Maandag 01/03/2021

De prijs van de particratie

We moeten ons niet druk maken over de verhoging van de uitgavengrens voor lokale kiescampagnes, zegt de Vlaamse regering. Immers, de totale pot voor partij­financiering stijgt niet, dus waarover zeuren we dan. Maar hoeveel overheidsgeld krijgen partijen eigenlijk? En is dat niet te veel?

1 Hoeveel geld krijgen de partijen van de overheid?

Die vraag is nog niet zo simpel te beantwoorden. Volgens de laatst beschikbare cijfers van 2014 mogen alle partijen die vertegenwoordigd zijn in het federale parlement samen rekenen op een jaarlijks terug­kerende overheidssubsidie van zowat 70 miljoen* euro. 

Dat is om meerdere redenen een conservatieve schatting. Na enkele indexsprongen sinds 2012 is de partijfinanciering in 2016 juist wel weer geïndexeerd. Het jaarlijkse bedrag dat sinds dit jaar wordt uitgekeerd, zal dus wat hoger liggen. 

Bovendien wordt er in deze berekening geen rekening gehouden met de kosten van de vele fractiemedewerkers, die door de diverse par­lementen aan de fracties, en dus de partijen, ter beschikking worden gesteld. De loonkosten van die medewerkers zijn aanzienlijk. Die zitten dus niet in de 70 miljoen vervat. Over alle assemblees heen gaat het voor de Vlaamse partijen om 457 voltijdse werknemers. Uit de afrekening van het begrotingsjaar 2014 blijkt dat voor de Kamer alleen de totale loonkosten van fractie­personeel van de twee taalgroepen in de buurt van de 19 mil­joen liggen.

Daarnaast is er nog 8 miljoen onrechtstreekse financiering. Ook de parlementsleden zelf dragen immers een duit van hun (overheids)­loon bij aan de partijkas, samen goed voor 7,7 miljoen. De hoogte van die afdrachten verschilt erg van partij tot partij. Bij Groen loopt dat op tot 25 procent van de wedde, maar ook bij VB (15 procent) en sp.a of PS (10) gaat het om een flinke som. N-VA, Open Vld en CD&V zitten tussen de 5 en de 10 procent afdrachten.

Sowieso valt op dat partijen uit veel verschillende overheidskraantjes tegelijk tappen. De rechtstreekse financiering is goed voor dik 69 miljoen euro. Maar ook die komt uit verschillende bronnen: een toelage voor de Kamerfractie (8,3 miljoen), een toelage voor de Senaatsfractie (3,4), een toelage voor de regionale fracties (10 miljoen), daarnaast nog een algemene federale partijdotatie (29,5), een regionale dotatie (13) en een provinciale dotatie (5,3). Via de jeugd­decreten krijgen ook de jongerenafdelingen van de partijen wat geld: 1,3 miljoen per jaar. 

2 Hoeveel krijgt elke partij afzonder­lijk?

N-VA krijgt veruit het meeste geld: 12,3 miljoen per jaar, enkel aan federale en regionale betoelagingen (nog niet geïndexeerd). Dat is binnen dit systeem ook logisch, aangezien de Vlaams-nationalisten veruit de meeste parlementszetels bezetten. Op respec­tabele afstand volgen PS (8,8 miljoen), MR (7,5 miljoen) en CD&V (7,4).

Hier wordt duidelijk dat verkiezingen winnen of verliezen ook ernstige financiële consequenties heeft. Al moet gezegd dat de (klassieke) partijen wel een comfortabele rem ingebouwd hebben om mogelijk inkomen­s­verlies na de verkiezingen van 2014 in te perken (zie ook vraag 3 en 4). Enkel de twee partijen die werkelijk zwaar verloren hebben bij de laatste stembusgang - VB en Ecolo - zien ook hun subsidies na 2014 aanzienlijk dalen. Hun overheidsinkomsten zijn meer dan gehalveerd.

