Maandag 26/10/2020

De ploegen van 't Stad in verval

Het zou niet mogen zijn, en toch. Als Beerschot zich niet snel herpakt, dan heeft de 'machtige metropool' Antwerpen straks geen voetbalclub meer in de hoogste klasse. Hoe kan zoiets? Waar is het misgegaan? En komt het ooit nog wel goed?

"In mijn jeugdjaren was mijn weekend naar de knoppen als Beerschot verloor. Kun je nagaan wat een triestige jeugd ik heb gehad." Het grapje staat in een stukje dat Beerschotsupporter Gerd Le Duc vorige week postte op zijn blog, een soort ultieme noodkreet van een supporter die zich richt tot de trainer en spelers. "Vreet het gras op", zo vraagt Le Duc aan het geliefde elftal dat elke week dichter bij de degradatie komt. "Strijd voor ons, uw supporters."

Le Ducs stukje werd in geen tijd een hit in de sociale media. Honderden supporters deelden het via Facebook, in de commentaren op het stuk werd zowel uiting gegeven aan grote clubliefde als aan groeiende wanhoop. Vertel het ons, wanneer zal er op het Kiel ooit nog eens iets te vieren zijn?

Gelijkaardige gevoelens waren ondertussen rond in en rond de Bosuil, de ietwat vervallen thuisbasis van aartsrivaal Antwerp, een club die zich tegenwoordig ergens onderaan in tweede klasse ophoudt.

In de straten van Deurne Noord werd vorige zaterdag een 'mars van het ongenoegen' gehouden. Achthonderd Antwerpsupporters trokken er, bengaals vuur in de hand, door de straten omdat ze de wanprestaties van hun geliefde ploeg niet langer konden aanzien.

"De aanleiding voor onze mars was het zoveelste verlies tegen Janneke en Mieke", vertelt initiatiefnemer Dieter 'Wacko' Moyaert. "We zijn het beu om 20 euro te betalen om een ploeg te zien voetballen waarvan niet alle spelers de volle inzet tonen. Wij, de supporters, hebben ook onze rechten. Ondanks alles zijn we nog altijd met een man of tweeduizend. Wij houden van onze club. Ze is ons leven. Maar bestuur en spelers mogen wel beseffen dat wij het zijn die de club rechthouden. Als wij niet meer komen, is het helemaal gedaan met Antwerp."

Crisis met opflakkering

Crisis in het Antwerpse voetbal, het is uiteraard niet de eerste keer dat het voorvalt. Want Beerschot en Antwerpen mogen dan wel nog altijd klinkende namen zijn, die reputatie wordt niet gerechtvaardigd door de resultaten van pakweg de afgelopen vijftig jaar.

Voor de lol, een quizvraagje. In welk jaar kwam de landskampioen voor het laatst uit de machtige metropool Antwerpen? Het antwoord is 1957, met Antwerp toen als kampioen.

Antwerpenaren die het fiere Beerschot nog kampioen hebben zien spelen, zijn trouwens al helemaal een uitstervend ras. In totaal werd de club vier keer kampioen, de laatste keer gebeurde dat aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, in 1939.

De supporters van de twee 'grote' Antwerpse ploegen moesten het de voorbije decennia stellen met enkele kortstondige opflakkeringen. Zo was er een kleine renaissance aan het midden van de jaren zeventig, met het seizoen 1974-1975 als hoogtepunt. Kampioen werd dat jaar Racing White Daring Molenbeek (RWDM), maar net daarachter kwamen Antwerp, de nummer twee, en Beerschot, op vijf. Verderop in de stand was er trouwens nog een derde Antwerpse ploeg, het ooit grote Berchem Sport van wijlen Ludo Coeck.

De Antwerpsupporters hebben bij het begin van de jaren negentig nog eens een paar keer een feestje mogen bouwen. Vooral Europees werd er in die dagen al eens een potje gebroken. Onvergetelijk was natuurlijk de miraculeuze thuiswedstrijd tegen Vitosja Sofia, toen een 1-3 achterstand in de blessuretijd nog werd omgebogen tot een 4-3 overwinning. In 1993 mocht Antwerp zelfs naar Wembley, om er de finale van de UEFA-cup te spelen en ook te verliezen Parma.

Beerschotsupporters van hun kant moesten ondertussen tevreden zijn met de middenmoot of erger. In dertig jaar tijd deed de ploeg nauwelijks iets opmerkelijks. Of toch, één keer. Op 28 mei 2005 trekken 18.000 Beerschotsupporters naar het Koning Boudewijnstadion voor de bekerfinale tegen Brugge. Beerschot wint met 2-1, de volgende dag is er een groot feest op Grote Markt. Maar op die ene grote prijs moet men op het Kiel nu al acht jaar teren. "Onze trots is uitgehongerd", zo schreef supporter Gerd Le Duc nog in zijn stukje. "We hebben al te veel moeten vloeken tegen onze eigen club."

Mister Antwerp

Wie zich vandaag nog eens terug in de tijd van het grote Antwerp wil wanen, die moet in Kiebooms zijn, een café aan het Herman - oh pardon - Pieter De Coninckplein.

In dit zonder meer prachtige café lijkt de tijd zestig jaar geleden plots tot stilstand gekomen. En wat in het kader van dit verhaal nog mooier is: het wordt uitgebaat door Vic Mees, de zoon van zijn gelijknamige vader, ook wel eens Mister Antwerp genoemd. Vic Mees sr. (1927-2012) was samen met Rik Coppens dé vedette van het Antwerps voetbal in de jaren vijftig. Mees was erbij, toen Antwerp in een nokvolle Bosuil (55.000 toeschouwers!) tegen Real Madrid mocht spelen. De ster van Antwerp schoot tijdens die wedstrijd twee keer op de lat, bij de tegenpartij trof Di Stefano - ook geen krabber - twee keer raak. Het gevolg: Antwerp-Real Madrid werd 1-2. Eervol verliezen, heet dat.

