Maandag 09/12/2019

'De Poezenkrant', aanstekelijk blad voor de hondenhater

Katten en schrijvers, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Nederland heeft zijn illustere 'Poezenkrant', maar hoe sterk is het Vlaamse snorharenfront?

In Vlaanderen zouden meer mensenDe Poezenkrantmoeten lezen. In de steeds krimpende tijdschriftenmarkt is het een van de weinige bladen die standhouden en zelfs groeischeuten vertonen. Nummer 57 bestormde in juni van dit jaar alweer de bestsellerlijstjes in Nederland onder de welluidende titel: 'Poezen in onderdrukking en verzet 1940-1945'. Het is een fraai naslagwerk over de overleving van de poes in barre oorlogstijden, en een mooie aanvulling in de verzameling vanDe Poezenkrant-verzamelaar.

Het onregelmatig verschijnende blad van directeur Piet Schreuders voor de hondenhater met 'aanstekelijke afbeeldingen' en 'onberispelijke details' werd opgericht als vakantiepleziertje omstreeks 1974. Indien u belangstelling heeft voor de grillige geschiedenis van dit tijdschrift, moet u de kattenplaatjes op het internet maar eens wegklikken en op zoek gaan naar een tweedehands exemplaar vanHet Grote Boek van De Poezenkrant.

Staart als leeslint

Dit verzamelboek voor de liefhebber, met een pluizige kattenstaart als leeslint, bundelt alle verschenenPoezenkrantensinds het ontstaan - of toch een mooie selectie daaruit. Zo leest u hoe W.F. Hermans op de abonneelijst is verschenen, waarna die de eenkoppige redactie met volgeschreven ansichtkaarten bestookte. De schrijver laat bijvoorbeeld weten dat zijn katten 's nachts de grootste onruststokers zijn met betrekking tot gevechten met het meubilair, waarbij de onderburen de indruk krijgen dat je blijkbaar enkel goede romans schrijft als je regelmatig midden in de nacht een grote stoel omgooit. Tot aan zijn dood bleef Hermans een groot inspirator voor dit wonderbaarlijke tijdschrift dat in het niets verbleekt naast deWoef- het blaadje voor de hondenbezitter.

Naast het particuliere verhaal van Hermans, vind je de academische geschriften van Kousbroek over de poezentaal. Dankzij zijn artikels over het fenomeen kreeg ik eindelijk inzicht in de wonderbaarlijke keelklanken die mijn katten uitstoten bij het zien van een ordinaire stadsmus of hommel. De fonetisch gespelde uitroepen (Ekk kekk kkk ek mkk!) bieden een verfrissende blik op de krochten van de poezengeest.

Opvallend zijn ook de spaarzame Belgische inzendingen door de geschiedenis heen, waaronder bijvoorbeeld enkele kattencartoons van Ever Meulen, en een foto van zijn poes in een broodzak. Nog zo'n jaloersmakend object is de poezentrap van architect bOb Van reeth (in een rectificatie door hem rechtgezet dat het ding niet eens voor dat doeleinde is ontworpen). Kortom, probeer dit verzamelnummer op de kop te tikken en blijf op de hoogte van de laatste trends in advertenties voor kattenbrokken, beschouwingen over het gebruik van het kattenluik en duizelingwekkend beeldmateriaal van nukkige katten.

Echte kattenliefhebbers praten graag over hun teerbeminde huisdieren - die met een hond aan de leiband zijn wellicht al afgehaakt bij dit stuk. Over de halsbrekende vluchtroutes die ze nemen wanneer de stofzuiger nog eens van stal wordt gehaald (zie: de relatie met machines), wanneer ze afwijzend wegkijken van de lens wanneer je een foto probeert te nemen van hun snoezige kop (zie: zogenaamd poseergedrag), en waar zij laatst die dode muis hebben achtergelaten (zie: de omgang met vreemden).

Uren kan ik doorlullen over de nierziekte die mijn kater James heeft opgelopen dankzij de droge brokken van de malafide kattenvoedselfabrikanten. Alsook over de nacht dat de zwarte Baudelaire haast in tweeën werd gesplitst vanwege een halfslachtige sprong naar de kier van het raam dat op kiep stond. Zij liep daarna nog een week met verlamde achterpoten rond.

Halsbrekende toeren

Ik zal het dan ook niet laten om in interviews of krantenstukken mijn twee poezen een eervolle vermelding te schenken. Zij zijn dan ook mijn trouwe bijzitters wanneer ik aan het schrijven ben. Zo heeft de fotograaf Jelle Vermeersch voor het weekbladHumoeens drie uur in mijn woonkamer foto's zitten schieten in de hoop mij met James te kunnen vereeuwigen. De halsbrekende toeren namen dalíeske dan wel Fabre-achtige toestanden aan - met opengekrabde armen als gevolg. Het resultaat heeft echter nooit het blad gehaald, nu wel het krantenpapier.

Over de schrijver en zijn of haar kater of poes zijn de laatste letters nog niet neergepend. Lees Remco CampertsDagboek van een poeser maar op na, of Jan Wolkers die op verliefde toon over zijn rosse kater sprak die zich rond zijn schrijfmachine krulde - het moeten niet altijd spuugbeestjes zijn natuurlijk. (Een veelbesproken euvel bij de moderne schrijver is trouwens de poes die zich op het verhitte toetsenbord nestelt en daarbij de eerste versie van de roman of dichtbundel per ongeluk wist of hele lappen tekst onherkenbaar verminkt.)

Maar wat ik me afvraag bij het lezen van de memoires van schrijverskatten uit Nederland, en tonnen lezersbrieven uit Den Haag, Rotterdam en Apeldoorn, is hoe het gesteld is met het abonneebestand vanDe Poezenkrantin Vlaanderen. En of de verkoop hier misschien niet opgekrikt kan worden met wat meer Vlaams gekrakeel op het snorharenfront. Na enig veldwerk is me duidelijk geworden dat het namelijk lang niet zo slecht loopt met het poezenbestand van onze Belgische schrijvers. Nadat Saskia de Coster en Herman Brusselmans meermaals met een hond werden gespot, zijn er toch nog enkele tekenen van hoop. Bekende voorbeelden zijn wellicht wijlen Hugo Claus en Ivo Michiels, beiden met hun sluipende nachtwakers op foto vereeuwigd.

Geronk en gespin

En er zitten ook nog enkele levende exemplaren aan hun volgende meesterwerk te tikken onder het begeleidende geronk en gespin van hun lievelingspoes. Notoire poezenschrijvers uit België zijn bijvoorbeeld Max Temmerman, Annemarie Estor, Stijn Vranken, Ingrid Vander Veken, Lies Van Gasse en Jeroen Olyslaegers. Dankzij de prachtige foto's uit hun privécollectie kan u even stilstaan bij het harde leven van de schrijverspoes, hoe hij of zij zich in bochten draait en spint in de hoop de onverdeelde aandacht van de geconcentreerde schrijver te krijgen. Ondertussen lees ik verder inDe Poezenkrant, over de bevindingen van de heer Jan Tholenaar uit Baambrugge die zijn verzamelde collectie snorharen tentoonstelt. Of kijk ik nog een keer naar dat hilarische YouTubefilmpje met een kat die verkleed in een haaienkostuum op een automatische en draadloze stofzuiger door de kamer zoeft.

De Poezenkrantverschijnt op onvoorspelbare tijdstippen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234