is nu eenmaal menselijk. Maar de rechter geloofde niet dat Irving oprecht het boetekleed aantrok. Hij kreeg gelijk. Onmiddellijk na het verdict vluchtte Irving weg als een dief in de nacht, met een door eieren besmeurde veston. Maar 's avonds toonde hij zich opnieuw strijdvaardig voor de Britse media. Het vernederende vonnis leek hem niet te deren. Of hij dan nooit zijn ongelijk kan toegeven? Toch wel, maar dan op persoonlijk vlak. Dat hij getrouwd is, bijvoorbeeld, lijkt hem niet voor herhaling vatbaar. Een huwelijk is een 'detour' van zijn werkelijke levensdoel, de studie van Hitler. En Hitler, zo merkte Irving samenzweerderig op, die vond getrouwd zijn ook maar niks. Zijn ware bruid, zijn echte trots, was Duitsland.

Irving: 'Joden moeten zich eens afvragen waarom de trekker werd overgehaald, in de plaats van door wie. Wat is er toch met dat volk waar niemand van moet weten?'Lipstadt: 'Mocht ik allemaal geweten hebben wat ik nu weet, ik had een totaal ander boek geschreven. Ik zou hem veel zwaarder hebben aangepakt'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234