Donderdag 22/04/2021

De precaire staat van ons zaad

Fertiliteitsspecialist Herman Tournaye (VUB):

Vandaag is één op de tachtig zwangerschappen in Vlaanderen het resultaat van de vruchtbaarheidstechniek ICSI. Die wordt gebruikt als de man te weinig normaal sperma heeft. Deense onderzoekers waarschuwen al jaren dat hormoonverstoorders in het milieu sperma aantasten. 'Ik was lang een disbeliever', zegt fertiliteitsspecialist Herman Tournaye (VUB) nu. 'Maar stilaan niet meer. Er lijkt echt iets aan de hand.'

Door Nathalie Carpentier / illustratie jan van riet

'Voor u een vraag stelt, eerst even dit: ik wil wel dat iedereen de feiten kent, maar ik wil geen paniek zaaien." Professor Niels Skakkebaek van het Departement voor Ontwikkeling en Reproductie in het Deense Kopenhagen heeft geleerd voorzichtig te zijn. Hij sloeg begin de jaren negentig als een van de eersten alarm over de spermakwaliteit. En daarmee raakte hij duidelijk een gevoelige snaar.

Skakkebaek had gegevens over sperma geanalyseerd van meer dan 14.000 mannen uit 61 internationale studies tussen 1938 en 1992. Hij kwam tot een verontrustend besluit: de spermaconcentratie ging wereldwijd dramatisch achteruit. Gemiddeld daalde ze met 1 procent per jaar. Van 113 miljoen zaadcellen per milliliter ejaculaat in 1940 nam de concentratie af naar 66 miljoen in 1990, meer dan 40 procent verlies op vijftig jaar.

Misschien is er een verband met stijgende concentraties hormoonverstorende chemicaliën zoals pesticiden en dioxines in het milieu, dacht Skakkebaek. En die andere problemen bij mannen, dat kon toch geen toeval zijn. "We wisten ook dat in Denemarken het aantal mannen met teelbalkanker dramatisch was gestegen. Sinds de jaren veertig was het maar liefst verviervoudigd. Mijn hypothese toen was dat die tumor ontstond uit cellen die tijdens de foetale periode niet goed ontwikkeld waren."

Zijn studie kreeg wereldwijd weerklank, maar al snel werd Skakkebaek vooral het mikpunt van kritiek, argwaan en spot. Er volgden studies die aangaven dat de spermaconcentratie stabiel bleef. Andere stelden dan weer een stijging vast op bepaalde plaatsen. Algauw titelden media dat het alarm voorbarig was geweest, en ja, dat het eigenlijk best goed ging met het zaad.

"Het werd een hevig debat tussen believers en non-believers", vat fertiliteitsspecialist Herman Tournaye van het Universitair Ziekenhuis Brussel het samen. Tournaye behoorde zelf jarenlang tot de non-believers. "Maar ik moet eerlijk toegeven dat Skakkebaeks puzzelstukjes stilaan op hun plaats vallen."

De kritiek op Skakkebaeks resultaten hield aan: waren de gebruikte studies niet te gedateerd, verklaarde ouderdom bepaalde verschillen niet, was de analyse wel grondig gebeurd? "Uiteindelijk werd ik als expert aangesteld om uit te vissen of die daling van de spermakwaliteit nu aanvaardbaar was of niet", zegt reproductief epidemiologe Shanna Swan telefonisch vanuit de Universiteit van Rochester. "Als je allerlei variabelen zou controleren, zou die dalende trend meteen verdwijnen. Dat was het heersende idee."

Precies wat Swan deed: alles controleren. Alleen, de conclusie veranderde niet. "Ook wij zagen een duidelijk dalende trend, net als Skakkebaek. En meer nog, in de Verenigde Staten en West-Europa daalde de spermaconcentratie wél, in de minder ontwikkelde landen niet." Ook Swan vermoedde dat omgevingsfactoren die daling veroorzaakten. "Een afname van een procent per jaar kan geen genetische of evolutionaire oorzaak hebben. Daarvoor daalde het te snel."

