Zaterdag 19/06/2021

De potscherven van al-qaeda's huishoudingOp 17 augustus 1995 zwoer Amir Maawia Siddiqi, zoon van een boekenwinkelhouder in een Pakistaans dorp, trouw aan de jihad. 'Ik, Amir Maawia Siddiqi, zoon van Abdul Rahman Siddiqi, stel in tegenwoordigheid van God d

David Rohde en C.J. Chivers

De eed, gezworen in een huis in Kaboel dat toebehoorde aan een groep Pakistaanse islamisten, maakte deel uit van een uitgebreid papieren dossier dat de vluchtende Taliban- en Al-Qaeda-strijders achterlieten vorige zomer, op verschillende plekken in Afghanistan. Journalisten van The New York Times verzamelden meer dan vijfduizend pagina's aan documenten in verlaten huizen en door bommen verwoeste trainingskampen.

Het is een zeldzame collectie, dit rauwe en ongepolijste getuigenis van het leven van een moslimstrijder. Elk op zich vormen de documenten niet veel meer dan potscherven. Vaak zijn het banale boodschappenlijstjes, maar af en toe zit er een verkillende handleiding voor autobommen bij. Ze vertellen het intrigerende verhaal van een netwerk van extremisten dat Bin Laden om zich heen verzamelde in Afghanistan.

Sinds 1996 passeerden ongeveer twintigduizend rekruten de revue in grofweg een dozijn trainingskampen. Dat was het jaar waarin Bin Laden zijn uitvalsbasis in Afghanistan vestigde. De meesten onder hen kregen niet meer dan een erg primitieve infanterietraining. Ze werden geoefend in het gebruik van antitankwapens en luchtdoelafweer. Een kleiner groepje rekruten werd geselecteerd voor de elite-eenheden, en die lijken wél te zijn klaargestoomd voor terroristische acties in het buitenland. "Buitenlandse ambassades en infrastructuur observeren" was een onderdeel van de cursus, leren de documenten. Een ander hoofdstuk bood de beste manier om "personen en hun lijfwachten neer te schieten van op een bromfiets".

Maar bovenal bewijzen de documenten hoe dicht Bin Laden bij de realisering van zijn grote droom stond: jonge moslims, aangewakkerd in hun idealisme door problemen dicht bij huis, inlijven in zijn globale leger en dat ten strijde laten trekken tegen het Westen. Vanaf het midden van de jaren negentig stroomden de rekruten vanuit meer dan twintig landen Afghanistan binnen, van Irak, Maleisië en Somalië tot Groot-Brittannië.

De documenten vormen zonder twijfel een eclectisch amalgaam. In een huis dat werd gebruikt door de Islamitische Beweging van Oezbekistan lag een document dat uitvoer tegen "het fenomeen van de Beatles en andere hippies, die een groot probleem voor de veiligheid van Amerika en Europa gecreëerd hadden". De meeste documenten zijn handgeschreven en bieden een vluchtige blik op het leven van de jonge mannen en op wat hen in de klauwen van de heilige oorlog dreef. Een document bevat korte biografische schetsen van negenendertig rekruten. Niet één van hen was getrouwd en weinigen hadden de lagere school afgemaakt. Velen hadden eerder al banden gehad met extremistische groepen. Aan allen, zo blijkt, werd gevraagd of ze toestemming hadden gekregen van hun ouders om zich bij de jihad aan te sluiten. Twaalf hadden die toestemming, vijftien anderen niet.

De lijst verschaft informatie over een man met de codenaam Sultan Sajid. "Zoon van de heer Mohammed Anwar, eigenaar van een snoepwinkel. Leeftijd: 18 jaar. Burgerlijke staat: ongetrouwd. Opleiding: ingeschreven als student, bestudeerde de koran in vertaling. Kan zoetigheden maken en jagen op vogels en vissen. Vijf broers en vier zussen. Adres: Kamoke-district Gujranwala in Saboki. Heeft gelukkig toestemming van thuis."

Een man uit Jemen, codenaam: Abu Labath, was gewapend met een kalasjnikov en drie handgranaten. Hij arriveerde op 7 mei 1999. Abu Qatada al-Madani, een codenaam die suggereert dat hij afkomstig was uit de heilige Saoedische stad Medina, kwam aan op 29 november 1998. Ook hij had een kalasjnikov, wat munitie en granaten. Hij had stukken van het tweede deel van de koran vanbuiten geleerd.

Afghanistan was de belichaming van Bin Ladens droom van een wereldwijde jihad. Daar ontmoetten radicale leiders en het voetvolk elkaar, ze bouwden netwerken uit en smeedden banden voor het leven, ze wisselden militaire informatie en religieuze traktaten uit. De verlaten huizen en kampen lagen bezaaid met inspirerende pamfletten, boeken, video's en cd's, die stuk voor stuk te wapen roepen.

