Analyse
De puinhopen van Moureaux
"We hebben de zaak in Molenbeek niet onder controle", zegt minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Waarom komt Molenbeek zo vaak op de radar als moslimterreur wordt onderzocht?
Molenbeek. De naam is synoniem geworden voor alles wat fout kan gaan in een superdiverse grootstad, de banlieue van West-Brussel, zeg maar. Dat is niet helemaal rechtvaardig. Molenbeek is, om te beginnen, een flinke stad met een kleine 100.000 inwoners, vergelijkbaar met Leuven. De armere, oudere wijken dichtbij het kanaal Brussel-Charleroi beslaan ongeveer een derde van de stad. En ook in die moeilijkere buurten bloeit nieuw leven, en verrichten scholen en cultuurhuizen dagelijks miraculeus werk. Er is geen getto, er zijn geen no-gozones in Molenbeek.
En toch gaat er heel wat mis in de Brusselse gemeente. Dat minister Jambon toegeeft dat "de zaak" - dat wil zeggen: de gewelddadige uitwassen van de radicale islam - niet onder controle is, is niet overdreven.
Dat zegt ook Hans Bonte, burgemeester van Vilvoorde, uitvalsbasis van relatief veel Syrië-strijders. Hij ziet een ruimer 'Brussels' probleem. "In Vilvoorde hebben we acht terugkeerders. Drie zitten achter de tralies, een is overleden, een is zwaar gekwetst en drie lopen vrij rond. Daarvan worden er twee zeer intensief opgevolgd. De derde stond anderhalf jaar geleden met zijn enkelband plots in mijn bureau. 'Zodra ik die kwijt ben', zei hij, 'verhuis ik naar Brussel. Want hier word ik te veel gecontroleerd.' Hij is effectief kort erna verhuisd. Voor mij illustreert dat voorbeeld perfect waar het fout loopt in Brussel. Het hoofdstedelijk gewest doet nauwelijks opvolging en controle."
Geen toeval
In minstens vier van de recente (pogingen tot) terreuraanslagen in Frankrijk en België was Molenbeek een uitvalsbasis voor daders of verdachten. De Franse Syrië-strijder Mehdi Nemmouche vond er onderdak voor zijn raid op het Joods Museum in Brussel in 2014; de door de politie ontmantelde en gedode terreurcel in Verviers had een vertakking naar een verdachte uit Molenbeek; de Marokkaan Ayoub el-Khazzani, die op de tgv kon worden ontwapend voor hij aan zijn moordpartij kon beginnen, verbleef in Molenbeek; en ook nu weer blijkt een van de Parijse zelfmoordterroristen uit Molenbeek te komen en zijn nog vijf andere mogelijke betrokkenen gearresteerd in de gemeente. Dat is te veel om louter toeval te zijn.
Dus ja, Molenbeek heeft niet alleen een probleem met moslimfundamentalisme, maar ook met cellen die bereid zijn om hun overtuiging in geweld om te zetten. Ongeveer 40 procent van de bevolking is moslim in Molenbeek (en in de gekleurde wijken loopt dat percentage fors op) en hun islam komt in vele tinten. Toch overheerst de sombere, orthodoxe tot radicale lezing.
De radicalen vormen een minderheid, maar wel een toonaangevende, dominante minderheid. Zij hebben de voorbije kwarteeuw vrij spel gekregen. Dat is niet eens kritiek, dat is een vaststelling. En dan komt de verantwoordelijkheid van Philippe Moureaux - PS-burgemeester van 1992 tot 2012 - onvermijdelijk in beeld. Ter verdediging van Moureaux moet worden gezegd dat het Molenbeek dat hij in de jaren 90 erfde al een hopeloos verarmde en ruimtelijk vermassacreerde gemeente was. Maar twintig jaar PS-beleid heeft de zorgwekkende mix van grote armoede, jongerenwerkloosheid en fikse bevolkingsgroei (sinds 1996 is de Molenbeekse bevolking met een derde toegenomen) niet kunnen bijsturen.
En vooral: Philippe Moureaux is strategisch blind gebleven voor de aantrekkingskracht van de radicale islam in zijn gemeente. Zijn politiek van 'nabijheid' was vooral een strategie van cliëntelisme: Moureaux zocht moslims om op zijn lijst te gaan staan en de gemeenschap 'af te dekken', maar had geen oog voor de stille radicalisering achter gesloten gordijnen.
Socio-cultureel laboratorium
Politicoloog Bilal Benyaich: "De PS heeft uit electorale overwegingen zware fouten gemaakt in Brussel. Die partij heeft echt naar de pijpen van deze mensen gedanst om haar stemmen binnen te halen. In de jaren 80 hield ze nog een anti-radicale lijn aan, in de jaren 90 heeft ze die verlaten. Heel wat imams hebben de salafistische islam ingang doen vinden. Ouders zijn daarin meegegaan. Zij zijn er mee verantwoordelijk voor dat er nu ongeleide jihadistische projectielen in Brussel rondlopen."
Zelf ontkent Moureaux elke verantwoordelijkheid. "Ik heb wél gevochten tegen het extremisme in mijn gemeente. Toen ik burgemeester was, is dit ook nooit gebeurd. Ik vind de Vlaamse reacties gewoonweg hysterisch. Om mensen wat bij te brengen, moet je net heel dicht bij hen staan. Anders komt je boodschap toch niet over. Die lijn heb ik altijd aangehouden. De nieuwe burgemeester, Françoise Schepmans (MR), staat niet dicht genoeg bij de inwoners van de volkse wijken."
Schepmans kaatst die bal meteen terug: "Moureaux wou van Molenbeek een socio-cultureel laboratorium maken, maar hij dwaalde. Hier zijn wijken ontstaan met een zeer jonge, arme bevolking die met grote families in krappe huizen leven."
Natuurlijk speelt de socio-economische context een rol: overal ter wereld schiet het radicalisme eerst wortel in achtergestelde wijken. Dat is ook in Brussel het geval, in de sikkel van armoede rond het kanaal (Anderlecht, Molenbeek, Laken, Schaarbeek). Jongeren die gefrustreerd zijn over hun sociale achterstand of discriminatie, vinden in de radicale heilsleer een identiteit. Maar context verklaart lang niet alles: de radicale islam recruteert ook in de middenklasse en geeft al wie toch al op criminaliteit uit is, een rechtvaardiging.
Dat risico wordt nog onderschat, meent Benyaich: "Het grote probleem is dat het aantal mensen dat in dit radicale discours van zogenaamde islamitische suprematie gelooft, echt heel hoog ligt. In sommige wijken mag je misschien wel spreken van bijna de helft van de inwoners. Slechts een zeer klein deel grijpt naar de wapens, maar het potentieel is enorm. Het gaat om tienduizenden jongeren die gesocialiseerd zijn in het wij-zij-denken van extreem-rechts en islamitische extremisten, die alleen maar een oorlog zien tussen het westen en de islam. Het zijn daarom geen puriteinse moslims, maar ze zijn potentieel een enorme visvijver voor IS en consorten."