Maandag 24/01/2022

De profeet van Abbey Road

'Deze publicatie heeft me zeventien jaar, zeven uitgevers, tweehonderd kilo papier en zes bypasses gekost,' aldus Peter Davison, die het verzameld werk van George Orwell samenstelde. Het resultaat mag gezien worden: twintig fraaie delen, met daarin (bijna) alles wat de meester van de antiutopie ooit schreef, van onontkoombare klassiekers als Animal Farm en 1984 tot zijn notitieboekjes en kattebelletjes. De samensteller, die als puber de kans liet liggen om aan te kloppen bij 'de invloedrijkste Britse schrijver van deze eeuw', schurkte zich een carrière later met genoegen tegen hem aan. 'Ik vond het erg spannend om pagina's te kunnen aanraken die Orwell zelf nog in de tikmachine had gedraaid.'

Jean-Paul Mulders

Wie met de Eurostar Londen binnenglijdt, moet over flink wat verbeeldingskracht beschikken om de stad te herkennen die Orwell beschreef in 1984, de roman waarmee de zieltogende auteur zich kort na de Tweede Wereldoorlog de onsterfelijkheid in schreef. Terwijl Orwell het had over "vervallende negentiende-eeuwse huizen, van buiten gestut met houten balken, de vensters gerepareerd met stukken karton en de daken met golfijzer", maakt de stad vijftig jaar na de verschijningsdatum van het boek een bruisende, ietwat decadente indruk en blijkt de politieke dictatuur waar de schrijver voor waarschuwde veeleer in economisch despotisme te zijn omgeslagen. De metro is vergeven van de reclame ('all we cut is our prices'), en bovengronds staren niet de priemende ogen van Big Brother maar het engelengezichtje van Leonardo DiCaprio je op elke straathoek aan.

Professor Peter Davison (72), samensteller van de onlangs verschenen Complete Works of George Orwell, ontvangt me in zijn pied-à-terre op een slappe steenworp van Picadilly Circus. Een sobere kamer in het chique Albany, een indrukwekkend achttiende-eeuws pand waar ooit nog Lord Byron en J.B. Priestley hebben gewoond en waar de Queen Mother herself tot voor kort geregeld over de vloer kwam. De huurprijs van het bescheiden vertrek is ontnuchterend: 175.000 frank per maand, maar de professor kan gelukkig voor een 'symbolisch bedrag' over het optrekje beschikken. Hallucinant is het om in een dergelijke upper class omgeving te praten over George Orwell, de haast Spartaanse schrijver die zo graag aansluiting zocht bij de arbeiders en zich er na de oorlog over beklaagde dat er alweer Rolls-Royces in het straatbeeld verschenen. Davison doceert Engelse letterkunde aan de Montfort University in Leicester. In zijn lange academische carrière schreef of redigeerde hij niet minder dan negentig boekwerken. Orgelpunt daarvan is ongetwijfeld de totale Orwell, die na zeventien jaar noeste arbeid onlangs aan de wereld werd voorgesteld. Samen nemen de kloeke, meer dan 8.500 pagina's tellende folianten net geen meter op de boekenplank in. Het twintigdelige monument omvat zo ongeveer elk kattebelletje dat de vader van Big Brother ooit aan het papier heeft toevertrouwd. Een nijver gewrocht, dat door de Britse pers enthousiast werd onthaald. Een setje gaat voor de niet onaardige som van 750 pond, ongeveer 45.000 frank, over de toonbank, maar voor wie de boeken heeft mogen doorbladeren is dat geen penny te veel.

Tussen thee en citroencake door praten Davison en levensgezellin Sheila honderduit over - very British indeed - de funeste gevolgen van de Europese eenmaking: "Let op mijn woorden, goede man, hier komt oorlog van. Wij Engelsen zijn een gewelddadig en meedogenloos volk. Denk vooral niet dat de voetbalhooligans uitzonderingen zijn. Zo zijn wij allemaal. No remorse." Daarna komt het gesprek gelukkig op minder turbulent terrein: George Orwell, de in Bengalen geboren Engelse auteur die als pseudoniem de naam van een rustiek riviertje in Suffolk adopteerde. Van alle stervelingen is Davison wellicht het diepst doorgedrongen in het leven van deze veteraan van de Spaanse burgeroorlog, die door The Daily Telegraph onlangs nog 'de invloedrijkste Britse schrijver van deze eeuw' werd genoemd. Naar verluidt wordt Orwell meer geciteerd dan welke andere schrijver dan ook, de halfgod Shakespeare inbegrepen.