De andere partijen komen er beter van af. Enkel de PS verliest nog 210.00 euro, een habbekrats binnen een subsidie van ruim 8 miljoen. Maar bijvoorbeeld de sp.a, die achteruitgang boekte bij de verkiezingen, ziet de inkomsten toch stijgen. In totaal wordt na de stembusgang van 2014 4,2 miljoen per jaar meer overheidsgeld aan partijen uitgekeerd dan na de ver­kiezingen van 2010.

3 Is dat veel geld?

Moeilijk te zeggen, omdat vergelijken met het buitenland lastig is. Elk land kent zijn eigen financieringssysteem en hanteert ook een eigen defi­nitie van wat een 'partij' is (en dus wat al dan niet als partij of wat daarnaast extra wordt gesubsidieerd).

Het is alleszins niet weinig geld dat de staat aan de partijwerking besteedt. Toch één internationale benchmark. In Duitsland, federale staat van 80 miljoen mensen, bedraagt de totale overheidsfinanciering van de partijen 144 miljoen, amper het dubbele van België - Duitsland kent wel een genereuze subsidie van met partijen gelieerde politieke stichtingen. 

In Nederland (17 miljoen inwoners) gaat het in totaal om slechts 16 miljoen euro.

Duidelijk is wel dat de Belgische partijfinanciering in relatief korte tijd een hoge vlucht is beginnen te nemen. "Een col buiten categorie", noemt politicoloog Bart Maddens de stijging van die overheidsbetoelaging in de jongste jaren. Samen met zijn team van het Instituut voor de Overheid aan de KU Leuven is Maddens dé expert partijfinanciering van het land. 

Maddens ziet een systeem in de stijging. "De totale financiering gaat telkens omhoog als de traditionele partijen te kampen hebben met een uitdager op de kiezersmarkt. Het verlies dat ze lijden aan de stembus wordt dus deels gecompenseerd door de totale betoelaging op te trekken. De invoering van het nieuwe systeem van overheidsfinanciering in 1993 kan zo de schok van de opkomst van het Vlaams Blok na Zwarte Zondag 1991 dempen. In 1999 zien we hetzelfde fenomeen. Hoewel ze de Franstalige partijen daar jaren voor bekritiseerd hebben, beginnen de Vlaamse partijen vanaf 2001 met hun eigen extra systeem van regionale partijdotaties. Zo compenseren ze het verlies van 1999. Bij de laatste staatshervorming van 2013 is de federale dotatie dan plots opgetrokken. Daarin zit al een anticipatie op de verwachte klinkende zege van N-VA in 2014."

Volgens Maddens zit daar een bewuste strategie achter. "De partijen staan voor een dilemma. Ofwel vergroten ze de subsidiepot om het eigen verlies te milderen, maar dan maken ze ook hun uitdager slapend rijk. Ofwel proberen ze die uitdager onder de financiële knoet te houden, door ook in het eigen vel te snijden. In België lijkt het er toch op dat altijd de eerste, inkomensmaximaliserende strategie is gevolgd."

4 Is er een tendens om de overheids-financiering wat te temperen?

Het korte en enigszins pijnlijke antwoord : neen. Tussen 1999 en 2014 zijn de overheidsinkomsten van partijen met 30 procent gestegen.

Als illustratie volstaat het om in herinnering te brengen hoe de partijfinanciering is aangepast bij de laatste staatshervorming, in 2013. Bij die gelegenheid is de rechtstreekse verkiezing van senatoren afgeschaft. Logischer­wijze zou dan ook het deel van de dotatie dat toegekend wordt op basis van het aantal stemmen voor de Senaat komen te vervallen. 

Dat is niet gebeurd. Om het verlies van die ­dotatie op te vangen, is het bedrag dat per stem wordt uitgekeerd voor partijen die in de Kamer zetelen, verdubbeld (1,25 euro per stem wordt 2,5). Maar ook de Senaat blijft zijn eigen dotatietje opleveren. Volgens de cijfers van professor Maddens en co. overtreffen die compensaties uiteindelijk het gederfde bedrag. "Netto is er een toename van de federale dotaties en fractie­toelagen van 4,1 miljoen. Er is een kans geweest om de overheidsfinanciering op objectieve basis met 10 miljoen te verminderen door de afschaffing van de rechtstreeks verkozen Senaat."

