Dinsdag 15/10/2019

De rare geschiedenis van Liesbeth List Over Jappenkampen, vuurtorenwachters, yoga en de pijn van Piaf

Nee, ze heeft nergens spijt van. Of het moeten de jaren zijn geweest waarin ze zich nederig en gedienstig heeft opgesteld. Maar in de geest van vagebonden als Brel en Shaffy besloot ze de teugels van haar leven in eigen hand te nemen. Liesbeth List trekt volle zalen met haar vertolking van Edith Piaf, in de gelijknamige minimusical. Ontmoeting met de diva van het chanson: 'Door het zingen is Piaf nooit gek of depressief geworden. Ik had hetzelfde medicijn.'

Pieter Webeling

foto's Rob Marinissen

'Wat een vreselijke vrouw. In de biografie van haar halfzuster kwam Piaf naar voren als een vrouw die maar scheldt, neukt, vecht, zuipt en spuit. En wéér wordt er een kerel buiten de deur gezet. En wéér ruzie maken met god en iedereen. En wéér jammeren dat ze alleen is. Ontstellend leuk om dit te gaan spelen, dacht ik. Gaandeweg raakte ik geobsedeerd door haar karakter. Onder het strijken zette ik aldoor Piaf op, totdat ik die Franse chansons niet meer kon horen. Voor mijn hoofdrol in de minimusical wilde ik haar tot in de details leren kennen, ook in de uitvoering van haar liederen. Waar komt die buiging in haar stem, hoe hoog zijn die uithalen, welke woorden slikt ze in? Twee jaar voorbereiding. Twee jaar al leeft deze vrouw in mij.

"Edith Piaf was een wilde kat. Ontembaar en onhandelbaar. In de goot is ze geboren, letterlijk, als de dochter van een hoer. Als je zonder liefde opgroeit, dan kun je alleen maar schelden en vechten als verdediging tegen een boze wereld. Ze klampte zich vast aan iedereen die aardig was, maar liet hen ook snel weer vallen. Toch ben ik van deze vrouw gaan houden. Omdat ze óók een groot hart had: ze liet een geliefde los om hem weer te laten optreden en zingen. Alleen op de bühne kon Edith haar emoties kwijt, daar was ze gelukkig. Ze schreeuwde haar leed uit. Haar talent was haar redding: door het zingen is ze nooit gek of depressief geworden. Ik herken dat. Ik had hetzelfde medicijn.

"Ik kan me niets herinneren van de Jappenkampen. Gelukkig niet. Ik was een jaar oud toen de Hollanders in Indië werden geïnterneerd, zo rond 1942. Van andere mensen in het kamp hoorde ik later dat mijn moeder alleen maar met mij bezig was. Voeden, drie keer per dag wassen, verzorgen. Ze heeft voor me geknokt, terwijl mijn vader gedwongen in ondergrondse mijnen bij Tokio werkte. Na de oorlog is mijn moeder apathisch geworden, ze reageerde op niets meer. Ik heb brieven in mijn bezit, brieven die ze schreef aan mijn vader, dun potlood op kladblaadjes. Laatste kreten: help mij, kom mij redden, ik hou het niet langer. Ze heeft nog op hem gewacht. Kort daarna stierf ze.

"Na de oorlog ben ik met mijn vader teruggegaan naar Nederland. Ik heette toen nog Elly Driessen. Ik was te jong om me mijn moeder goed te herinneren, zelfs haar begrafenis staat mij niet meer bij. Mijn stiefmoeder wilde mij niet in huis hebben, waarschijnlijk vanwege de herinnering aan mijn moeder. Ik ben steeds verbannen. Eerst naar een weeshuis, daarna naar betaalde ouders in Alkmaar. Als ik thuis was en kattenkwaad uithaalde, hoorde ze de geest van mijn moeder op zolder. Die geest moest uit mijn lichaam gesneden worden: met een scheermesje maakte ze inkepingen boven mijn vingers. Toen mijn vader thuiskwam en de snijwonden zag, zei ze: 'Elly heeft zich gesneden.'

