Donderdag 01/12/2022

De postmoderne roman bestaat niet

Bart Vervaeck. 'Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman': de prijs voor helderheid

Marc Reugebrink

Iedereen die iets af weet van het postmodernisme weet dat het eigenlijk niet kan: het boek schrijven dat Bart Vervaeck over het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman schreef. Helder en overzichtelijk is het. In zeven hoofdstukken behandelt hij achtereenvolgens het wereldbeeld, het mensbeeld, de taalopvatting, het vertellen, de metafictie, de tijd en de intertekstualiteit in de postmoderne roman. Telkens zet hij een en ander af tegen theorieën en methoden die literatuurwetenschappers ontwikkelden en die veel critici impliciet of expliciet inzetten om greep te krijgen op deze aan elk literair werk te onderscheiden aspecten. Vervaeck laat zien waarom met die instrumenten nooit het wezenlijke van 'de' postmoderne roman gevat kan worden en toont aan dat bestaande leeswijzen zo'n postmoderne roman zelfs tot een slecht geconstrueerd boek kunnen maken, omdat het niet beantwoordt aan wat binnen die leeswijzen voor 'goed' doorgaat.

Steeds illustreert Vervaeck dat alles met een macht aan citaten uit een kleine honderd romans van de afgelopen vijfentwintig jaar, romans van auteurs die niet per se volbloed postmodernisten zijn, want wat dat precies is zou hij ook niet weten. "De postmoderne roman bestaat niet," zo zegt hij zelfs in zijn inleiding, "er bestaan wel romans die een aantal postmoderne kenmerken vertonen." En toch heeft men na lezing het gevoel dat hier nu eindelijk eens zaken op een rijtje worden gezet, dat Vervaeck de glazen van onze leesbril zo heeft weten bij te slijpen dat we grotendeels zijn verlost van de bijziendheid die ons bij het lezen van veel hedendaags proza zo vaak plaagde. En dat was ook precies zijn bedoeling: "het aanreiken van een bepaalde leeswijze".

Dat laatste klinkt bescheiden en vooral ook voorzichtig - de voorzichtigheid die deel uitmaakt van de beroepscode van literatuurwetenschappers die wel willen toegeven dat ze natuurlijk geen 'echte' wetenschap bedrijven, maar dat toch altijd doen op een toon die aan hun geschriften de glans van 'echte wetenschap' verleent. Het is een toon die Vervaeck in zijn recensies voor deze krant gewoonlijk achterwege laat. De keuze voor bepaalde literatuur, de blik waarmee hij naar die literatuur kijkt en het oordeel dat hij er vervolgens over velt, maken dat hij in die stukken veel minder de van een afstand met interesse toekijkende buitenstaander is dan hij in dit boek nu eenmaal aan zijn stiel verplicht is. Als criticus bekleedt Vervaeck een positie in een literair-politiek debat, en als hij voorbijgaat aan de Palmens, de Van Dissen, de Voskuilen en andere door publiek en krantenredacties tot halfgoden opgewaardeerde auteurs van boekhoudersproza, dan impliceert dat op zich al een kritiek op de dominerende literaire ideologie. En iets van die kritiek, hoe voorzichtig ook geformuleerd, klinkt gelukkig toch ook door in dit boek.

"Postmodern is voor mij niet noodzakelijk een kwaliteitslabel," stelt Vervaeck op een bepaald moment, maar het feit dat de romans die hij postmodern noemt een hoge mate bezitten "van wat Adorno negativiteit noemt" beschouwt hij even later wel als een kwaliteit: "Ze zeggen nee tegen de typische marktgebonden eigenschappen van onze huidige sociale context. Nee tegen de gelijkvormigheid, omdat elke postmoderne roman anders is. Nee tegen de directe en eenduidige communicatie omdat zo'n roman niet parafraseerbaar is en niet teruggebracht kan worden tot een 'duidelijke' boodschap. Nee ook tegen de instrumentele logica omdat een dergelijke literatuur geen doel dient en dus ook niet 'representatief' is (...). Dergelijke boeken geven een stem aan wat in de markteconomie stemloos en onopgemerkt blijft. En dat gebeurt op een manier die indruist tegen de conventionele wijze van praten en vertellen."