Orwells boeken zijn in haast alle talen van de wereld vertaald. Elke komma die hij heeft geschreven moet inmiddels stukgeanalyseerd zijn. Ik kan me voorstellen dat het aantal onbekende teksten waarop u de hand kon leggen, aan de magere kant was.

"Integendeel, deze editie bevat juist een schat aan nooit eerder gepubliceerd materiaal. Om je een idee te geven: behalve 379 boek- en filmrecensies en 263 onverkorte artikelen heb ik in de Complete Works 1.080 brieven van Orwell opgenomen. Dat zijn er zo'n 850 meer dan in de uit 1968 daterende editie. Maar ook alle essays, gedichten, journalistieke stukken en recensies die ik in zeventien jaar van hem heb kunnen terugvinden staan erin, tot zelfs zijn dagboeken en notitieboekjes toe.

"In de appendices vind je dan weer curiosa als zijn testament terug, en een tot dusver ongepubliceerd gebleven memoire van Miranda Wood, de vrouw die de kladjes uittikte van Such, Such Were the Joys en Nineteen Eighty-Four. Ook Orwells onuitgegeven werk is integraal opgenomen: de aanzet tot een trilogie die wellicht The Quick and the Dead zou hebben geheten, en een novelle over Birma met als werktitel 'A Smoking-room Story'. Er staan ook een hoop brieven in die Orwell van vrienden en geliefden ontving, en die een beter licht werpen op zijn persoonlijkheid."

Kortom, deze works zijn echt complete?

"Je weet natuurlijk nooit wat er nog in stoffige kelders zit. Ook op Orwells dagboeken uit de Spaanse burgeroorlog heb ik jammer genoeg niet de hand kunnen leggen. Ik vermoed dat die zich in de voormalige KGB-archieven in Moskou bevinden. Via een belangrijke Engelse krant probeer ik alsnog de toestemming te krijgen om ze in te zien. Ik denk dat ze belangrijke informatie kunnen bevatten over bijvoorbeeld de gruweldaden van de Fransman André Marty, die het bevel voerde over de Internationale Brigades en die er prat op ging dat hij vijfhonderd van zijn eigen manschappen had laten executeren."

Orwell publiceerde negen boeken, van het schrijnende Down and Out in Paris and London tot het huiveringwekkende 1984. Had u aan die wereldberoemde teksten ook nog een kluif?

"Sommige passages wemelden gewoon van de fouten en onnauwkeurigheden. Je mag niet vergeten dat Orwell schreef in de jaren dertig en veertig. In die tijd was de beste manier om een linkse schrijver onderuit te halen, hem een proces aan te doen wegens laster of zedenmisdrijf. Zelfs al kreeg je hem niet veroordeeld, dan nog kostte zijn verdediging hem handen vol geld; geld dat hij meestal niet had. Uitgevers waren dan ook op hun hoede voor processen en de oorspronkelijke tekst werd maar al te vaak gemutileerd om hem salonfähiger te maken. En dan had je natuurlijk nog de censor, die ook zijn best deed om de schriftuur vakkundig te verminken.

"Om het origineel zo getrouw mogelijk te reconstrueren zat er dus niets anders op dan de gepubliceerde tekst telkens naast de typoscripten en drukproeven te leggen en alles woord voor woord te vergelijken. Dat hád wel iets, hoor. Ik vond het erg spannend om pagina's te kunnen aanraken die Orwell zelf nog in de tikmachine had gedraaid."

Los van dat romantische aspect lijkt het mij toch een heidens karwei.

"Soms was het dat ook wel. Zeker als ik om de tekstcorruptie te bestrijden vijftig edities met elkaar moest vergelijken. (zucht) Ach, op een dergelijk project zou in de Verenigde Staten een heel team academici worden losgelaten, terwijl ik de klus helemaal zelf heb moeten klaren, alleen bijgestaan door mijn vrouw en Ian Angus, een bevriende Orwell-kenner. Deze publicatie heeft me zeventien jaar, zeven uitgevers, tweehonderd kilo papier en zes bypasses gekost, zeg ik wel eens. En dat is niet eens een boutade. Als financiële middelen hadden we alleen wat karige voorschotten op mijn royalty's."

Donquichotterie is blijkbaar een eigenschap die u met Orwell deelt.

