Woensdag 08/12/2021

De poëzie van de toekomst

Morgen is het weer zo ver. Het Nederlandse taalgebied viert zijn jaarlijkse Gedichtendag. Om de horde die zich massaal op de poëzie stort te kanaliseren, heeft de derde gedichtendag een uitgekiend thema: de smartlap. Heeft Gedichtendag nu al een dekmantel nodig, vraagt criticus Koen Vergeer zich af.

Poëzie moet weer onder de mensen komen. Dat is de drijvende gedachte achter gedichtendag. Gerrit Komrij, in Nederland tijdens de eerste gedichtendag uitgeroepen tot Dichter des Vaderlands, hamert daar ook op: poëzie moet weer midden in het leven staan, entertainen, beetje kermis erbij kan geen kwaad. Poëzie moet het podium op, liefst met muziek of video, multimedia, dat spreekt aan. Van de rap, een jaar of wat geleden door Komrij nog als "de redding van de poëzie" aangeprezen, wordt echter al een tijd niks meer vernomen. Dat is het risico van koppelverkoop. Snel doorpopulariseren.

Allemaal niks op tegen. Behalve als je ziet wat er onder de populariseringsvlag allemaal voor kwaliteit en de redding van de poëzie moet doorgaan, zoals de poëzie van Ingmar Heytze en Hagar Peeters. En dat terwijl in Nederland poëzie geschreven wordt door de beste lichting dichters sinds de Vijftigers. Elma van Haren, Anneke Brassinga, Kees Ouwens, Ilja Pfeijffer, Henk van der Waal, Esther Jansma, Tonnus Oosterhoff, K. Michel en Arjen Duinker. Allemaal dichters die voorbij iedere richtingenstrijd gewoon prachtige poëzie schrijven, gedichten, waarbij zij zich vooral toeleggen op een krachtige, effectieve vorm, poëzie waar werkelijk muziek in zit.

Hoe zit dat eigenlijk in België? Internetdichters, cultuur-watchers en lokale couranten maakten zich afgelopen gedichtenjaar boos over het feit dat er zo weinig Vlamingen werden genomineerd voor Vlaamse poëzieprijzen. Voor de Paul Snoek-prijs zelfs niet één! Die jury was wijzer geweest een excuus-Vlaming toe te voegen, maar welke? Welke dichter in Vlaanderen past in het hierboven genoemde rijtje? Natuurlijk in Vlaanderen leeft Hugo Claus, maar deze dichter is alle onderscheidingen, op die ene na, voorbij. En daarna wordt het stil.

Misschien is de oorzaak wel gelegen in de alles en iedereen doodslaande dichotomie in de Vlaamse poëzie. In Nederland wordt er op poëzie-avondjes jaloers gefluisterd dat de poëzie in Vlaanderen nog serieus genomen wordt, dat er een heuse richtingenstrijd gaande is, waarbij critici en dichters elkaar wel eens voor rotte vis uitmaken. Dat is blijkbaar de norm. Het is het gefluister van mensen die op gedichtendag weer allemaal vooraan staan.

Helemaal onwaar is het niet. De kloof tussen de toegankelijke en de ontoegankelijke dichters is in Vlaanderen immens. Men is of een burgerlijk-traditionalist of een avant-gardistische ontregelaar. Ertussen bestaat inmiddels niets meer, en allerlei misvattingen woekeren onder deze dichotomie voort. Toegankelijke dichters zouden de relatie tussen taal en werkelijkheid als vanzelfsprekend beschouwen - onzin: zij zijn er niet op gefixeerd, dat is wat anders. En omgekeerd: wie parlando verruilt voor parataxis is al snel een duistere postmodernist die alleen voor zijn geleerde vriendjes schrijft. Even zo goed onzin.

Het gevolg: een interessant dichter als Hertmans moet op eieren lopen tussen zijn postmoderne theorieën en zijn, laten we zeggen, burgerlijke beleving. Talenten als Dewulf en Ducal doen er het zwijgen toe en Verhelst verkast naar het land der blinden, het proza.

Neem de stereotypen van de tweedracht. Links: Dirk van Bastelaere en rechts: Leonard Nolens. Nolens, zo wil het cliché, is de uitdrukker van zijn eigen, vooraf gegeven gemoedsgesteldheid, pathetisch, sentimenteel, in een taal die zijn eigen taligheid voor geen meter problematiseert. Klets. In zijn hang naar het absolute gedicht loopt Nolens voortdurend tegen de taligheid van de taal aan, maar in plaats van er in zijn poëzie over te filosoferen, probeert hij de taal toch naar zijn hand te zetten. Door middel van de vorm:

Het is een prachtig boek In de luwte gelegen, het schuwde Zijn zegen te geven aan mij. Het gruwde te spreken van ons.

