Zaterdag 16/10/2021

De postume revanche van Lode Claes

Zal de N-VA in de regering stappen of niet? Zo luidt een van de centrale vragen bij de komende coalitievorming op Vlaams niveau. Marnix Beyen (Universiteit Antwerpen) ziet het Egmontspook opdoemen voor de ogen van Bart De Wever.

In zijn eerste reactie op de verkiezingsuitslagen feliciteerde Patrick Janssens stadsgenoot Bart De Wever omdat hij de Vlaams-nationale traditie weer in een democratische richting heeft gestuurd. Een mooier compliment had De Wever zich niet kunnen dromen. Vanaf het prille begin is De Wevers politieke streven er immers op gericht de wind uit de zeilen te halen van een partij die zijn geliefde Vlaams-nationalisme koppelt aan xenofobe oprispingen en simplistisch populisme. Dat hij daar nu glansrijk in geslaagd is, vormt voor de linkerzijde in Vlaanderen het enige lichtpunt van de voorbije stembusgang. Janssens' compliment was dus zeker op zijn plaats.

Wie later op de verkiezingsavond naar het grote kopstukkendebat keek, kon zich nochtans de vraag stellen waar precies het verschil tussen Dewinter en De Wever moet worden gesitueerd. Het gaat over "onze welvaart en ons welzijn", zo benadrukte De Wever, waarmee hij de verkiezingsslogan van het Vlaams Belang - 'Dit is ONS land' - leek te echoën. Ook los van die stilistische overeenkomst verschilden de diagnoses van de twee Antwerpse Vlaams-nationale kopstukken nauwelijks van elkaar. "Alles is staatshervorming", zo vatte Dewinter die diagnose samen toen Mieke Vogels het tegendeel trachtte te beweren. De Wever kon dat alleen maar bevestigen. Reden om met elkaar in de clinch te gaan was er dus niet.

Die vaststelling moet ons niet doen twijfelen aan De Wevers oprechte democratische gezindheid, maar wijst eens te meer op de 'gelijkoorspronkelijkheid' van het Vlaams Belang en de Nieuw-Vlaamse Alliantie. De verkiezingsuitslag van zondag lijkt meer bepaald een revanche te betekenen voor een strekking die eind jaren zeventig mee aan de wieg stond van het Vlaams Blok, maar die al gauw haar vaderschap over de partij moest opgeven. Aanvankelijk was dat Blok een kartel tussen twee kleine partijen die allebei in het najaar van 1977 waren opgericht uit onvrede met de door de Volksunie gevaren koers tijdens de onderhandelingen over het Egmontpact. Behalve de Vlaams-Nationale Partij van Karel Dillen was dat de Vlaamse Volkspartij van advocaat en Volksuniekopstuk Lode Claes. Van meet af aan bestond er een groot verschil tussen beide partijen. De Vlaams-Nationale Partij was openlijk separatistisch, de Vlaamse Volkspartij bood onderdak aan zowel separatisten als mensen die, zoals Claes, in het Belgische kader meer macht wilden voor Vlaanderen. Bovendien betrok de Vlaams-Nationale Partij een xenofoob antimigrantendiscours bij haar nationalisme, terwijl de Vlaamse Volkspartij veeleer een ethische wedergeboorte van het Vlaamse volk voor ogen had.

Bij de verkiezingen van december 1978 bleek de electorale aanhang van de eerste strekking de grootste. De Vlaams-Nationale Partij slokte de radicalere elementen van de Vlaamse Volkspartij op en ging voortaan door het leven als Vlaams Blok. Voor de traditioneel Vlaamsgezinde krachten binnen de Vlaamse Volkspartij en hun erfgenamen volgde een lange tocht door de woestijn. Dat was paradoxaal, aangezien zij ongetwijfeld het 'zuiverste' verzet tegen het Egmontpact hadden belichaamd. Hoewel sommigen zich bleven engageren in het Vlaams Blok of de Volksunie voelden zij zich er hoogst ongemakkelijk. Noch met het populisme van het Vlaams Blok, noch met de 'laffe compromispolitiek' en de progressieve koers van de Volksunie konden zij zich identificeren. Claes zelf onderhield vooral contacten met de rechts-flamingantische vleugels van de traditionele partijen, maar kon nooit meer een rol op de voorgrond spelen.

