Donderdag 26/11/2020

De podia, de platen en de portemonnee

Het Brussels Jazz Orchestra krijgt Vlaamse subsidies, maar stapte naar de Raad van State om een groter deel van de koek te eisen. 'Een bijzonder gevaarlijke situatie', vindt Rik Bevernage (De Werf)

Het belang van diversiteit

Brussel

Van onze medewerker

Didier Wijnants

Het jazzlandschap in ons land is de laatste jaren sterk geëvolueerd. Er is groeiende overheidssteun, het publiek toont een hernieuwde belangstelling en het aantal jazzpodia stijgt nog elke dag. Verheugend, dat vindt zowat elke waarnemer, maar van een jazzhype is geen sprake en daar zit ook niemand op te wachten. En voor de kenners zijn niet Diana Krall en Jamie Cullum de jazzfiguren van 2004, maar wel een Branford Marsalis of Jef Neve of Anthony Braxton of Simon Nabatov of... Er is zoals steeds weinig eensgezindheid onder de kenners, en dat komt omdat jazzliefhebbers boven alles de diversiteit en veelkleurigheid koesteren. Een portret van een jaar jazz aan de hand van drie p's: de podia, de platen en de portemonnee, gekruid met commentaren van op het terrein.

Vijf jaar geleden kon je ze op één hand tellen, de zalen in Vlaanderen waar wel eens een volwassen jazzconcert georganiseerd werd. Dat is vandaag anders, een evolutie die vooral te danken is aan de JazzLab Series. Het initiatief is gegroeid vanuit kunstencentrum De Werf in Brugge en leidt inmiddels een zelfstandig bestaan dankzij een bescheiden maar belangrijke subsidie van de Vlaamse Gemeenschap. De missie van de JazzLab Series kun je zo samenvatten: goede Belgische jazz naar goede podia brengen.

In het verlengde daarvan nodigen culturele centra nu ook al eens een internationale jazzgroep uit, zij het dan meestal Afro-Amerikaans en niet al te risicovol. Voor Rik Bevernage van De Werf was dat een signaal om zijn eigen programmering bij te sturen. "Wij schuiven nog een stukje op naar minder bekende namen en genres. In De Werf hebben we in 2004 dus onder meer Bik Bent Braam, Ab Baars, Michael Vlatkovitch, Simon Nabatov, Contraband en Braxton geprogrammeerd", zegt Bevernage, "kwalitatieve jazz zonder compromis."

Een gelijkaardig geluid hoor je in deSingel, waar Hugo De Craen het jazzprogramma samenstelt. Maar hij vindt dat het in de praktijk niet meevalt om de beoogde kwaliteit te brengen. "Wij willen het publieksaantal vergroten met een continue, eigenzinnige programmering", klinkt het. "De valkuilen van de economische wetmatigheden trachten we te doorbreken via persoonlijke contacten met de muzikanten. Maar er zijn veel boeiende muzikanten die je vrijwel nooit in Vlaanderen kunt beluisteren en die je vaak ook moeilijk naar hier krijgt. Misschien lukt dat als we nauwer zouden samenwerken met het Bimhuis in Amsterdam of Banlieues Bleues in Parijs."

Samen met de toename van het aantal jazzpodia is er een betere spreiding merkbaar over het land. Vroeger vond je jazz bijna uitsluitend in Antwerpen, Gent, Brussel en Brugge. Nu is dat heel wat breder. Sinds enkele jaren is er bijvoorbeeld een opvallende eigentijdse jazzprogrammering op de as Hasselt-Maasmechelen onder de noemer Motives for Jazz.

Maar naast de gesubsidieerde podia zijn er ook nog een hele reeks privé-initiatieven die mee de heropleving van de jazz vormgeven. Zij doen het zonder overheidstoelagen en trachten een goed compromis te vinden tussen clubsfeer en kwaliteit. Juul Anthonissen en zijn zoon Peter doen dat in Heist-op-den-Berg al jaren vanuit de stilaan legendarische Hnita-Hoeve. "De eigenheid van de Hnita-Hoeve ligt volgens ons vooral in de omstandigheden waarin we concerten presenteren, een combinatie van de warme, gemoedelijke, intieme sfeer van een jazzclub en de kwaliteitsvolle speel- en luisteromstandigheden van een auditorium", weet Peter Anthonissen. "In die omstandigheden gedijt een 'explorerende' programmering ook het best."

Het aanbod is intussen wel zo groot geworden dat de agenda vaak niet meer bij te houden is. Jacobien Tamsma van Jazztronaut, de organisatie achter de Audi Jazz-concerten in het najaar, vindt dat een normaal verschijnsel: "De balans tussen vraag en aanbod is subtiel. Dat steeds meer zalen nu ook jazz programmeren, moet een evenwicht vinden met de vraag van het publiek."

