Vrijdag 28/01/2022

De prins en de paljas

'Toen ik onlangs in de krant las over de eenzame prins Laurent, dacht ik onmiddellijk aan Hamlet: ook hij had een oom die zijn ambities fnuikte.' Volgens Frank Albers, hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift en Shakespeare-vertaler, onderscheidt de Hamlet van de bard uit Stratford-upon-Avon zich door de aanwezigheid van renaissance-gedachtegoed. Shakespeares remake zou dan ook het einde betekenen van het wraakstuk als - oubollig geworden - genre in het Engels toneel: 'Het was de western to end all westerns.'

Steven Heene

De recente depressie van prins Laurent is niet het enige dat 'het stuk der stukken' verbindt met de actualiteit. Als president Clinton stoere taal spreekt over Amerikaanse maatregelen tegen de Iraakse dictator - om na een wereldwijd opgemerkt slippertje zijn macht zo snel mogelijk te consolideren - past hij een politieke truc toe die hem eeuwen geleden op het toneel werd voorgedaan door de Deense koning Claudius, Hamlets oom die na het overlijden van zijn broer (een moord beraamd door Claudius zelf, zoals zal blijken) in het huwelijk trad met de weduwe-koningin. In een uitgekookte speech tot de bevolking vestigt Claudius vrijwel meteen de aandacht op de dreigende oorlog met de Noren, na een korte mededeling waarmee hij de bevolking dankt voor het gestelde vertrouwen in zijn huwelijk - een handige verdraaiing van de feiten.

(Claudius:) '...met een hart waarin geluk en smart / gelijk spelen, hebben wij haar gehuwd, / zoals u ons in al uw wijsheid steeds / had aanbevolen, waarvoor onze dank.' (Albers, I, 2)

Albers schreef een nieuwe Hamlet-vertaling in opdracht van Het Nationale Toneel. De productie - die voorlopig alleen in Nederland te zien is - kan op veel bijval rekenen van pers en publiek. Dat laatste gold ook voor de Hamlet die De Trust vorig seizoen op de planken zette, in september bekroond met de Grote Theaterfestivalprijs 1998. De prins van Denemarken mag op het einde van deze eeuw op grote belangstelling rekenen, maar is het ooit anders geweest?

Hamlet is al vrij vaak in het Nederlands vertaald: door Burgersdijk, Komrij en Courteaux om er maar enkele te noemen. Vanwaar dan toch deze opdracht?

"Het Nationale Toneel zal wellicht gedacht hebben dat geen enkele bestaande vertaling interessant genoeg was? Ik had natuurlijk al twee dingen voor hen gedaan: een vrij losse bewerking van All's Well That Ends Well en een veel striktere vertaling van Titus Andronicus. Het zal er ook mee te maken hebben dat deze Hamlet door Johan Doesburg werd geregisseerd. Met hem heb ik samengewerkt aan Titus Andronicus, en het klikte. Over Hamlet hebben we eerst lang gepraat: over de visie, of je dat stuk vandaag ernstig moet spelen dan wel ironiseren... Een andere reden - dat was voor mij in ieder geval een belangrijk element - was die versie van De Trust. Daarin werd de uitstekende vertaling van Bert Voeten compleet verhaspeld. Afgrijselijk. Ik had zoiets van: liever geen bewerking, niet proberen grappiger en slimmer te zijn dan Shakespeare, maar proberen een vertaling te maken die de tekst beluistert. Ik wou als het ware met een stethoscoop te werk gaan. Hamlet brengen als een hedendaags huiskamerdrama of als soap: we hebben dat al duizend keer gezien - de uitdaging was dit keer zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, althans: bij een van de drie bewaarde tekstversies die we kennen. Vertalingen die trouw zijn aan de strekking van een tekst - echt letterlijk vertalen is niet altijd mogelijk - lijken me over het algemeen moeilijker dan een bewerking. De oorspronkelijke toneelstukken blijven indrukwekkend: Shakespeare is intellectueel gesofisticeerder dan de meeste van zijn bewerkers. Er zitten zoveel lagen in Hamlet: de poëzie, de historische verwijzingen, maar ook het zelfbewuste van een theater dat zichzelf tot thema maakt, enzovoort."

Blijft het stuk om die reden ook relevant als theatervoorstelling?