Mentaal marktleiderschap
De actuele communautaire crisis - minder virulent maar minstens zo fundamenteel als de Egmontcrisis - geeft deze strekking de kans haar autonome plaats op te eisen naast het Vlaams Belang. Dat is niet alleen De Wevers verdienste. Het toont vooral hoezeer de maatschappelijke context in de tussenliggende drie decennia is gewijzigd. Meer bepaald getuigt het van de enorm toegenomen welvaart, waardoor de publieke opinie nu meer dan toen wordt beheerst door een gegoede middenklasse. Voor die middenklasse houdt de huidige economische crisis geen acute dreiging in, maar veeleer een belemmering voor haar volledige ontplooiing. In die context krijgt de zoektocht naar concreet zichtbare zondebokken minder kans. De immigrant kan nog als een cultureel probleem worden ervaren, maar bezwaarlijk als een sociaaleconomische indringer. Wat wel gedijt in deze context van welvaart is kritiek op een systeem dat potentiële welvaartstoename belemmert.

Het verhaal van de Belgische staat die het Vlaamse volk wurgt, doet daarbij uitstekend dienst. Het is een verhaal dat toekomstgericht en rationeel klinkt, en zich dus onttrekt aan versleten clichés van het romantische flamingantisme. Niettemin kan het bogen op een rijke Vlaams-nationale traditie, die teruggaat tot Lodewijk de Raets analyses van de Vlaamse 'volkskracht' bij het begin van de twintigste eeuw. Dat hij die dualiteit perfect aanvoelt én strategisch uitbuit, verleent De Wever op dit ogenblik het mentale marktleiderschap binnen de Vlaams-nationale traditie en stelt hem in staat die traditie voor de buitenwereld onverdacht te maken. Dankzij die politieke feeling kan hij electoraal garen spinnen bij zijn geslaagde optredens in populaire tv-programma's zonder de traditionele Vlaams-nationale achterban van zich te vervreemden. Daar had Lode Claes alleen van kunnen dromen.

De huidige triomf van de N-VA kan dus worden geïnterpreteerd als de succesvolle poging van een traditioneel maar geactualiseerd Vlaams-nationalisme om de politieke erfenis van de anti-Egmontmobilisatie weer op te eisen, nadat zij drie decennia werd gekaapt door een xenofobe partij. Daarmee heeft De Wever de postume moord op zijn politieke mentor, Hugo Schiltz, voltrokken. Maar uitgerekend daardoor wordt de vraag naar de mogelijke regeringsdeelname van de N-VA zo'n beladen thema. De ironie van de Vlaams-nationale geschiedenis wil immers dat dit succes de partij automatisch opnieuw met het grote Egmontdilemma confronteert: moet zij de macht mee in handen nemen om haar programma te verwezenlijken of kan zij beter haar geloofwaardigheid behouden door vanaf de zijlijn harde oppositie te voeren? De angstvalligheid waarmee De Wever maandagavond benadrukte dat hij alleen in een regering wil zetelen als hij zijn hele programma kan realiseren, getuigt daarvan. Dat hij zich na zijn gesprek met Peeters gematigder uitliet, geeft dan weer aan dat hij bereid is de spoken van het verleden los te laten en het verschil tussen vandaag en de Egmontperiode ten volle te erkennen.

De onderhandelingen die nu voor de deur staan, moeten immers geen nationale maar een regionale regering tot stand brengen. Het behoort niet tot de bevoegdheid van zo'n autonome regering om een staatshervorming te forceren, wel om binnen de bestaande kaders en in overleg met coalitiepartners een regionaal beleid te voeren. Als de partij vindt dat die kaders ontoereikend zijn, dan moet zij nu duidelijk kiezen voor de oppositie, anders moet zij zich constructief opstellen in de coalitieonderhandelingen. Wie op dit ogenblik het politieke leven destabiliseert met harde eisen tot een verdere staatshervorming maakt oneigenlijk gebruik van de regionale verkiezingen en dient Vlaanderen zeker niet. Maar ook dat lijkt de op één na slimste mens ter wereld te hebben begrepen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234