"Mijn geschiedenis blijft raar, de waarheid is altijd vreemder en gekker dan de fantasie. We gingen op vakantie met de boot naar Vlieland, toen mijn stiefmoeder een gesprek opving van twee vrouwen. De ene wilde een baby adopteren, maar dat was zo moeilijk. Ze heeft die vrouw opgespoord, dat bleek mevrouw List te zijn. Samen met haar man runde ze een hotel op Vlieland. Ik heb een kind voor u, zei mijn stiefmoeder. Een meisje van zeven. Een dag later mocht ze terugkomen, met mij. Mijn pleegmoeder smolt meteen. Kind, zei ze, ga jij maar de mooiste bloemen plukken in de tuin. Even later stuurde ze mijn stiefmoeder van het eiland af.

"Mijn echte ouders heb ik dus nooit gekend. Ik mis een eerstelijnsoorsprong: wie zijn mijn makers? Als zevenjarig kind was die onwetendheid een zegen: ik speelde onbezorgd met vriendjes en vriendinnetjes in de bossen en op het strand. Vlieland was voor mij een paradijs. De weelde, de weelde! Ik was een druk, vrolijk kind, een haantje de voorste. Ik kreeg de achternaam van mijn pleegouders, List, en ze noemden mij Liesbeth. Mijn moeder was van Duitse afkomst: een kleine, kordate dame. Mijn vader was een schat die het hemd van zijn lijf weggaf. Die mensen waren dol op mij, maar ook streng. Netjes een handje geven, keurig met twee woorden spreken en vooral dankbaar en onderdanig zijn. Zo ben ik opgevoed. Duits. Heel erg Duits.

"Ik ben flink gefrustreerd geraakt omdat mij nooit werd verteld dat ik iets goeds deed. Integendeel: bij een zeven of een acht moest ik nog beter mijn best doen. Leren, leren, leren. Het effect was dat ik heel lang heb gedacht dat ik dom en lelijk was. Op de HBS in Harlingen verbleef ik bij een kostgezin, omdat ik niet elke dag met de boot heen en weer kon gaan. Daar werd ik meer ingetogen. Ik viel niet op. Totdat ik bij een revue besloot om te gaan zingen. Franse liedjes vooral: Brassens, Aznavour. Wat gaat dat stille eilandwezen nu doen?, dacht de hele school. Ik viel op. Ik wás iemand. De volgende dag was het gewone arbeiderskind de heldin van de school. Opeens keek men mij wél recht in de ogen.

"Mijn ouders hadden alles over voor het meisje, zoals mijn vader mij noemde. Ik kon zonder problemen naar de modevakschool in Amsterdam. Dat was in 1964, een jaar na het overlijden van Piaf. Nou, het verhaal is inmiddels bekend: in een café leerde ik Ramses Shaffy kennen, bij de auditie voor Shaffy Chantant werd ik na een kwartier al aangenomen. Ik was idolaat van Ramses, maar wie was dat niet? Ik stond naast de allerberoemdste en allermooiste man van Nederland, echt een edelman, een jeune premier. Ramses leerde mij van het leven te genieten, vrij van conventies en burgermansregels. Hij lééfde, tien levens tegelijk, en niet zeuren. Ik stond daar echt Alice in Wonderland te wezen.

"Mijn vader was intussen vuurtorenwachter. Zo ontstond al gauw het sprookjesachtige beeld dat Ramses, de avonturier en de bohémien, het schuchtere meisje van de vuurtoren aan de hand nam om het leven te leren kennen. Dat romantische beeld is nog waar ook. We hadden dezelfde geschiedenis. Eén ziel, twee lichamen. De ene wordt geboren in Neuilly-sur-Seine in Parijs, als de zoon van een Egyptenaar en een Poolse gravin, de ander in Bandung, Indonesië. En je treft elkaar in een Amsterdams café. In elk interview kwam wel die vuurtoren voor, veel journalisten hadden daar iets Eline Vere-achtigs bij. Gottogot, wat werd dat op den duur vervelend. Als kind speelde ik veel liever in de kamers van het grote hotel, in de winter had ik daar het rijk alleen. Die vuurtoren met zijn kleine, benauwde kamertjes vond ik maar niks."

"Ik ben geen zangeres. Ik vertolk liederen, ik bén dat lied. Daarom zing ik alleen maar teksten waarin ik mij kan inleven, waarvoor ik gevoel heb. Je moet iets uitstralen, zoals Barbra Streisand of Bette Midler. Ik heb weinig met een zangeres als Céline Dion. Fantastische stem, maar te technisch, te gestileerd. Het komt niet uit de poriën van haar lichaam. Je merkt het. Je ziet het. Dat is weer die magie. Zelf heb ik een beperkte stem, met een klein bereik. Toch klinkt ze bij mijn laatste cd's prachtig omdat het geluid bewust laag is gehouden. Voorheen was een hese, lage stem niet in de mode. Door veel te roken heb ik altijd gesolliciteerd naar de stem van Marlene Dietrich, haha. Helaas, zo ver ben ik nooit gezakt.