En als milieufactoren een kwalijke rol speelden, dan waren regionale verschillen in spermakwaliteit mogelijk. Swan startte haar eigen onderzoek en verzamelde nieuw sperma bij mannen in steden als Minneapolis en rurale gebieden als Missouri. Ze kreeg gelijk. "In Minneapolis was de zaadconcentratie veel hoger dan in rurale regio's als Missouri."

Alleen: waarom? Misschien waren pesticides in de landbouw de schuldige. Swan stuurde bloedstalen van de geteste mannen naar de Amerikaanse Centers for Disease Control, ter analyse. Haar vermoeden klopte. "Mannen met hogere gehaltes van bepaalde pesticides in hun lichaam hadden vaker slechter zaad. Dat was de eerste kleine studie die een verband tussen beide suggereerde."

Vandaag zijn er twintig studies die komen tot een vergelijkbaar verband tussen blootstelling aan pesticides en zaadproductie. Is daarmee de kous af? Niet helemaal. "De geleverde bewijzen in die studies zijn erg suggestief. Extra onderzoek is nodig om het sluitend te maken", vatte een artikel van een Harvardepidemiologe de situatie begin dit jaar samen in Human Reproduction Update.

Swan ziet het zo: "Je kunt er niet omheen dat in Denemarken en Missouri duidelijk meer mannen slecht zaad hebben. En ook al zullen niet alle pesticides een negatief effect hebben, dat er chemicaliën in het milieu zijn die de zaadkwaliteit kunnen aantasten, staat vast."

Intussen zat ook Skakkebaek zelf niet stil na de kritiek. Hij raakte nog meer geïntrigeerd door een opvallend verschil tussen Denemarken en Finland. In Finland kwam teelbalkanker veel minder voor. Later stelde Skakkebaek vast dat niet alleen de Finse zaadconcentratie veel beter was, ook penisafwijkingen en slecht ingedaalde teelballen kwamen er minder voor, en pasgeboren jongetjes hadden grotere zaadballen dan de Deense. Kortom, Finnen waren 'mannelijker'. Vanaf toen sprak hij van het TDS-syndroom. Een verstoorde ontwikkeling van de zaadbal tijdens de zwangerschap kan zorgen voor een variabel aantal symptomen: verminderde zaadkwaliteit, slecht ingedaalde zaadballen, abnormale uitmonding van de plasbuis op de penis of zelfs de aanwezigheid van kiemceltumoren in de zaadbal.

Diverse studies illustreerden zijn visie. Uit proefdiertesten bleek dat pasgeboren mannetjesratten 'vrouwelijkere' kenmerken hadden als hun moeders tijdens hun zwangerschap blootgesteld waren aan antiandrogene stoffen zoals ftalaten. Dat zijn chemicaliën die je terugvindt in zacht plastic zoals douchegordijnen of de ondertussen in België verboden bijtringen voor baby's.

"Om een zoontje te krijgen, moet er onder meer voldoende testosteron aanwezig zijn op het juiste moment tijdens de zwangerschap", legt hij uit. "Of een foetus een normale penis krijgt, wordt bepaald door de hormonale productie van de teelballen van de foetus zelf. De foetale ontwikkeling is de meest gevoelige periode, dan kan er veel mislopen. De kiem voor teelbalkanker wordt al gelegd voor de geboorte, in de baarmoeder", besluit hij.

Ook zijn Amerikaanse collega Swan raakte gefascineerd door experimentele gegevens over die 'subtiele vervrouwelijking'. Zij spitste zich toe op de 'anogenitale afstand', de afstand tussen anus en geslachtsorganen. Bij mannetjesratten is die gemiddeld twee keer zo groot als bij wijfjes.

