Vrijdag 09/12/2022

De realiteit overtreft de fictie

Ik volg zelden een assisenzaak. Maar de afgelopen weken sloeg ik het proces van Els Clottemans met groeiende belangstelling en afwisselende emoties gade. Ik las de verslagen in verschillende kranten. Bleef kijken als er op televisie experts een en ander kwamen duiden. Ik heb me kwaad gemaakt, heb vertwijfeling gevoeld en ervaarde zelfs een nerveuze spanning tijdens de naderende ontknoping.

Ik ben nochtans geen fan van thrillers. Wel van crimi- en advocatenseries. De Britse, Inspector Morse en Judge John Deed, dragen mijn voorkeur weg. De Amerikaanse zeggen me minder, met uitzondering van Perry Mason. Dat was de advocaat die zijn cliënten verdedigde door aan te tonen dat de schuld bij iemand anders lag. Nu, dat ik niet vies ben van een goede portie misdadige televisie wil uiteraard niet zeggen dat ik weet hoe het er aan toegaat in verhoorkamers of een rechtbank. Alleen dat ik, net als veel andere mensen, me graag laat meevoeren in een whodunit.

Zou dit de oorzaak zijn van mijn fascinatie voor het parachutemoordproces? Het had bij momenten veel kenmerken gemeenschappelijk met fictie, genoeg om een groot publiek geboeid te houden. Er waren de elementen van passie en overspel. Er was het vrij onbekende parachutistenmilieu. En er was mysterie. Erg veel mysterie zelfs, want er waren geen vaste bewijzen. Geen DNA, geen vingerafdrukken, geen bekentenis. Heeft ze het gedaan, of niet? Vaste ingrediënten voor suspens op een zaterdagavond, en blijkbaar ook voor een overgedramatiseerd proces. Maar ieder weldenkend mens is, hoop ik, in staat om het onderscheid te maken tussen fictie en realiteit. Bij fictie staat het slachtoffer naderhand gewoon op en rijdt naar huis. In realiteit blijft het slachtoffer dood. Ondanks de mediagenieke buitenkant blijft het een echt proces over een echte moord.

Heb ik een morbide kantje? Nee. Het waren eerder de aard en de toon van het proces die me triggerden en bij momenten verontwaardigden dan het feit dat het over liefdesrivales ging. Niet dat ik sympathie koesterde voor de veroordeelde. Maar voor een driehoeksverhouding ben je met drie, vond ik. Ik kon me amper iets voorstellen bij de hysterie en de intriges die bij zo’n destructieve, overspelige relatie komen kijken. Behalve dan dat zo’n situatie de ‘benadeelde’ partijen razend van machteloosheid moet maken. Een verstandig mens beschermt in zo’n geval zichzelf, dat klopt. Die maakt dat hij of zij weg is. Maar ik wil het aantal verstandige mensen die hun verstand verloren eens de passie hoog oplaaide de kost niet geven.

Bij de getuigenis van de moeder van Els Clottemans voelde ik plaatsvervangende schaamte. Wie had het in zijn hoofd gehaald om die vrouw bij wijze van spreken op haar knieën te laten smeken om haar kind niet te veroordelen? Het had iets middeleeuws, en was het de mijne geweest, ik had gevraagd of ze alstublieft haar mond wilde houden. Maar het bleek allemaal bij te dragen tot de dramatische sfeer, de tragiek van het moment. En het heeft niets uitgehaald.

Wat ik heel erg vreemd vond: veel mensen leken, lang voor gisteren het verdict viel, te geloven dat Els Clottemans het had gedaan, ondanks dat gebrek aan materiële bewijzen. Alsof het een spelletje Cluedo betrof. Terwijl mijn vertwijfeling groeide naarmate het proces vorderde, wisten anderen het al zeker. Ze zag er schuldig uit want oogde niet sympathiek. Ik vond dat geen argument. Bijna hoopte ik voor haar dat ze schuldig zou worden verklaard. Het leek me in de gevangenis een stuk veiliger voor haar dan er buiten.

Ja, experts zagen in Els Clottemans een borderliner, en dat wilde ik best geloven. Niet dat dit een argument mag zijn om loos te gaan als moordenaar. Maar een bewijs dat je een moordenaar bent, leek het mij ook niet. Is dit nu alles wat ze hebben? Ik stelde de vraag aan een flik. “Het feit dat het tot een proces is gekomen, zegt dat er misschien niet voldoende puzzelstukjes zijn om de puzzel uit te leggen, maar wel om het beeld te herkennen”, zegt hij. Ik moest slikken. Alleen al het idee dat er zoveel potentiële moordenaars zouden rondlopen, gaf me een unheimlich gevoel.

Dat is toevallig de theorie van strafpleiter Jef Vermassen, die er een boek over schreef, en er lezingen over geeft. Bij het lezen van het pleidooi van Vermassen, die de familie van Els Van Doren vertegenwoordigde, voelde ik verontwaardiging. “Zij heeft een zwarte ziel, zij is de enige die het kan gedaan hebben.” Ik betrapte mezelf op de gedachte dat Perry Mason het nooit op die manier zou verwoorden. De realiteit overtrof naar mijn gevoel de fictie.

Twijfel is voldoende, zei Vermassen, om Els Clottemans te veroordelen. Is dat zo, vroeg ik me af? En zo ja, sinds wanneer? Ik dacht dat een persoon onschuldig was tot het tegendeel bewezen was? Bestaat er niet zoiets als gerede twijfel? Ja, toch?

Ik voelde me ronduit ongemakkelijk bij zoveel luidkeels emotioneel vertoon en ‘ik weet het wel zeker, want...’. Nog even, dacht ik, en hij haalt er een pendelaar uit Het Zesde Zintuig bij. Ik voelde opluchting toen criminologen en andere advocaten nuanceerden. Normaal gaat het er niet zo aan toe. Normaal is er iets als ratio en rede. Blijkbaar was die emo-kaart de enige die Vermassen kon trekken, gezien er geen harde bewijzen waren. Hij had daar achteraf gezien gelijk in.

Dat het er op een assisenproces niet zachtaardig aan toegaat, tot daar aan toe. Over moord moet je niet licht gaan. Dat de emoties hoog oplaaien, is niet meer dan normaal. Dat er massaal veel volk voor de televisie zat geplakt op het moment van de uitspraak, is veelzeggend. We volgden dit proces wél zoals we dat doen met fictie. En we willen een ontlading. Met het proces-Clottemans hebben we ons eigen O.J. Simpson-verhaal.

Ik heb veel geleerd uit het parachutemoordproces. Dat we vatbaarder zijn voor emotionele kwesties dan voor rationele. Dat mensen nood hebben aan fictie en verhalen die een emotionele ontlading genereren. Ook dat je weg moet blijven van driehoeksverhoudingen. Verder weet ik nu dat profiling meer en meer wordt gebruikt als onderzoekstechniek, en dat je dus maar beter je mentale hygiëne kunt onderhouden. En nog een laatste tip: maak geen ruzie met de mensen met wie je samen een extreme sport beoefent.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234