Dinsdag 20/10/2020

De pijnlijke zelftwijfel van Doeschka Meijsing

DAGBOEK. In een integer en soms hartverscheurend dagboek documenteerde Doeschka Meijsing haar worsteling met leven en werk. En liefde in mindere mate toont een hoogst onzekere schrijfster.

In tegenstelling tot haar broer Geerten, kreeg Doeschka Meijsing in Vlaanderen nooit grootscheepse armslag. In Nederland lijkt de schrijfster - zeker sinds haar voortijdige dood op 64-jarige leeftijd - op weg naar een klassieke status.

Met de puberteitsroman Robinson (1976) en Tijger, tijger! (1980) maakte Meijsing een opgemerkte intrede in de Nederlandse letteren. Haar oeuvre torste langdurig het label 'Revisorproza', nauw aanleunend bij het gelijknamige tijdschrift De Revisor, waar schrijvers als Frans Kellendonk, Dirk Ayelt Kooiman en Nicolaas Matsier de plak zwaaiden.

Tuk op het schaakspel tussen verbeelding en werkelijkheid, met veel flashbacks en intertekstualiteit, stond het Revisorproza in een academisch schijnsel. Meijsing zeilde er langzaam van weg. Ze ging steeds soepeler verhalender proza schrijven, waarin het thema 'verlies van een geliefde' telkens de kop opstak, zoals in De beproeving (1990), Vuur en zijde (1992) en het voor de AKO Literatuurprijs genomineerde De tweede man (2000). Ook haar grootste publiekssucces, het licht badinerende Over de liefde (2008), handelde over het tragisch op de klippen lopen van een damesliefde.

Talloze affaires

In het uitgebreide, eerste deel van haar nu verschenen dagboeken uit de periode 1961-1987 wordt ook veel gesakkerd over amoureuze teloorgang én schrijverskwellingen. Van deze piekerzieke egodocumenten vol zelftwijfel, word je niet bijster vrolijk. Maar dat is zelden een bezwaar, omdat Meijsing een laconieke toon hanteert.

En liefde in mindere mate - dat een plek kreeg in de prestigieuze Privé-domeinreeks - leest als een volwaardig schrijversdagboek, een cursus wolfijzers en schietgeweren voor de beginnende auteur. Je ontdekt er hoe ook geprezen schrijvers zich laten ringeloren door prangende besluiteloosheid en wankelmoedigheid. 'Ik ben zolang ik schrijf in training, hoe gedachteloos en slecht ik ook formuleer', noteert Meijsing op 4 mei 1967, toen nog een dweperige bakvis.

Wanneer haar renommee stijgt, blijft Meijsing geplaagd door onzekerheid, aangedikt door een sliert depressies en drankproblemen: 'In mij hangt een voortdurend huiltje'. En: 'Ik vergooi mijn leven. Drink te veel. Slaap te onregelmatig. Heb talloze plannen die ik niet ten uitvoer breng. Alles blijft steken in de middelmaat. Bezig met mezelf in plaats van een boek.' (6 december 1978).

Ook in de liefde is het aanpoten: 'Geleerd heb ik dat er nooit iemand zal zijn die me geborgenheid biedt (omdat ik die geborgenheid zelf verwerp). Er zal nooit iemand zijn die m'n eenzaamheid opheft. Waarom blijf ik daarover janken?'

Nochtans had Meijsing talloze affaires en langere liaisons met vrouwen (waaronder een elfjarige relatie met vertaalster Gerda Meijerink) en was ze regelmatig verliefd op (getrouwde) mannen, waaronder Rudy Kousbroek. Veel plaats wordt ingeruimd voor de ontworsteling aan haar moeder. Die kleineerde haar stelselmatig en vond haar 'Libelle-verhalen' maar niks. 'Jarenlang, jarenlang heb ik me laten vernederen en niets teruggedaan dan vriendelijk lachen.'

Trop is te veel

Naar de buitenwereld toe leek Meijsing geslaagd. Na het gymnasium in Haarlem studeerde ze in Amsterdam, waar ze les gaf, om later redacteur en gerespecteerd critica te worden bij de toen toonaangevende boekenbijlage van Vrij Nederland. Tot een besparingsronde haar vertrek inluidde en ze noodgedwongen voltijds schrijver werd - iets waar ze bleef over dubben maar ook naar verlangde.

In dit eerste deel neemt het gerejemieer en knorrigheid grote proporties aan. Meijsing wroet wel erg solipsistisch in haar eigen gemoed, in navolging van haar grote voorbeelden Virginia Woolf en Sylvia Plath. De maatschappelijke component, eerst nog prominent aanwezig, verflauwt gaandeweg. Dat wordt gecompenseerd in ruim 1.200 uiterst gedetailleerde voetnoten (méér dan de helft van deze uitgave!) waaraan ook broer Geerten Meijsing bijdroeg. Bezorgers Ben Peperkamp en Annette Portegies klaarden de klus zeer voorbeeldig, maar trop is te veel. Dit trekt het boek uit balans.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234