"Hamlet is natuurlijk een uitgesproken vaders- en zonenstuk. Elke zoon die een moeilijke verhouding heeft met zijn vader, of omgekeerd, ziet daar wel iets in. Hamlet heeft ook een soapniveau, wat ongetwijfeld aantrekkelijk is voor heel wat mensen. Bovendien is het relevant om dezelfde reden die de andere stukken van Shakespeare vandaag nog relevant maakt: de ongelooflijke dramatisering van macht in al haar verschijningen. Wat mij in Hamlet ook interesseert is het thema van de voorstelling in de zin van representation. Hamlet is ook: het dramatiseren van de verhouding tussen werkelijkheid en representaties van de werkelijkheid. Theater versus realiteit, dat is natuurlijk iets waar de voorbije eeuw nadrukkelijk over heeft nagedacht. Vertelt een verhaal de werkelijkheid? Hoe kan het de werkelijkheid reconstrueren? Bekritiseren? Maskeren? Dat zijn allemaal vragen die in Hamlet meeklinken. Die aspecten zijn voor mij veel interessanter dan het romantische van de Hamlet-figuur: als de vertwijfelde dromer. Dat personage is platgespeeld. Ik beschouw Hamlet liever als een lucide hybride die zich juist distantieert van zijn eigen karikaturale imago."

Die distantie wordt al vroeg zichtbaar als een repliek, schrijft u in de inleiding. Hamlets moeder, de koningin, merkt op dat haar zoon de gang van zaken vreemd schijnt te vinden, waarop die verontwaardigd antwoordt dat hij geen 'schijnt' kent.

"Dat is natuurlijk zeer eigenaardig: een personage dat zegt dat het geen schijn kent. Vóór Shakespeare stond Hamlet bekend als een soort Eddy Wally-figuur, een woordenkramer, een theatrale zwetser. Dat is precies het imago waar Shakespeares Hamlet tegen rebelleert. 'I know not seems...' Dat is een zeer ingewikkelde uitspraak, want hoe moet je dan kijken als toeschouwer? Als Hamlet echt is, maakt hij dan van het publiek een projectie? Hij suggereert in ieder geval een omkering van de verhouding theater-werkelijkheid, waardoor de dimensie van het theater zich uitbreidt tot de hele werkelijkheid. We zijn allemaal schijn, acteurs, personages. Hamlet beweert zichzelf daar bovenuit te tillen: 'Ik ben geen rol, ik ben echt.' Hij wordt als het ware een ijkpunt van de menselijke identiteit, in plaats van een paljas. Duizelingwekkend, want daarmee onderscheidt de Shakespeare-versie zich meteen van alle voorgaande. In mijn inleiding vergelijk ik die vroege Hamlet-opvoeringen met westerns: ze hadden als genre hun beste tijd gehad. Het idee van de zogenaamde 'wraakstukken', met hun eigen logica en ethiek, was op de terugweg in het Engeland van de renaissance - ze waren een overblijfsel van een middeleeuws denken. Maar Hamlet is wel afkomstig uit die traditie. Vragen omtrent identiteit, integriteit en individuele verantwoordelijkheid waren typisch voor de renaissance. Het is dus merkwaardig en betekenisvol dat Shakespeare ze in een stuk als Hamlet injecteert."

(Laertes:) 'Een kwakzalver heeft mij een zalf verkocht, / Heel efficiënt! De dipsaus van de dood!' (Albers, IV, 7)

De ontstaansgeschiedenis van het stuk is gecompliceerd. De bewerkers namen het niet zo nauw met auteursrechten en ook de publicaties waren doorgaans slordig.

"Tja, de auteursrechten voor toneelstukken bestonden toen nog niet. Auteurs kregen één keer een gage en dat was het dan. Toneelstukken hadden het statuut van het soapscenario nu, en werden alleen maar geschreven om op basis daarvan een succesvolle theaterproductie op poten te zetten. Daarom bekommerde Shakespeare zich ook niet om een eventuele uitgave, terwijl hij zijn gedichten wel zelf heeft uitgegeven. En dus bestaat er geen enkele door de auteur geautoriseerde versie van zijn stukken. Dat heeft grote consequenties voor de notie 'letterlijke vertaling'. In de behoorlijk ingewikkelde geschiedenis van de drie Hamlet-versies door Shakespeare is er geen spoor van bemoeienissen door de auteur. Dan stel je je wel eens de vraag: wat zit ik hier eigenlijk te vertalen? Het zijn allemaal corrupte teksten. Bovendien stal hij zelf vaak van andere auteurs. Zijn allereerste verschijning in de literatuurgeschiedenis is een brief van de succesvolle Londense toneelschrijver Robert Greene. Die beschuldigt Shakespeare van plagiaat, en waarschuwt zijn collega's voor die "omhooggevallen beunhaas die zich met onze veren uitdost". De eerste jaren komt Shakespeare vaker voor in gerechtelijke documenten dan in literaire documenten: voor fraude, belastingontduiking... Hij was een oplichter, punt. Die heiligverklaring achteraf is dus absurd. Net zoals het inaccuraat is om te doen alsof er een letterlijke tekst bestaat die alleen maar met grote devotie mag worden vertaald. Het is soms noodzakelijk om af te wijken, bijvoorbeeld waar het gaat over liedjes. In een scène in Hamlet staan enkele grafdelvers de hits van die tijd te neuriën. Het heeft toch geen zin om dat letterlijk te vertalen? Het is niet zo dat Shakespeare daar diepzinnige boodschappen wil overbrengen. Daar mag je dus gerust een Boudewijn de Groot-deuntje in de plaats zetten.