Een fraaie, muzikale strofe - die bovendien ook nog iets zegt over de relatie taal en werkelijkheid. Maar mij gaat het nu om de vorm, het ritme, het binnenrijm. Een strofe zoals ik er graag veel meer van hem zou zien. Maar Nolens teert mijns inziens te veel in op het beeld van dat absolutisme, dat vaak uitloopt op het 'niets'. Absolutisme is echter geen garantie voor goede poëzie. Minder 'niets' en meer muziek, wat meer de vroege Nolens zou ik wensen.

Dan Van Bastelaere. De fragmentatiedichter, zo wil het cliché, asentimenteel, de criticus die historisch verantwoorde hedendaagse poëzie wil schrijven. En zeker, hij schrijft prachtige regels als deze in Hartswedervaren:

Hannah, klein hart, In de transparantie van je ribbenkast Beweegt het nog na als een klaproos Toegewaaid in de berm, Je bent het helemaal, Dat verfomfaaide bloemblad Tussen longen als theebuiltjes in een Naar adem happende wereld.

Asentimenteel? Wat is dat eigenlijk, sentiment? Snel verder. Want wat aan de bejubelde bundel niemand opviel, is dat de dichter vertrokken is vanuit een vooraf gegeven gedachte. En eigenlijk komt hij ook niet veel verder dan dat vertrekpunt. De gedachte zelf is niemand ontgaan: het hart als symbool of icoon of zelfs als letterlijke spier is gecompromitteerd door onze sentimentele, burgerlijke (logocentrische) kijk op de wereld. Valt niets op af te dingen, maar riep Nijhoff al niet meer dan een halve eeuw geleden "blijf er toch af met dat hart van je!"? Voert Van Bastelaere misschien niet te veel strijd tegen de windmolens van de dichotomie? Meer muziek en wat minder cultuurkritiek, wat meer de lyrische Van Bastelaere zou ik mij wensen.

Lyriek! Muziek! Wat ik maar zeggen wil, er wordt te veel getheoretiseerd over poëzie, er wordt te veel verschanst, de loopgraaf zit de Vlaming blijkbaar in het bloed. Het door nieuwe pastoors, poëzie-polities en de boutades van Herman de Coninck op de spits gedreven schisma in de Vlaamse poëzie gaat minder diep dan men wil doen geloven. Maar wat veel erger is: het effect is puur negatief op het poëtische klimaat in Vlaanderen, want er wordt veel te veel opgekeken tegen zowel sentiment als filosofie, en daarom zit er totaal geen muziek meer in de Vlaamse poëzie.

Hoog tijd voor wat theorie. Want wat bedoel ik met muziek? Daarmee bedoel ik ritme, grote, lange ritmische syntagma's, geen metrisch gebonk maar dansende zinnen gedreven door sterke metrische impulsen, die werken op je motoriek, je adem, je zenuwen, rijm, dynamiek, geen stapelingen maar concentratie. Uitbundigheid en barok maar wel met een binding van binnenuit. Ideeën en filosofie welkom, evenzo sentiment, de inhoud doet er eigenlijk niet zo toe, als-ie maar wordt gedragen door de vorm, de vorm is eerst. De vorm creëert, dicteert, de vorm verhevigt, verdiept, verrijkt zo mogelijk de gedachte. De praktijk? Lees het volgende gedicht uit Schuldsanering van Henk van der Waal:

Nog afgezien van de matte afhankelijkheid en de godse hooikoorts die niest in ieders hoofd besterf ik het gemist te worden, want u de mij binnengevallen waandroom, u mijn overweldiging en te blauw voor de zee, u mijn kastijding in bloed geschreeuwd, u mijn opblaasbaar luchtkasteel waarin ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen, en naar vertroosting, maar heb ze niet gevonden, zodat ik uit licht nu duisternis hak en met een staalborstel de vrees van mijn lichaam krab om het wachtlied dat zich in mij uitwist te vernemen en dat ik alleen maar zingen kan als de talkshow van de lofzang gebroken wordt door een beklijf mij niet, ik ken u niet - bewaar me niettemin het blauwe ogen blozend blonde van mijn kind.

Voorwaar geen smartlap! Hoewel... absoluut sentimenteel, en meeslepend, ritmisch, overweldigend, taal, poëzie die wat met je doet. Nee, je leest het niet vluchtigjes weg, je moet er even de tijd voor nemen en dat is nu precies wat zo'n populariseringsfenomeen als de gedichtendag dreigt te doen vergeten.