"(glimlacht vaag) Ach, donquichotterie. Voor mij was dit in de eerste plaats een ongemeen boeiende opdracht. De verrukking die je voelt als je van die kleine ontdekkingen doet... Als je bijvoorbeeld vaststelt dat 1984 oorspronkelijk 1980 als titel meekreeg, maar dat Orwell de datum later naar 1982 en vervolgens naar 1984 verschoof omdat het schrijven van het boek hem meer tijd kostte dan verwacht. Het ziet ernaar uit dat hij exact 36 jaar in de toekomst wilde blikken, waarschijnlijk omdat zijn geadopteerde zoontje dan precies even oud zou zijn als hijzelf was geweest toen de oorlog uitbrak. De populaire verklaring dat hij voor de titel van het boek de laatste twee cijfers omkeerde van 1948, het jaar waarin hij het boek schreef, klopt dus niet helemaal - al zal die coïncidentie hem zeker niet ontgaan zijn."

U bent in de eerste plaats een Shakespeare-kenner. Hoe is uw passie voor Orwell opgelaaid?

"Dit Orwell-verhaal ben ik haast bij toeval binnengerold. Alles begon in 1981, toen Tom Rosenthal, uitgever bij Secker & Warburg, me vroeg of ik een gecorrigeerde editie van Orwells negen boeken wilde verzorgen. Piece of cake, leek het toen wel: ik zou één volume per maand afleveren tegen een honorarium van honderd pond per stuk. Alles moest rond zijn tegen 1982, zodat de uitgever nog twee jaar restte om de boeken in het magische 1984 keurig op de markt te brengen. Door allerlei omstandigheden wilde dat echter maar niet lukken. De typoscripten raakten zoek en toen de uitgeverij ze eindelijk - bezoedeld met wijn- en koffievlekken - terugvond, bleek dat de correcties zelfs nooit waren doorgegeven. Toen de eerste drie boeken eindelijk uitkwamen stonden ze dan ook nog vol fouten. De drukker legde de schuld bij de radars van schepen op de nabijgelegen Tyne-rivier, die zijn computers zouden hebben gestoord.

"Ik kon dus helemaal opnieuw beginnen te proeflezen. Maar intussen was er zoveel nieuw materiaal boven water gekomen dat Secker me vroeg een volledige editie te verzorgen van alles wat Orwell ooit had geschreven. Het voorstel bezorgde me slapeloze nachten, maar ik vond het vooruitzicht zo opwindend dat ik toch besloot erop in te gaan."

En sindsdien is Orwell geen dag meer uit uw gedachten geweest.

"Op den duur kregen mijn vrouw en ik inderdaad het bizarre gevoel dat we met hem opstonden en gingen slapen. Hij is ook altijd manifest in mijn werkkamer aanwezig. Boven mijn bureau hangt een tekening van hem die een student van mij heeft gemaakt. Als ik schrijf, kijkt George met een spottend lachje op me neer. Soms verdenk ik hem ervan dat hij mij stiekem uitlacht. Naast hem staat Muriel afgebeeld, zijn favoriete geit, die in Animal Farm onsterfelijkheid verwierf."

Voelt u zich ook met hem verwant?

"Ik denk wel dat we een paar dingen gemeen hebben. Zo stierf mijn vader toen ik zes was, terwijl ook Orwell het zonder veel vaderliefde heeft moeten stellen. En tijdens de oorlog dienden we allebei bij de Home Guard. Maar ik wil niet de sentimentele toer op gaan; er is minstens evenveel dat ons scheidt. Soms vind ik dat hij dwaze dingen deed. Zo bleef hij, ondanks de deplorabele toestand van zijn longen, zware donkere tabak roken en ging hij vrijwillig in de Spaanse loopgraven ploeteren. Dat heeft zijn gezondheid zeker geen goed gedaan. Hij is dan ook maar zesenveertig geworden."

U bent steward in Westminster Abbey, een soort hofmeester die moet toezien op de orde in de kerk; iets wat u onder meer deed tijdens de uitvaart van Lady Di. Hoe komt een religieus man ertoe een kwart van zijn leven te besteden aan een schrijver vol rebelse trekjes, die zich een agnosticus noemde?

"Eric Blair (Orwells echte naam, JPM) was in alle opzichten een merkwaardig type. Hij zei wel dat hij ongelovig was, maar liet zijn geadopteerde zoontje Richard toch dopen en stipuleerde in zijn testament dat hij kerkelijk begraven wilde worden. Hij was gek op hymnen. Verscheidene getuigen herinneren zich dat hij lange passages uit het anglicaanse gebedenboek uit het hoofd kon citeren. (maakt een wegwerpgebaar) Niet dat ik van hem een lid van de anglicaanse kerk wil maken, want dat was hij niet. Ik probeer alleen maar aan te tonen dat hij tegenover godsdienst dezelfde ambivalente houding koesterde als tegenover socialisme."