"Zeker in Hamlet staan er ook passages waarvan niemand weet wat ze precies betekenen. Dat heeft te maken met onnauwkeurigheden in het drukproces of tijdens het overschrijven. Of er staan dingen die zo dubbelzinnig zijn dat je ze wel moet interpreteren. Dan komt het erop aan de meest geloofwaardige oplossing te vinden. Ik vond het ook belangrijk en zinvol om - aan het eind van deze eeuw - de vertalingsgeschiedenis van het stuk enigszins mee op te nemen. In mijn vertaling staan dus nog vingerafdrukken van Burgersdijk en van andere voorgangers. Maar van alle bestaande vertalingen vond ik die van Bert Voeten het indrukwekkendst. Hopelijk heeft mijn vertaling iets van een rivier waarin sedimenten van al die vorige versies meestromen.

"Af en toe heb ik er ook dingen in gesmokkeld die nergens bij Shakespeare staan. Zo krijgt de tekst opnieuw reliëf. Shakespeare gebruikte veel neologismen: hij is verantwoordelijk voor het uitvinden van heel wat woorden en uitdrukkingen in de Engelse taal. Daarnaast zaten er ook veel middeleeuwse, folkloristische motieven in. Zijn toneelteksten waren heel heterogeen: ze verwezen naar verschillende tijden en maatschappelijke klassen. Maar gaandeweg, in het canoniseringsproces, zijn die teksten veel homogener gaan klinken dan ze in feite zijn. Als je dus als vertaler een element toevoegt, om dat oorspronkelijke reliëf te reconstrueren, krijg je soms verontwaardigde reacties. Iets waar ze bij Het Nationale Toneel telkens commentaar op krijgen, is een vers uit een dialoog tussen Claudius en Laertes, op het moment dat ze beramen hoe ze Hamlet willen ombrengen. Laertes heeft van een kwakzalver een dodelijk gif gekregen dat hij op zijn zwaardpunt wil aanbrengen. Bij Shakespeare staat er 'So mortal that but dip a knife in it...' Dus ik dacht: ha, 'de dipsaus van de dood'. Zo'n toevoeging polariseert de reacties: sommige mensen vinden dat dit absoluut niet kan, anderen kicken erop omdat je er ineens aan herinnerd wordt dat het om een laat-twintigste eeuwse opvoering gaat. Dat soort kleine retouches is nog altijd iets anders dan een bewerking. Af en toe mag je je als vertaler wel iets permitteren."

Bescheidenheid als vertaler is niet altijd aangewezen?

"Het is soms een beetje koorddansen. In de speech van Polonius bijvoorbeeld waren er enkele regels die ik metrisch niet voor elkaar kreeg. Ik ging kijken bij Voeten, en daar stond het perfect. Ik had nog drie weken kunnen zoeken naar iets waarvan ik achteraf kon beweren: dit heb ik helemaal zelf gevonden, maar ik wist op voorhand dat het slechter zou zijn. Dus heb ik die enkele verzen overgenomen. Je moet de kwaliteiten van andere vertalingen erkennen. Een vertaler heeft soms gewoon gelijk."

In hoeverre was u bij de productie van Het Nationale Toneel zelf betrokken?

"Ik heb er mij dit keer nogal nadrukkelijk mee beziggehouden. Er is intens overleg geweest tussen de hoofdacteur - Gijs Scholten van Aschat - de regisseur en ik. Ik had de neiging om bepaalde beroemde fragmenten te ondervertalen, om het fetisjisme daaromtrent een beetje te relativeren. Soms vond Gijs dat jammer, en dan vroeg hij heel lief of het ietsje meer mocht zijn. Zo werden er nog suggesties gedaan tijdens de repetities.

