Dinsdag 22/06/2021

De Pulitzer-dynastie stopt de persen

Er zijn wereldberoemde prijzen naar hem genoemd. Maar wie was Joseph Pulitzer? En waarom verkopen zijn erfgenamen het imperium dat hij opbouwde? David Usborne over de dood van een droom.

Verontrustend nieuws uit de Verenigde Staten: een kwetsbaar familiaal media-imperium staat op het punt in te storten. Het zal verkocht worden aan de meest biedende. De naam is niet Murdoch. Aan de orde is de val van de Pulitzer-dynastie. Het nieuws lekte enkele weken geleden uit. De laatste erfgenamen van Joseph Pulitzer, stichter van de bekende journalistieke prijzen, zijn "op zoek naar strategische alternatieven". Ander gesteld: er wordt een bordje 'Te koop' geplaatst.

Pulitzer Inc., met basis in St-Louis, staat ver onder het niveau van de News Corporation van Murdoch. De twee voornaamste bronnen van inkomsten zijn de kranten St-Louis Post-Dispatch en de Arizona Daily Star in Tucson, Arizona. Verder zijn er nog twaalf dagbladen over de hele VS en enkele week- en vakbladen. De waarde van het imperium wordt geraamd op 1,5 miljard dollar. Niet niks, maar naar Amerikaanse normen ook niet veel.

Het droevige zit hem in het einde van een traditie. Sinds de oprichting van het bedrijf in 1878 door de eerste Joseph Pulitzer, een joods-Hongaarse immigrant, lag de leiding altijd in handen van zonen, kleinzonen en achterkleinzonen.

De derde Joseph Pulitzer stierf in 1993. Zijn weduwe Emily Rauh Pulitzer (71) is nu de grootste aandeelhouder, met een stemrecht dat gelijkstaat aan 49,6 procent van de aandelen. Sinds de dood van haar man is de aanwezigheid van de familie afgenomen. Zoon Joseph Pulitzer IV verliet het bedrijf in 1995. Vandaag zitten in de raad van bestuur enkel nog Emily zelf, Michael Pulitzer (74, broer van de derde Joseph) en twee neven. In totaal beheert de familie zo nog steeds 90 procent van de aandelen.

Even, in 1986, zag het ernaar uit dat de dagen van de Pulitzers binnen hun concern al geteld waren. Joseph Pulitzer III pareerde toen een vijandig overnamebod door het bedrijf naar de beurs te brengen en beloofde plechtig: "Ik zal mijn erfenis niet omruilen voor een pot goud."

Dat is nochtans wat zijn weduwe nu wel wil doen. Pulitzer Inc. heeft makelaar Goldman Sachs ingehuurd om een koper te zoeken. Mogelijk wordt het bedrijf in afzonderlijke delen verkocht. In elk geval zal de pot goud dankbaar aanvaard worden. En de kostbare erfenis van de eerste Joseph zal verdampen.

Geen enkele dynastie staat meer synoniem voor de krantenjournalistiek dan die van de slungelige Hongaarse immigrant met de tomeloze ambitie en chronisch slechte ogen. In zijn tijd bond Joseph Pulitzer de strijd aan met Randolph Hearst op de New Yorkse markt. Hij lanceerde een nieuwe, strijdlustige traditie. Ze noemden het yellow journalism, gele journalistiek. Vandaag spreken we veeleer van sensatiejournalistiek.

Herbert Peter Pulitzer, kleinzoon van de eerste Joseph, bracht ooit de familie zelf in de sensatiepers toen hij ervandoor ging met Lily, een New Yorks lid van de beau monde en een vriendin van Jackie Kennedy. De scheiding in 1983 van zijn tweede vrouw, Roxanne leidde tot een sensationele rechtszaak met huiveringwekkende seks- en drugsverhalen over de elite van Palm Beach. De reputatie van de familie duikelde nog verder de dieperik in toen Roxanne poseerde voor Playboy en een boekje opendeed over haar huwelijksleven met 'Prize Pulitzer'.

Het Pulitzer-verhaal begint in de 19de eeuw, als de 17-jarige Joseph zich in Hamburg laat rekruteren voor de troepen van de Union Army. Het is 1864 en hij besluit de boot naar Amerika te nemen. Het verhaal wil dat de jonge Pulitzer in de haven van Boston overboord sprong, naar de kant zwom en de premie van 300 dollar zelf ging ophalen om te vermijden dat die in handen van de agent zou komen. Hij spreekt amper Engels, vecht kort in de Lincoln Cavalerie en eindigt in St-Louis, waar hij een grote Duitstalige gemeenschap ontdekt.

Zijn eerste krantenjob is die van verslaggever voor de Duitstalige Westliche Post. De krant kent moeilijke tijden en op zijn 25ste wordt Pulitzer er het beheer van aangeboden. Enkele sluwe zakendeals later wordt hij voor 2.500 dollar eigenaar van de St-Louis Post-Dispatch. We schrijven 1878 en het uitgeversbedrijf Pulitzer is geboren.

Met zijn oog voor populistische verhalen en campagnes weet Pulitzer de overgenomen kranten al snel nieuw leven in te blazen. En hoewel zijn gezondheid achteruitgaat, verhuist hij al na vijf jaar naar New York om de New York World te kopen. Pulitzer ontwikkelt daar zijn sensatie-instincten verder. Als hij hoort dat de levering van het Vrijheidsbeeld vanuit Frankrijk vertraging oploopt omdat rijke New Yorkse filantropen ervoor terugdeinzen om de sokkel te betalen, gebruikt hij de World om hen te schande te maken en zelf een sponsorcampagne op te zetten. Hij mikt op 100.000 dollar, wat lukt. In één moeite door stijgt de oplage van de World tot 600.000 exemplaren.

