Woensdag 14/04/2021

De prijs van een gen

De Luikenaar Joseph Martial kreeg enkele dagen geleden het kerstgeschenk van zijn leven. Genentech, een farmaceutisch bedrijf, stelde de man niet minder dan 680 miljoen frank in het vooruitzicht voor zijn aandeel als ontdekker van de werking van het gen waarmee menselijke groeihormonen worden aangemaakt. Genentech nam zonder medeweten van Martial een octrooi op diens bevindingen en produceerde er jarenlang een succesvol medicament mee.

Wat Martial en zijn collega's ontdekten, was eigenlijk wereldschokkend. Ze slaagden er als eersten in een gen te isoleren dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van een bepaald hormoon of eiwit én - veel belangrijker - ze ontwikkelden een systeem om hun hormoon buiten het menselijke lichaam door een bacterie te laten produceren. Tegenwoordig is het principe al zo ingeburgerd dat we er nog nauwelijks onze wenkbrauwen voor fronsen. In de jaren '70 was het procédé revolutionair.

En nu is Martial rijk. Terecht? Of niet terecht? Het groeihormoon-gen is immers bij alle mensen hetzelfde, men kan er bezwaarlijk een octrooi op nemen. Toch is het gebeurd en gebeurt het ook steeds meer. De hele farmaceutische nijverheid draait rond dergelijke octrooien, de biotechnologie en haar spin-offs maken gretig gebruik van het menselijk genoom of van de specifieke eigenschappen van planten- en diersoorten om groot geld te verdienen. Een octrooi is een 'intellectueel recht'. Maar waar ligt de grens tussen wat octrooieerbaar is en wat niet?

"Strikt genomen is iets pas octrooieerbaar als het voldoet aan twee voorwaarden", zegt Geertrui van Overwalle, navorser aan de Leuvense universiteit en docente aan de KU Brussel. "Het moet omschreven zijn. Men moet dus weten wat het is én men moet er een toepassing voor kennen", vult haar collega Marie-Christine Janssens aan. Ook Janssens doceert in Brussel en doet onderzoek in Leuven. "Het is bijvoorbeeld niet voldoende om een gen te beschrijven om er een octrooi op te nemen. Je moet ook weten welk eiwit het codeert, waarvoor het dient."

"De vraag die velen zich stellen, is of een individu de toestemming moet geven voor het gebruik van zijn erfelijke materiaal", stelt Van Overwalle. "En of dat individu er dan zelf rechten op heeft. Eén voorbeeld: een mens blijkt een genetische afweer te hebben tegen aids. Kunnen we hem dan dwingen om die informatie af te staan? Men heeft gepoogd, zowel op Belgisch als op Europees niveau, een antwoord te vinden op dergelijke vragen. Maar de zaken liggen moeilijk. Orgaandonaties zijn wel gratis. Maar een donatie van genetisch materiaal is dat niet noodzakelijk."

"Misschien maakt een ander voorbeeld de zaak duidelijker", denkt Janssens. "Bij een patiënt wordt tijdens een chirurgische ingreep een stukje van zijn lichaam verwijderd. De patiënt is meestal tevreden dat hij er van af is. Hij zal er ook geen bezwaar tegen hebben dat er verder mee geëxperimenteerd wordt. Zo vond de Belgische vorser Désiré Collens een uitstekend middel tegen bloedklontering aan de hand van een goedaardig melanoom, dat bij een patiënt was weggehaald. Het octrooi bracht de KU Leuven en Collens zelf ongeveer 27 miljoen dollar (1,08 miljard frank, 26,7 miljoen euro) op."

Het nemen van octrooien vertraagt het wetenschappelijke onderzoek, maar stimuleert het ook. Veel universiteiten hebben het principe van de valorisatie in hun doelstellingen opgenomen. Onderzoek gebeurt niet louter meer omwille van het onderzoek. Je mag er als vorser rustig ook wat geld mee te verdienen. En dat is een extra aanmoediging voor meer en sneller onderzoek. Anderzijds wordt, door het beschermen van ideeën, de informatie over de nieuwste onderzoeksresultaten vaak wat langer afgeschermd van de nieuwsgierige concurrentie, precies om te beletten dat een ander ermee gaat lopen. En wat meer is: door het valorisatieprincipe behoort de idee dat de wetenschap altijd en overal toegankelijk moet zijn voor iedereen, wellicht definitief tot het verleden.

"Dat is niet helemaal waar", vindt Van Overwalle. "Een uitvinding is doorgaans wel beschikbaar als basis voor verder wetenschappelijk onderzoek. Maar zodra er commerciële doelen spelen, komt het octrooirecht op de proppen en moet de persoon die de uitvinding daarvoor gebruikt, ervoor betalen. De werking van een medicijn bestuderen mag, betere alternatieven op de markt brengen op basis van dat ene medicijn mag niet."

Octrooien zijn echter veel meer dan het beschermen van een biotechnologische vinding. Ze werden voor het eerst gebruikt in het middeleeuwse Venetië, de zogenaamde Acts of Monopoly. Later, tijdens de industriële revolutie, vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw, werden ze algemeen. Een octrooi werd beschouwd als een middel om vernieuwing en onderzoek te stimuleren. Welke uitvinder of ondernemer zou immers iets uitvinden of op de markt gooien als iedereen straffeloos van de vruchten van zijn denk- of investeringswerk kon profiteren? Het octrooi als exponent van ons westerse, geïndustrialiseerde en kapitalistische systeem.

"Een octrooi is ruim", zegt Janssens. "Het kan ook andere intellectuele rechten beschermen. En daar komt het dikwijls in aanvaring met bijvoorbeeld het collectieve denken van andere volkeren. In West-Australië werd onlangs door een etnobotanicus een plant meegenomen waarvan de aboriginals allang de therapeutische eigenschappen hadden ontdekt. Het plantje, snowbush (Conospermum patens), werd aan een universiteit onderzocht en bleek een bestanddeel te bevatten dat kon helpen in de strijd tegen aids. Het middel wordt nu gecommercialiseerd. Wie profiteert daar uiteindelijk van? Het bedrijf dat de medicijnen maakt, de universiteit waar het onderzoek is gebeurd en misschien de etnobotanicus, die het plantje meebracht. De aboriginals zelf, die tenslotte toch de therapeutische werking ontdekten, krijgen niets. Aboriginals begrijpen overigens niets van het westerse eigendomsdenken. Voor hen behoort alles de gemeenschap toe.

Internationaal groeit stilaan de consensus dat er van de rijkdommen die met dat soort etnische kennis gegenereerd worden, ook wel iets mag terugvloeien naar de gemeenschap die ze in pacht had. Na de klimaatconferentie van Rio, waar de problematiek aan de orde was in het biodiversiteitsverdrag dat toen gesloten werd, is beslist dat men de inkomsten van zo'n onderzoek 'billijk en eerlijk' moest verdelen. Veel landen lopen echter vooruit op een internationale regelgeving. Zij roepen access reglementations in het leven, die alles beschermen wat op hun grondgebied voorkomt om op die manier zowel hun biologische als hun culturele patrimonium te vrijwaren."

Het octrooi is een exponent van ons westerse, geïndustrialiseerde en kapitalistische denken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234