U publiceert voor het eerst het fameuze lijstje met 'cryptocommunisten' dat Orwell op het einde van zijn leven opstelde. Daarop figureren onder meer Chaplin, G.B. Shaw en Orson Welles, met achter hun naam opmerkingen als 'onbetrouwbaar' en 'oneerlijk'. Was Orwell door zijn ervaringen in Spanje zo paranoïde geworden dat hij een McCarthyaanse klopjacht wilde gaan organiseren?

"Dat van die lijstjes is door de pers nogal opgefokt. Feit is dat Orwell met een vriend van hem, Sir Richard Rees, namen uitwisselde van mensen die ze ervan verdachten de belangen van de Sovjet-Unie te dienen. Maar dat was eigenlijk meer als grap bedoeld. Zo prijkt bijvoorbeeld ook Orwells belastinginspecteur op die lijst, wat me dunkt toch aantoont dat je ze niet al te erg au sérieux moet nemen.

"Aan Celia Kirwan, een Londense schone die hij ooit een huwelijksaanzoek deed, bezorgde Orwell dan weer 35 namen van personen die hij niet geschikt vond om als freelance schrijver op te treden voor de ietwat schimmige, anticommunistische propagandadienst waarvoor zij werkte. Meer is er eigenlijk niet gebeurd. Het was zeker geen zwarte lijst voor heksenjachten of geheime executies. Orwell volgde gewoon zijn instinct. Hij voelde zijn levenseinde naderen en wilde van aan gene zijde van het graf strijd blijven leveren tegen het totalitarisme van Stalin. Hij had het met zijn lijstje trouwens meer dan eens bij het rechte eind. Zo bleek Peter Smollet, door Orwell intuïtief als 'very dishonest' omschreven, achteraf ook effectief een dubbelspion voor de Russen te zijn."

U hebt zeventien jaar met Orwell 'samengewoond'. Hoe zou u uw kamergenoot omschrijven?

"Als een man met tijdloze ideeën. Als iemand die bezeten was van taal, en er een bijzondere gave voor had. Wist je dat hij acht talen sprak, waaronder Birmaans, Hindi en het Noord-Birmaanse Shaw-kerin? In zijn laatste levensjaar, waarin hij aan het bed was gekluisterd, vond hij nog de moed om Italiaans te leren, met behulp van een tweetalige versie van Dantes Divina Commedia. Hij had ook een bijzonder talent voor vriendschap, zelfs met mensen die hem eerder hadden aangevallen. Als hij verkeerd was geweest gaf hij dat grif toe, ook al vroeg niemand hem daar eigenlijk om."

Hij was dus niet de somberman die velen zich voorstellen?

"Ik vind dat Orwell al te vaak wordt afgeschilderd als een grimmige profeet. Terwijl hij een warmhartig man was en zeker niet van zin voor humor was gespeend. Neem de hilarische passages in Animal Farm, waar de varkens de revolutionaire Seven Commandments 's nachts stiekem in hun voordeel aanpassen: 'No animal shall sleep in a bed with sheets.' Of neem de fameuze 'room 101' in het ministerie van Waarheid, het martelkamertje waar Winston Smith een gekooide rat krijgt voorgebonden. Zelfs die wreedste passage in zijn onherbergzaamste boek is onmiskenbaar tongue in cheek. Toen hij tijdens de oorlog bij de Eastern Service van de BBC werkte, moest hij af en toe in zijn ogen ondraaglijk saaie besprekingen bijwonen in vergaderzaaltje... nummer 101.

"Wat jammer toch dat ik hem nooit echt heb mogen ontmoeten. Toen ik in 1939 als dertienjarige meewerkte aan voorlichtingsacties van de Home Guard, heb ik nochtans vaak genoeg door zijn wijk gelopen. Hij woonde toen in Abbey Road, de straat die later onsterfelijk werd door die plaat van de Beatles. Ik herinner me zelfs dat ik, zonder het toen te beseffen natuurlijk, wel eens in zijn huizenblok ben geweest. Had ik toen maar even bij hem aangeklopt..."

Jean-Paul Mulders

George Orwell (samengesteld door Peter Davison), The Complete Works, Secker and Warburg, London, 20 delen, 8.500 p., 750 pond (650 pond tot 30 september). Tel. 0044/1206.25.60.00.George Orwell. (Foto Van Parys)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234