Omdat oppositiepartij Groen afgelopen week fel aan de alarmbel heeft getrokken over de geplande verhoging van het uitgavenplafond voor lokale verkiezingscampagnes, wordt die partij nu aangewreven dat zij in 2013 wel mee de financieel genereuze afslanking van de Senaat heeft onderhandeld en goedgekeurd. Hoe zit dat? "Groen wilde de Senaat afschaffen, maar stond alleen. Dat de Senaat niet langer rechtstreeks verkozen wordt, is volledig onze verdienste", beklemtoont oud-voorzitter Wouter Van Besien, die de onderhan­delingen heeft geleid voor zijn partij.

"Voor de gevolgen op de partijfinanciering was het voor ons van belang dat er geen netto­verhoging zou optreden. Daarom hebben wij aange­drongen om de bedragen de eerstkomende jaren niet te indexeren. Dat is tussen 2012 en 2016 ook niet gebeurd."

Volgens Van Besien waren niet alleen de PS, maar alle traditionele partijen er bij de onder­handelingen beducht voor om financiering te verliezen door de hervorming van de Senaat.

5 Waarom worden partijen via de overheid gefinancierd?

Overal in Europa worden politie­ke partijen in min of meerdere mate financieel ondersteund vanuit de overheid. Daar is niets mis mee: partijen maken een belangrijk deel uit van een levende democratie. Dat mag een cent kosten. Volgens een internationale standaard van IDEA - de internationale organisatie voor democratie, waarvan Yves Leterme nu hoofd is - is België, na Spanje, een van de Europese landen met het hoogste aandeel overheidsfinanciering in de totale partij-inkomsten (85 procent). In onze buurlanden ligt dat percentage veel lager. 

Daar is één grote reden voor: corruptie. Het Belgische systeem van bijna volledige overheidsfinanciering is sinds 1993 een systeem van groten­deels private fundraising komen vervangen. Ondoorzichtige boek­houdingen maakten partijen kwetsbaar voor corruptie, of minstens de verdenking ervan. Velen menen dat de oorsprong van het nieuwe financierings­model bij het Agusta/Dassault-schandaal ligt, waarbij PS en de toenmalige SP geld in de partijkas kregen van leveranciers van legermateriaal, in ruil voor regeringsbestellingen. Dat klopt historisch niet. 'Agusta' barstte los in 1994, nadat het nieuwe systeem was ingevoerd. Tal van kleinere corruptieschandalen gingen Agusta vooraf, van RTT (omkoping van de baas van de RTT, nu Belga­com) tot Uniop (studiebureau stort regeringsgeld voor nepstudies door naar partijkas). 

Wellicht, zo schrijven Maddens en co., is het zo dat alle klassieke partijen aanvoelden dat er ellende op komst was met het systeem van privé­financiering. Drijfveer voor de hervorming was eerder de operatie 'Schone handen' in Italië, een corruptieschandaal dat de hele klassieke politieke klasse in de dieperik stortte. Opval­lend: ook Italië heeft nu een erg hoge overheidsbijdrage in de partij­­­­­finan­ciering.

6 Zijn er andere inkomsten?

Die zijn tanend. De relatief genereuze overheidsfinanciering komt er immers juist als goedmaker voor de erg strenge inperking van privéfinanciering. Giften van bedrijven zijn verboden sinds 1993. Individuele personen mogen wel nog geld schenken aan partijen, maar niet meer dan 500 euro per jaar. Die bedragen zijn ook niet fiscaal aftrekbaar. Giften zijn dan ook nog maar goed voor 0,1 tot 0,5 procent van de totale inkomsten van politie­ke partijen. 

In verkiezingsjaar 2014 liggen de bedragen wat hoger, maar de totaalsom blijft redelijk verwaarloosbaar. CD&V haalt het meeste privégeld op (39.000 euro), voor cdH (21.000) en N-VA (20.000). Open Vld en sp.a realiseren 0 euro aan giften.

Lidgelden zijn goed voor 3,6 procent van de inkomsten van partijen. Dat percentage daalt (omdat de overheidsinbreng fors toeneemt), maar in absolute getallen blijven die bedragen nog redelijk stabiel. Sommige partijen compenseren hun dalende ledenaantal immers door de lidmaatschapsbijdrage in prijs te verhogen.