"Ik heb altijd idealen gehad. Als meisje wilde ik wel twee jaar van mijn leven opofferen voor de Goede Zaak. Ik zag mezelf als assistente van dokter Albert Schweitzer, de mensenheld die zijn leven gaf voor de zieke medemens in de bush. Ik was zeer gelovig. Tot mijn 21ste bad ik elke avond tot God, keurig op mijn knietjes. Dan vroeg ik om vergeving, en of Hij het ook niet zielig vond dat tante Hetty nog steeds geen man had. Van het geloof ben ik afgestapt, maar het idealisme is gebleven. Als zangeres van Shaffy Chantant leerde ik de Griekse componist Mikis Theodorakis kennen, zo halverwege de jaren zestig. Hij vroeg mij zijn Mauthausen-cyclus te zingen. Ze dragen de stenen op hun rug, stenen waaraan ze bezwijken uit deze hel keert niemand terug de levenden zijn hier al lijken.

"De liederen gaan over de jodenvervolging in de oorlog, over Mauthausen, Bergen Belsen en Auschwitz. Elk jaar zing ik ze nog, op vier mei. Mijn vader en moeder hebben in Jappenkampen gezeten. Ik mocht die teksten zingen.

"Jacques Brel was natuurlijk ook mijn held. Als eerste sloeg hij zijn publiek om de oren met maatschappelijke onderwerpen: over de verstikkende burgerlijkheid, eenzame ouden van dagen, hypocrisie en cynisme. Zo gaf hij ons vrijheid. Ik heb Brel ooit ontmoet, in het bijzijn van Hugo Claus en Cees Nooteboom. Ik vrat hem op met mijn ogen. Later ben ik zijn liederen gaan zingen. Ik heb zijn zegen gekregen. Brel is speciaal gekomen voor de uitreiking van mijn eerste gouden Brel-plaat. Had hij niet hoeven doen, voor een Nederlands zangeresje. Later belde Miche, zijn vrouw. Of Jacques mijn Nederlandstalige versie van 'Het Vlakke Land' mocht gebruiken voor zijn speelfilm Franz. Een hoogtepunt. Ik zweefde door de straten.

"Al die jaren was ik een complexenmens. Onzeker. Ik kan niks. Ik bén niks. Dat beeld werd nog eens versterkt door... mijn toenmalige levenspartner. Cees Nooteboom, ja. Ik noem zijn naam liever niet, te veel eer. Mijn Duitse opvoeding van nederigheid en opoffering kreeg met hem een vervolg. Mij werd fijntjes duidelijk gemaakt dat artiesten van een lagere orde zijn dan schrijvers. Hij wilde me klein houden, klein, dom en lelijk. Dit mag niet, dat mag niet. Als ik een gedicht niet kon volgen, dan zei hij minachtend: 'Ach, dat begrijp jij niet. Ik heb geen tijd om jou dat uit te leggen.' Mocht ik hem ooit verlaten, dan zou hij zich te pletter rijden tegen een boom. Ik bleef, dus. Ik wilde geen moordenaar zijn.

"Dertien jaar lang heb ik het uitgehouden met deze man, en dat zegt natuurlijk vooral veel over mij. Ik kon hem niet aan. Yoga heeft voor mij alles veranderd. De eerste keer kreeg ik een lachstuip. Daar zit je dan, in lotushouding. Maar de tweede sessie kwamen de tranen. Al het leed van de wereld heb ik uitgeschreeuwd. Mijn yogaleraar vond dat ik alleen maar gaf, en niets nam. Ik leerde mij ontspannen. Heel lang heeft het water stilgestaan, en bij stilstaand water begint alles aan te koeken en te schimmelen. Met yoga kon ik alles weer laten stromen, al het wrakhout en alle ellende kwamen los. Ik kwam tot mezelf. Ik kon het heft weer in eigen handen nemen. Ik had een verleden van werken, gedienstig en nederig zijn, soit belle et tais-toi. Nu zag ik zomaar een zwaan in de gracht zwemmen.