Zijn gezondheidstoestand bleef verslechteren. Op zijn 43ste is Pulitzer I zo goed als blind. Hij trekt zich terug uit de redactie van de World. Hij lijdt ook aan een ziekte waardoor hij geen lawaai kon verdragen. De laatste twintig jaar van zijn leven brengt hij door in het geluidsdichte ruim van zijn jacht, in Bar Harbor, Maine. Hij blijft dagelijks contact houden met zowel de World als de Post-Dispatch, maar wordt nog zelden gezien in New York of St-Louis.

Joseph Pulitzer wilde duidelijk niet herinnerd worden door de boulevardtactieken die hij rond 1890 bezigde tijdens de heftige oplagestrijd met het rivaliserende New York Journal van Randolph Hearst. In de strijd voor het lezerspubliek waagde Pulitzers krant zich soms aan verhalen die compleet uit de lucht waren gegrepen. Beide kranten werden uiteindelijk gecensureerd door het Amerikaanse Congres nadat ze de gemoederen hadden verhit tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog in 1898. Na de oorlog gaf Pulitzer zijn redactie de opdracht om wat meer terughoudend te werk te gaan.

Historici hebben de slippertjes van Pulitzer allang vergeven. Bij de eeuwwisseling won de World respect voor haar onderzoeksjournalistiek. In 1909 werd de krant beroemd met de berichtgeving over een illegale betaling van 40 miljoen dollar van de Amerikaanse regering aan de Franse Panama Canal Company. Washington probeerde Pulitzer te straffen door hem te beschuldigen van laster tegenover president Theodore Roosevelt en de bankier JP Morgan. De rechtbanken verwierpen de rechtszaak.

Het persoonlijke credo van Pulitzer, en zijn rol in de verdediging van de persvrijheid, kwam wellicht het best tot uiting in de woorden die hij in 1904 schreef voor de North American Review: "Onze republiek en de pers zullen samen groeien of samen ten onder gaan. Een bekwame, onpartijdige, publieksgezinde pers, met geoefende intelligentie om te weten wat het juiste is en de moed om het juiste te doen, kan de publieke deugd vrijwaren zonder welke een populaire regering een komedie en een leugen is. Een cynische, geldbeluste, demagogische pers zal na verloop van tijd een volk creëren dat net zo laag is als zichzelf. De kracht om de toekomst van de republiek vorm te geven ligt in handen van de journalisten van de volgende generaties." Deze woorden zijn tot vandaag te lezen in de lobby van de St-Louis Post-Dispatch.

Alsof hij nog steeds probeerde afstand te nemen van zijn verleden, deed Pulitzer aan het einde van zijn leven twee dingen waardoor hij altijd herinnerd zal worden. Hij liet 2 miljoen dollar na voor de stichting van de School of Journalism in Columbia, tot vandaag een van de meest hoogwaardige journalistenopleidingen ter wereld. In zijn testament subsidieerde hij de stichting die de Pulitzerprijzen zou uitreiken.

Joseph Pulitzer stierf in 1911. De school ging een jaar later van start. De eerste Pulitzerprijzen werden uitgereikt in 1917. De vele categorieën gaan van onderzoeksjournalistiek, fotojournalistiek en krantencartoons, tot Amerikaanse literatuur, theater en poëzie. In de VS bestaat er geen prestigieuzere prijs voor een verslaggever dan de Pulitzerprijs.

Voor zijn dood had Pulitzer zijn jongste zoon Joseph uit Harvard gehaald om hem op te laten opleiden bij de Post-Dispatch. De nieuwe Joseph bleef bij de krant in St-Louis tot zijn dood in 1955. De herinneringen aan de tweede Joseph, die de krant uitbreidde met de zondagbijlagen en opiniepagina's, kleuren ook geel, maar een ander soort geel. Deze keer lag het aan de memo's op geel papier die hij dagelijks als een sneeuwstorm verspreidde op de redactie.

De derde Joseph, die ook een van Amerika's belangrijkste verzamelaars van hedendaagse kunst werd, nam de zaak enkele weken na de dood van zijn vader over. Hij beloofde de continuïteit te bewaren door de zaak in de familie te houden. "Wij van de Post-Dispatch houden ons aan de normen die we hebben geërfd. Met alle morele, intellectuele en professionele kracht die we hebben, zullen we verder werken als publieke dienaars." Hij breidde het bedrijf uit, kocht andere tijdschriften en investeerde in radio- en televisiestations die inmiddels alweer zijn afgestoten.

Van de vier familieleden die nog in het bestuur zetelen, zijn er drie minstens zeventig. Elf jaar geleden, bij de dood van Joseph III werd al duidelijk dat het Pulitzer-tijdperk bijna voorbij was.

Wat er ook gebeurt, in de eregalerij van de Amerikaanse journalistiek blijven de Pulitzers staan waar ze staan. Velen wisten misschien niet eens dat de familie nog steeds meedraaide. Ze associëren de naam van de Pulitzers enkel met de prijzen die jaarlijks in april uitgereikt worden. Die prijzen zullen niet aangetast worden door een pot goud.

© The Independent

'Ik zal mijn erfenis niet omruilen voor een pot goud', zei Joseph Pulitzer III toen hij in 1986 een vijandelijk overnamebod pareerde. Nu staat voor Amerika's eerste media-imperium een bord: 'Te koop'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234