Dinsdag 18/02/2020

De razende schilder van leven en licht

Drieëndertig jaar. Ouder is Rik Wouters niet geworden. Maar de schilder heeft wel een groot en indrukwekkend oeuvre nagelaten, alsof hij voelde dat de tijd wegtikte en hij elk moment moest gebruiken om het leven en vooral zijn liefde - muze en model Nel - te tekenen en te schilderen. Eric Min schreef, 95 jaar na de dood van de kunstenaar, een volwaardige, sprankelende biografie van Rik Wouters, de schilder van het laaiende leven en het zinderende licht.

Rik Wouters (1882-1916) zou een romanpersonage kunnen zijn. Hij is een somber, gesloten en moeilijk jongetje, dat af en toe van thuis en school wegloopt. In zijn geboortestad Mechelen wordt hij door de goedmenende academieleraar Theo Blickx in de arm genomen, nadat hij als leerjongen in het meubelatelier van zijn vader de stiel van houtkapper en ornamentist had geleerd. Doordat Rik in 1900 in de Antwerpse academie als model voor een beeldhouwwerk van Blickx poseert, wordt hij in het kunstenaarsmilieu ondergedompeld. In datzelfde jaar schrijft Rik zich in aan de kunstacademie van Brussel. Eric Min schildert een breed panorama van het bruisende Brussel en laat zeer overtuigend zien hoe de stad toentertijd het eenentwintigste arrondissement van Parijs kon zijn geweest: het was een vrijhaven voor kunstenaars en denkers, een stad waar de moderniteit en de nieuwste schildersstijlen snel voet aan wal kregen. In Brussel staat kunstenaar Rik Wouters echt op.

Hij huurt een kamertje en leert in Brussel onder meer Edgard Tytgat kennen, de schilder die lang een van Wouters' meest intieme vrienden zal zijn en die met hem lief, leed en vooral zwarte armoede zal delen. Armoede zal trouwens de rode draad zijn in het korte bestaan van Wouters. In 1902 leert hij Hélène Duerinckx kennen, 'Nel' voor de vrienden. Een Franstalige, die in Schaarbeek geboren is. Ze beseffen beiden dat ze de liefde van hun leven hebben ontmoet. En dat ze van de liefde zullen moeten leven, want geld is er niet of weinig. Zo moeten Rik en Nel, gedreven door acuut geldgebrek, in 1905, kort na hun huwelijk, vijftien maanden intrekken bij vader Wouters in Mechelen - een stad die de moeilijke, flamboyante, grootsteedse Nel niet in haar hart draagt, om het enigszins eufemistisch te stellen.

Muze & model

Nel is muze en model voor Rik. Hij probeert haar en haar bewegingen tijdens urenlange sessies in sculpturen, zoals Huiselijke zorgen of Het zotte geweld (La Vièrge folle) te vatten. Hij houdt vooral van boetseren in klei: op het ruwe, ongelijke oppervlak valt het licht immers mooi en telkens weer anders. Maar Nels gezondheid is niet goed. Ze moet rusten en de buitenlucht opzoeken. Het jonge stel verhuist naar Bosvoorde, waar ze tussen 1907 en 1912 in een piepklein huisje in de Dennenbosstraat zullen wonen.

Rik boetseert, tekent, etst en schildert. Bezeten, onafgebroken. Omdat hij niet anders kan, niets anders kan. Hij is dag en nacht kunstenaar. En hij zoekt vooral. Tot hij in 1912 ervan overtuigd is dat hij moet schilderen zoals hij bezig is: met ongemengde verf die hij heel dun en razendsnel opbrengt, waarbij hij nogal wat doek onbeschilderd laat. Zo kan hij in sterk vereenvoudigde vormen vooral het licht vastleggen. Want daar is het hem om te doen: het vlietende leven van alledag en het zinderende licht vangen. Onaffe doeken vol spontane, frisse effecten. 1912 is het jaar waarin hij, door een geslaagde verkoop bij Giroux, een galeriehouder met wie hij een dubieus contract sluit, enkele weken naar Parijs kan gaan om daar eindelijk de werken van door hem aanbeden schilders als Cézanne en Renoir in het echt en in kleur te zien. Hij zal er ook schilderijen van Matisse, Picasso en Manet zien. En van Van Gogh, met wie hij de gedrevenheid gemeen heeft. 1912 is ook het jaar waarin Rik zeker vijftig doeken maakt. Het is een begin en meteen een hoogtepunt en eigenlijk is het einde al nabij.

Rik begint vaker en vaker over hoofdpijn te klagen. Maar hij werkt en werkt om maar geen pijn te moeten voelen. Hij tekent onafgebroken alles wat hij om zich heen ziet. In 1913 kopen Rik en Nel een lapje grond om de hoek. Rik maakt de plannen voor een huisje en in december 1913 kunnen ze er intrekken. Lang duurt hun plezier niet. Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, wordt Rik opgeroepen. In Luik en Antwerpen maakt hij als soldaat de verschrikkingen van de oorlog aan den lijve mee. Hij vlucht naar het neutrale Nederland, waar hij samen met zovele andere Belgische soldaten geïnterneerd wordt. Het kamp in Zeist met zijn houten barakken, waar wind en regen vrij spel hebben, is een al even grote verschrikking voor de kunstenaar die niets om handen heeft.