"In mijn thirties heb ik grote schoonmaak gehouden in mijn leven, vooral in relatie tot mijn oorsprong. In mijn puberjaren heb ik mijn vader en stiefmoeder gehaat. Ik besefte dat ze mij grof in de steek hadden gelaten. Na een auto-ongeluk in 1963 besefte ik dat je binnen twee seconden dood kon zijn; dan krijg je een andere kijk op het lot. Ik wilde mijn vader zien. Maar hij was al gestorven, in Zuid-Afrika, het land waarnaar hij geëmigreerd was. Een halfzusje vertelde mij dat mijn vader elke avond naar de wereldomroep had geluisterd in de hoop mij te horen zingen. Hij zei eens tegen haar: 'Meisje, wat lijk je toch op mijn dochter.' Dat was de verlossing. Mijn vader hield wél van mij. Destijds moest ik uit de buurt blijven van de stiefmoeder; dat was een wijze beslissing van hem.

"Ik had ook nog iets met mijn moeder op te knappen. Altijd gedacht dat ze door ziekte en honger was overleden, bleek ze zelfmoord te hebben gepleegd. Mijn moeder had mij welbewust in de steek gelaten. Ik voelde me verraden. Waarom, waarom, waarom? Ik ben je niet meer waardig, schreef ze in een brief aan mijn vader. Ik denk dat ze misbruikt is. Ik ben helemaal in de belevingswereld van mijn moeder gekropen. Ik dwong mezelf naar gruwelijke kampfoto's te kijken, de waarheid te zien, jankend keek ik naar televisiedocumentaires. Hoe kindertjes stierven bij bosjes, hoe vrouwen werden misbruikt en door de hel zijn gegaan. Mijn moeder heeft niet de geest gehad om nog iets van haar leven te maken. Ik begrijp haar besluit. Ze had gelijk. Bij leven zou ze een brok ellende zijn geweest, dan had ze waarschijnlijk haar dagen moeten slijten in een psychiatrische inrichting. Niet lang daarna brak ik met mijn partner. Ik kon hem aan. Ik kon mezelf aan.

"Op mijn 41ste kreeg ik eindelijk familie. Een dochter, Elisah. Een geschenk, rechtstreeks uit de hemel. Man, wat een feest! Intussen had ik een moeizame verhouding met mijn pleegmoeder. Ik wilde haar graag opvrolijken, laten genieten van het leven, maar ze kon het niet. Die vrouw zat gewoon vast in haar harnas. Voor mijn pleegmoeder was het leven lijden: ach kindje, àls het maar goed gaat. Volgens haar verpestte ik Elisah: schande als ze haar boterham niet hoefde op te eten. Toen had ik iets van: ho, afblijven. Ik doe het niet verkeerd en voel mij niet schuldig. Ik doe het op mijn manier. Dit is mijn kind.

"Ik wilde mijn moeder niet kwetsen. Enerzijds had ik alles aan die vrouw te danken, anderzijds... Ik weet nog goed dat ze een zeer christelijk boek had gelezen waarin gedichten stonden over schuld. Aan het einde van haar leven hoopte ze nog op vergeving van de Vader, vertelde ze. Ik ben ontploft. Jij, die een leven hebt opgeofferd door alleen maar dankbaar en nederig te zijn, hoe durf jij nog te denken dat je je schuldig moet voelen?! Mijn moeder schrok. Ze begon te huilen. Daarna was ze beledigd. Daar kwamen de verwijten weer: dit deugde niet, dat deugde niet. Ik kon haar niet meer bereiken. En ik vond het zó erg voor haar. Deze vrouw heeft nooit beseft waarom ze op de wereld was. Ze heeft haar leven verknald."

"En dan ben je uit. Dat kun je lezen in de krant: Liesbeth List, vuurtoren zonder licht. Liesbeth List, braakmiddel. De critici hadden de aanval geopend, niets deugde aan mij. In plaats van met vijf muzikanten treed je op met een pianist, voor halflege zalen. Platenmaatschappijen laten je vallen, want je verkoopt niet meer. Het waren de jaren tachtig: grote musicals waren in, het chanson was uit. Ik vond het heel moeilijk te verkroppen dat het over was. Mijn slogan is: een artiest moet zelf kunnen bepalen wanneer hij stopt. Dus dit was... zuur. Ik kreeg in die dagen een uitnodiging voor de heropening van Madame Tussaud. Ik heb vrij lang succes gehad, daarom moest mijn hoofd eens opnieuw worden gemaakt: een oudere, actuelere Liesbeth. Bij de feestelijkheden heb ik lang gezocht naar mijn wassen beeld, tot een juffrouw mij vertelde dat ik uit de collectie was gehaald. Mijn twee hoofden lagen in de kelder.