"Wat ik erg goed vind aan de regie van Johan Doesburg, is dat je de dreiging van een oorlog zo goed voelt. De sfeer in de voorstelling is bedrukt, benauwend. In vergelijking daarmee was de productie van De Trust een zaterdagavond-Hamlet op de AVRO: vrolijk, simpel, lollig. Je vroeg je af waarom het nog een tragedie moest heten. Terwijl die oorlogsdreiging een van de elementen is die Hamlet nog steeds relevant maken. De scènes waarmee de meeste mensen Hamlet associëren zijn maar een klein stukje in een groter geheel, een akkefietje bijna. De strijd tussen Hamlet en zijn oom is eigenlijk de petite histoire, ingebed in een verhaal over de vergelding tussen twee landen. Hamlet heeft wat dat betreft de structuur van een Chinese doos: het ene verhaal zit in het andere. Het is een spiraal van wraak die consequent wordt volgehouden: het begint met militairen en het eindigt met militairen. Dat tonen op het toneel is veel interessanter dan Hamlet nog maar eens als een jankende puber af te schilderen."

(Hamlet:) 'Horatio, ik ben dood. Arme vorstin, adieu. / Jullie die bleek en bevend dit aanschouwen, / als figuranten of publiek dit stuk / bijwonen, had ik tijd - de dood is streng / en ongeduldig - dan kon ik vertellen... / Maar het zij zo.' (Albers, V, 2)

Ondanks die spiraal van wraak is Hamlet ook onevenwichtig, schrijft u.

"Dat onevenwichtig wordt veroorzaakt door de zelfmoord van Ophelia (de dochter van Polonius en zus van Laertes, SH). Daar strandt de logica van de wraak. Zelfmoord is een onoplosbaar probleem in een wraakstuk, want de dader is tevens ook het slachtoffer. Op het moment dat Ophelia verdwijnt, ontstaat er dus een soort vacuüm en neemt de dynamiek van het stuk af. Waarschijnlijk was dat Shakespeares bedoeling, want Hamlet is niet voor niets het laatste wraakstuk uit de Engelse toneelgeschiedenis. It was the western to end all westerns. De dood van Ophelia toont de beperkingen van het wraakmotief. Ook dat personage is dus veel essentiëler dan de bakvis zoals ze zo vaak wordt voorgesteld. Door haar zelfmoord krijg je de indruk dat het duel daarna tussen Hamlet en Laertes er nog zo'n beetje bij hangt. Het is geen vergeldingsritueel meer: je ziet twee vrienden die, binnen de middeleeuwse logica waar ze beiden eigenlijk al uitgroeien, elkaar nog moeten bekampen. Laertes zegt trouwens: "Voor mijn gevoel / is dit bevredigend", nadat Hamlet vergeving vraagt en zegt dat zijn daden het gevolg waren van zijn waanzin, waarmee hij zichzelf ontoerekeningsvatbaar verklaart. Laertes zou daar kunnen mee leven, ware het niet dat zijn eer dat niet toelaat. Opnieuw zie je die scheur tussen een middeleeuwse code en een renaissancistisch denken waarin het begrip 'eer' moest wijken ten faveure van wat wij later 'integriteit' hebben genoemd."

Mocht Shakespeare vandaag leven, hij zou film- of soapscenario's schrijven veeleer dan toneelstukken, hoor je soms beweren.

"Ongetwijfeld. De combinatie van high art en entertainment is nu toch wel ingehaald door de film. Shakespeare zou David Lynch-achtige films maken, denk ik: melodramatisch, navrant, kitscherig. Er is een soort burgerlijk Europees beeld van Shakespeare als een soort Ingmar Bergman van zijn tijd, dat hij nu dat soort films zou maken. Dat geloof ik niet. Er zou Ingmar Bergman in zitten, dat wel, maar het zou veel meer David Lynch zijn. Meer Twin Peaks dan Scènes uit een huwelijksleven."

Hamlet door Het Nationale Toneel gaat op tournee tot en met 17 april. Tot en met zaterdag 30 januari in De Regentes in Den Haag, telkens om 19.30 uur. Inlichtingen op tel. 0031-70-356.63.63. William Shakespeare - Hamlet, vertaald en ingeleid door Frank Albers, verscheen bij Uitgeverij Atlas.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234