Bij Rik wordt een agressieve kaakbeenkanker vastgesteld en na verloop van tijd mag hij zich samen met Nel in Amsterdam vestigen. Dat vergemakkelijkt de intensieve behandeling. Hij blijft tekenen en schilderen - tegen de tijd, zolang zijn lijf en leden het toelaten. Maar het licht verdwijnt uit zijn ogen en het leven ontglipt hem. Hij ondergaat diverse operaties door de toentertijd meest vooraanstaande chirurgen en kankerspecialisten, die uiteindelijk zijn rechterkaakbeen en de helft van zijn verhemelte verwijderen. Operaties die hem gruwelijk verminken. Na een lange lijdensweg sterft Rik Wouters op 11 juli 1916 in Amsterdam. Hij heeft nog net kunnen meemaken dat zijn grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam een succes was.

Mythe of niet?

Rik Wouters is een mythe en geen mythe. Hij is geen mythe zoals Vincent van Gogh er een is, een lotgenoot die iets ouder is geworden. Vincent joeg op z'n 37ste een kogel door zijn borst. Wouters zou ook zo'n mythe kunnen zijn, filmheld en romanpersonage. Hij is jong en tragisch gestorven, zijn leven stond in dienst van de kunst en werd beheerst door armoede. Niet in de laatste plaats, is er de obsessie met dat éne model, die éne muze: vrouw, minnares en 'moeke' Nel. Maar Wouters geniet in het buitenland nog altijd weinig bekendheid en werk van hem dat op een veiling komt, haalt geen internationale records. Er zijn geen romans naar zijn leven gemaakt en evenmin een film of een hoop psychologische studies.

Tegelijk is Wouters wel een mythe. Zijn muze en model overleefde hem lang: Nel Wouters stierf in 1971 op 85-jarige leeftijd. Ze heeft zijn werk bewaard en beheerd, en in 1944 schreef ze een biografie van Rik. Maar daarin heeft ze nogal wat feiten naar haar hand gezet. Het is dan ook de grote verdienste van Eric Min om die biografie, de schriftjes met herinneringen van Nel en haar Roman de la Vièrge folle tegen het licht te houden en te toetsen aan de vele andere bronnen die hij heeft aangeboord.

Na de dood van Rik was Nel ontredderd, op het neurotische af. Niet alleen was haar man gestorven, ook de kunstenaar door wie zij bestond en die haar door zijn kunst het leven had gegeven, was er niet meer. Misschien heeft ze daarom hun relatie veel rooskleuriger voorgesteld dan die in werkelijkheid was. En ook haar rol en die van de hoofdstad sterker in de verf gezet dan die van vader Wouters, Theo Blickx en het vermaledijde Mechelen.

Eric Min kwam onder meer op het spoor van de cahiers van Jacques de Lalaing, een Brusselse schilder voor wie Nel poseerde en bij wie ze, na haar huwelijk met Rik, nog met haar vroeger lief Ferdinand Schirren kwam aanwaaien. Ging ze toen nog met Schirren om? Daarover vertelt Nel zelf niets. Ze zal vermoedelijk ook wel stapelgek zijn geworden van Riks obsessieve aandacht voor haar. Volgens andere bronnen liet zij hem dan weer vaak alleen. Van zijn kant ging Rik al eens uitwaaien in de Kempen bij Jakob Smits. "Eens had hij zich voorgenomen nooit meer naar haar (Nel; ER) terug te keren", aldus de laatste echtgenote van Smits. En een andere bron meldt: "Ik ben er niet zeker van dat hij gelukkig was, al is zijn werk een hooglied van levensvreugde."

Zo laat Eric Min ons vaker dicht bij Rik Wouters komen: door de stemmen van intimi als criticus Ary Delen, dichter Jan van Nijlen en schilder Simon Lévy te laten horen.

Tragisch einde

Eric Min heeft voor deze biografie een karrenvracht aan grotendeels onbekend materiaal doorgenomen en presenteert ons een genuanceerd beeld van het leven van Rik Wouters zonder daarbij de schilder uit het oog te verliezen. De biografie van Rik Wouters leest als een roman, maar Min romantiseert nergens. Integendeel: vaak laat hij meerdere stemmen aan het woord over één feit of episode. De nuance telt.

Het tragische, schrijnende einde van Rik Wouters in Amsterdam - met de ronduit misselijkmakende operaties die hij ondergaat - wordt door Eric Min op een strakke, ingehouden manier verteld. Niets wordt ons onthouden, maar dat leidt alleen maar tot een diepdoorvoeld medelijden.

Net als in zijn biografie van James Ensor uit 2008, die hij met brede, pasteuze, Ensoriaanse borsteltrekken schilderde, gebruikt Eric Min nu tientallen toetsen en gezichtspunten à la Wouters om een verhelderend licht op Rik te laten vallen. Het resultaat is een caleidoscopisch beeld van Rik Wouters, een diepmenselijke hommage aan een gedreven, groot kunstenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234