Partijen halen ook nog 10 procent van hun middelen uit andere inkomsten, zoals beleg­gingen.

7 Wat doen de partijen met al dat geld?

Dat verschilt nogal, zo blijkt uit een berekening van de KU Leuven-politi­cologen voor de periode 1999-2014. Over het algemeen lijken partijen een groter deel van hun mid­­delen te investeren in de interne partijorgani­satie in plaats van in communicatie en propaganda.

N-VA is de partij die het grootste deel van haar al ruime middelen uitgeeft aan huis­vesting en beheer. Het partijhoofdkwartier in de statige Koningsstraat, in het hart van het machts­centrum van Brussel, zit daar wellicht voor veel tussen. Maar ook onder meer PS (aan de Keizer­laan, op de Kunstberg) en MR (Gulden­vlieslaan, in de Louizawijk) bezitten grote panden op top­locaties, met kosten die navenant zijn.

Franstalige partijen besteden relatief meer van hun middelen aan personeel. PS neemt hier ruim de kop met 36,6 procent. Niet-traditionele partijen Groen (20 procent), N-VA (19) en vooral VB (4,7) zetten het minst opzij voor personeelskosten.

Vooral die uitzonderlijk lage personeels­kosten bij het VB vallen op. Die zijn het gevolg van een jarenlange strategie van de extreemrechtse partij om zo veel mogelijk middelen te reser­veren voor communicatie en propaganda, ook buiten verkiezingstijd. Het 'personeels­probleem' lost de partij op door het via de par­lemen­ten verloonde fractiepersoneel ook in te zetten als partijmedewerkers. Dat is een argument om ook deze overheidskosten als een vorm van partijfinanciering te beschouwen.

Met 44 procent uitgaven aan communicatie en reclame buiten verkiezingstijd is VB bijgevolg ook op pr-vlak een buitenbeen. Ook N-VA besteedt daar nog 19 procent van haar middelen aan, bij andere partijen is dat minder. Bij de Franstaligen zelfs veel minder, maar dat komt dus omdat zij veel meer inzetten op vaste kosten als personeel en behuizing.

8 Hoe rijk zijn de partijen?

Geen enkele partij heeft sinds de invoering van overheidsfinanciering meer subsidies gekregen dan N-VA vandaag. De partij van Bart De Wever is in erg korte tijd dan ook uitgegroeid tot de rijkste van de Wetstraat. Toen ze in 2003 nog moest vechten om de kiesdrempel te halen, bezat ze amper 1,4 miljoen. In 2014 was dat al 18 miljoen. Experts Bart Maddens en Jef Smulders schatten eind 2013 al dat, zonder ongelukken, N-VA tegen het einde van de regeerperiode in 2018 een vermogen kan opbouwen van 43 miljoen. Voor een politieke partij is dat een duizelingwekkend bedrag. N-VA zou in deze simula­tie bijna dubbel zo rijk worden als concur­renten CD&V en sp.a. Open Vld volgt op ruime achterstand.

Geen enkele andere partij komt qua ver­mogen in de buurt van N-VA. PS is de op een na rijkste (15 miljoen). Ook sp.a (14,3 miljoen), CD&V (12,4) en MR (11,3) hebben een redelijk stevige kas.

9 Hoeveel besteden partijen aan kiescampagnes?

De actuele en hevige discussie gaat enkel over het geld dat partijen (mogen) besteden aan verkiezings­uitgaven. De meerderheid in het Vlaams Parlement wil dat plafond voor de lokale verkiezingen optrekken, zonder dus te raken aan de totale partij­financiering.

Een reconstructie leert dat vooral de N-VA van bevoegd minister Liesbeth Homans heeft aangedrongen op het optrekken van die begrenzing. Uit het bovenstaande blijkt ook waarom: N-VA verzuipt als het ware in het (overheids)­geld en weet niet hoe die genereuze middelen nog efficiënt in te zetten. Meer vrijheid om geld te mogen besteden in de kies­campagne is een oplossing voor dat particuliere luxeprobleem.

