Woensdag 13/11/2019

De psyche van de voetbal- op-tv-kijker

Met de start van de kwartfinales is het moment van de waarheid aangebroken op het EK voetbal. Waarom vinden we 22 mensen die op tv achter een bal aanhollen zo belangrijk?

Iedereen heeft verstand van voetbal tijdens een EK. Vooral van de psyche van spelers worden steeds meer kritische amateuranalyses gemaakt. Maar wat zeggen de psychotherapeuten over de spelersgeest? En welke primitieve driften spelen bij ons op wanneer we voetbal kijken?

1 Een bescheiden kampioen is groter dan een opschepperige

Het verschil tussen een topvoetballer en de meeste andere mensen is dat de fouten van een voetballer door vele ogen worden gevolgd. Een wetenschapper publiceert zijn vergissingen doorgaans niet en een kunstenaar houdt zijn mislukte schilderijen voor zichzelf, maar de slechte momenten van een voetballer worden door het stadionpubliek en miljoenen televisiekijkers live bijgewoond, daarna in slowmotion herhaald en ook nog eens in de media uitgebreid van - vaak weinig opbouwend - commentaar voorzien. Wil een voetballer zich staande kunnen houden, dan moet hij over een sterke persoonlijkheid beschikken.

In zijn boek Spel om de bal (The Soccer Tribe, 1981) somde schrijver Desmond Morris een aantal foefjes op die een voetballer gebruikt om zijn ego te beschermen. Hij rationaliseert (de Spaanse middenvelder Xavi weet het 1-1-gelijkspel tegen Italië aan de te droge grasmat), mystificeert ("Het was pure pech", vond de Portugees Nani nadat zijn team van Duitsland verloren had), projecteert (de nederlaag van Oranje op Denemarken zou deels de schuld zijn van de scheidsrechter die Nederland een penalty onthield), ontkent (toen Nederland in een oefenduel tegen Duitsland met 3-0 werd weggevaagd, zei aanvoerder Van Bommel: "We hebben uiteindelijk goed gespeeld") en compenseert (met zijn seksuele uitspattingen haalt de Italiaanse sterspeler Mario Balotelli regelmatig de krantenkoppen).

Wil een speler iets van zijn fouten leren, dan hoort hij daarna tot een eerlijke zelf-analyse in staat te zijn. Morris: "Een bescheiden kampioen is groter dan een opschepperige, niet omdat hij zo aardig bescheiden over zijn tekortkomingen doet, maar omdat zijn ego sterk genoeg is om opbouwende kritiek te kunnen verdragen."

2Spelers beschikken niet over innerlijke beheersing

Lang voor de legendarische uitspraak "Voetbal is oorlog" van Rinus Michels schreef George Orwell: "Serieuze sport heeft niets te maken met sportiviteit. Het is onverbrekelijk verbonden met haat, jaloezie, opschepperij, minachting voor alle regels en sadistisch genoegen in het meemaken van geweld. Met andere woorden, het is oorlog minus het schieten."

De agressie van spelers hoort natuurlijk wel strikt binnen de grenzen van het spel te blijven, schrijft Desmond Morris. Hun gevechten zijn symbolisch, een te heftig temperament wordt afgestraft. Over innerlijke beheersing beschikken spelers niet zozeer, vindt Morris. Ze gehoorzamen regels, maar respecteren die niet.

Dat bleek bijvoorbeeld toen Nigel de Jong zijn beruchte karatetrap uitdeelde aan Xabi Alonso tijdens de verloren WK-finale tegen Spanje in 2010. Toen hij dat jaar ook nog eens door een gemene tackle het scheenbeen van Hatem Ben Arfa (Newcastle United) brak en door Van Marwijk tijdelijk uit de Nederlandse selectie werd gezet, ontketenden de media een heksenjacht. "Alsof ik een of andere crimineel was die een oorlogsmisdaad had gepleegd", zei hij vorig jaar in een interview met de Volkskrant. Zo'n horrortackle vond hij het nu ook weer niet.

3 De volwassen blik wijkt voor de kinderfantasie

Volgens schrijver, pyschoanalytica en voetballiefhebber Anna Enquist is voetbal een sport die zich bij uitstek leent voor het uiten van verholen agressie. "Agressie is een verboden drift en voetbal een katalysator. Ik denk dat het geweld in de maatschappij veel hoger zou oplopen als we die niet in de sport konden uitleven."

Als psychoanalytica is Enquist vooral gefascineerd door de infantiele manier waarop iedereen, ook zijzelf, met het voetbal meeleeft. "Vlak voor een EK lijkt het wel of er bij iedereen regressie optreedt. Eerst kunnen we ons nog vinden in de genuanceerde, kritische beschouwingen van analisten, maar naarmate het EK nadert, getuigen onze gedachten steeds minder van een rationele kijk op de zaak. We zullen die Duitsers wel even verpletteren, denken we dan. Heerszucht en nationalisme zie je in speelse vorm opleven. De volwassen blik wijkt voor de kinderfantasie."