Hoewel Vervaeck zelf in dit boek die conventionelere wijze van praten en vertellen dus niet loslaat - hij houdt zich aan helder- en overzichtelijkheid, juist om de lezer bewust te maken van wat in de romans duister, onoverzichtelijk of zelfs complete onzin zou kunnen lijken - zou je toch kunnen stellen dat dit boek zelf ook een zekere mate van negativiteit bezit. Het vraagt expliciet aandacht voor datgene wat in de officiële literatuurbeschouwing veronachtzaamd wordt. In Nederland overigens veel sterker dan in Vlaanderen, zo is mijn indruk. Als in de Vlaamse literatuur en literatuurbeschouwing over het postmodernisme wordt gesproken, is dat steeds onder verwijzing naar het werk van Derrida, Bourdieu, Barthes, Lyotard of Foucault. In de specifiek Nederlandse literatuurbeschouwing is het postmodernisme afgevlakt tot 'pomo', zoals een weekblad voor would-be intellectuelen dat ooit noemde, en 'pomo' dat is: anything goes, iets ludieks. In het beste geval wordt het beschouwd als het sluitstuk van een ontwikkeling die ongeveer met de Romantiek begon, als de 'ontnuchtering' na eeuwen waarin schrijvers de illusie koesterden met literatuur de wereld te kunnen veranderen. De idealen van vooral de avant-garde zijn stukgelopen op 'de realiteit', zo heet het dan, en in die 'realiteit' is literatuur uiteindelijk niets anders meer dan onderdeel van de amusementsindustrie. Het postmodernisme, met zijn nadruk op het uitsluitend fictieve karakter van alles, is in deze redenering zoiets als het bewijs voor de overbodigheid van welk debat dan ook. Literatuur is hier immers 'spel' geworden en heeft alle aanspraken op 'werkelijkheid' laten varen. De romans die Vervaeck postmodern noemt, worden in Nederland nog vaak 'avant-gardistisch' genoemd: de schrijvers van die boeken hebben in de ogen van Nederlandse literatuurbeschouwers veel te veel pretentie, juist vanwege de 'negativiteit', het kritische gehalte. 'Ze begrijpen hun eigen positie niet goed', zo heet het daar doodleuk.

Vervaecks boek gaat tegen die (natuurlijk ook in de specifiek Vlaamse literatuurbeschouwing aanwezige) zelfgenoegzaamheid in en is in dat licht wel degelijk te beschouwen als een pleidooi voor een meer 'ethisch postmodernisme', zoals Dirk van Bastelaere dat recentelijk in deze krant noemde. Het bepleit uiteindelijk een paradigmawisseling, al doet het dat dan in het keurig ogende maatpak van de literatuurwetenschap en al verstout Vervaeck zich alleen in een terloopse opmerking of in een noot om eens flink uit te halen naar "gerenommeerde lezers als Jaap Goedegebuure, Ton Anbeek en Carel Peeters," die "voor hun lectuur en evaluatie vaak gebruik maken van een referentiekader dat in lang vervlogen tijden thuishoort".

Iets van een literair-politieke agenda schemert dus wel door in dit boek, al dik ik dat hier nogal aan. Het is niet het enige wat dit boek voor mij zijn waarde geeft. Juist de helderheid maakt dat je het makkelijk met Vervaeck oneens kunt zijn. Is bijvoorbeeld een van de meest door hem geciteerde auteurs, Atte Jongstra, wel zo postmodern als men op grond van de door Jongstra gebruikte verteltechnische strategieën zou vermoeden? Zijn werk is inderdaad een gedroomde schatkamer voor eenieder die de theorie wil illustreren, maar is dat niet vooral het geval omdat de vertelinstantie in Jongstra's werk zich gewoonlijk juist op de positie van de theoreticus bevindt? Jongstra is in mijn ogen maar al te vaak een, weliswaar virtuoze, pingpongspeler die de theorie tot waarheid heeft verheven en louter invult. De wrijving met 'de werkelijkheid' daarbuiten ontbreekt volledig, omdat 'de werkelijkheid' nu eenmaal niet bestaat volgens de theorie - en daarmee ontbreekt in mijn ogen de 'tragiek' in dat werk.

Iets dergelijks bedreigt natuurlijk ook Vervaecks boek: de prijs voor de helderheid die hij betracht is dat, ondanks alle voorzichtigheid en relativering, de besproken boeken toch vaak gymoefeningen lijken aan de rekstok van de theorie - een argument dat tegenstanders van het postmoderne al vaak tegen deze literatuur hebben ingebracht. Maar de theorie is hier a posteriori, een op een aantal noemers brengen van technieken die door de meeste besproken schrijvers niet zo welbewust werden gebruikt. Die hadden een andere bedoeling, die je misschien heel ouderwets zou kunnen omschrijven als: het uitdrukken van een werkelijkheidservaring die we heden ten dage postmodern hebben genoemd.

En dan: juist in deze postmodern genoemde tijd wordt vaak vergeten dat men eerst maar eens zaken moet afgrenzen voor men ze ontgrenst. Vervaeck heeft dat begrepen, en juist dat maakt van Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman een zo uitnodigend boek: als inleiding, als statement, als oproep tot tegenspraak.

Bart Vervaeck, Het postmodernisme in de Nederlandse en Vlaamse roman, VUBPress & Uitgeverij Vantilt, Brussel, 222 p., 750 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234