Vandaag is de limiet op verkiezingsuitgaven strak. Zowel voor partijen zelf (1 miljoen per verkiezings­dag) als voor individuele kandidaten is er een begrenzing op de uitgaven tijdens de sperperiode die aan de stembusgang voorafgaat. Bij de kandidaten is die afhankelijk van hun al dan niet verkiesbare plaats op de lijst en het aantal kiesgerechtigden in de kieskring. Dat leidt tot een groot verschil in beperking tussen de absolute topkandidaten en anderen.

Bij de jongste verkiezingen gaf N-VA samen met al haar kandidaten al het meest uit aan de campagne (4,6 miljoen), gevolgd door CD&V en Open Vld (elk ongeveer 4,3 miljoen). Andere partijen opereerden zuiniger: sp.a deed het met 3,4 miljoen, VB met 2,6 miljoen en het traditioneel meer terughoudende Groen met 1,2 miljoen. De totale kostprijs van de campagne in Vlaanderen (zowat 25 miljoen) ligt niet zo gek veel hoger dan een vergelijkbare 'moeder van alle verkiezingen'-campagne in 1999 (geïndexeerd 22,3 miljoen). Dat heeft dus te maken met de wettelijke rem op de uitgaven.

10 Is er een alternatief voor het Belgische systeem?

Uiteraard. Er ligt een oceaan tussen de overheidsgebonden financiering bij ons en de redelijk ongebreidelde fundraising in bijvoorbeeld de VS. Het Amerikaanse model is evenwel ook niet meteen zaligmakend. Vele Amerikaanse kiezers keren zich juist af van 'Washington' omdat de presidentskandidaten en hun partijen naar hun smaak te veel naar de pijpen dansen van grote private geldschieters. In de interne kiesstrijd bij de Republikeinen - waar miljardair Donald Trump claimt niet afhankelijk te zijn van big spenders - was het thema dominant aanwezig, net als bij Democraten, waar Bernie Sanders het Hillary Clinton erg lastig maakte door te wijzen op haar afhankelijkheid van het grote geld.

Toch pleit Bart Maddens voor een meer gemengd systeem van financiering. "Het voorbeeld is Duitsland", meent hij. "Daar werken ze met een systeem waar de publieke en private financiering op elkaar zijn afgestemd. Partijen krijgen er een toelage op basis van het aantal stemmen, maar ook op basis van het aantal leden en giften dat ze binnenhalen. Hoe meer moeite partijen doen om zelf middelen op te halen, hoe meer ze beloond worden."

Een goed systeem, vindt Maddens "omdat het partijen verplicht om met de beide voeten in de samenleving te blijven staan. Een partij die haar draagvlak verliest bij leden en sympathisanten zal dat dubbel voelen in haar financiering. Vanuit democratisch perspectief valt daar wat voor te zeggen. Partijen zijn hun functie als massabeweging aan het verliezen, en lijken eerder semi-overheidsinstellingen te worden."

Maddens meent ook dat België de pudeur voor private inbreng in partijfinanciering weer wat mag afgooien. "We moeten niet terug naar de tijd van de zwarte kassen, maar opnieuw biedt Duitsland inspiratie. Daar gaat men ervan uit dat de strikte transparantie over welk bedrijf of welke persoon precies wat geeft aan welke partij een voldoende verzekering tegen corruptie biedt. Er is ook niets verdachts aan het ondersteunen van partijen: als je een natuur­vereniging mag sponsoren, waarom dan geen politieke partij? Doel moet wel zijn dat partijen veel kleine giften als financieringsbasis hebben, in plaats van enkele grote. Want dan ben je inderdaad kwetsbaar voor beïnvloeding."


* Dit artikel kwam tot stand met medewerking van politicologen Bart Maddens en Jef Smulders (KU Leuven). De meeste bedragen en berekeningen zijn terug te vinden in Partij- en campagnefinanciering in België en de Europese Unie van Bart Maddens, Jef Smulders, Wouter Wolfs en Karolien Weekers. Acco, Leuven, 187 p

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234