Het festivalaanbod is nog steeds in beweging. Het Blue Note Festival in Gent is snel een vaste waarde geworden en breidt volgend jaar zelfs uit met een tweedaagse in De Haan aan zee. De eerste namen die daar op de affiche staan, laten zien dat initiatiefnemer Bertrand Flamang het risico niet schuwt: het ICP-orkest, de Mingus Big Band en de Andrew Hill Big Band. "Bij het Blue Note Festival richten sommigen de aandacht vaak op ons publieksbereik en ons succesgehalte in plaats van op de inhoud", aldus Flamang. "We zijn wel een vreemde eend in de bijt. Slechts 15 procent van ons budget bestaat uit subsidies, dat doet veel wenkbrauwen fronsen. We verbreden ook naar hippe eigentijdse varianten van de jazz, en ook daar heb je critici. Maar we streven ernaar dat dat verder aanvaard wordt."

Minder duidelijk is de toekomst van het festival Jazz Brugge. Ondanks een sterk programma viel de publieksopkomst in het Hemelvaart-weekeinde erg tegen. Het gevolg is een fikse financiële en morele kater. Rik Bevernage, ook hier de stuwende kracht: "Ik wil niet aan de ziel van het festival raken, maar ik vrees dat we dat moeten doen als we een groter publiek willen bereiken. Hancock, Toots, Marc Moulin, Junior Jazz... Dat hoeft voor een jazzmissionaris als mij niet."

In 2004 was er geen Middelheim-festival (dat is tweejaarlijks) maar wel het aloude Free Music Festival, een steengoede editie trouwens. Free Music zou in 2005 overigens een fikse facelift krijgen en op de kalender wellicht verhuizen naar de derde week van augustus.

De cd-markt is in volle beweging en dat merk je in de jazz ook. Ronny Daschot van de Antwerpse jazzspeciaalzaak Jazznote vat de trends als volgt samen: "Je hebt de makkelijk in het oor liggende cd's van Diana Krall, Jamie Cullum, Norah Jones en Madeleine Peyroux. Zij helpen om de jazzcijfers op peil te houden en jazz een beetje hip te houden. Maar kleine gespecialiseerde labels blijven het moeilijk hebben om hun weg naar de consument te vinden. Artiesten gaan vaak opnemen in eigen beheer of zoeken distributie enkel via het net."

In de meer geriskeerde jazz zie je al jaren voorbeelden van muzikanten die helemaal hun eigen weg gaan. Saxofonist Tim Berne bijvoorbeeld verkoopt zijn opnamen bijna uitsluitend via zijn website of face to face na optredens. Een beroemder voorbeeld is Branford Marsalis, volgens Peter Anthonissen dé jazzfiguur van 2004, "vanwege zijn muzikale kwaliteiten, zijn genereuze persoonlijkheid en zijn gedurfde keuze om zich van de grote muziekconcerns af te keren".

Sterker, door het groeiende privé-initiatief is het vandaag nauwelijks nog haalbaar om het aanbod aan jazz-cd's volledig in kaart te brengen. Maar er is zeker een markt voor kleinere labels. Een opvallend voorbeeld is het Palmetto-label, dat in 2004 zelfs prominent te gast was op het North Sea Jazz Festival. Wat Hugo De Craen de opmerking ontlokt: "Ik kijk uit naar een North Sea-dag met groepen van het Werf-label."

Met jazz wordt zelden grof geld verdiend, vandaar 'de portemonnee' en niet 'de poen'. Heel bemoedigend is het feit dat de Vlaamse Gemeenschap de jazz steeds meer structureel en projectmatig ondersteunt. Die steun moet in de toekomst echter nog groeien en vooral stabieler worden.

De Vlaamse Gemeenschap subsidieert intussen wel structureel enkele vaste ensembles. Het Brussels Jazz Orchestra (BJO) geniet, opnieuw deels dankzij die steun, een benijdenswaardige internationale reputatie. Het orkest onder leiding van Frank Vaganée mag je zonder blozen tot de wereldtop rekenen, geen geringe prestatie. Hopelijk leidt dat niet tot overmoed, wat gevreesd mag worden als je verneemt dat het BJO een procedure bij de Raad van State heeft opgestart om een groter deel van de subsidiepot te claimen.

Bevernage huivert terecht bij die evolutie: "Dat brengt ons in een bijzonder gevaarlijke situatie. Het mooie van een subsidiebeleid is net dat subjectieve factoren een rol kunnen spelen: welke genres moeten we meer ondersteunen, hoe kunnen we het brede cultuurlandschap bijsturen. Subsidiebedragen op een juridische manier aanvechten is aansturen op 'objectiviteit': aantal concerten, aantal muzikanten, aantal aanwezigen... Ik vrees dat het BJO door dit geding fundamenten aan het doorzagen is."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234