Zondag 11/04/2021

De proëzieschrijver en de zielsverwante kunstenaars

undefined

Bert en het Beeld

Samenstelling en redactie Karin Evers, De Bezige Bij, Amsterdam, 190 pagina's, 890 frank.

door Eric Bracke

Op 9 juni 2000 was de schrijver en dichter Bert Schierbeek (1918-1996) precies vier jaar dood. Enkele dagen ervoor verscheen Bert en het Beeld, een fraaie uitgave die is samengesteld door Karin Evers. De met vele archieffoto's en documenten verluchte publicatie getuigt van Bert Schierbeeks band met schilders, beeldhouwers, fotografen en cineasten. "Uit bewondering of uit persoonlijke genegenheid," zo schrijft Karin Evers, "liet Schierbeek zich inspireren tot taal die harmonieerde met de kunst van de ander, van ontroerende verzen tot filosofisch getinte beschouwingen. Hoe uiteenlopend het werk van zijn vrienden-kunstenaars ook kon zijn, Schierbeek wist altijd de kern te raken."

Schierbeek schreef al over zijn vrienden-kunstenaars in de tijd van Cobra - het boek opent overigens met een nieuw hommagegedicht van Hugo Claus voor zijn overleden collega - en zal dat tot het einde van zijn leven blijven doen. In 1951, het jaar dat Cobra uiteenviel, maakte Schierbeek zijn entree in de literatuur met Het boek ik, dat als de eerste Nederlandse experimentele prozatekst geldt. Tot ieders verrassing sloeg dit boek, met zijn verbrokkelde structuur, associatieve overgangen en inwendige monologen, aan en in de loop der jaren gingen er tienduizenden exemplaren van over de toonbank. Lucebert, Cobra-kunstenaar en lid van de experimentele dichtersgroep de Vijftigers, nam het kaftontwerp van Het boek ik en van Schierbeeks twee volgende pennenvruchten voor zijn rekening. Door hun ambigue karakter - Schierbeek wisselde filosofische passages af met reclameteksten, mystieke fragmenten, gespreksflarden en herinneringen - werden deze boeken als prozagedichten of romangedichten aangeduid. Zelf noemde Schierbeek zich gekscherend een 'proëzieschrijver'.

In de biografische tekst Bert en het Beeld, deels gebaseerd op haar in 1993 verschenen portret van Bert Schierbeek, beschrijft Karin Evers de ontmoetingen en de samenwerking van de schrijver met kunstenaars van diverse pluimage. Dat waren vooral beeldende kunstenaars zoals Constant, Appel, Lodeizen, Corneille, Lotti Van der Graag, De Kooning, Sierhuis, Diederen en Lucebert, natuurlijk. De rondzwervende Lucebert vond in de jaren vijftig onderdak bij Schierbeek, waarna tussen diens vrouw Frieda en Lucebert een liefdesverhouding ontstond. Schierbeek verliet na een tijd de echtelijke woning maar de contacten met Lucebert brak hij niet af.

Behalve voor plastische kunst, toonde Schierbeek ook belangstelling voor het werk van de fotografe Elke Madelon Hooykaas, die Schierbeeks fascinatie voor het Zen-boedhisme deelde. Met de cineast Johan van der Keuken maakte hij de film Het witte kasteel. Dat was begin de jaren zeventig, kort nadat Schierbeeks tweede vrouw bij een auto-ongeval om het leven was gekomen. De dood van Margreetje zorgde voor de grote cesuur in het werk van Schierbeek. Daarna schreef hij erg karige verzen die werden gebundeld in De deur (1972). Ook zijn eerstvolgende prozawerk, dat pas in 1977 verscheen, was veel soberder.

Behalve het biografische gedeelte, dat wat kritischer had mogen zijn, bevat Bert en het Beeld vele teksten die Schierbeek zelf schreef bij het werk van zielsverwante kunstenaars. Volgens die kunstenaars wist Schierbeek hun werk zo raak te typeren omdat hij zo goed kon kijken. Jef Diederen, de schilder met wie Schierbeek het meest heeft samengewerkt, zei dat je hem hoorde kijken: "Als je met hem door een landschap reed, registreerde hij alles. Als een kind dat voor het eerst kijkt." Dat kind bleek al vroeg gefascineerd door het landschap: "Die eindeloze velden, doorkliefd met ongehoord rechte sloten en kanalen maakten mij al op zeer jonge leeftijd rijp voor Mondriaan," schreef Bert Schierbeek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234