Gloort er dan geen sprankje hoop aan de Vlaamse poëzie-horizon? Holvoet-Hanssen? Die maakt toch vrijuit en eigenzinnig poëzie vol kinderversjes en liedcitaten? Holvoet-Hanssen bespeelt veel registers, is zeker een van de interessantste Vlaamse dichters van het moment. Maar omdat zijn poëzie vooral een vlucht vooruit is, ontbreekt een stringente, indringende muziek. Wat minder montage, meer muziek graag, meer concentratie. Maar Holvoet-Hanssen begint nu ook al manifesten de wereld in te sturen. De zucht naar erkenning, begrip en bewondering, naar een plek in de suf-geëtiketteerde Vlaamse poëzie.

Jan Lauwereyns is het voorbeeld van een teveel aan theorie. Zijn in paradoxen vermomde flirt met het orfisme moet hij maar eens in de praktijk brengen, de nachtmerrie van de aan stukken gesneden Japans-Amerikaanse callgirl in Blanke verzen is misschien de commerciële variant?

Bart Janssen vindt het wiel van Kouwenaar nog maar eens uit: "Weer schrijft men zijn schrift naar de mond, neemt met haperende lip de zang in de tang." Kwijtschrift staat vol van zulke lettergrapjes en minimalistisch gechicaneer. Het is niet lelijk of slecht, maar wel achterhaald: "licht zwelt/ van buik tot knik, hals opent/ gat naar niks, bodem sluit/ krans van restant."

Dimitri Verhulst dan? Ja, Verhulst! "De opluchting kwam voor de zoveelste keer uit België", schreef De Groene Amsterdammer over hem. Ja, Verhulst past exact in het populariseringsplaatje dat Komrij voor ogen lijkt te zweven. Niet voor niets doet de titel van Verhulsts eersteling, Liefde, tenzij anders vermeld, denken aan het door populariseerders zo bejubelde debuut van Hagar Peeters, Genoeg over de liefde gedicht vandaag. Verhulst schrijft recht-voor-zijn-raap-poëzie die de van soap doordrenkte lezer van onder de dertig onmiddellijk zal aanspreken. "Ik weet het, hij woont in Zemst, zwemt olympische lengten in zijn geld/ en belt voortdurend op jouw gsm./ Maar dat kind, is dat ook van hem?" Inderdaad, de smartlap. Dit, dames en heren, is de poëzie van de toekomst. En wat is het? Zware, rauwe en pretentieuze romantiek. Echte, hedendaagse gevoelens: "Mijn broek vol explosieven hangt op de stoel./ Ik heb het jeuksel uit jouw geslacht geharkt/ en verwijl in de stilistische stilte na de storm." Deze regels hebben alles wat een aansprekend gedicht moet hebben: eigentijds en herkenbaar (want een beetje vent is toch terrorist of crimineel met explosieven in zijn broek), knoertlelijke beeldspraak (jeuksel) en grootse pretentie (stilistische stilte). Allemaal niks op tegen, behalve die beeldspraak. Schrijnend. "Hoe ik je/ luid, likkend aan de klepel/ van je vuig bebaarde klok."

Vanwege de herkenbaarheid en het hoge recht-voor-zijn-raap-gehalte wordt deze poëzie ook in Nederland geprezen. De opluchting. Men is blijkbaar wanhopig. Poëzie, en vooral het schrijven en praten over poëzie, gaat in Nederland en Vlaanderen gebukt onder een vreemd soort doemdenken. Poëzie leeft niet meer onder de mensen, zeker niet onder jongeren, poëzie verkoopt niet. En verkoopcijfers, daar gaat het toch? Omdat reality-tv en soap beter scoren moeten kwaliteit en bezieling in godsnaam maar overboord. Hoe goed bedoeld ook, gedichtendag met zijn populariseringsdwang en bijbehorend marktdenken, draagt daar alleen maar toe bij. Hoe meer mensen aan de poëzie hoe beter, maar niet ten koste van alles. Lees morgen gerust een gedicht, maar doe dat overmorgen nog eens. Gedichten doe je niet in één dag, daar leef je een eeuwigheid mee.

Koen Vergeer is poëzierecensent van De Morgen. Leeslijst: 'Hartswedervaren' van Dirk van Bastelaere (Atlas), Kwijtschrift van Bart Janssen (Lannoo), Santander. Ontboezemingen in het vossenvel van Peter Holvoet-Hanssen (Prometheus), Blanke verzen van Jan Lauwereyns (Lannoo), Manieren van leven van Leonard Nolens (Querido), Liefde, tenzij anders vermeld van Dimitri Verhulst (Contact), Schuldsanering van Henk van der Waal (Querido).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234