De kern van hun boodschap was de heroprichting van het kalifaat, uit het tijdperk in de zevende eeuw na de dood van Mohammed, toen de islam de wereld veroverde. Het kalifaat is "de enige en beste oplossing voor de uitdagingen en problemen waar moslims vandaag de dag mee geconfronteerd worden en ontwijfelbaar dé remedie voor de turbulentie en interne ruzies die hen plagen", schreef één (Engelstalig) essay. "Het is de remedie voor de economische onderontwikkeling die ons opgezadeld heeft met politieke afhankelijkheid van een atheïstisch Oosten en ongelovig Westen."

Een pamflet met een Amerikaanse soldaat die over de heilige stad Mekka heen stapt, heeft een dringende boodschap. "Vecht tot er geen onenigheid meer is en de religie geheel en al voor God is." De gele paperback Aankondiging van de jihad tegen de Amerikanen die het Heilige Land bezetten beeldt een kaart af van een Saoedi-Arabië dat is omsingeld door Amerikaanse, Britse en Franse vlaggen. De auteur heet 'Osama Bin Laden'.

Teksten uit Rishkor en de rest van Afghanistan documenteren de opleiding van de rekruten, in niets verschillend van de infanterieopleiding die soldaten overal ter wereld ontvangen. De fysieke training begon om zes uur 's ochtends, zo leert het dagrooster. De prestaties werden nauwgezet in de gaten gehouden. Op een dag presteerde haantje-de-voorste Abu Turab het om na 45 keer opdrukken en 40 sit-ups de 25 meter vrije slag in 21 seconden te zwemmen. Veeleer middelmatig was Abu Rashid: 30 keer opdrukken, 30 sit-ups en dan 35 seconden voor de crawl.

Na de training pauzeerden de rekruten even, om zich vervolgens op hun infanterieopleiding te storten, in sessies van halfnegen tot tien over negen, van kwart over negen tot twintig voor tien, en van tien over elf tot vijfentwintig voor één. Na het middagmaal en de gebruikelijke gebeden was de namiddag helemaal gewijd aan de studie van de koran, sport en theorielessen. In essays beantwoordden de studenten vragen. "Het is niet gemakkelijk om over dit soort martelaren te schrijven", stelde een van hen als antwoord op een vraag over de levens van bekende martelaren. "Met woorden kun je hen niet de eer bewijzen die hen toekomt."

De militaire opleiding leek soms op een godsdienstles. "Zonder signaal van de leider mag je niet terugtrekken", staat te lezen in de notities van een leerling uit de les hinderlaagtactieken. "De koran zegt: trek je niet terug maar blijf op post. In tijden van oorlog bestaat de oorlog niet. Mijn kracht schuilt in de kracht van Allah." Een Arabische syllabus over explosieven die in het Harkat-huis gevonden werd, verschafte gedetailleerde instructies over de omgang met nitroglycerine, hmdt, rdx, C4, C3, dynamiet en ammoniumnitraat. Het laatste hoofdstuk had het over "het belangrijkste vergif en gifgas". "Die kunnen we op verscheidene wijzen aanmaken en, als God het wil, zullen we daar later dieper op ingaan." Het document vermeldde ricine, cyanide en de verwekker van botulisme en deed haarfijn uit de doeken hoe ze gebruikt konden worden. Er waren ook cursussen voor meer gevorderde klasjes. Eén opleiding van 65 dagen wierp licht op "aanslagen en de kaping van bussen, schepen en vliegtuigen". Een vierde thema behandelde, wat lichter, het escapisme van het medium film.

Achter het netwerk van opleidingskampen ging een uitgebreide bureaucratie schuil. En net als elke bureaucratie vrat die papier: onkostennota's, boekhouding, inventarissen van computeronderdelen en lijsten van verhuurde huizen. De ambtenaren werden van hogerhand onder druk gezet om de uitgaven nauwlettend in de gaten te houden. In een zure brief aan een collega van juni 2001 schreef een Al-Qaeda-chef: "Sjeik Abu Abdalla heeft persoonlijk en voor de tweede keer al beklemtoond dat het absoluut noodzakelijk is de balansen in te leveren." Zelfs de banaalste onkosten werden neergepend. "Brood, groenten, olie, medicijnen", leest een nota. "Aardappelen, uien, thee, rijst", een ander. Eén document legt het salaris van een assistent-chef vast op 20 dollar.

Ook de grote bazen waren niet bang om een eind weg te zaniken. "Ik denk dat bijna niemand nog gelooft in het goede", meldt een memo van 15 juni 1998. "Iedereen heeft zijn volgelingen zo getraind dat die zich enkel bekommeren om hun eigen status, naam en rang. Ze zijn vergeten bevelen op te volgen en hun hoogste leider te respecteren." Getekend: de dienaar van de islam, mollah Mohammed Omar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234