"Ik heb een punt achter mijn carrière gezet; geen vernederingen meer. Dat was moeilijk, ik verloor mijn uitlaatklep, maar zo was het nu eenmaal. Ik heb nooit een knieval gemaakt voor het geld. Aan een commercial heb ik nog nooit meegedaan. Je kunt niet de liederen van Brel vertolken en tegelijkertijd een wasmiddel aanprijzen. En ik hèb aanbiedingen gehad, hoor. Ai-ai-ai. In 1970 van C&A, 35.000 gulden. Een vermogen. De Nederlandse Playboy vroeg mij voor het eerste nummer, ik mocht mijn prijs en voorwaarden noemen. No, sir. En wat ik helemaal nooit heb gedaan is optreden op bruiloften en braderieën.

"In 1994 kwam Frank Boeyen. Hij vond het een eer om met mij een cd te maken. Dat leek mij fantastisch, want al vóór zijn telefoontje was ik een fan van zijn werk. Kort daarop belde hij me dat de opnames wegens drukke werkzaamheden iets later zouden plaatsvinden. Ik was helemaal in paniek, jankend zat ik aan de telefoon: godverdomme, het is over, als ik wéér een jaar wacht ben ik wéér een jaar ouder. Zo diep was ik toch wel geraakt, door dat zijspoor. Maar die cd kwam. List. Ik zat in de auto met mijn man Rob en las een stukje van Bas Heijne in de NRC. Die prees mij de hemel in. Ik bleef lezen en dacht: wanneer komt die kat, wanneer komt die kat? Maar die kat kwam niet. Punt. Toen klonk er een indianenhuil door de auto die vergelijkbaar is met die toen mijn dochter gezond werd geboren. Ik bestond weer."

"Pas nu voel ik de pijn van Piaf. Nu heb ik de rijpheid om haar leven te doorleven. Ik heb een basis meegekregen, ondanks het Jappenkamp, maar Edith miste die cruciale moederliefde in de eerste vier jaar. Dat zorgde voor zoveel instabiliteit in haar leven. Zo kon ze bijvoorbeeld een prooi worden van verslavingen aan drank en morfine, begrijp je? Ondanks een valse start wist ze toch iets van haar leven te maken, een volle Olympia muisstil te krijgen. Ik heb mij altijd omringd met mensen die veel van Piaf weg hebben. Ramses Shaffy, Mikis Theodorakis, Jacques Brel, Frank Boeyen: allemaal vagebonden met charisma, zonder boodschap aan regeltjes en wetten. De Belgische publicist Johan Anthierens geeft een prachtige beschrijving van Jacques Brel: een man die de klei uit Gods handen genomen om zichzelf te herkneden, met een beter resultaat.

"Het is een soort gilde. Ik bewonder mensen die nadrukkelijk hun eigen spoor trekken. Piaf zou erelid van dat gilde mogen zijn: ze was een man, une féministe avant la lettre. Daarom beschouw ik mijn rol in deze minimusical als een bekroning van mijn carrière. Alles komt een beetje samen. Als je een harmonieus leven leidt waar nooit een onvertogen woord valt, dan heb je waarschijnlijk ook niet de drang tot verzet, de drang om op te vallen. Zonder mezelf met al die grootheden te vergelijken, reken ik mezelf ook tot het gilde. Ik kan de zwarte pagina's van mijn leven goed aan; frustraties heb ik afgezworen. Ik durf vrij te zijn en 'sodemieter op' te roepen. Vanaf het moment van mijn geboorte heb ik tijd gekregen. Die tijd is van mij.

Liesbeth List speelt Piaf vanavond in de Stadsschouwburg in Leuven.

Pieter Webeling is een Nederlandse freelance journalist. Hij werkt o.m. voor de Volkskrant en Nieuwe Revue. Rob Marinissen is een Nederlandse freelance fotograaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234