Zondag 17/01/2021

De plotselinge scheefheid van het leven

Nieuwe roman van Vonne van der Meer irriteert niet maar beklijft ook niet

In De avondboot vertelt Vonne Van der Meer vijf verhalen over mensen die gedurende het zomerseizoen een zekere tijd doorbrengen in hetzelfde huisje op een van de Waddeneilanden. Het zesde verhaal gaat over de vrouw die dat huisje schoonhoudt.

Vonne van der Meer

De avondboot

Contact, Amsterdam, 203 p., 620 frank.

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw spraken bepaalde mannelijke recensenten nog onbekommerd over 'damesromans'. Ina Boudier-Bakker, Top Naeff, Jo van Ammers-Küller, om er maar enkele te noemen, ze gingen als warme broodjes over de toonbank, maar vonden geen genade in de ogen van de heren recensenten: burgerlijk, middelmatig, muf waren hun boeken, al zorgde een enkele roman soms nog wel voor enige opschudding. Alie Smedings De zondaar uit eind jaren twintig, waarin een dienstbode de knieën van een pastoor omhelsde, lokte bijvoorbeeld een discussie over pornografie uit, een discussie die uiteraard van het nodige honende commentaar werd voorzien door diezelfde mannelijke recensenten.

Het zijn andere tijden; een kwalificatie als 'damesromans' is politiek incorrect, en je maakt het alleen maar erger wanneer je stelt dat er ook mannelijke auteurs zijn die zich aan het genre bezondigen. Dus laat ik het zo zeggen: er wordt nog steeds, door dames en heren, veel tamelijk flets proza geschreven, proza dat beslist meer om het lijf heeft dan de niemendalletjes uit de supermarkt, dat op een bepaalde manier zelfs lekker wegleest, want niet eens irritant is, maar dat dus ook nooit verontrust, ook niet werkelijk aan het denken zet, en vooral: niet beklijft. Dat is in ieder geval het gevoel dat ik overhoud aan de nieuwste roman van Vonne van der Meer, De avondboot. Eigenlijk gaat het hier om vijf afzonderlijke verhalen, losjes met elkaar verbonden door een zesde dat tussen de andere heen is gestrooid. Vijf verhalen over mensen die gedurende het zomerseizoen een zekere tijd doorbrengen in hetzelfde huisje op een van de Waddeneilanden, terwijl het zesde gaat over de vrouw die dat huisje schoonhoudt.

Kern van de verhalen is een citaat van Anita Brookner: "For once a thing is known, it can never be unknown. It can only be forgotten..." Dat laatste is wat de personages overblijft wanneer ze elk voor zich achter een waarheid komen die ze nooit hebben gekend en die maakt dat het leven dat ze tot dan toe hebben geleefd zijn vanzelfsprekendheid verliest. Zo ontdekt een vrouw die samen met haar moeder (die aan één oog blind is) enige dagen op het eiland verblijft dat haar moeder vroeger getrouwd is geweest met een fascist, terwijl zij nu juist haar nieuwe joodse vriend heeft uitgenodigd om over te komen. Het leidt tot, in de Nederlandse literatuur, nogal obligate en altijd wat overdreven schuldgevoelens. In een ander verhaal hoort een vrouw (die sinds haar geboorte mank is) van haar zus dat haar moeder toen ze zwanger van haar was trachtte abortus te plegen, en dat verandert de blik op haar eigen leven totaal. Ze was 'ongewenst'.

Het blinde oog, het manke been - het zijn natuurlijk motieven die de plotselinge scheefheid van het eigen leven weergeven, maar de verhalen zijn zo opgebouwd dat aan het slot alles toch weer wordt rechtgetrokken. De vrouw die 'ongewenst' was, krijgt van haar zus ten slotte een verhaal te horen waaruit blijkt dat haar moeder haar liefhad. En de verhouding tussen de vrouw en haar joodse vriend loopt op de klippen, echter niet vanwege haar 'foute' moeder, maar omdat hij een ander heeft en alleen naar het eiland komt om van haar af te raken.

Wie wil kan in dit laatste verhaal nog een subtiel spel met schuldgevoelens zien, met het 'goed' of 'fout' zijn van een mens, want de vriend voelt zich na de bekentenis van de vrouw (een bekentenis die haar, tegenover een jood immers, het nodige gekost moet hebben) nogal bezwaard door zijn eigen ontrouw. Maar Van der Meer gaat nooit zover het schuldgevoel tegenover de joden in zijn algemeenheid ter discussie te stellen - iets wat haar verhaal bepaald riskant gemaakt zou hebben. Ze blijft met andere woorden steeds binnenskamers. Wie wil kan erop doordenken; wie niet wil doet dat niet.

Je kunt dat zeer zeker een kwaliteit van Van der Meers proza noemen: de manier waarop ze je naar de drempel voert van de werkelijke afgrond in je eigen denken, maar je blijft met het gevoel zitten dat je het vooral zelf bent die naar een dergelijke afgrond wordt toegetrokken. En in het verlengde daarvan komt de, in zekere zin onredelijke, eis op dat de schrijfster met dezelfde ingrediënten een ander, beklijvender verhaal had kunnen en misschien had moeten schrijven, een verhaal waarin ze de risico's die ze nu alleen, en heel voorzichtig en onnadrukkelijk suggereert, ook zelf genomen had.

Dat het allemaal wat tam en flets oogt, heeft ook veel te maken met de stijl. Het staat vol met passages over mensen die boodschappen moeten doen, die zus of zo met de fiets over het eiland gaan, die water in een glas doen en het glas leegdrinken, die propjes papier van de grond oprapen of tot in de details de afwas doen. Een verhaal kan niet zonder een zekere redundantie, maar het kan al snel te veel worden. Men begint te gapen. Verder trekt er door menig personage een rilling, brengt iets een schok teweeg of wordt er in andere nogal clichématige bewoordingen op zaken gereageerd. En als Van der Meer zich aan vergelijkingen waagt, zijn het alleen versieringen die, in een enkel geval, dan weer hopeloos uit de bocht vliegen. "Hij schurkte zich, steeds radelozer, als een hond die een brandende jeuk probeert te doven," zo lees je dan bijvoorbeeld. Van der Meer heeft vast geen hond, denk ik bij zoiets (die schurken niet, die krabben); en dan: brandende jeuk, doven - het is net een beetje te veel van het goede.

Wat men eenmaal weet, kan men nooit niet meer weten, alleen vergeten. De avondboot biedt volop gelegenheid tot het laatste: het is een boek dat men zich al snel niet meer herinnert, dat verdwijnt in de massa andere boeken die evenmin onprettig zijn om te lezen, maar onderling inwisselbaar zijn.

Marc Reugebrink

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234