Dinsdag 24/05/2022

De poëet van Cobra is niet meer

Ze zeggen dat hij de poëet was van de drie. Karel Appel was het schildersbeest, Constant de theoreticus en hij dus, de poëet. De poëet, een van de drie Nederlandse Cobra-kunstenaars, is niet meer. In Frankrijk is gisteren Corneille gestorven, medeoprichter van Cobra en een van de succesvolste Nederlandse kunstschilders van de twintigste eeuw. Hij werd 88 jaar.

Succesvolle kunstschilder en beeldhouwer Corneille op 88-jarige leeftijd overleden in Frankrijk

Met de dood van Cornelis Beverloo, zoals Corneille echt heette, is de Nederlandse tak van de naoorlogse Cobra-beweging definitief uitgestorven. Het verlies is enorm, al was Corneilles oeuvre even breed als onevenwichtig.

8 november 1948. In het café van het hotel Notre Dame in Parijs wordt de oprichting van de Cobra-beweging met een manifest bezegeld. De Deen Asger Jorn is erbij, de Belg Christian Dotremont en het Nederlandse driemanschap Karel Appel, Constant en Corneille, 26 op dat moment. Het manifest was een regelrechte liefdesverklaring aan het experiment, een bevrijding van het juk van de burgerlijkheid. Voortaan zouden kunstenaars zich vrij uiten in kunstwerken als “een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles samen”. Spontaneïteit en kinderlijke naïviteit: dat waren de codewoorden, de basis van alle creativiteit. Drie jaar later was Cobra al niet meer. Later zou Corneille telkens opnieuw herhalen dat ze op hun hoogtepunt gestopt waren. Niet dat hij de Cobra-beginselen afzweert. Hij blijft ze in zijn later werk opvallend trouw. “Waarom ook niet?”, zal hij later, drie jaar voor zijn dood, zeggen in een interview met De Volkskrant. “Het was een formidabel avontuur.”

Rewind naar 1922. In Luik wordt Cornelis van Beverloo geboren, als kind van twee Nederlandse ouders. Achttien jaar later volgt hij twee jaar les aan de Rijksacademie in Amsterdam. Hij vindt het maar een “saaie troep”, maar hij leert er wel Karel Appel kennen - een ontmoeting die bepalend zal zijn voor zijn carrière als kunstschilder. Al blijkt een andere ontmoeting nog bepalender: die met het werk van Kandinsky, Paul Klee en Matisse. Dat was in 1946 in Groningen, in het Stedelijk Museum. Corneille exposeerde er voor het eerst. De Experimentelen werden opgericht en twee jaar later Cobra. Drie jaar later is het alweer voorbij.

Corneilles beste jaren, de jaren vijftig en vroege jaren zestig, komen daarna. Daar is zowat elke kunstkenner het over eens. “Ik heb bij verzamelaars werken van hem uit die periode gezien die bij het grote publiek onbekend zijn”, vertelt galeriehouder en kunstkenner Adriaan Raemdonck. “Alleen al op basis daarvan kan je concluderen dat hij een heel grote meneer was in de kunsten.” In zijn ‘beste periode’ is Corneille definitief naar Parijs verhuisd en maakt hij veel reizen. Hij ging naar Cuba, Zuid-Amerika en Mexico, wat terugkwam in zijn werk. De kleuren, de levenslust, de energie, de beweging: het zat er allemaal in. Nog later vindt de kunstenaar zijn eerste onderwerpen terug: vrouwen, vogels, bomen... Figuratie dus, alweer een nieuw hoofdstuk in zijn carrière. Corneille, de kameleon. “Ik herontdek mezelf voortdurend”, zei hij in 2002 in een interview met deze krant. “En dat merk je aan mijn wisselende stijl. Maar het wezen, de ziel van mijn schilderkunst blijft dezelfde: de passie voor het leven en de afwezigheid van wrede elementen.” En er is nog een constante: de poëzie die uit het werk spreekt. Dat was al zo in zijn Cobra-periode. Appel was het schildersbeest, Constant de theoreticus en hij was de poëet. Of, zoals hij het zelf verwoordde: “Ik heb mezelf altijd als literaire schilder gezien. Mijn werken zijn fabels.” Ook aan zijn werkwijze tornde Corneille niet. “Ik keek altijd alsof ik mijn ogen voor het eerst gebruikte”, klonk het in De Volkskrant. En in een ander interview: “Als ik begin heb ik nog steeds geen idee. Ik verafschuw inspiratie. Ik ga gewoon aan het werk. Na het eerste streepje komt een tweede, van een vlek komt nog een vlek en de vlek wordt een vogel, of een vrouwenlichaam. Het is de manier van een kind. Ook een kind begint maar. Ik hou ook niet van het woord inspiratie. Het heeft iets edels. Je plaatst een kroontje op het hoofd van een heilige. Nu ben je schilder. De inspiratie is je ten deel gevallen.”

En toch. Hoezeer hij met die woorden ook ingaat tegen het heersende beeld van ‘de kunstenaar’, was hij een erg archetypisch kunstenaar. Met zijn baard, zijn Franse ateliers, zijn vele, véle affaires. Tot de jaren tachtig dan, want dan begint hij commerciële activiteiten te ontplooien die de artistieke goegemeente allesbehalve zinnen. Hij gaat dan ook behoorlijk ver. Eerst gaat het nog om gesigneerde litho’s en prenten, maar daarna komen er ook dassen, dekbedden en serviezen. Ja, zelfs een tram. ‘Corneille’ is een merk geworden en dat vertroebelt het zicht op het oeuvre van de man. Dat vindt ook Adriaan Raemdonck. “Het is waar dat het oeuvre van Corneille bepaald onevenwichtig is en niet altijd uitblinkt in creativiteit. Maar er zijn zoveel werken waarin hij zich wel een groot kunstenaar toont... Die doen die mindere werken teniet. Je vergeet ze meteen.”

De laatste jaren ging Corneille mentaal door een dal. Periodes van grote helderheid en energie, wisselden periodes van grote depressie af. Wekenlang verbleef hij in psychiatrische ziekenhuizen. “Te veel emoties denk ik”, zei hij in De Volkskrant. “Ineens, boem, vliegt het deksel van de pan, en ben je geestesziek.” Het zijn ook jaren van wilde en giftige geruchten. Zijn zoon Dimitri (nu 25) en 26 jaar jongere echtgenote Natacha worden ervan beschuldigd de hoogbejaarde kunstenaar uit te buiten en af te schermen van de buitenwereld, zo belust waren ze op zijn geld. “Nonsens”, hebben Corneille en zijn familie altijd beweerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234