De verklaring hiervoor zoekt Enquist in een gevoel van machteloosheid dat vooral kinderen veel ervaren. "Die compenseren hun onvermogen met hun spel. Daarin zijn ze de beste, de grootste, de sterkste. Iedereen heeft als kind dit soort troostfantasieën gehad."

Bij volwassenen is voetbal een geschikte bron van troost. "De verstandige persoon die we meestal zijn, kan dan even alle verantwoordelijkheid laten varen en zijn machteloosheid tegenover het 'echte' leven achter zich laten, of dat nu gaat om orkanen in Azië of het kiezen van de beste zorgverzekering. Zodra we de televisie aanzetten, ontvouwt zich een overzichtelijke wereld van goed en kwaad."

"Ook de beleving van een nederlaag gaat vooral over alle fantasieën die ermee samenhangen", zegt Enquist. "Niet alleen het elftal is niet goed genoeg, ook wijzelf zijn dat ineens niet meer."

4 Vrouwen identificeren zich niet

Voor mannelijke toeschouwers is die regressie een heel direct gevolg van identificatie. Enquist: "Het zien van 22 voetballers roept herinneringen op aan een prettige, relatief conflictvrije periode uit hun jeugd. Eventjes wanen ze zich weer de beste op het veld. Bij volwassen vrouwen gebeurt dat bijna nooit. Voor hen kan voetbal spannend zijn omdat het hen een blik gunt in die jongenswereld. In de opvoeding van die jongens is het wedstrijdelement veel meer benadrukt geweest. Meisjes leren vooral zich aan te passen, rekening te houden met wat een ander wilt. Behalve misschien bij het samenspel heb je daar op het veld natuurlijk niet zo'n boodschap aan."

5 In paniek passen spelers de bal sneller naar iemand die ze vertrouwen

Overigens blijkt uit Hongaars onderzoek naar dit samenspel dat spelers minder vaak dan gedacht de bal naar de nuttigste ontvanger passen. Vaker spelen ze de bal naar teamgenoten met wie ze goed bevriend zijn dan naar spelers voor wie ze minder of negatieve gevoelens hebben.

Wanneer ze de wedstrijd aan het verliezen zijn of plotseling in paniek raken, speelt deze 'vriendschapsfactor' een belangrijke rol. Spelers hebben dan behoefte aan veiligheid en zullen sneller de bal doorspelen naar iemand die ze vertrouwen.

Sommige trainers spelen hier, bewust of intuïtief, op in door in het trainingskamp ruziënde spelers een kamer te laten delen.

6 Strafschoppen moet je trainen

"Het trainen op strafschoppen heeft niet zo veel zin", zei bondscoach Van Marwijk ruim een maand geleden nog. "Maar strafschoppen kun je wel degelijk trainen", vindt Anna Enquist. "Daar kan het Nederlands elftal heel goed een psycholoog bij gebruiken. In een training moet je de strafschopsituatie precies nabootsen: het tijdstip moet hetzelfde zijn, er moet publiek op de tribunes zitten en de fysieke gesteldheid van de spelers moet overeenkomen met die na een wedstrijd - ze moeten dus vermoeid zijn. Zo creëer je het juiste gevoel van spanning. Dat verzin ik niet, dat is een beproefde methode van musici vlak voor een moeilijk examen of concert."

In het voetbaltijdschrift Hard gras schreef ze er een keer een boos stukje over. "Dat was tijdens het EK in 2000, dat voor Nederland zo desastreus eindigde in de halve finale. Maar dat soort teleurstellingen kan ik vrij snel van me afzetten, hoor."

Wel kijkt ze naar alle wedstrijden en ook van "het gezeur achteraf" kan ze maar geen genoeg krijgen. Vroeger deed ze met de analytici van het Nederlands Psychoanalytisch Instituut bij elk toernooi mee aan een voetbalpoule. "We hadden een beeldje van Freud in de vensterbank staan. Van een post-it had ik een keer een oranje hoedje gemaakt en dat op zijn hoofd gezet. Dat konden mijn intellectuele collega's toen niet waarderen."

7 Schaamte is een reactie die mild stemt

"Oranje kleurt rood van schaamte", schreeuwden de media niet zonder leedvermaak nadat Nederland was uitgeschakeld op het EK.

Psychotherapeut Heleen Terwijn, die uitgebreid onderzoek deed naar schaamte, ziet in het verlies van Nederland een typische schaamtesetting voor de spelers: "Als je bedenkt dat schaamte een emotionele reactie is op afwijzing, dan staan deze jongens er niet best voor. Ze zijn de risee van Nederland. Dat doet er wel een schaamteschepje bovenop. Een kenmerkende schaamtereactie is jezelf de schuld geven, vaak ten onrechte, maar nu misschien niet.

"Rafael van der Vaart zei bijvoorbeeld dat iedereen maar eens goed in de spiegel moest kijken. Dat is natuurlijk ook een reactie die mild stemt. Als je je schaamt, zijn mensen minder geneigd je hard aan te pakken. Met de spelers die zich niet schamen, is het misschien dan ook erger gesteld dan met diegenen die wel deemoedig zijn.

"Het woord dat dan opkomt is: egoprobleem."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234