Wat er sindsdien allemaal veranderd is? "Veel", zegt Vic Mees junior. "Een belangrijk verschil is natuurlijk de internationalisering. Voor Antwerp speelden toen bijna uitsluitend Antwerpenaren. Transfers waren er nauwelijks. Op zich is die internationalisering geen slechte zaak. Maar je moet er als ploeg wel voor zorgen dat mensen zich met je ploeg verbonden blijven voelen. Dat ze het gevoel blijven hebben dat ze deel zijn van iets wat groter is dan zichzelf. Dat aspect wordt door het bestuur vandaag wel eens vergeten.

"Een voetbalploeg is in de eerste plaats een vereniging. Eind vorig jaar, bij de herdenking van mijn vader, zijn 9.000 mensen naar het stadion gekomen. Het samenhorigheidsgevoel was enorm, maar net dat dreigt door wanbeleid en aanhoudende slechte resultaten te verdwijnen.

"Dat een stad als Antwerpen vandaag geen topclub en geen topstadion heeft, vind ik een schande. Persoonlijk ben ik helemaal pro een nieuw, gezamenlijk stadion voor Beerschot en Antwerpen. Dat de onderlinge rivaliteit dat onmogelijk maakt, vind ik onbegrijpelijk. Rivaliteit is goed, maar ze moet na de match ophouden. Mijn vader ging regelmatig pinten drinken met Rik Coppens (van Beerschot, JdP). Het bestuur van Beerschot en Antwerp kan daar nog wat van leren. Met hun onderlinge rivaliteit maken ze twee verenigingen kapot waar gelukkig nog altijd een paar duizend mensen zich heel dicht bij betrokken voelen."

Stadion en fusie

De ondergang van het Antwerpse voetbal het gevolg van slecht management? Voetbalcommentator Frank Raes, zelf een kind van Beerschot, wil graag nuanceren. "Je kunt van ex-voorzitters als Jos Verhaegen en Eddy Wauters veel zeggen, maar het is wel dankzij hun geld dat Beerschot en Antwerp nog bestaan. We moeten hen dus dankbaar zijn, al is het ook door hen dat de twee ploegen niet zijn meegeëvolueerd met het moderne voetbal. Vandaag betalen die clubs daar volop de prijs voor. Patrick Vanoppen probeert dat nu recht te trekken, maar gaat daarbij veel te snel. Met als gevolg dat er bij Beerschot vandaag geen enkele stabiliteit is. Je kunt alleen maar hopen dat de ploeg straks niet zal moeten zakken, want degradatie kan echt het einde betekenen."

Ondanks het soms zeer lamentabele niveau gaat Raes nog zeer regelmatig naar de matchen van Beerschot kijken. "Ik kom er graag, ook al omdat mijn roots er liggen (Raes groeide in de schaduw van het stadion op en speelde er ooit bij de reserves, JdP). Al zou ik het zeker niet erg vinden mochten Beerschot en Antwerp straks samen in een nieuw stadion spelen. Integendeel. Dat stadion moet er komen. Ik ben gisteren nog in Tottenham geweest. Die beleving die je daar hebt, die mis ik hier, en niet alleen bij de Antwerpse ploegen. Bijna alle Belgische teams hebben een stadionprobleem."

Zoals de zaken er nu voor staan, lijkt het onwaarschijnlijk dat het gemeenschappelijk stadion op het Zuid er snel komt. Een spijtige zaak, lijkt het, want zelfs de vurigste supporters zien er een deel van de oplossing in.

"Natuurlijk zou ik de Bosuil missen", zegt Dieter 'Wacko' Moyaert. "Maar tegelijk ben ik er zeker van dat dat nieuwe stadion een uitweg uit de miserie kan zijn, voor Antwerp en voor Beerschot. Uiteindelijk is het toch waanzin, dat hele stadionverhaal. De stad geeft je een cadeau van 50 miljoen euro, je zit al jaren in geldnood en toch weiger je dat? Daar moet ge toch een idioot voor zijn?"

Mogelijk is er nog een weg uit de Antwerpse voetbalduisternis. Het is een weg die voor veel supporters taboe is, maar die in het verleden al voor meer dan één grote ploeg de redding heeft betekend. Het is de weg van de fusie, de weg die Beerschot trouwens al eens heeft bewandeld. Dertien geleden hield de club op met bestaan, om te incarneren als Germinal Beerschot.

Vandaag is de wonde van de fusie nog altijd niet geheeld. Een paar honderd Antwerpsupporters wreven er vorig jaar nog een flink pak zout in door 'het overlijden van Beerschot' te gedenken met een heuse begrafenisstoet, inclusief paars-witte lijkkist. Antwerp en Beerschot samenvoegen? Raes en Mees voelen er weinig voor, Dieter Moyaert gaat alleen al bij de gedachte huiveren. "Als ge twee zieken bij elkaar brengt, krijgt ge heel waarschijnlijk één megazieke mens. Bovendien kunt ge een supporter onmogelijk vragen om die switch te maken. Liefde voor een club gaat over number, name en colours. Antwerp heeft, als allereerste Belgische voetbalclub, het stamnummer één. Als ge daar aankomt, dan hebben we het over een andere club."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234