Enkele studies bij zwangere ratten die blootgesteld waren aan ftalaten raakten Swan het meest. "Bij de pasgeboren mannetjesratten was die afstand duidelijk verkleind, het benaderde het niveau van... wijfjes." Goed, maar kan dat niet verdwijnen met de leeftijd? "Nee, ook de ouder geworden diertjes bleven 'vrouwelijker'. Ze waren minder fertiel en hun spermaconcentratie lag lager."

Hadden chemicaliën ook dat effect op mensen? Swan besloot bewaarde urinestalen van zwangere vrouwen uit eerdere studies te analyseren op de aanwezigheid van chemicaliën. Tegelijk onderzocht ze hun zoontjes. "Wat bleek? Ook bij blootgestelde jongetjes was die anogenitale afstand kleiner. Vaak was ook hun penis kleiner en waren hun teelballen minder ingedaald."

Ook al resten er nog heel wat vragen en blijven er sceptici, toch nemen overheden de spermathese inmiddels toch al een tijd ernstig. Europa ondersteunt extra studies van Skakkebaek en Swan, en voor het Deense ministerie van Gezondheid moet de Deen jaarlijks sperma-analyse ondergaan. Die resultaten ogen nog steeds niet hoopvol: de kwaliteit verbetert niet, het zaad blijft slecht.

"We denken dat 10 tot 20 procent van de Deense mannen zo'n slecht sperma heeft dat ze hulp nodig hebben om een kind te krijgen", aldus de Deen. "Vorig jaar hebben we vastgesteld dat ook het testosterongehalte afneemt bij Denen. Jongere mannen hebben minder testosteron dan oudere mannen. Het is niet abnormaal laag, maar dat het gemiddeld niveau van zoiets fundamenteels daalt, doet op zijn minst de wenkbrauwen fronsen."

En hoe zit het bij ons? Eén op de tachtig zwangerschappen vereist vandaag ICSI, een techniek om mannen met verminderde vruchtbaarheid te helpen. Een vrij hoog cijfer, maar dat kan ook liggen aan de grotere toegankelijkheid van de techniek vandaag. Met het sperma is het alvast beter gesteld dan bij de Denen. In tegenstelling tot daar lijkt de spermaconcentratie hier niet meteen gedaald. Wel is volgens een Gentse studie de beweeglijkheid en de vorm van zaadcellen achteruitgegaan tegenover vroeger.

"Skakkebaek en de anderen hebben nog altijd niet kunnen bewijzen dat de menselijke voortplanting echt bedreigd wordt door die hormoonverstoorders", besluit fertiliteitsspecialist Tournaye. "Maar mijn conclusie is toch dat er iets aan de hand is. Skakkebaek is erg geestdriftig, maar zijn onderzoek is ondertussen ook echt goed gefundeerd. De laatste vijf jaar hebben studies inderdaad bevestigd dat de zaadkwaliteit is gedaald tegenover vroeger, dat in bepaalde regio's jongere mannen slechtere teelballen hebben dan oudere mannen, en dat de frequentie van teelbalkanker stijgt."

Vandaag noemt Tournaye zich bijna een believer. "Als patiënten mij nu vragen waarom ze slecht zaad hebben en we vinden niets bijzonders, dan zeg ik: misschien is je moeder tijdens haar zwangerschap blootgesteld aan bepaalde stoffen. Misschien is toen bij de vorming van je zaadballen iets fout gelopen. Vijf jaar geleden had ik dat nooit gezegd."

Men in Danger, Canvas, dinsdag 24 juni om 22.15 uur

Tegen een patiënt met slecht zaad zeg ik nu: misschien is er bij de vorming van uw zaadballen in de baarmoeder iets fout gelopen. Vijf jaar geleden had ik dat nooit gezegdOnderzoekster Shanna Swan:

Je kunt er niet omheen dat in Denemarken en Missouri meer mannen slecht zaad hebben. Niet alle pesticides zullen een negatief effect hebben, maar dat er chemicaliën in het milieu zijn die de zaadkwaliteit aantasten, staat vast

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234